| |
Lezen: Dan 12:5-12
Daniël is bijna
aan het eind van zijn profetie. Hij mag wonderbare dingen doorgeven.
Hij mag vertellen. Hij mag geweldige dingen uit de doeken doen. En wij
mogen meekijken. Wij mogen a.h.w. inzicht krijgen door deze profeet,
door deze man Gods, die in het OT zulke geweldige dingen heeft laten
schrijven. En, vooruitlopend al op de volgende keer, de Here Jezus noemt
Daniël "de profeet". En als de Here Jezus hem "de
profeet" noemt, dan is het heel goed om te kijken. En juist de
dingen die in dit stukje staan worden in Matt. 24 genoemd. Dit is nota
bene de aanleiding, dat gezegd wordt dat Daniël een profeet is,
namelijk dat er een gruwel zal komen die verwoesting brengt. Juist die
dingen, juist die woorden, worden door de Here Jezus overgenomen.
We moeten ons dus voorstellen dat er een moment komt van grote nood
en van verschrikking. En Iemand die boven het water van een rivier is,
en dat vonden we in hoofdst. 10, als u dat nog even terug wilt bladeren
vindt u hem daar terug. 10:4: Op de vierentwintigste dag nu van de eerste
maand, terwijl ik mij aan de oever van de grote rivier, de Tigris bevond,
sloeg ik mijn ogen op. En zie, daar zag ik een Man, in linnen klederen
gekleed, en de lendenen omgord met goud van Ufaz. Zijn lichaam turkoois,
Zijn gelaat schitterde gelijk de bliksem, Zijn ogen waren als vurige
fakkels, Zijn armen en voeten de glans van gepolijst koper. Dat gezicht,
één en al glorie, dat gezicht wordt hier opnieuw gezien.
Het is dus één doorgaand tafereel, vanaf hoofdst. 10.
En Daniël ziet dat. Mensen die bij hem zijn schrikken wel, verbergen
zich, maar zien niet de grote glorie van Hem die daar boven het water
is. En ik heb toen, toen we over hoofdst. 10 spraken gezegd, dat dat
een beeld, een schilderij is van de Here Jezus. De Here Jezus. Het is
Daniël vergund om daar, bij de Tigris, dus in Irak, een beeld te
zien, een tafereel te zien waar de Here Jezus het middelpunt van is.
De glorie, de schittering, de pracht van de Here Jezus wordt hier duidelijk
uit de doeken gedaan. Daniël is daarvan zo onder de indruk, dat
hij bezwijmd op de aarde valt en eigenlijk geen kracht meer heeft. Rechterhand
op hem. Het is bijna Openb. 1. Het is zo bijzonder dat Daniël iets
van de glorie van de Here Jezus ziet, en daar ook naar reageert. Zoals
Johannes op Pathmos, als hij de Here Jezus ziet in glorie, ook als dood
aan Zijn voeten ligt, zo ook hier in het boek Daniël.
Nu, Daniël mag dus allerlei dingen zeggen over zijn volk, over
de eindtijd. En daar is hij nu mee bezig. En het is iedere keer opnieuw
nodig om te schetsen hoe die eindtijd er ongeveer uitziet. Is dit vandaag,
is dit morgen. In beide gevallen is het niet vandaag en ook niet morgen.
Maar het zou wel eens heel vlug kunnen gaan komen. Ik wil het opnieuw
proberen. Gelovigen, die mensen dus die de Here Jezus Christus hebben
leren kennen als hun Heiland, als hun Verlosser, hebben van God de Heilige
Geest gekregen en zijn aaneen gesmeed, horen bij het lichaam van Christus.
Ik hoop dat je daarbij bent. Dat je dit ook volmondig beaamt en dat
je ook gewoon zegt: "Ik ken de Here Jezus als mijn Heiland en als
mijn Verlosser. Ik weet: Mijn schuld is weg, mijn zonden zijn vergeven,
ik ben een kind van God, ik heb eeuwig leven." Ik probeer elke
keer te zeggen: Zonder dat niks. Ja, misschien een vroom gevoel en een
beetje interesse in. Maar feitelijk heb je niets. Alleen mensen die
de Here Jezus kennen als hun Heiland en als hun Verlosser hebben leven.
Alleen mensen die leven uit God krijgen de Heilige Geest. En alleen
mensen die de Heilige Geest hebben horen bij de Gemeente, bij het lichaam
van Christus. Je kunt duizend keer in kerkelijke registers staan ingeschreven.
Je kunt je ook laten inschrijven in weet ik veel wat voor andere boeken.
Maar de enige mogelijkheid om bij het huis van God in die zin te horen
is: De Here Jezus leren kennen. Nou, dat willen we elke avond ook kwijt.
Dat is absoluut een must. Zonder dat heb je niks, nul. En met dat heb
je alles. De Here Jezus als je Heiland, de Here Jezus als leven, de
Here Jezus als je toekomst. De Here Jezus op de troon van je hart. De
Here Jezus alleen, alleen de Here Jezus. De Gemeente waartoe jij behoort,
dus niet je burgerlijke gemeente hier op aarde van A of B of C of D,
al of niet samen gegaan of weer uit elkaar gespetterd, ik bedoel, dat
heeft er allemaal niks mee te maken, maar de Gemeente, het lichaam van
Christus, nu op aarde, gaat hier weg. En dat zou wel eens heel vlug
kunnen gebeuren. Dat zou wel vandaag kunnen. Gisteren kan niet meer,
maar vandaag kan nog wel. Dat betekent dat er dan een moment gaat komen
dat de Here Jezus een soort bevel geeft van: Kom. En de doden in Christus
zullen eerst opstaan, wij zullen veranderd worden. Ik heb dat de vorige
keer ook gezegd. De Here Jezus tegemoet. Wij, door Hem, in het huis
van de Vader gebracht. We zijn dan weg, hier vandaan. En vanaf dat moment,
staan er allerlei kerkgebouwen, en als het goed is, komt er de volgende
zondag helemaal geen mens in die kerk. Of dat zo is weet ik niet, maar
als het goed is komt er niemand. Als er wel mensen komen, dan is het
dus niet goed, dan is er iets niet goed. Namelijk, dat zijn dus mensen
die de Here Jezus niet hebben leren kennen. Maar de tijd die daarna
komt, als de Gemeente weg is, is de tijd die wij in Dan. 9 ontdekten
als een laatste periode van 7 jaren. Die gaat dan aanbreken. Als de
Gemeente weg is, is er een soort interim-periode afgesloten, een soort
geheimenis, een soort verborgenheid, een mysterie. Allerlei termen worden
gebruikt. Dat is dan over, dat is dan voorbij en dan, ja dan gaat de
laatste week uit Dan. 9 komen. Dat is een week van 7 jaren, die gaat
dan aanbreken. In die week van 7 jaren die nog komt, zal het misschien
aanvankelijk tamelijk jubelachtig zijn. Maar al heel vlug slaat de stemming
radicaal om en komt er paniek. Grote verdrukking, grote nood. En hoe
dat precies gaat zegt de bijbel eigenlijk, ja, vrij nauwkeurig. Dat
is de tijd die wij noemen: De grote verdrukking, of, zoals de bijbel
het precies zegt: De verdrukking, de grote. Verdrukkingen zijn er altijd
geweest, maar de verdrukking, de grote, is maar één keer.
