| |
Lezen: Daniël 8
In het boek Openbaring,
dat is een andere bijbelboek, staat dat er een moment zal zijn, waarin
duidelijk wordt dat Hij Die op de troon zit een boekrol heeft. Beschreven
van binnen en van buiten. Wel verzegeld met zeven zegels. En dan komt
in de hemel de vraag: Wie is nu waardig de boekrol te nemen en zijn
zegels te verbreken. Niemand meldt zich. Meneer Bush is nu misschien
in een euforische stemming, omdat Saddam toch gearresteerd is vandaag,
of gisteravond. Maar hij meldt zich niet. De top in Brussel, net mislukt,
zal er niet als eerste bij zijn om te zeggen: "Dat doen wij wel."
De VN in New York hebben ook al geen interesse om ineens naar voren
te schuiven en te zeggen: "Dat regelen wij." Niemand. Als
Johannes, de schrijver van dat laatste bijbelboek, dit ziet, dan huilt
hij. Dan zegt hij wenend: "Hoe is het nu mogelijk." De boekrol,
dat is de rol van Gods zegeningen, dat wat God aan zegen brengen wil,
verzegeld met zeven zegels, is dus kennelijk onbereikbaar voor wie dan
ook. Dat is best een schok. Je kunt nu wel heel stoutmoedig een persconferentie
houden: En dit hebben we gedaan en zus deden we het. Je kunt misschien
wel zeggen: "Dat kunnen we." En een Europese grondwet kunnen
we samenstellen, maar niemand zet zijn poot er onder, voorlopig. Je
kunt van alles bedenken. Maar niemand is in staat de zegen die God brengen
wil, ook echt, echt te brengen. En één van de oudsten
die daar in de hemel zit, zegt: "Niet huilen Johannes, ween niet.
De Leeuw van Juda, Hij die overwon." Een soort krachtpatser uit
het Joodse volk. De Leeuw van Juda." En als Johannes goed kijkt,
dan ziet hij geen leeuw, hij ziet ook geen leeuwin, hij ziet ook geen
kleine leeuwtjes, hij ziet een Lammetje. Letterlijk het verkleinwoord
in de grondtekst. Nu is een lam al, ja, een éénjarig lam,
dat is al niet zo´n krachtpatserig plaatje. Maar een lammetje,
geslacht. Ik weet niet of je dat ooit gezien hebt, nou er blijft bijna
niks over. Dat is de oplossing van God. Dat is de weg waardoor God Zijn
zegen brengt: Het Lammetje. En het leidt geen enkele twijfel dat het
in het laatste bijbelboek gaat over de Here Jezus. Het leidt geen enkele
twijfel dat het over dezelfde gaat Die in Bethlehem geboren is. Die
klein werd, heel broos en erg breekbaar. En dat dat dezelfde is Die
als een jongetje in Nazareth is opgegroeid, getimmerd heeft, aan de
werkbank van Zijn vader Jozef, zijn pleegvader Jozef stond. Dat is de
Here Jezus. Ik wil gewoon heel duidelijk zeggen: "De enige mogelijkheid
van God om zegen te brengen is dat Lammetje." Een andere route
is er niet. Niet de vakbond, niet de afgesproken CAO's. Niet onze voornemens,
niet ons positief denken van: Als je je daar nu maar genoeg op richt,
als je maar genoeg positief gefocust bent op een bepaald punt dan kom
je er wel. Niets, helemaal niets, alleen de Here Jezus. En Die, Die
in een kribbetje lag, dat is mijn Heiland, is mijn Verlosser. Dat is
Degene Die voor mij aan het kruis Zijn leven wilde geven, die het Lam
van God wilde zijn, en het Lam van God ook wilde worden, de Here Jezus.
Alle profetie gaat over Hem. Alle profetie gaat over de tijd waar de
Here Jezus die zegen van God echt gaat brengen. En nu is er één
die dat, niet ten alle delen, mar toch wel in veel opzichten door heeft,
en dat is een tegenstander. Die noemen we makkelijk tegenstander. U
mag hem ook satan, u mag hem ook duivel, u mag hem ook de oude slang
noemen. U mag ook andere benamingen kiezen. In elk geval is er iemand
die er tegen is. Een tegenstander, tegenstander die zich altijd verheft.
Die altijd zijn kop opsteekt en iedere keer probeert om die zegen van
God af te zwakken, weg te nemen. In elk geval het accent volledig te
verleggen en iedere keer de mens als middel tot zegen naar voren schuift.
Dat is de duivel. Daar is hij behoorlijk in getraind. Hij heeft heel
wat jaren ervaring en hij is behoorlijk, behoorlijk scherp, die tegenstander
die zich verheft. En die tegenstander gebruikt van alles om zijn doel
te bereiken. Maar houdt u dit plaatje even vast. Het Lammetje, daardoor
kan de zegen van God komen. Dat is de enige mogelijkheid. Het is het
Lam dat zegels kan verbreken, waardoor die zegelrol ook echt ontrold
wordt. En het is alleen de Here Jezus. Maar er is ook een tegenstander.
