| |
Discipelschapstraining door Dato Steenhuis
We gaan beginnen met een klein stukje te lezen uit
Matteüs 7:7-28.
-
- 7 Bidt en u zal gegeven
worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en u zal opengedaan worden.
8 Want een ieder, die bidt,
ontvangt, en wie zoekt, vindt, en wie klopt, hem zal opengedaan
worden. 9 Of welk mens onder u
zal, als zijn zoon hem om brood vraagt, hem een steen geven?
10 Of als hij een vis vraagt, zal
hij hem toch geen slang geven? 11 Indien
dan gij, hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw
kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader in de hemelen het goede geven
aan hen, die Hem daarom bidden.
- 12 Alles nu wat gij wilt,
dat u de mensen doen, doet gij hun ook aldus: want dit is de wet en
de profeten.
- 13 Gaat in door de enge
poort, want wijd is [de poort] en breed de weg, die tot het verderf
leidt, en velen zijn er, die daardoor ingaan;
14 want eng is de poort, en smal
de weg, die ten leven leidt, en weinigen zijn er, die hem vinden.
- 15 Wacht u voor de valse
profeten, die in schapevacht tot u komen, maar van binnen zijn zij
roofgierige wolven. 16 Aan hun
vruchten zult gij hen kennen: men leest toch geen druiven van dorens
of vijgen van distels? 17 Zo
brengt iedere goede boom goede vruchten voort, maar de slechte boom
brengt slechte vruchten voort. 18 Een
goede boom kan geen slechte vruchten dragen, of een slechte boom
goede vruchten dragen. 19 Iedere
boom, die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het
vuur geworpen. 20 Zo zult gij hen
dan aan hun vruchten kennen.
- 21 Niet een ieder, die tot
Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan,
maar wie doet de wil mijns Vaders, die in de hemelen is.
22 Velen zullen te dien dage tot
Mij zeggen: Here, Here, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd en
in uw naam boze geesten uitgedreven en in uw naam vele krachten
gedaan? 23 En dan zal Ik hun
openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij
werkers der wetteloosheid.
- 24 Een ieder nu, die deze
mijn woorden hoort en ze doet, zal gelijken op een verstandig man,
die zijn huis bouwde op de rots. 25 En
de regen viel neer en de stromen kwamen en de winden waaiden en
stortten zich op dat huis, en het viel niet in, want het was op de
rots gegrondvest. 26 En een
ieder, die deze mijn woorden hoort en ze niet doet, zal gelijken op
een dwaas man, die zijn huis bouwde op het zand.
27 En de regen viel neer en de
stromen kwamen en de winden waaiden en sloegen tegen dat huis, en
het viel in, en zijn val was groot.
- 28 En het geschiedde, toen
Jezus deze woorden geëindigd had, dat de scharen versteld stonden
over zijn leer, 29 want Hij
leerde hen als gezaghebbende en niet als hun schriftgeleerden.
-
- De 6. avond over dit laatste stuk van de zogenaamde “Bergrede”.
We hebben net samen het slot gelezen, dat de Here Jezus deze woorden
zo beëindigde en dat de scharen verstelt stonden over Zijn leer,
want Hij leerde hen als gezaghebbende en niet als hun
schriftgeleerden. Schriftgeleerden in die tijd, waren kennelijk
nogal theoretisch, misschien ook dogmatisch, maar dit onderwijs was
van een andere orde. Dit onderwijs van de Here Jezus heeft kennelijk
diepe indruk gemaakt op de mensen in Zijn nabijheid. Een hele groep
mensen moet daar hebben gezeten. Iedereen, die ooit daar geweest is,
weet ongeveer waar die locatie is. Daar bij die berg van de
zaligsprekingen staat vandaag een heel mooi kapelletje, maar wat
verder naar onderen zou je in het gras kunnen zitten en vandaag nog
dezelfde dingen kunnen meemaken, die er toen geweest zijn. Dat is op
zich al een ervaring. Maar daar gaat het nu niet om, het gaat om het
stuk onderwijs van vanavond. Ik moet afronden, ik moet ook
afsluiten.