En zoiets is er ook nooit eerder geweest en dat komt ook daarna nooit
weer. En als dat niet zou worden ingedamd wat de tijd betreft, dan zal
er helemaal niemand overblijven. M.a.w., het is gigantisch zwaar, het
is heel moeilijk, en het is rot om er over te praten misschien, maar
het is wel nodig. Die tijd breekt aan als jij en ik er niet meer zijn.
Gelovigen zijn dan weg. Israël bestaat. Misschien wordt er nog
gevochten om de Gazastrook. Misschien wordt er nog gedubd over de Westbank.
Misschien zijn er allerlei dingen nog aan de orde. Europa wordt zeer
machtig. We hebben gisteren ik weet niet wat voor lofuitingen allemaal
gehoord over de nieuwe lidstaten. We hebben er weer 10 bij, 25. Het
aantal kilometers is gigantisch uitgebreid, aantal inwoners ook. en,
o, het is zo super hè. Het duurt niet meer zo lang of: Wir allen
sind Brüder, en we zijn het allemaal eens en we zijn allemaal één
en we jubelen en we gaan weet ik veel wat voor dingen allemaal beleven.
Europa krijgt een steeds grotere mond, is nota bene in de bijbel voorzegd.
Europa gaat zich bemoeien met het Midden-Oosten, zal eindelijk dat appeltje
wel eens gaan schillen. Nou, dat doen ze dan. Ze trekken op. Ze gaan
met de hele goegemeente daar heen. Alle landen doen mee. We zijn immers
allemaal één. en ze gaan daar huishouden in het Midden-Oosten.
Ze krijgen de Islamitische landen rondom Israël mee. Ik heb dat
ook geschetst. Ik heb ze zelfs genoemd, die 10 koningen die daar vandaan
komen, uit de Psalmen. en ze gaan massaal Jeruzalem mores leren. Dat
wordt een enorme vreselijke druktijd. Dat is de grote verdrukking die
voor Israël hele, hele barre tijden zal gaan opleveren. Ja, daar
heeft de Here Jezus het over in Matt. 24, of Luk. 21, het is maar wat
u pakt. Daar heeft Daniël het over, hier in hoofdst. 11. Daar heeft
Ezechiël het over, daar heeft Jesaja het over, daar heeft Jeremia
het over. Daar hebben de profeten het over. En Zacharia is heel precies
daarin. Jeruzalem omringd door legers, stad ingenomen. Nou, marteltoestanden,
vrouwen geschonden, van alles. Alles wat maar denkbaar is gebeurt dan.
En Daniël heeft het daar ook over. Maar, er was voorzegd dat er
een herstel zal zijn voor Israël. Maar een herstel, dwars door
loutering, dwars door oordelen heen. En dat herstel voor Israël
zal pas inhoud krijgen als die tijd van grote nood, als die tijd van
grote verdrukking voorbij is.
Nu zegt de bijbel, in Openb. 11, daar gaat het over twee getuigen die
daar in Jeruzalem profeten, die twee olijfbomen die daar zijn, nou,
die ene olijfboom, dat is het koninklijk element, en de andere olijfboom
is het priesterlijk element. Dat mag ik zeggen omdat die beide olijfbomen
ook in het boek Zacharia genoemd worden. De koning en de priester. De
koning is degene die van God uit, en de priester is die van ons uit
naar
., Dus, de priester is degene die van ons uit naar God gaat,
en de koning die is van God naar ons. Dit zijn de beide elementen die
dan zichtbaar zijn. Dus, dienst naar de Here God toe, lofprijzing, aanbidding,
grootmaking, dus van hier uit naar Hem en van Hem uit naar hier. Die
twee olijfbomen, volgens het boek Zacharia, die staan dan ineens in
Jeruzalem. Dat zijn die twee getuigen. Sommigen zeggen dat dat Mozes
en Elia zijn. Ik denk niet dat het om Mozes en Elia zelf gaat. Maar
wel dat de karaktertrekken van dit getuigen wat Mozaïsch zijn,
zoals Mozes sprak, met aankondiging van plagen, met duiding van het
gaat niet goed, water in bloed veranderen bijvoorbeeld, dat wordt ook
in Openb. 11 genoemd. En het heeft ook iets van Elia die ja, vuur uit
de hemel liet komen. En ja, dat zal in die tijd ook gebeuren. Alle agressie
richt zich op die twee getuigen. Het beest uit de afgrond, demonie,
duivel, satan, dat beest uit de afgrond laat alle tanden zien, alle
agressie zien om die twee getuigen om te brengen, want dat lukt aanvankelijk
niet. Totdat de tijd van hun getuigen voleindigd is. En dan worden ze
gedood. Nou, dan hebben ze er een feest. We kunnen ons daarbij iets
voorstellen. Als Saddam toch in de handen valt van de coalitietroepen,
ha, dan hebben wij een feest. Nou, zoiets hè. Dan worden er foto's
rondgestuurd. De beelden van de televisiestations worden wereldwijd
verspreid. En iedereen jubelt van: Nu is eindelijk de macht aan de mens.
Die twee lastige getuigen die zijn voorbij. Die twee die maken deel
uit van een heel koor, een hele groep getuigen, namelijk die 144.000,
en die gaan die tijd, die tijd van grote nood profeteren. En dat helpt
nog ook. Ook al is de agressie van de tegenstander gigantisch, en gaan
ze verschrikkelijke dingen doen, er komt een grote schare die niemand
tellen kan uit die tijd. Een grote schare die niemand tellen kan. Wij
zijn al blij als ere iemand tot bekering komt, grote schare die niemand
tellen kan. Ze komen uit elk geslacht en taal en volk en natie. Een
geweldige evangelisatiedrang door die 144.000 getuigen. Door die getuigen,
die twee die daar in Jeruzalem echt overeind blijven en, ja, de camera's
zijn op hen gericht, dus ze zeggen het dan toch. het wordt verspreid,
het wordt uitgedijd. Alles werkt mee, dat is die tijd, een enorme verschrikkelijke
druktijd breekt aan. En als die twee getuigen omgebracht zijn, ja, dan
hebben ze een soort trofee. Dat mag ook niet begraven worden, dat moet
blijven liggen, dat moet getoond worden. Daar moet je wat mee doen.