Dan. 8, dit verhaal heeft er echt mee te maken, maar dat komt nog wel
denk ik. In Dan. 8 gaat de enorme profetie van Daniël verder. Daniël
mag ook nu dingen zien die te maken hebben met een verre toekomst, de
tijd van het einde. Betekent dus dat het niet direct in vervulling zal
gaan, dat het niet direct Daniëls tijd zou zijn. Maar dat het iets
heel ver weg zou liggen en dat in die er tijd bijzondere dingen zullen
gaan gebeuren. En nu worden in Dan. 8 twee rijken, we hadden al vier,
Dan. 2, we hadden ook al vier in Dan. 7, maar nu worden twee van die
rijken er uit gehaald. De twee laatsten, niet eens, de twee middelsten,
heel merkwaardig. En die twee rijken die worden er uit getild om ons
nog iets duidelijk te maken. Die vier rijken, vier wereldrijken, zijn
er geweest. Waarvan het eerste het rijk was van Babel, van Saddam Hoessein,
nu, maar goed, die is ook gevallen. Toen van Nebukadnezar en van zijn
zoon en van zijn kleinzoon. Daarna het rijk van de Mediërs en van
de Perzen, Iran van vandaag. Dus Irak van toen werd opgevolgd door Iran
van toen. En daarna krijg je een derde rijk, en dat zijn de mensen die
uit, ja al uit het westen komen, het Macedonische rijk, Griekenland-Macedonië.
Dat komt al wat dichter bij. En die komen behoorlijk opzetten. En als
vierde rijk, het was in Dan. 2 goud, zilver, koper, ijzer, dat was de
volgorde, dat vierde rijk is Europa, maar vanuit Rome aangestuurd. Die
vier rijken worden in Dan. 7 als vier dieren voorgesteld. Daar zie je
meer hun karakter, hun beestachtig gedrag. En in Dan. 2 hun materiële
waarde. Goud, zilver, koper, het wordt eigenlijk steeds minder waard.
Maar goed, dat is dan toch de voorstelling. Die vier dieren, die vertrappen
elkaar. Een leeuw, een beer, een panter en een vreselijk dier. Daar
moet u het mee doen, Dan. 7. En nu krijg je twee rijken, die worden
daaruit getild, uitgelicht, en dat is het tweede en het derde rijk uit
die vier. Ingewikkeld hè. Maar u hoeft niet verder te tellen
dan vier. Dat valt toch mee. Eén, [???] nu krijgen we twee en
drie, die pakken we nu nog een keer, maar dan vanuit een ander gezicht,
en dan nog een keer het vierde rijk. Daar gaat het nu niet over. Maar,
daar zit een bedoeling bij. Dat eerste rijk valt dus weg, dat is het
rijk van de Babyloniërs, van Saddam Hoessein, dus van zijn illustere
voorganger Nebukadnezar. Dat is weg. Toen zijn de Mediërs en de
Perzen gekomen. Soms, ik heb een keer gelezen: Toen kwamen de Medici
en de Perzen, maar dat is niet helemaal correct vertaald geloof ik.
Nee, het zijn niet de geneesheren. Maar, de Mediërs en de Perzen,
zeg maar gewoon de mensen uit Iran. Die zijn toen gekomen en ja, die
hebben een behoorlijk stukje rijk gehad. De Mediërs en de Perzen,
daarom wordt het voorgesteld als twee machten, twee poten a.h.w., van
dat stelsel, waarvan de ene wat groter was. Nou, de Perzen zijn inderdaad
gaan overrulen hè, die zijn machtiger geworden dan Mediërs.
Mediërs was dus een stam binnen dat Perzische rijk. Toen kwam een
derde rijk. Dat eerste rijk van vandaag, dus het tweede rijk in het
serietje van vier, dat wordt hier gezien als een ram. En toen kwam een
harige geitenbok. Dus twee mannelijke dieren, één uit
de schapenkudde en één uit de geitenkudde, en dat werd
een gevecht. Die geitenbok die uit het westen kwam, uit Macedonië,
uit Griekenland, die heeft zoveel kracht gehad, dat hij dat rijk van
die bok, van die ram ging overwinnen. Het rijk van de Mediërs en
de Perzen, Iran van toen, stond daar. En daar kwam die bok uit het westen.