- Elke avond heb ik gezegd, dat Matt. 10 vers 25 een stuk
sleuteltekst is: “Het is de discipel genoeg om te worden als zijn
meester.” We zullen op Hem moeten gaan gelijken of mogen gaan
gelijken. Ik hoop ook echt dat dit gebeurd, dat wij zoveel van de
Here Jezus uitstralen, dat anderen niet ons, maar Hem zullen gaan
zien. Ook probeerde ik elke avond duidelijk te maken, dat het bij
discipelschap niet gaat om in de hemel te komen, maar om de vraag of
je bruikbaar bent voor de Here. Of Hij jou inzetten kan en dat zal
vanavond ook weer nodig zijn. Ik bedoel deze stelling, dat het niet
gaat om in de hemel te komen, maar om bruikbaar te blijven. Dat is
misschien elke avond wel doorgekomen, maar ik hoop toch, dat u dat
heel, heel scherp vast houdt. U komt niet in de hemel, omdat u het
goed doet als een discipel. U komt alleen in de hemel, omdat u
gelooft in het volbrachte werk van de Here Jezus. De enige
mogelijkheid, om in de hemel te komen, is geloven in Hem. That’s it!
Een ieder die gelooft, dat de Here Jezus gestorven is voor zijn of
haar zonden, mag weten eeuwig leven te hebben en is vanaf dat moment
een nieuwe schepping. En vanaf dat moment is het oude voorbij, is
het nieuwe gekomen. Niet de vraag, ben ik daarna wel een goed
volgeling van de Here Jezus geweest, maar de vraag, geloof je dat de
Here Jezus voor jou schuld en voor jou zonden aan het kruis
gestorven is en ben jij met jou schuld tot God gegaan en heb je
eerlijk gezegd: Here God hier ben ik met mijn prut en mijn schuld en
mijn zonden? Een ieder, die gelooft heeft eeuwig leven. Ik bedoel:
gelooft in Hem, in de Here Jezus, heeft eeuwig leven. Ik ga ervan
uit, dat iedereen dat ooit gedaan heeft. Die heilszekerheid ziet ‘m
niet in je discipelschap. Die heilszekerheid ziet ‘m in het geloof
in de Here Jezus. Maar wij zijn hier achter gelaten, niet om, laat
ik zeggen, alleen maar wat te vissen en te spelen en wat autotjes te
besturen, maar wij zijn hier achter gebleven, om voor de Here Jezus
een getuigenis te zijn. We hadden gelijk na onze bekering naar de
hemel kunnen gaan, dat is niet gebeurd, wij hebben hier kennelijk
iets te doen. Nou daarover ging het. Nu wil de Here Jezus ons leren,
hoe we dat discipel zijn van Hem inhoud kunnen geven. We hebben al
vele dingen mogen zien.
- Nu, we komen aan een afronding toe, aan een slot toe en de Here
Jezus begint met te zegt: bid en u zal gegeven worden. Over het
bidden had Hij gesproken, we hebben hierover gepraat met elkaar.
Zoekt en gij zult vinden. Wij hadden over zoeken al gesproken met
elkaar, namelijk, bijvoorbeeld Matt. 6 vers 33: zoekt eerst het
koninkrijk en Zijn gerechtigheid, zoekt en gij zult vinden. Dus de
Here had over bidden gesproken, had over zoeken gesproken en Hij
heeft ook gezegd: klopt en u zal worden open gedaan. Je kunt
inderdaad ervan op aan, dat Ik er voor je ben, zegt de Here Jezus.