Dat moet de wereld in, dat moet iedereen zien. En ze staan op na 3½
dag volgens het boek Openbaring, hoofdst. 11. Ineens staan ze op hun
voeten en sst: Kom hierheen op. Nou, daar gaan ze. Zoals wij gaan als
de Here Jezus een bevelend roepen gaat laten horen: Daar gaan we. Zo
gaan zij dan, met z'n tweeën, in een wolk, ja, ook in een wolk,
wij worden ook in een ogenwenk in wolken weggevoerd, de Here tegemoet
in de lucht, maar in de wolk, sjechina, de wolk van glorie, de wolk
van heerlijkheid, zo gaan wij ineens, zo gaan ook zij dan naar de Here.
Ja, en dan ontstaat er toch een lichte paniek, want daarna komt de Here
Jezus. Niet om ons te halen, dat was al zo, maar om hier op aarde te
heersen, om hier Koning te zijn, om hier macht te vestigen. Mensen uit
het Joodse denken, die vinden dat een Messias eigenlijk iemand moet
zijn die de vijand eruit jaagt en die orde op zaken stelt en die het
allemaal even recht zet, die alles weer recht breidt wat wij allemaal
krom gebreid hebben. Nou, dat is een Messias. Nou, dat komt. Joden kunnen
heel moeilijk geloven dat de Messias, onze Here Jezus, via lijden, via
een weg van kruis en zo en verwerping, dat dat via die route moet. Dat
is heel moeilijk voor ze. Die moeten echt Jesaja 53 leren lezen. En
juist daardoor leren ze ook de Here Jezus kennen. Ik hoop het, want
bij velen gebeurt dat ook, langs deze route.
Maar de Here Jezus, Hij komt dan uiteindelijk terug. En nu, in dit boek
Daniël, hoofdst. 12, hij ziet opnieuw de Here Jezus. En aan weerszijden
van een rivier zijn dus twee wachters, of twee herauten, of twee strijders,
of misschien twee aartsengelen, of in elk geval, mannen. Twee staan
daar, en de één vraagt: "Wanneer is het einde van
deze wonderbaarlijke dingen. Wanneer gaat dat allemaal in vervulling?"
En er wordt opnieuw een tijd genoemd: Tijd, tijden en een halve tijd.
We hebben, toen we Dan. 7 hadden, al gezegd, daar komt die uitdrukking
ook al voor, tijd, tijden en een halve tijd, al gezegd dat het woord
tijd, hier in het boek Daniël één jaar is, tijden
twee jaren dus. Tijd en tijden, drie jaar totaal. En een halve tijd,
een half jaar. En het merkwaardige is dat dat helemaal spoort met het
boek Openbaring, waar precies geduid werd hoe lang die tijd gaat duren,
namelijk 42 maanden. Het is voor u niet moeilijk om uit te rekenen,
dat 42, 3½ jaar is. 42 maanden is 3½ jaar. En daar wordt
een andere tijd nog genoemd, 1260 dagen. Als u bedenkt dat een maand
30 dagen heeft in het hele bijbelse denken, dan weet u ook dat u weer
op 42 maanden uitkomt, dat u weer op 3½ jaar uitkomt. Hier tijd,
tijden en een halve tijd. M.a.w., het gaat steeds om dezelfde periode.
De helft van die jaarweek van Daniël, jaarweek dat was een periode
van 7 jaar, op de helft daarvan wordt het dagelijks offer gestaakt.
En er wordt een overtredingsdienst, een soort demonische dienst ingesteld,
en iedereen moet meedoen. U kunt zich nu voorstellen dat als mensen
het merkteken van het beest niet hebben, dus niet mee willen doen, niet
de code willen instoppen, niet hun kaart met een magneetstripje er in
willen duwen, rechterhand, voorhoofd, hoe je het ook zeggen wilt, als
je niet mee wilt doen, heb je echt een probleem. Dan val je op, zoals
in het boek Daniël drie mannen zeiden: "We doen niet mee",
in Dan. 3, weet je dat nog, die vurige oven die was heet gestookt. Een
er was een beeld en iedereen knielt als er muziek is en als er een bevel
komt, dan moet je en dan ga je. Nou, wee je gebeente als je daar dan
overeind was. Als alles knielt dan val je echt op hoor, als je nog staat.
Normaal ook al een beetje misschien. Maar ja, als iedereen staat, en
jij staat ook, dan valt dat niet zo op. Maar als iedereen plat ligt,
dan valt het wel echt op. De drie vrienden vielen op. Is het met opzet
dat jullie niet knielen. Ja, het is met opzet koning, wij knielen niet
voor uw beeld. We gaan niet knielen. Nou, vonnis is geveld, daar ga
je dan. Lig je met broeken en mutsen gebonden, ik weet niet meer hoe
dat er precies staat, in het vuur geworpen. Dat is die tijd. Dat is
geschetst hè. Dat Dan. 3 is een soort voorbeeld van hoe dat dan
gaat. Als je in die eindtijd niet meedoet. Als je niet meegaat met de
eredienst in overtreding ingesteld. Als je niet meedoet met de hele
goegemeente om weet ik veel wie te prijzen, maar God niet meer te prijzen.
Als het dagelijks offer, dat betekent het bidden, niet meer gebeurt,
en ook dat vind je in voorbeeld terug in het boek Daniël. Daniël
bad drie keer per dag, een dagelijks offer, maar, mocht niet meer. Op
een bepaald moment wordt er een stok voor gestoken. En ze betrappen
hem. Ook in de leeuwenkuil, weg. Dat is die tijd. Je mag niet meer bidden.
Je mag niet meer een persoonlijke relatie met de Here God hebben. je
mag niet meer lofzeggen. Je mag niet meer zeggen dat Hij de ene, de
enige, de enige en de allesomvattende is. Dat mag niet meer. Dat is
over. Dat is die tijd. Maar in diezelfde tijd is er een alternatief.
Er moet altijd een alternatief zijn. Nou, dat alternatief, dat zal te
maken hebben met de glorie van de mens, of met wat mensen kunnen, of
wat mensen bedenken, of wat mensen allemaal nog zouden willen uitvoeren.