En die bok heeft het rijk van de Iran-mensen overwonnen. Hij heeft ze
totaal overclassed. En als u de ongewijde geschiedenis zou willen nakijken,
één bezoek aan de bibliotheek en u bent er achter, dan
zult u ontdekken dat daar inderdaad gewoon heldere getallen bij zijn,
jaartallen bij zijn. En dat Alexander de Grote, de eerste koning is
van dat Grieks-Macedonische rijk, dus uit Griekenland, uit Macedonië,
en dat hij met een enorme vaart en een enorme kracht het rijk van de
Mediërs, van de Iran-mensen heeft opgerold, en dat hij zelf veel
macht kreeg in no time. Hij was nog maar drieëndertig jaar, toen
was hij wereldheerser. En daarna is hij plotseling overleden. Die hoorn
van die geitenbok die je hier tegenkomt die brak plotseling af. Het
was ineens gebeurd. ZO is het ook echt gegaan. Wat gebeurt er als een
groot leider valt. Nou, plat gezegd, gevecht om de eerste plaats. Ellebogen
en weet ik veel wat er allemaal binnengegooid wordt. En maar wroeten
om maar bovenaan te komen. Zelfs in de kerk. Sorry dat ik het voorzichtig
zeg, maar misschien is dit al zo onvoorzichtig dat je het snapt. Maar
dit is echt wat er gebeurt. Altijd is daar een machtsstrijd. Toen Alexander
de Grote stierf hebben zijn vier veldmaarschalken of generaals een soort
gevecht geleverd over wie nu wel de machtigste zou zijn. Nou, ze hebben
uiteindelijk een compromis gesloten, het lijkt wel het poldermodel van
Nederland, en ze hebben elk een stuk gepakt. Noord, oost, zuid, gewoon
dat rijk in vier stukken gedeeld. Elk een stuk. Daarmee was het gevecht
niet over. Nu blijkt uit de geschiedenis, en we komen dat nog een keer
tegen in Dan. 11, dat die koningen onderling ook enorm veel strijd geleverd
hebben. Want je voelt wel, ze hebben allemaal een stuk, maar natuurlijk
is het olierijke huppeldepup belangrijker dan het armetierige van een
woestijn of zo, weet je wel. Dus er wordt dan toch weer iets van een
keuze gemaakt. Ze gaan ook onderling elkaar te lijf. Deze geschiedenis
staat hier. Namelijk, dat de vier generaals een stuk hebben overgenomen
van dat rijk uit Europa, bijna Europa afkomstig, Griekenland-Macedonië.
Dat die vier generaals ook onderling gevochten hebben en dat er uiteindelijk
één opvallende hoorn uit die vier naar boven kwam. En
die ging behoorlijk te keer tegen het oosten, tegen het zuiden en tegen
het sieraadland, westen, Israël. Conclusie: Dat is die koning,
kennelijk uit het noorden. Als hij vanuit het noorden te keer gaat daar.
De koning van het noorden. Nu, die koning van het noorden zult u nog
vaker in het bijbelboek Daniël tegen komen. Dat noorden is het
noordelijke stuk van dat rijk van Griekenland en Macedonië. Het
is te gemakkelijk om daar Syrië in te vullen. Dat ligt wel noordelijk
van Jeruzalem, maar dat is te beperkt. U moet het wijder zien. En die
koning van het noorden heeft zich behoorlijk ontpopt en heeft de koning
van het zuiden een les willen leren. Zuiden, ja dat was Egypte, dat
lag er helemaal onder. Dus die koning van het noorden, die gaat van
het noorden naar het zuiden. En de koning van het zuiden ging weer van
het zuiden naar het noorden. Nou, u kunt ze heen en weer zien gaan,
in Dan. 11, maar ook in de ongewijde geschiedenis. En ze hebben steeds
bij Jeruzalem een soort pauze gemaakt, weet je wel, een pitsstop, gewoon
ruziestop, gevechtsstop. Ze hebben steeds Jeruzalem in de tang gehad.
Constant heen en weer trekkende legers. Zo is het gegaan toen. En die
heen en weer trekkende legers hebben er uiteindelijk toe geleid dat
de koning van het noorden in Jeruzalem is gaan heersen, gruwelijk. En
de meest gruwelijke daarvan is die hele bekende Antiochus Epifanes,
maar vergeet die naam om mij, want dat doet er niet zo veel toe. Of
hij nou Jan heet of Piet. Maar die heeft in Jeruzalem nou, behoorlijk
huis gehouden. U moet zich voorstellen, ik hoop dat je dat kunt, dat
na de tijd van Daniëls boek er Mediërs en Perzen aan het bewind
kwamen hè. Die Iran-mensen kwamen immers aan het bewind. Dat
Babelse rijk werd afgebroken. En Kores de Pers, ook wel Cyrus genoemd,
gaf toestemming om terug te keren naar Jeruzalem. M.a.w., we heffen
de gevangenschap op. En dus gingen een deel vanuit Babel, vanuit de
vluchtelingenkampen, vanuit Babel zelf, naar Jeruzalem. Waarom Daniël
niet meeging, ik weet het niet. Niemand weet dat. Maar hoe dan ook,
ze gingen wel. En ze hebben in de tijd van Kores, en later van Darius,
in Jeruzalem weer een tempel gebouwd. Dus vlak na het leven, of misschien
wel tijdens het leven van Daniël, is dit nog gebeurd. Daniël
heeft in elk geval iets daarvan meegemaakt. Dus er is weer een tempel
in Jeruzalem. De Joden mogen daar weer wonen, mogen daar weer vrij zijn.
En ze hebben de Here God gedankt. Leest u het alstublieft in Ezra en
Nehemia, want daar vindt u deze geschiedenissen. Dat ze in de tijd van
Kores, en later in de tijd van Darius, daar werkten en daar uiteindelijk
ook de tempel in gebruik namen. De stad was er weer. En Nehemia heeft
er voor gezorgd dat er een muur om de stad kwam. Dat is eigenlijk het
thema van het hele boek Nehemia. En Ezra heeft er voor gezorgd dat er
weer een tempel kwam. Dat is eigenlijk het thema van het boek Ezra.