Wij hebben in een van de avonden al gerefereerd, dat was naar
aanleiding van het vasten, aan Jesaja 58, daarover hadden wij ook
gesproken, en het merkwaardige is, dat in het Oude Testament dat
vasten inhoud krijgt, heel anders dan nu vaak gezegd wordt,
namelijk, dat jij je niet onttrekt aan je eigen vlees en bloed, en
dat jij het wijzen met de vinger na laat en dat jij voor de armen je
brood gaat breken, kortom een discipelschap leven gaat lijden, en
het merkwaardige is, dat er dan staat, als je dan roept, zeg Ik hier
ben Ik. Het is net alsof iemand dan…. Je klopt aan ergens of je belt
aan en iemand roept: ik doe open, hoor. Nou zo ongeveer. De Here God
zegt: dacht je, dat Ik er dan niet zou zijn voor je? Ik ben er voor
je. Temidden van de strijd waarin jij en ik gezet zijn, de strijd
die hier nu, hier nu op aarde nu gevoerd moet worden, strijd tegen
boze machten, een strijd in deze boze wereld, een strijd, die te
maken heeft met de Here Jezus zelf. En de satan heeft slechts een
doel, en dat zal ik morgen avond nog een keer zeggen in een hele
andere zetting in Veenendaal, maar hij heeft maar een doel en dat is
het verslinden van Hem. Daar is hij op uit. Vanaf het moment, dat
jij getuigt van de Here Jezus, zullen zijn aanvallen jou ook gaan
treffen. En dat is niet zo leuk. Easy going is iets wat ons beter
ligt. Een beetje gemak, een beetje rust en een beetje godsdienst,
maar ook een beetje lol, een beetje vreugde, een soort mix van
alles. Het merkwaardige is, dat in dit hoofdstuk heel precies staat,
dat dit niet kan, dat dit niet gaat. Waarom niet? Als je echt een
discipel bent voor de Here Jezus, laat je zien wie de Here Jezus is
en op dat moment zal de vijand zich verbijten en hij doet zijn
uiterste best om dat mannelijk wezen, ik citeer Openbaring 12 nu
even, om dat te verslinden. Zodra zich dat gaat openbaren, staat hij
erbij met al zijn power, om dat weg te nemen. Dat God dat verhindert
is een andere zaak. Dat is ook de taal van Openbaring 12, de Here
verhindert dat, de Here laat dat niet toe. En dat kind wordt
weggerukt naar Zijn troon. De duivel is echts van zins om de
kleinste openbaring, in de vorm van een kind, om dat weg te rukken.
Vanaf het moment, dat jij en ik iets laten zien van de Here Jezus,
zal de duivel zijn uiterste best doen, om te verslinden. “Zoekende,
wie hij zou kunnen verslinden”. Bidt, zoek, klop, dat betekent het
ongeveer. In die tijd, als jij bidt, Ik ben er voor je. Als jij
zoekt, jij zult het vinden. En als jij aan de deur klopt, Ik doe
open. Ik ben er voor je. Een vader zal zijn zoon beslist geen steen
geven, als hij een brood vraagt. Dat is ook de list van de satan
geweest, toen hij de Here Jezus verzocht. Hij zei: zeg dan tot deze
stenen, dat ze broden worden. Het is natuurlijk het omgekeerde van
wat hier staat, maar de satan suggereert eigenlijk, God had wel eens
voor brood mogen zorgen hier. En er zijn allemaal stenen hier,
midden in de woestijn. Die God had het wel ander kunnen redigeren,
maar de Here Jezus heeft dat door. God geeft je geen steen, als je
om een brood vraagt. Hij zegt daar: sorry, er zijn belangrijkere
dingen dan brood. Daarmee heeft Hij de aanval gepareerd. Maar ik wil
gewoon duidelijk maken, dat God nooit een steen geeft voor brood,
nooit. En die stenen, waarvan satan zei, zeg dan tot deze stenen,
dat ze broden worden, dat suggereerde eigenlijk, nog een keer, dat
God zo is. Maar zo is de Here niet. Degene, die door ons als Heer
wordt aangebeden en aangemerkt, is niet iemand, als wij kloppen
niet open doet of als wij zoeken zich niet laat vinden, zich dan
gaat verstoppen of als wij bidden, er gewoon niet is. Hij is er en
Hij geeft, als wij erom bidden. Met andere woorden: discipelschap
betekent in de strijd gaan, echt naar het front gestuurd worden,
want daar ging het immers om, het was een stukje training om
uiteindelijk bij het front terecht te komen. Ik weet best dat je nou
met trillende broekspijpen staat en denkt van, wat overkomt me nu,
hoe gaat dit verder, maar toch is dat de intentie van discipelschap,
om als een strijder voor de Here, als een getuige, als een
fakkeldrager voor de Here, hier te staan en risico te lopen. Want
aan het front loop je risico. In de veilige kazerne, daar heb je
heel weinig te duchten. Natuurlijk kan er een bom vallen op die
kazerne, maar aan het front heb je meer risico. Als je in de kerk
blijft zitten, gewoon zondags, weet je wel, heerlijk veilig met
elkaar, lekker warm, heb je heel weinig risico. Voel je ook, de
strijd is daar niet hevig. Soms onderling, maar dat is wat anders.