Maar er komt iets als een afgodsbeeld. Dat is een gruwel. Zo wordt het
hier genoemd, een gruwel die verwoesting brengt. Een gruwel is altijd
een afgodisch iets. Iets wat met een afgod te maken heeft. Daniël
voorzegt dus, dat in die verschrikkelijke eindtijd, als het dagelijks
offer gestaakt is, als de Here God niet meer gediend wordt, en er een
alternatief is om God te dienen, en je wordt gedwongen om mee te doen
met dat alternatief hè, dat in die tijd verschrikkelijke dingen
gebeuren. Want je valt dan door de mand. Je gaat echt opvallen als je
niet meedoet. En dat heeft ook consequenties. Je kunt niet kopen, je
kunt niet verkopen, je bent gewoon uitgerangeerd, je bent gewoon uitgepraat
in het hele economische circuit. Nou, het duurt niet meer zo lang, dan
hebben we dit gewoon concreet. Steeds minder mensen gaan cash betalen,
het is allemaal elektronisch. Nou, je houdt je hart vast. Alles is bijna
elektronisch, de macht van de mens wordt steeds groter. En, ja, vroeger
hadden ze van die termen: Big brother is watching you, zo'n soort alziend
oog boven je. Nou, dat is zo. Ik bedoel, ik heb zo'n navigatiesysteem
in de auto. ik heb het misschien al een keer gezegd. En je rijdt hier
naar toe en je rijdt hier voorbij dan zegt hij: "omkeren".
Ik bedoel, dan ben je ook nog geen 10m te ver. En dan zeggen we: "Ja,
dat is toch wel makkelijk hè, dan kom je heel makkelijk op het
goeie adres." Dat is waar. Maar je houdt je hart toch vast. Het
is toch zo, je wordt door 5 satellieten in de gaten gehouden. Ik heb
verbinding met, volgens het schermpje, verbinding met 5 satellieten.
Andre Kuipers is al terug, dus die doet het niet meer. Iemand anders
doet het dus kennelijk. Maar zo is het met alles. Alles, alles is zich
aan het concentreren. het is gigantisch spannend hè, het is gewoon
heel moeilijk aan het worden voor mensen. Als je daarover door denkt,
dan denk je: Ja, alsjeblieft. In IJsselmuiden is een gemeente, een aan
de Hervormde Kerk verbonden gemeente, ja nu niet meer waarschijnlijk,
want die zullen wel apart zijn gegaan nu. Maar die willen nog geen Euro.
Die hebben nog gewoon het Nederlands geld. Ja, Nederlands geld, dus
nog tientje en zo, 25 en 50 en 100. Nou, dat kan nog een poos, tot 2032
of zo, nou ik weet niet meer precies, daar is een datum voor in elk
geval. Maar ze doen net nog, zij willen die Euro niet. Nou, en dan gaan
ze ruilen en dan gaan ze dus elkaar helpen. Nou, de boer die levert
zijn spullen en nou ja, zo gaat het een beetje. En u denkt: wat een
stel apartelingen is dat daar in IJsselmuiden. Nou, dat klopt wel, maar
ik begrijp het wel. Ik ga niet met ze mee helemaal, maar ik begrijp
het wel. Het komt zo ver dat je je alleen voelt en dat je helemaal alleen
staat, omdat je niet meedoet. Omdat je niet mee gaat. Ik bedoel dus
niet te zeggen dat je je Euro's nu moet inleveren en dat je weer guldens
moet gaan gebruiken. Maar ik bedoel wel te zeggen: "Het hele systeem
om ons heen, ook al maken we in de volstrekte zin die tijd niet mee,
want we zijn eerder opgenomen, we zijn eerder weg, we zijn bij de Here,
maar dat hele systeem is gereed. Als dat er doorgedrukt wordt, dan is
er dat, allemaal klaar, is het helemaal in gereedheid gebracht. De hele
boekhouding is dan perfect in orde."
Maar goed, die tijd beschrijft Daniël. De tijd van grote nood,
de tijd die 3½ jaar duurt, 1260 dagen, 42 maanden, tijd, tijden
en een halve tijd, een verschrikkelijke tijd. Voor wie is het met name
heel erg moeilijk, voor Israël. Ze hebben het nu al moeilijk. En
hoe dat gaat, politiek, met Sharon, ik weet het niet. Hoe dat afloopt
vandaag: Weet ik niet. Ik weet alleen dat er een aanslag was vanmorgen,
heb ik gehoord via de radio, vandaar. Ik weet ook dat er een tegenactie
is gedaan nu, dat er weer raketaanvallen zijn geweest. Of dat de stemming
gaat beïnvloeden over die nederzettingen daar in de Gazastrook
weet ik ook niet. Ik laat dat ook los, want ik hoef de politiek van
meneer Sharon niet te verdedigen, echt niet. Maar wat ik we zeg is,
dat de spanning toeneemt. Dat het bijna om te snijden is, dat het alleen
maar erger wordt. Dat het vreselijke consequenties kan hebben. Maar,
dat is nog niets vergeleken bij, als daar een godsdienstig stelsel is
waar iedereen in mee moet gaan en Jeruzalem dus eigenlijk van de kaart
geveegd moet worden. Want dat gebeurt, uiteindelijk. Nu, wil men in
feite nog wel, de Joden een beetje ruimte laten. Algemeen gezien is
ere nog wel wat ruimte voor de Joden. Niet te veel alstublieft, maar
wel wat. Maar dan is er überhaupt geen ruimte meer. helemaal niets.
M.a.w., die druk voor Israël wordt alleen maar groter. En het anti-Joodse
denken, nu al merkbaar in Nederland, in percentages heel erg hoog, en
in Frankrijk, dat wordt alleen maar erger. De Joden die moeten de Middellandse
Zee ingeduwd worden, of ze moeten helemaal weg, maar niet daar, want
daar stoken ze alleen maar onrust. Dat is de politiek. Die politiek
hoor je nu al, achter de geluiden, achter de woorden van de politici.
Maar dan is het echt zo geworden. En als het heel erg banaal is, dan
gaat de Here Jezus terug komen. Dan komt Hij. Hij komt in Jeruzalem.
Hij komt op de Olijfberg. Hij gaat verschijnen in glorie en in heerlijkheid.