Dus die tijd. Nu komt die koning uit Griekenland, die verovert alles.
Heeft niks te maken met Kores en met de toezeggingen van Kores. Snap
je wel, zo gaat het dan hè. Beloften van andere koningen worden
toch niet nagekomen. En die koning uit het noorden wordt nu de baas
in Jeruzalem. En daar is weer een tempel. En daar was weer een heiligdom.
En daar waren weer offers. Daar werd de Here gedankt. En wat doet die
koning uit het noorden van dat Grieks-Macedonische rijk. Beetje ingewikkeld,
maar probeer het maar. Die zegt: "Dat regel ik zelf wel. Dat doe
ik zelf." En hij gaat in de tempel een afgodsbeeld neer zetten,
zegt de bijbel, en zegt de Here Jezus: De gruwel der verwoesting. Een
gruwel is altijd een afgodsbeeld in, of een afgodisch iets in de bijbel.
Een gruwel die verwoesting brengt, Daar heft de Here Jezus het over.
En dat komt nog, maar dat is toen ook gebeurd. Die heeft in de tempel
een beeld, waarschijnlijk een beeld van zijn God neergezet, zijn afgod
neergezet. En hij heeft ook allerlei afgodische diensten ingevoerd in
de tempel te Jeruzalem. Hij heeft de tempel ook verontreinigd door van
allerlei dingen te doen, afgodische dingen te doen. Ook door Joden varkensvlees
te laten eten en weet ik veel wat ze allemaal nog meer beschreven hebben.
Dat is een vreselijke tijd geweest, hele moeilijke tijd. Die koning
heet Antiochus Epifanes. Die koning heeft dus van alles in Jeruzalem
gedaan. En daarover gaat dit moeilijke hoofdstuk. Ik heb dat hele verhaal
even nodig om je te vertellen dat we ons nu gaan richten op Jeruzalem,
want daar gaat het hier over, waar een tempel is, waar de Here gediend
werd, opnieuw gediend werd. En waar een andere vreemde vent zijn eigen,
eigen inbreng zo sterk laat gelden, dat daar geknield wordt voor een
afgodsbeeld. Stel nu eens dat u nog een keer Dan. 8 [verbetert Dato
verderop zelf] pakt, nu eventjes nog een keer. Nog een paar teksten
terug leest. Vs 10: Hij gaat dus tekeer tegen het zuiden (zegt het eind
van vs 9) tegen het oosten en tegen het sieraad (het sieraad is dus
het land Israël). En hij doet er van het heir des hemels, dus echt
van sterren, ter aarde vallen. Dus er zijn ook leiders, sterren, sterren
die van de Here waren, die voor de Here stonden, die zijn gevallen.
Heel voorzichtig, in het boek Nehemia vindt u al dat een schoonzoon
van de hogepriester omver ging. Sterren zijn altijd leiders. In het
boek Openbaring, ook hier in dit boek. Maar zelfs mensen die voor God
stonden en de dienst voor de Here deden, die grote dingen voor God aan
het doen waren, die vielen. Die zijn dus ingepakt, omgekocht zegt Dan.
11. Want hij beloonde ze met geld en met goederen en met grondstukken
en weet ik veel. Gewoon commercie. Maar goed: Hij deed er van het heir
(vs 10), namelijk van de sterren ter aarde vallen, en vertrapte ze.
Uiteindelijk wordt je dan toch nog aan de kant geschoven. Zelfs tegen
de vorst van het heir maakte hij zich groot. En Hem (met een hoofdletter,
leest u het hier), werd het dagelijks offer ontnomen. en Zijn heilige
woning werd neergeworpen. Dat betekent niet dat de muren omver gingen.
Dat betekent wel dat het niet meer het huis van God was, maar dat er
dus andere dingen in dat huis van God gebeurden. en een eredienst werd
in overtreding ingesteld tegenover het dagelijks offer. En hij wierp
de waarheid ter aarde en wat hij ook deed gelukte hem. Daar is dus een
koning geweest uit Griekenland-Macedonië, die niet alleen boos
was op Egypte, en die landvergroting wilde, dat deed hij ook. Maar die
ook in godsdienstige zin huishield in Jeruzalem en geweldig tekeer ging.