Wel kerkbouw, geen kerkbouw, maar…er zijn ook andere items. Ik wil
daarmee zeggen, in de kerk is het tamelijk veilig, is het gewoon
beschermt. Maar zodra je buiten komt, dan loop je risico. Zodra je
aan het front komt, loop je risico. De Here Jezus is er voor je. En
bovendien, een algemene stelling, je moet toch maar ervan uit gaan,
dat wat je zelf graag wil, dat een ander dat ook graag wil. Daar
mach je ook nog vanuit gaan. Maar dan gaat de Here verder met die
zaak toe te spitsen. Hij heeft dus al gezegd, moet je ’s luisteren,
je wordt als een soldaat naar het front gestuurd, nou dat is best
eng en nu zegt Hij, ga in door die enge poort. En breed is de weg en
wij hebben allemaal denk ik nu wel een plaatje voor ons, tenminste
ik veronderstel van wel. Van de brede en van de smalle weg. Ik heb
dat vroeger ook bestudeerd, ik begreep het echt niet toen. Ik woonde
in een dorp en daar had je niet eens een bus, laat staan een
zondagstrein, die bestond er helemaal niet in mijn verbeelding. Ik
heb dus nu al gezegd, wat op dat oude prentgeval staat. Namelijk:
smalle weg en een brede weg. Op de brede weg zie je dus een
danslokaal, dat is een ander woord voor een disco, maar dat woord
bestond toen niet, daar staat iets van een cafetaria of een
cafe-achtig gebeuren op, en daar is natuurlijk een zondagstrein. Dat
zijn de elementen, die daarop te vinden zijn. Daarnaast is
natuurlijk de weg die dan ten leven leidt. Nu gaat het, en ik hoop
dat u mij dat niet kwalijk neemt, daarover niet. Zo is het wel
neergezet, zo van: en als ik dan toch in die zondagstrein stap, dan
zit ik verkeerd. Als ik toch op een van der manier de dansvloer
betreed, dan zit ik dus niet goed. Dat is de brede weg en die leidt
naar het verderf. Ik begrijp de waarschuwende boodschap wel en daar
heb ik ook geen moeite mee. Maar om nu te zeggen, dat dit de route
is naar de Here toe, dan zeg ik neen, de route naar de Here Jezus
is, zoals zo pas gezegd: het geloof in het volbrachte werk van Hem,
die op het kruis van Golgotha stief. Hij zei: Ik ben de Weg. Niet Ik
ben de brede weg of de smalle weg, Ik ben de Weg. Er is geen andere.
En Ik ben het Leven en Ik ben de Waarheid. Hier staat dat stukje
over die brede in die smalle weg, voor discipelen. Moet je eens
luisteren: in jou leven als discipel, als volgeling voor de Here
Jezus, -en dat de Here je daarvoor gaat belonen, dat is een tweede,
dat komt, Hij gaat je daarvoor belonen. Beloning en discipelschap
horen bij elkaar. Dat heb ik omstandig uiteen gezet de eerste keer.
– Maar het gaat er nu om, dat jij en ik, nu durven zeggen: Here
Jezus, wij willen dit behoorlijk serieus oppakken. En wij willen
niet de hele brede route van de hele wereld, want die is zo breed
als ik weet niet wat, daar kun je alle kante op, maar we hebben maar
een route, dat is Uw route en die is in de ogen van iedereen
ontzettend smal. Eng. Niet eng in de zin van vreselijk, van
schrikbeelden en van spoken, dat woord eng, zo niet. Maar eng in de
zin van, dat is niet een soort weg, waar alle toleranties mogelijk
zijn. Een enge weg. En die enge weg leidt tot leven. Welk leven is
hier dan bedoeld? Nou, leven als discipel, bruikbaar blijven als
discipel. Net zo goed als die boom, waar ik het straks over ga
hebben, ook niet betekent dat je eeuwig verloren gaat, maar dat je
gewoon bruikbaar bent en vruchten draagt. Daar gaat het om. Het gaat
erom in dit stuk, dat wij bruikbaar zijn voor de Here Jezus,
inzetbaar zijn, daar gaat het hierover. Ik begrijp, nog een keer
gezegd, heel goed, dat men het verhaal van die smalle en die brede
weg neerzet, om te zeggen, ja, je zult moeten kiezen, maar dan, stel
dat je je dan vergaloppeerd? Iedereen is per saldo op die brede weg.