En dan zien ze. Daniël zag Hem nog boven het water van de Tigris,
want hij was in de Tigris. En Israël was toen in ballingschap in
Irak. Zaten daar, want Jeruzalem was in die tijd verwoest. Er was helemaal
geen tempel in Jeruzalem. Maar in die tijd, in de tijd van de toekomst,
in de tijd van de grote nood en die grote druk, verschijnt de Here Jezus,
en Hij, in glorie, zoals hier in Dan. 10 omschreven, zo wordt de Here
Jezus dan zichtbaar. Nou, iedereen is verbaasd als ze Hem zullen zien.
Die tijd zal de zegen voor Israël opnieuw te vinden zijn. Maar
ze zullen erkennen dat ze fout geweest zijn. Ze zullen zeggen: "Wij
waren fout. We hebben gezondigd, we hebben het niet goed gedaan."
Ze zullen zien op Hem die doorstoken werd. Ze zullen zien de handen
van die Messias die geleden heeft. Ze zullen vragen: "Wat zijn
dat voor wonden." En ze zullen zich bekeren, ze zullen tot God
keren. En God doet dat ook, bewerkt dat ook. God zendt een Geest van
genade en van gebed. Dat doet de Here God om ze terug te brengen. Het
is onvoorstelbaar wat er gebeurt in die tijd. En er zijn talloze profetieën
die daar prachtige dingen over zeggen. Ik moest me gisteren bezig houden
met het boek Nahum, gisteravond. Ik heb het gedaan, dat was voor de
komende dagen. Maar in elk geval, Nahum, ik had er nog nooit over gepreekt.
Wel een paar keer gelezen, maar ik denk: Ja, wat moet ik daarmee. Maar,
heerlijk. Oordeel over Ninevé, maar ineens een enorme beam van
herstel voor Juda en herstel voor de 10 stammen, schitterend herstel.
En de Here zegt: "Ik doe het, omdat Ik de Here ben, want zo ben
Ik." Het is zo prachtig als je ziet hoe de plannen van God, dwars
door het lijden heen, dwars door het vuur heen, zegen voor Israël
gaan brengen. Zegen voor het oude beloofde volk. Het is zo prachtig
om dat te ontdekken. Daniël is daar een spreekbuis van. En, dat
komt omdat er iemand is die zweert, Die Zijn hand, Zijn linker- en Zijn
rechterhand naar de hemel opheft, en zweert bij Hem. het is waar, het
is waar, Hijzelf zal het doen. Ik ga dit allemaal waar maken.
Daniël hoorde het wel, maar begreep het niet. Ik kan me voorstellen
dat Daniël duizend vragen had. Dat hij het wel aanhoorde, maar
het niet kon begrijpen. Deze dingen blijven verborgen en verzegeld tot
de eindtijd. En dan worden een paar categorieën genoemd. Velen
zullen zich laten reinigen en zuiveren en louteren. Maar de goddelozen
zullen goddeloos handelen. Dat betekent dat er in die eindtijd velen
zullen zijn die zich zullen laten reinigen en zuiveren en louteren.
Louteren betekent dus dwars door het vuur heen. Reinigen dat betekent
dus opruimen van wat niet goed is. En heiligen, het is een ja, een heel
bijzonder iets, dat er in die tijd mensen zullen zijn die gaan zoeken
naar de Here. Die zijn er nu ook. En je weet niet hoe. Ik kom net uit
een samenkomst rennen en iemand zegt: "Ik had van de week een aanrijding.
het was mijn schuld weliswaar niet, maar het was toch een aanrijding.
Een jongetje werd geschampt door een auto, door zijn auto." Hij
naar die mensen toe. Joodse mensen. Gesprek, nog meer gesprek, nog meer
gesprek, nog meer gesprek. Samenkomst vanmiddag, Joodse mensen waren
er. Ja, je denkt: Moet ik daarom nu een jongetje scheppen? Het is gelukkig
heel goed afgelopen. Alleen maar wat schaafwondjes. Dus het ging lichamelijk
heel goed, maar toch. Ineens zitten ze daar boordevol met vragen. Is
een nieuw gesprek gepland. Joodse mensen. Hoe zou de Here dit allemaal
gaan bewerken. Ik weet het niet. Hoe kan, er is een kaartje, ik heb
het de vorige keer misschien gezegd, dat weet ik niet helemaal zeker.
Johan Schep schreef een briefje, een kaartje: 26 mensen gedoopt in Eilat.
Hoe kan dat nou. We horen ook wel eens van 300 in één
keer in India, maar 26 in Israël, ik vind het een knap aantal.
Toch, hoe komt het dat er wereldwijd interesse is bij Joodse mensen
naar het evangelie, dat ze daarnaar vragen. Hoe komt het, hoe kan het.
Omdat de Here God een Geest van genade en van gebed gaat werken en bewerken.
En dat gaat in die eindtijd ook gebeuren. Velen zullen zich laten reinigen
en zuiveren en louteren. M.a.w., velen zullen zich laten zuiveren en
reinigen en louteren. Die zeggen: "Here, wij willen voor U gaan
leven." Zoals op de pinksterdag toen de Heilige Geest werd uitgestort
ineens 3000 Joodse mensen en een paar dagen later 5000 Joodse mensen
tot bekering waren gekomen en ineens voor de Here gingen, zo zullen
ze dan voor de Here gaan. Ze zullen zien op Hem die doorstoken werd,
ze zullen vragen: "Wat zijn dat voor wonden", ze zullen zich
bekeren, ze zullen de Here Jezus
..velen. Wat een geweldige, geweldige
zegen dat de Here Israël opnieuw in Zijn plannen betrekt en opnieuw
die enorme druktijd daar a.h.w. aangrijpt om tot loutering te komen,
om tot verandering te komen, om mensen bij Hemzelf te brengen, en mensen
de Here Jezus te vertonen. Zoals Daniël hem zag, zo zullen daar
massa's mensen Hem zien. Hier was het nog individueel. De mensen om
Daniël heen die zijn weggekropen, maar dan, dan zullen ze zien
Wie Hij is. Dan zullen ze die geweldige glorie van de Here Jezus ontdekken.
Hij komt uit de hemel en alles buigt en alles schittert. Ik denk ook
dat de claxons van die hemelwagen heel erg goed zijn, de bazuinen, en
de toeters en de bellen zullen werkelijk rinkelen. Alles rinkelt, want
de Here Jezus komt. Hij komt uit de hemel, en op een geweldige manier
zal de Here Jezus Zijn aankomst, Zijn komen laten weten. De herauten
van de Koning zullen daarop staan te wachten. Velen zullen zich laten
reinigen. Nou, ik hoop ook eigenlijk dat dat vandaag ook gebeurt. Als
je nu al denkt aan de komst van de Here Jezus, en het gaat hier over
Israël, nadrukkelijk hoor, over die tijd, over Israël, velen,
dan hoop je dat je vandaag ook al mensen tegenkomt die hetzelfde doen.