Nou, als u er nog meer van wilt, gewoon technische kleine details, leest
u de boeken van de Makkabeën, die apocriefe boeken, want daar staat
van alles in aan informatie. Die tijd, de tijd van de Makkabeën,
is deze tijd. Alleen, dat verhaal van de Makkabeën laat ik nu even
los. Ik wil gewoon dit nu hier vanavond met jullie delen. Waarom. Omdat
het ons iets zegt. Want de bijbel zegt dat dit wat hier staat te maken
heeft met de verre toekomst. Dat het te maken heeft met de tijd van
het einde. Dus wat hier omschreven is, wat in Daniëls tijd nog
gebeuren moest, dat was toen ook niet zo, dat moest nog komen, dat was
nog toekomstig. Maar Daniël moet zeggen: Het is niet, laat ik maar
zeggen, binnen nu vijftig jaar, dat niet, maar het heeft te maken met
veel verder weg. En dat veel verder weg vindt u in het NT terug. Nu
zal ik het zeggen uit het NT, 2 Tess. 2. Een hoofdstuk, vaak geciteerd,
met de vraag van: is er nog wel bekering mogelijk nadat de Gemeente
is opgenomen. Dan komt altijd 2 Tess. 2 uit de hoek. Maar nu, 2 Tess
2:3: Laat niemand u misleiden op welke wijze ook, want eerst moet de
afval komen en de mens der wetteloosheid zich openbaren, de zoon des
verderfs. (Houdt u die termen even vast: de mens der wetteloosheid,
de zoon des verderfs.) De tegenstander die zich verheft tegen wat God
of voorwerp van verering heet, zodat hij zich in de tempel Gods zet,
om aan zich te laten zien dat hij een god is. Herinnert gij u niet,
dat ik, toen ik nog bij u was, u dit meermalen gezegd heb. En gij weet
thans wel wat hem weerhoudt, totdat hij zich openbaart op zijn tijd.
Want het geheimenis van de wetteloosheid is reeds in werking. Maar,
het wacht slechts, totdat hij, die op het ogenblik nog weerhoudt, verwijdert
is. Dan zal de wetteloze zich openbaren. Hem zal de Here Jezus doden
door de adem van Zijn mond. Wat lazen we van deze koning uit het noorden?
Dat hij omkomt, Dan. 8:25: Doch zonder mensenhanden zal hij vernietigd
worden. We hebben in Dan. 8 broeders en zusters, hoe moeilijk het even
is met de inleiding, een illustratie, een voorzegging van de mens der
wetteloosheid. Van iemand die op een bepaald moment zich gaat aandienen
als God zelf. Nou sommigen noemen hem de antichrist. Ik laat hem voorlopig
nog even met de naam mens der wetteloosheid. Want het is zelfs nog mogelijk
dat er twee verschillenden zijn. Deze koning van het noorden komt om
die reden, ook in Dan. 11, helemaal aan het eind van de geschiedenis
terug. We hadden gezegd: Nou, dat is dan geweest. We hebben dan het
Romeinse rijk gekregen. En dan is dat rijk van de Mediërs en de
Perzen natuurlijk voorbij. Maar het rijk van de Macedoniërs en
de Grieken dat is ook voorbij. Dat hebben we gehad. En nu hebben we
het Romeinse rijk, het Europa van toen en het Europa van straks.
Ik probeer het. Lieve mensen, er komt een tijd dat al die rijken, het
Babelse rijk, het Iran-rijk, het Macedonische rijk en het Romeinse rijk
er weer zullen zijn. En die tijd is vandaag. er komt een tijd dat al
die rijken opgestapeld zullen zijn, als goud, zilver, koper, ijzer.
En er komt een tijd dat er een steen zonder handen losgemaakt, onder
aan dat beeld, onder aan die stapel raakt, en dat hele beeld van goud,
zilver, koper, ijzer wordt opgerold, verpulverd. Ook het goud, dan pas.
Ook het zilver, dan pas. Ook het koper, dan pas. Al die rijken zullen
er zijn in de eindtijd. En al die rijken verheffen zich op de een of
andere manier. Misschien verslikt meneer Bush zich volledig in zijn
gedoe in Irak. Zou kunnen. Ik ben helemaal niet zo zeker dat dit de
weg van God is. De weg die hij nu gaat. Ik zeg natuurlijk niet dat Saddam
Hoessein de weg van God wel ging. Alsjeblieft, nee, leek nergens op.
Maar, heet rijk van Iran, machtig. Het rijk van Irak, machtig. Het rijk
vanuit Macedonië-Griekenland, Macedonië broeit, nu, vandaag,
gigantisch. Niet in de hand te houden. "Wie Macedonië in de
hand houdt is de sterkste man van de wereld", heeft iemand ooit
een keer gezegd. Is één compleet broeinest. En het Europese
rijk, ja zeker. De grondwet is nog eventjes weg, komt in 2005 heb ik
me laten vertellen. Maar militair gaan ze door. En hun veroordeling
van Israël is al een feit. 73% van Nederland zegt dat Israël
toch wel de bodem van alle kwaad is. En 60% in Europa zegt dat. Dat
gaat zich ontwikkelen. Ze geven steeds meer. Uw euro's gaan via de belastingdienst
naar meneer Arafat. Misschien wel naar zijn privé-bankrekening,
maar daar laat ik me maar niet over uit. Dat weet ik ook niet precies.
Dat is de werkelijkheid van vandaag. De rijken die in het boek Daniël
neergezet worden die komen allemaal terug. En één ervan
heeft een heel bijzonder gezicht. En dat is dat rijk van Griekenland-Macedonië.
En één ervan is die koning van het noorden. En één
ervan heeft de ongelofelijke brutaliteit om in Jeruzalem tegen de Here
te zeggen: "U moet aan de kant, ik ben nu numero één."