Paulus heeft ook hetzelfde gezegd. Wij dan wetende de schrik des Heren,
overreden de mensen: Laat u met God verzoenen. De druk wordt gebruikt
om
. En onze kerkvaders zeiden: "Het bloed van de martelaren,
dat is het zaad van de Kerk." M.a.w., de druk, de loutering, de
moeite, dat was winst, dat was gewoon pure winst. Maar we kennen de
druk niet meer en we willen de druk ook eigenlijk niet meer. We hebben
het een beetje afgekocht. Wij willen eigenlijk niks meer. Een easy going
system. Een heel simpel gewoon kabbelend leventje zonder enig probleem.
Ik ook hoor, ik ga niet boven je staan. Ik wil niet de vervolging. Niemand
wil vervolging. Als je leest van hoe dat ging vroeger in Oost-Europa,
of als je leest hoe dat nu nog gaat in delen van Soedan, of in China,
of andere oorden ergens in wereld, dan denk je: Alsjeblieft, nee dat
niet. Ik weet het. En je hoeft ook nu niet te zeggen van: "Here
God, hoe zou ik ook ooit zo'n druktijd door komen." Dat zullen
die mensen ook niet gevraagd hebben. Alleen op het moment dat ze er
in zijn zal de Here je daar doorheen helpen. En hoe helpt Hij je daar
doorheen? Omdat je mag zien op Hem. Omdat je iedere keer naar Hem kijkt.
Kijk maar, kijk maar naar Hem, die zulke tegenspraak van de zondaars
tegen Zich verdragen heeft, opdat gij niet moe wordt en in uw ziele
bezwijkt. Iedere keer ga je echt prachtige dingen ontdekken van de Here
Jezus. Iedere keer is Hij het Zelf die je hart gaat vullen en die je
leven gaat veranderen.
Velen. En van die velen zijn er ook verstandigen. Onder die velen zijn
ook verstandigen. En dat zijn de mensen, en die heb ik de vorige keer
al geduid, de maskilim, degenen die van God uit geleerd zijn. Die aan
de voeten van de Here hebben gezeten en die ja, a.h.w. les gekregen
hebben van de Here Zelf. En die velen die zullen ook in verstandigen
uitmonden. Maar goddelozen zullen het niet verstaan. En daar ligt nu
ook vandaag het verschil. Ik kreeg een vraag over: Hoe gaat het nu met
die samenwerking in de kerken. Ik weet het wel, daar kun je ook weer
boom en discussie over opzetten. En ik moet dat niet doen. Daar heb
ik ook eigenlijk geen boodschap aan. Ik doe dat ook niet. Ik heb alleen
dit gezegd: "Als Johannes, uit het boek Openbaring, de tempel moet
meten, en het altaar moet meten, en die daarin, in die tempel, aanbidden,
moet meten, dus eigenlijk een soort meetlat moet leggen bij die lui,
en bij de dienst daar, en bij het gebouw, dan moet hij eerst het boekje
eten uit de hand van Hem die daar boven het water stond. En als je het
boekje niet eet, dan heb je ook geen norm." De hele wereld staat
bol van de term normen en waarden. Maar wat die waarden dan zijn zegt
geen mens. Ja, lief doen voor de buren en elkaar verklikken, als het
kan, op sociale fraude en dat zijn ongeveer de, sorry hoor, de normen
en de waarden. ik heb het natuurlijk veel te kort door de bocht gezegd,
maar daar komt het wel ongeveer op neer. Maar, als nu, laat ik maar
zeggen, misschien kunt u zich dat herinneren, in Openb. 10 staat iemand
met de voet op het water en met een voet op de aarde, en die heeft in
Zijn hand een boekje. En Johannes krijgt te horen: Je moet het boekje
gaan eten. Dat boekje dat wordt in je mond zoet, maar dat wordt in je
buik bitter. Dat zoete is van: Ja, maar Hij komt. Ja, maar als je dit
gaat eten. Ja, het is Uw toekomst. Ja, maar op hetzelfde moment, dan,
als het in de spijsverteringsorganen komt, als dat wat zakt, als het
wat uitwerkt in je denken, dan krijg je het gevoel: Ja, ja, ja, maar
dan mag ik wel eens naar de buurman gaan. Of, hoe gaat het dan met die
en hoe gaat het met dat en hoe loopt het af. Dan begint de spanning
al toe te nemen, het is alsof je de bitterheid proeft, alsof je dat
gaat voelen. Dat is ook zo. Maar Johannes krijgt dat boekje en eet dat
op en het is in zijn mond zoet, het wordt bitter in zijn diepere, verdere
verwerking. En dan krijgt hij een meetlatje. je kunt alleen maar meten,
je kunt alleen maar wegen, als je het boekje gegeten hebt, als je dat
neemt wat God als norm aanreikt. Niet jouw gevoel. Want mijn gevoel
zegt, bij Paulus bijvoorbeeld: "Ik moet de gemeente van God maar
vervolgen." Dat zei zijn gevoel. En hij deed het ook. Hij had er
een goed gevoel bij. Maar het was wel fout. Het goede gevoel van vandaag
zegt dus helemaal geen lor. Als mensen vandaag zeggen: "Daar heb
ik een goed gevoel bij.", zeg ik: "Ja ja, hé hé,
daar kun je een heel eind mee komen. Maar de vraag is wat het woord
van God zegt." En ik hoef niet mensen te veroordelen omdat ze voor
of tegen de kinderdoop zijn. Dat is mijn punt niet. Maar mijn punt is
wel: Ze kunnen niet goddeloos zijn. Wie is de Here Jezus voor je. Dat
is het meetlatje. En, bij het altaar, gaat het daar om het ik van ons,
om ons gevoel, of gaat het daar om, God de eer geven. En het huis van
God, is dat het huis waar de Here troont, waar Hij alle eer krijgt,
waar Hij alle glorie krijgt, waar het om Hem gaat, of is het een huis
waar de mens alles is. Gisteravond een naar telefoontje: Mevrouw zegt:
"Het gaat niet goed in onze gemeente. Want die en die, nou ja,
die ken ik dan een beetje." Ik zeg: "Mevrouw, ik zou geen
details gaan zeggen, ik heb geen zin." Maar in het huis des Heren
is die en die bezig om dat en dat te doen. En het hele kippenhok is
aan het kakelen. Iedereen kakelt en niemand legt nog een ei. Dat is
een term van mezelf, maar ja, nou, van vroeger. Maar er niemand meer
die nog enig stukje zegen doorgeeft, iets voor de Here Jezus, helemaal
niks. Iedereen is bezig met de moeilijkheden en met de situatie van
vandaag. Nou, als dat drie weken zo doorgaat is de zaak mors- en morsdood.
Sorry hoor. Dat gaat heel vlug. Want als jij drie weken lang niks te
eten krijgt, ik weet niet of er dan nog. Nou ja, je zegt: "Dan
heb ik nog de cafetaria, en ik heb nog de chinees om de hoek en ik weet
het wel." Maar even geestelijk gezien. Stel nou eens dat je en
zondag, en zondag en zondag niks krijgt. Wat ga je dan doen. Dan ga
je toch geestelijk, daar ga je toch stuk aan. Daar ga je toch echt in
verkommeren. Dat kan toch niet anders. Als je niks van de Here Jezus
krijgt, dan gaat het toch niet goed. Dat gaat niet goed met je. Dus
je moet wat van de Here Jezus horen. En als het goed is een flinke portie.
Maar goed, als je wilt meten, als je anderen wilt beoordelen, kun je
dat alleen maar doen met het boekje te eten. Dat is Openb. 10.
Hier: verstandigen. Verstandigen zijn mensen die door God geleerd zijn.
En die staan tegenover goddelozen die niet willen. Dat kun je wel. Je
kunt aan weet ik veel wie vragen: "Wat denkt u van de Here Jezus."
En ik weet, het is ook een beetje in om vaag te zijn. We zijn niet meer
zo duidelijk. Vroeger wisten we alles precies en nu zijn we misschien
de antwoorden een beetje kwijt. Maar als Catherine Keyl, ik noem maar
één, één term die heel erg bekend is geworden
door de EO-programma's, zegt: "Ja, met God heb ik wel iets, maar
met Jezus, ik weet niet wat ik daar mee moet", dan zeg ik: "Alsjeblieft.
Voor mij is dan, als ik het maatlatje van de bijbel neem, sorry, te
licht bevonden." Ik citeer Nahum, ligt nog een beetje vers van
gisteravond. Nahum zegt: "Ninevé, te licht." Daniël
zegt: "Te licht", Dan. 5. Is dit katterig, is dit nu veroordelend.
Nee, dit is niet veroordelend. Het gaat niet om of u nu daar zit of
daar zit of daar zit. Het gaat om of je Hem kent ja of nee. En als je
denkt dat je daar moet zitten of daar, nou, dat is jouw zaak. Voorlopig
is dat zeker niet mijn zaak. Maar de vraag is wel: Is de Here Jezus
alles voor je. Gaat het in jouw leven om Hem of gaat het om ons of wat
dan ook. Verstandigen, dat zijn mensen die de Here Jezus Christus hebben
leren kennen en die het woord van God eten. Die aan de voeten van Hem
zitten en die ook in staat zijn Gods norm, Gods meetlat te hanteren.
Dat is niet mijn gevoel, want dat bedriegt, maar dat is Gods norm.
Verstandigen. Goddelozen die wijzen alles af en verstandigen die zullen
het verstaan. En dan gaat het verder met wat ik eigenlijk al geciteerd
heb, dat het ja, tot 1290 en tot 1335 dagen gaat. Nou, dat is een hele
grote moeilijkheid, dat snap ik, als je tijd, tijden en een halve tijd
op 3½ jaar zet. Als je 1260 dagen, Openb. 11, 42 maanden, Openb.
11, op 3½ jaar zet, 1260, 3½ jaar. En dan kom je ineens
hier bij Daniël met twee getallen erbij, 1290 en 1335. Ik weet
dat het dan heel moeilijk wordt. En ik ga u ook niet opzadelen met alle
meningen die er zijn, maar die zijn er talrijk inmiddels. Maar ik denk
dus dat het dit is: Die 3½ jaar, dat is de tijd van de grote
nood. Dat is de kern van de grote verdrukking. Valt in een periode van
totaal 7 jaar, maar het laatste stuk daarvan is een hele moeilijke tijd.
In die tijd openbaart de antichrist zich ten volle. Openbaart het beest
uit de zee zich ten volle, en het beest uit de afgrond. Alles werkt
dan samen. Alles bundelt, alles, alles is samen en gaan te keer om Israël
gewoon helemaal uit te roeien, radicaal. Dat lukt niet, want de Here
komt. En jij en ik zeggen: "Wij moeten nu de Here Jezus gaan vertellen."
Maar die periode van druk wordt afgesloten. Zalig is hij die 1290 bereikt.
Dat betekent dus, er zal nog een soort overgang zijn en daar zit naast
de overgang nog een periode en daar, daar begint dan eigenlijk het 1000-jarig
vrederijk pas ten volle. Of dat de tijd is van het oprapen en het begraven
van alle lijken. Enfin, al die termen die vindt u ook nog terug in de
bijbel. Dat is heel moeilijk hoor, in het boek Ezechiël, maar daar
gaat een gigantische druktijd komen. Maar daarna komt er een periode
van overlap en van herstel, van opruimen en van opnieuw beginnen. Nu
kun je zeggen: "De Here kan dat toch pats boem, draai om de knop,
één keer met de handen knippen, of één woord
spreken en het is allemaal geregeld." Dat zou kunnen. Maar ik denk
dat we hier te maken hebben met pure menselijke berekeningen, van er
zit een stukje tijd na die druktijd, voordat de gevolgen van het regeren
van de Here Jezus merkbaar zijn, voordat het echt overal zichtbaar is.
Conclusie: De Here Jezus komt om te heersen. De Here Jezus komt om te
regeren. Vraag: Zou de Here Jezus nu in jouw hart die plaats al hebben.
De Here Jezus kennen als je Heiland, als je Verlosser is één.
De Here Jezus kennen als de Heer van je leven is twee. Verlossing heeft
te maken met jouw probleem. Jij moet verlost. Maar Hem kennen als de
Heer is een andere kwestie. is niet jouw probleem, is jouw keuze. Zou
je nu tegen de Here Jezus kunnen zeggen: "Here Jezus, ik wil U
leren kennen. Ik wil tot die verstandigen gaan behoren." het woord
maskilim. Ik heb de vorige keer gezegd: "Dat heeft te maken met
die maskilim-psalmen, met die onderwijzingen, die leerdichten, Ps 32,
42, 43, die hele rits Psalmen gaan daar over." maar zou je nu tegen
de Here Jezus willen zeggen: "Here Jezus ik wil U graag leren kennen.