Alsof er een soort directie wisseling plaats vindt. En nu zeg je bij
jezelf: "Maar dat eigenwijze, eigengereide, ongelofelijk hoogmoedige
gedrag, dat zal toch niemand pikken." U vergist zich. Dit wat hier
staat gaat gebeuren. Een eredienst in overtreding ingesteld, het dagelijks
offer onthouden, en aan zichzelf vertellen dat hij god is en dat hij
de belangrijkste van het hele spul is. Hij komt dan ook, als de Here
Jezus komt, aan zijn einde. Zonder handen van mensen. M.a.w., historisch
zou je zeggen: Die koning van het noorden die is dan allang weg. Dan
is er een koning uit het Europa. Dat die dan aan hun einde komen ok,
dat snap ik. Maar nee, nee, dat hele beeld wordt in één
keer weggevaagd.
En waarom nu de nadruk hierop. Omdat het geheimenis van de wetteloosheid
nu al in werking is. Dat betekent, dat wat je hier hebt in een illustratieve
vorm, in een hele bijzondere geschiedenis, misschien hou je niet van
geschiedenis, maar het staat er dan toch, wat je hier hebt vind je in
je eigen hart terug. O ja? Ja. Dat er iemand op uit is om het dagelijks
offer te ontnemen. Wat is het dagelijks offer. Ik zeg het heel voorzichtig.
Elke morgen, elke avond was er een dagelijks offer in Israël. Elke
morgen werd de Here God gedankt, geprezen voor het werk, door een offer,
door een brandoffer, door een offer. En die koning zegt: "Niet
meer nodig, weg er mee. Eh, eh, je met die kant op kijken." Zal
ik het anders zeggen: "Als u niet meer elke dag dankt voor de Here
Jezus, als u niet meer elke dag Hem voor Wie Hij is, voor wat Hij heeft
gedaan op het kruis. Voor Zijn geboorte, voor Zijn komen, voor de ganse
volheid de godheid in één klein wieggetje, in één
klein kribbetje. Als u niet meer dankt voor dat wat God heeft geopenbaard,
wat God liet zien in de Here Jezus, dan dankt u waarschijnlijk ergens
anders voor." Dan is het dagelijks offer al gestopt in jouw leven.
Ja, maar we hebben zoveel te bidden. Ja, ok, ik snap het. Er is inderdaad
ongelofelijk veel te bidden. Doe dat. Bid voor elkaar, bid voor elkaar.
En dat door gebed en door smeking elke zaak bekend worden bij God. laat
alsjeblieft het gebed toenemen. Maar dat is niet hetzelfde als het dagelijks
offer. Het dagelijks offer is Hem prijzen voor Wie Hij is. God groot
maken voor wat Hij heeft gedaan. Voor de Here Jezus Die hier op aarde
kwam. En die Zijn leven gaf, het Lammetje. Voor Hem die de bron is van
alle zegen, waardoor Hij zegenen kan. Waardoor er überhaupt zegen
kan komen. Hij is die bron van zegen. Dank God daarvoor, elke morgen.
En de duivel zegt: "Nee, ja, de kracht van het positieve denken.
Als jij je focust op een nieuwe auto, en je denkt: het moet een Ferrari
worden, dan krijg je een Ferrari." Zeggen zelfs godsdienstige mensen.
Vincent Peal, en in zijn kielzog een hele horde. Dat is geen onzin,
dat is waar. Ik hoop dat je me goed begrijpt. Als jij je volledig richt
op jouw gezondheid, op jouw welzijn. Op dat wat van jou is. Jij, jij
mag genieten, jij mag er zijn, jij bent uniek. Je bent ook uniek, maar
is dat het. Is dat het dagelijks offer. Here God, dank U dat ik uniek
mag zijn. Is dat het dagelijks offer. Antwoord: nee. De mens der wetteloosheid
die zich verheft, en die van zichzelf zegt dat hij een god is en die
op een verdraaid handige manier de waarheid ter aarde werpt, die de
leugen laat geloven, die de leugen introduceert, onwaarheid spreekt.
2 Tess. 2, expliciet. Wij haasten ons, als maranatha-mensen, om te zeggen:
"Ja, maar dat zal pas zijn beslag krijgen als de Gemeente weg is."
Amen. Weet je, het duurt niet meer zo lang of wij gaan weg. Wij zijn
het gewoon zat hier in omgeving Veenendaal en we gaan gewoon stoppen.
We gaan met z'n allen gaan we er van door. We bestellen een hemelwagen
en we laten ons zo naar de Here Jezus brengen. Nou, ging het maar zo,
dan had ik hem allang besteld denk ik. Maar ik ben u niet zat hoor,
kan ik niet zeggen. Maar, je kunt zo moe zijn van allerlei dingen om
je heen, dat je denkt van: Here Jezus, kom alstublieft. Er is nu een
weerhouder. De geschiedenis van Daniël zegt dat er een koning komt,
een genieperd, een gluiperd, die op alle mogelijke manieren in Jeruzalem,
in het huis van God, in de tempel, aan zichzelf eer wil geven en die
de waarheid ter aarde werpt. Die ook nog leiders meekrijgt, grote mannen
meekrijgt, ja ook nog aan zijn kant krijgt. Ja, hij schopt ze later
weer weg, want wat heeft hij eraan, want hij wil het alleen maar zelf.
Dus hij wil helemaal niet dat die mensen ook nog een beetje eer krijgen,
helemaal niks. Maar goed, dat gebeurt. En dan is er een eredienst in
overtreding ingesteld. En wat hij ook bedenkt, het lukt kennelijk allemaal.
Dat is de taal van Dan. 8. En die man die in Dan. 8 omschreven wordt
is de mens der wetteloosheid. En de enige die die mens der wetteloosheid
kan verdoen, dat is de Here Jezus, met de adem van Zijn mond. Zonder
mensenhanden. Dus hij komt er met zijn vingertjes niet aan. Hij huh,
hij is weg, denk ik. Zo gaat het. Maar die mens der wetteloosheid heeft
wel de waarheid ter aarde geworpen. En hij heeft de leugen binnengeschoven.
En hij heeft mensen omgeturnd. Hij heeft leiders meegekregen. Niet alleen
Kuitert. Ja, die zegt dat er niks meer is. Niet alleen den Heyer, die
zegt: "Nee, ja, is nog wel wat, maar het offer van Jezus, dat bloed,
nee." Er zijn nog meer. En ik ben heel erg bang dat de waarheid
langzaam maar zeker uitgehold raakt en dat we niet meer mogen praten
over de Here Jezus. Dat het niet meer over Hem gaat, maar dat het over
de mens gaat. Ik schrik me soms lam. En u misschien ook. Dat is de werkelijkheid.
Maar komt dat dan toch tot z'n volle ontplooiing in onze tijd. Nee,
gelukkig niet. Want er is nog een Heilige Geest ook. En daar ben ik
heel gelukkig mee. En als je de Here Jezus kent als je Heiland en als
je Verlosser, dan is de Heilige Geest in jou gaan wonen. En dan is er
in jou een weerhouder, een soort dam, een soort muur, een soort scherm
waardoor dit niet ten volle tot je door kan dringen. Maar toch kan het
aan je ziel peuteren, kan het dichterbij komen. Het geheimenis van de
wetteloosheid werkt al, maar wordt nog weerhouden, wordt nog tegen gehouden.
Het feit dat wij hier nog zijn is een buffer voor de hele streek. Ja,
de hele streek zou je dus vanaf nu een bosje bloemen moeten sturen.
Want jij bent dan toch tot zegen voor de hele streek. Ze zien het niet,
maar ok. Ze zien het inderdaad niet, maar je bent het wel. Je bent een
zegen. Je vraagt je soms af: Wat zal ik voor kroontje krijgen. Ik ben
nooit voor iemand tot zegen geweest. He he, dat laat je raden. Waarschijnlijk
ben je veel meer tot zegen geweest dan jij vermoedt. En zelfs uit de
dingen die je niet gedaan hebt zou wel eens zegen kunnen komen. Dat
je niet meer meedeed. Of niet meeging. Of niet meer sprak zoals zij
spraken. De Here beloont, de Here beloont jou. Maar er komt een moment
dat de weerhouder weg is. Welk moment wordt hier bedoeld. Ja, opname
van de Gemeente. Het weggaan van de Gemeente, het naar de Here Jezus
gaan van de Gemeente, de Maranatha-gedachte. Daar sta ik voor 1200%
achter, als dat zou kunnen, maar voor 100% probeer ik het. De gedachte
dat de Here Jezus wegneemt. Maar als de Gemeente weg is, dan is de waarheid
weg. Dan is die buffer weg, dan is dat stukje scherm, dat stukje drempel
weg. Dan kan de duivel zijn volle gang gaan. Nou, dat is wat in Dan.
8 omschreven wordt. Wat een tijd als eer geen tegenkanting, geen scherm,
geen afdichting meer is. Wat een vreselijke tijd moet dat zijn voor
deze wereld. In Dan. 8 staat een koning uit het noorden zichzelf god
te noemen. En hij gaat de waarheid ter aarde werpen. Hij gaat een eredienst
in overtreding instellen. Hij gaat zich zetten in de tempel en hij gaat
het heiligdom te gronde richten. Dat betekent gewoon compleet verontreinigen,
helemaal kapot. En mensen die voor liepen, mannen Gods, die worden meegenomen,
die worden ook ingepakt. En tegen de Vorst van het heir, tegen hun Here,
maakt hij zich groot. Eigenwijs, God dit en God dat. Als God zus of
als God dan, dan had Hij dit of dat moeten doen. Hele arrogante taal.
We vinden hier in Dan. 8 een omschrijving van de mens der wetteloosheid.
het wordt toch tijd dat je dit leest en snapt. Want het geheimenis werkt
al. Daar komt een moment dat de leugen echt, niet alleen gevonden wordt,
maar dat dat gemeen goed is. En er zijn zelfs mensen die daarin volledig
meegaan. We leven in een hele gevaarlijke tijd. Ik vind dat Dan. 8 een
stukje profetie is, de tijd van het einde, de laatste dagen. En dat
het te maken heeft met die drieëntwintig, getal van tweeduizend
driehonderd avonden en morgens, 2300 dagen Vrijwel zeven jaar, op een
paar maanden na. U ziet, die tijd na de opname van de Gemeente. Het
is de tijd dat als de Gemeente weg is, de tijd van grote verdrukking,
zit een stuk druk in, zit een stuk overgang in. Het is niet helemaal
zeven jaar maar vrijwel zeven jaar hier. Die tijd gaat komen. En de
gelovigen die dit nu gaan zien zeggen: "Here Jezus, kom alstublieft"
en "Here Jezus, laat me alstublieft mijn buurvrouw nu nog redden.