En ik wil U ook de ruimte geven." Vroeger was er geen plaats voor
de Here Jezus in de herberg. En Hij had ook verder niks. Het enige wat
Hij had was een soort bovenzaal. Mijn herberg noemt Hij dat. Daar was
Hij Heer, daar heeft Hij verteld. Daar heeft Hij geweldige dingen uit
de doeken gedaan. Zou je de Here Jezus nu die plaats willen genen. Zou
je tegen Hem willen zeggen: "Here Jezus, kom in mijn hart."
Niet om Hem te leren kennen als je Heiland. Ik hoop dat dat gebeurd
is. Maar kom in mijn hart, woon in mijn hart, woon in mijn leven. Heers,
zit in de troon. U hebt het voor het zeggen. Het is zo makkelijk te
zeggen, maar je moet zelf van de troon. Dat is vaak heel moeilijk. En
er zijn momenten dat je dat goed lukt. Dat je zegt: "Here Jezus,
U zit er en U mag er zitten." Maar er zijn ook momenten dat je
er zelf weer naast gekropen bent en misschien wel denkt: Here, nu wil
ik het zelf wel even wat regelen. Ik wil gewoon naast je gaan zitten.
Zouden we nu, na vanavond, durven zeggen: "Here Jezus, dat gaat
in de toekomst gebeuren. Ja, maar dan komt U en dan buigt alles en dan
ja, alles is voor U. En Israël gezegend, een zegenkanaal op z'n
best. Beter kan niet. En nu, nu zijn wij hier op aarde en we willen
U Here Jezus in de troon zetten. En we willen U tot het centrum maken
van ons denken. We willen U gebruiken en die zegenstraal die komt vanuit
ons hart, die zal ook door de buurman ervaren worden." Dat kan
niet anders, maar Hij moet wel in de troon. Nou, dat betekent gewoon
een keuze.
Er zijn dus mensen die loutering en reiniging willen en er zijn ook
mensen die verstandig zijn. Het is alsof er in Dan. 12 verschil is tussen
mensen die gelouterd zijn, gereinigd zijn en mensen die verstandig zijn,
die geleerd zijn, die door God onderwezen zijn. Zou je dat willen? Ik
hoop dat je ja zegt en dat je met mij durft te zeggen: "Here Jezus,
wij willen U die plaats geven." Wat een fijn iets is het om de
Here Jezus die plaats te geven en Hem alle eer te geven. Schitterend
is het om zo verder te gaan. Even zo vele blokjes van zegen, centra
van zegen waaruit de zegen van de Here vloeit en spettert en straalt
en schittert. Alles is om Hem. Straks gaat het zo, mondiaal. Nu nog
niet, nu is het heel, heel, klein, maar wel in je eigen leven in je
eigen hart, hier. Vierkante meters om je heen. Meer niet. Maar toch,
de Here Jezus. U kunt van Hem genieten, u mag Hem die plaats geven.
En ik hoop ook dat je echt verlangt naar meer van Hem. Geniet maar,
en probeer maar er achter te komen Wie de Here Jezus is. En de Heilige
Geest helpt je, Hij laat je zien Wie Hij is. begin maar ergens, neem
maar een bijbelboek. We gaan het volgende seizoen hebben over Johannes.
Johannes is natuurlijk een prachtig evangelie. U kent het Johannes-evangelie
uit uw hoofd. Dat snap ik. U hebt het zo vaak gelezen, u weet het allemaal.
En u denkt misschien: Wat moet ik daarmee. Nou, u zult ontdekken dat
er ongelofelijk veel diepgang in dat Johannes-evangelie zit. Profetisch,
naar de toekomst toe. Alles is gericht op de toekomst in het Johannes-evangelie.
Een prachtig profetisch boek. Schitterend. Je kunt het nu alvast gaan
lezen. Je kunt het al een beetje gaan opduiken. je kunt zeggen: "Wat
is dan de profetie in hoofdst. 1 en hoofdst 2 en hoofdst. 3 en hoofdst.
4, 5, 6, 7, 8, 9, 10. Wat is dan de profetie in Johannes." Nou,
het is prachtig, het is echt prachtig. Ik maak u alleen maar nieuwsgierig.
Niet om u te claimen voor na de zomertijd of zo maar, gewoon, ja ook
een beetje, mijn commercie. Maar om verlangen te wekken, om nu te zeggen:
"Nou, laat ik dan, laat ik dan eens wat gaan lezen." Probeert
u het? Probeer het maar eens. Waarom op de derde dag een bruiloft in
Kana is. Sommige mensen weten dat. Nou, omdat het dinsdag was natuurlijk.
Ja, klopt ook. Alle bruiloften zijn op dinsdag in Israël. Dus dat
is op zich niet nieuw. Dat was de derde dag. Dat was toen het droge
te voorschijn kwam. Er kwam nieuw groen. Nou, dat is een symbool van
huwelijk. Nieuw staat, nieuw groen, jong groen, vruchtjes. Daarom zijn
alle bruiloften in Israël op dinsdag. Nog, nog steeds. maar is
er meer. ja, er is meer aan de hand. Op de derde dag. Twee dagen zal
Israël blijven zitten zonder, en op de derde dag. Heeft het daar,
heeft het daar ook mee te maken. Ja, met Hosea, ja, precies. dus hebt
alvast al iets. Daar bijt u zich maar lekker in vast en denkt u: Verdraaid,
die derde dag. Ja zeker, de wijn was op, de vreugde was verdwenen. 'Het
was allemaal over. Het feest was eigenlijk helemaal geluwd, helemaal
gedimd. En dan komt Hij. En als Hij komt, straks, wat is dat eerste
teken. Wat was zijn eerste teken hier op aarde. Dat was daar in Kana.
Dat was die, ja, dat was
. Wat gaat straks gebeuren. Hoh, de blijdschap
is terug en die blijdschap mooier dan ooit, ooit eerder. Boem, daar
heb je ineens die sleutel. Dan blijkt ineens dat Joh. 2 niet een simpel
verhaal is van: ja, daar was toen een bruiloft. En Jezus was ook naar
de bruiloft gekomen. En we gebruiken die tekst voor huwelijks-inzegening.
Het is waar. Mag, fijn, goed, prachtig. Maar het is veel meer. Is veel
meer. Begin maar een met Johannes. Begin maar te genieten. Maar, geniet
van de Here Jezus. Geniet van Hem. Probeer er achter te komen Wie Hij
is. Dat geeft groei, dat is body, dat geeft houvast. En de Here wil
zo graag Zichzelf aan jou openbaren. De Here zegene jullie, amen.
|
|