Laat me alstublieft een getuige mogen zijn voor mijn kinderen, voor
mijn omgeving. Laat me alstublieft mogen vertellen van de Here Jezus.
Geef me morgen een kans Here." En als je morgen een kans krijgt
moet je niet Jona zijn, weglopen, vrachtprijs betalen. Dat kost altijd
geld hoor. Want je moet nog een keer, dus je moet terug, kilometers
extra. Ja, gegarandeerd, kost je altijd een prijs. Maar laat je alsjeblieft
gebruiken. Zouden we nu niet tegen elkaar durven zeggen: "Wij dan
wetende de schrik des Heren", we weten eigenlijk wat er komt, "we
willen de mensen overreden: Laat u met God verzoenen." We willen
de mensen vertellen: Geloof in de Here Jezus. Nu kan het nog. Maar ook:
We willen de mensen vertellen dat de duivel werkt. We willen vertellen
dat de mens der wetteloosheid komt. En dat dat nu al, nu al werkt. Dat
dat nu al bezig is zich te ontwikkelen. Hoeft niet invloed te hebben
in je denken, want de Heilige Geest is er. En stel je voor dat de Heilige
Geest in jouw leven uitgeblust kan zijn. Kan hè, bijbels. Je
kunt Hem bedroeven, je kunt Hem uitblussen. Je kunt ook vervuld raken.
Maar stel dat het een beetje uitgeblust is, consequentie
.. Zou
kunnen toch. En als de Heilige Geest in de gemeente uitgeblust is. Gaat
het dan nog om de Here Jezus, of gaat het dan om de mens. En als het
om de mens gaat, is dat dan niet een stukje eredienst in overtreding
tegenover her dagelijks offer. Ik heb met heel veel pijn de afgelopen
dagen meegemaakt. Ik had gehoopt dat de stemming afgelopen vrijdag anders
zou uitvallen, als u begrijpt wat ik bedoel. Ik had gehoopt dat er van
de hervormden wat meer zouden zijn die zeiden: "We doen het niet."
Ze hebben het wel gedaan. We hebben een nieuwe kerk in Nederland, 2,6
miljoen leden. Op één na de grootste, maar groter dan
de moslims staat in de krant. Wat een eer. Sorry hoor, maar zo staat
het in de krant. Ik citeerde. En over de Here Jezus hoorde ik niks.
Ik kom uit die hoek. Het doet je pijn. natuurlijk is het misschien goed
dat je elkaar niet meer bevecht. Dat had nooit gemogen, had nooit gemogen,
vroeger ook niet. Maar zoiets. Ik wil geen schuld oproepen, maar ik
zie de mens deer wetteloosheid terrein winnen. En zelfs groten gaan
mee. En dat gaat maar door. Dan. 8 is heel erg actueel. Veel actueler
dan wij vermoeden. Daniël was verbijsterd toen hij het zag. Hij
hoorde een stem van iemand. Waarschijnlijk de stem van de Here Jezus.
Maar laat ik nu even los, want dat komt in Dan. 10 terug. Maar hij hoorde
een stem, en Gabriël is de man die in Nazareth het mag zeggen:
'Hij komt", en die in Jeruzalem mag zeggen aan Zacharias, "Denk
erom, hij is de wegbereider. Diezelfde Gabriël zegt hier: "Komt
in orde". Maar dat duurt nog even. Ik ben zo blij dat Gabriël
in het NT terug komt en zegt: "En nu is het zover. En nu is het
zover. Nu komt Hij die uiteindelijk de mens der wetteloosheid zonder
handen", dus niet met eigen kracht of zo, "door de adem van
Zijn mond zal weg doen, de Here Jezus." We moeten terug naar de
Here Jezus, we moeten terug naar Hem. en we moeten de mensen vertellen
van de Here Jezus. We moeten elkaar vertellen van de Here Jezus. En
we moeten elkaar eigenlijk bevragen van: Wat was het dagelijks offer
bij jou vandaag. Ik heb het niet over de collecte, die is al geweest.
Ik heb het over je hart. Wat heb je aan de Here Jezus gegeven vandaag.
Wat hebben wij Hem gegeven. Of was het lijstje van onszelf zo lang dat
we niet aan Hem toekwamen. ik bedoel, ons gebed voor. Nou, neem maar
een aparte tijd, maar bedank de Here Jezus. Dank Hem, en laten we elkaar
vertellen van de Here Jezus. Laten we elkaar bemoedigen. laten we elkaar
opwekken om Hem te prijzen, om Hem te bejubelen, om Hem glorie en eer
te geven.
De Here zegene jullie, amen.
|
|