En dan, en wat is dan de inkleuring voor nu? Vroeger was een
danslokaal iets vreselijks en nu is er dansles in de kerk. Sorry,
dat ik het even plat zeg, ik maak dat niet meer mee. Ik ben zo stijf
als een hark, ik hoef dat ook niet misschien, maar bij wijze van
spreken. Het is toch gigantisch verandert in de loop van een paar
jaar. Hier gaat het erom, dat er een brede en een smalle weg is.
Broeder en zuster, als jij de Here Jezus wilt volgen, dan komt het
heel precies, dat bedoelt de Heer Jezus. Het is heel precies. Je
kunt je niet mee laten voeren met de hele “main stream”, ja met
alles wat maar zwemt en alles wat maar gaat. Nou kijk dan maar rond.
Soms zie je iets, soms lees je iets, klein stukje interview met een
predikant, die zegt dat ie predikant is, maar wie is God dan? ja
zegt ie, dat zou ik niet weten. Hebt u dan niets aan God? Nee, ik
zou het niet weten. Nou ja, dominee huppel die pup ergens. Misschien
wel huppelend, maar niks, inhoudelijk nul. Maar wel breed en woede
over, en verbittering daar. Ja maar je moet ook woede hebben, dat
moet, dat hoort zo, dat zit in de mens gebakken, maar niets van het
nieuwe leven. Triest. Als jij en ik ons laten meesleuren door die
grote stroom, dan vergeet het maar. Als je discipel wilt zijn, dan
komt het heel precies. Dat precieze is al aangeduid. Maar het spitst
zich noch verder toe. De Here Jezus zegt, moet je eens luisteren:
daar zijn nog valse profeten ook en je moet ook zelf oppassen, dat
je niet zo iemand wordt. En die valse profeet, die wordt hier
vergeleken met iemand: een roofgierige wolf, die in schapenvacht tot
je komt. Maar het is alsof dit beeld onmiddellijk omgedraaid wordt
naar een boom toe. En een boom, die geen vruchten voort brengt, geen
goede vruchten voortbrengt, is dus een slechte boom en die vruchten,
die zijn eigenlijk normatief. Maar een boom, die geen goede vruchten
voort brengt, die is niet meer bruikbaar. Dat is dezelfde taal als
in Joh. 15, waar het gaat om de wijnstok: Ik ben de ware wijnstok,
gij zijt de ranken. Elke rank aan mij, die vrucht draagt, die zal ik
snoeien, opdat er nog meer vrucht zal komen, maar, als er geen
vrucht is, afkappen en verbranden. Oh, daar was ik een beetje
gelovig, daar was ik een beetje een kind van God, wordt ik afgekapt,
wordt ik buiten de wijngaard gegooid, de fik erin, weg alle hoop.
Dat is ook niet de taal van Joh. 15. Daar zegt de Here Jezus precies
wat hier staat: Ik kan je niet meer gebruiken. Ik zeg niet, dat je
geen gelovige bent, maar je bent niet meer bruikbaar. Ik hoop, dat
dat overkomt, dat dat echt overkomt, want daar gaat het echt om.
Want als u dit gaat koppelen aan eeuwig heil, aan eeuwige zaligheid,
ja dan kom je nergens, dan kom je echt nergens. Dan blijf je heen en
weer slingeren, dan heb je nooit eens houvast, dan heb je absoluut
geen zekerheid, bestaat niet. En daarom is het zovaak vaag, daarom
is er zo weinig helderheid en zoweinig echt houvast van: ik ben een
kind van God, ik mag als kind van God leven. Sommigen zullen zeggen,
ja maar dat is een makkelijk Evangelie, daar zit helemaal geen stok
meer achter de deur. Nee, die stok is er al geweest, die stond op
Golgotha, weet u wel, die stok die daar stond. Dat is niet
makkelijk. Als je echt beseft, wie je zelf bent in Gods ogen, dat je
reddeloos verloren was en dat je door het geloof in Hem eeuwig leven
kon krijgen, dan ga je daar niet meer makkelijk over praten, dan kun
je niet zeggen: ja, dat is een makkelijk Evangelie, dat is een
gemakkelijk geloof, zeg, het maak allemaal niets meer uit, het maak
gewoon niets meer uit, je gelooft en je komt in de hemel. Mensen,
die het zo zeggen, weten van het kruis nul komma nul. Sorry, hoor,
mijn kwalificatie. Misschien is dat te fanatiek. Maar feit is, dat
het hier niet mag gaan om, als ik dit nu doe, ja dan kom ik er en
als ik dit niet doe, dan kom ik er dus niet. DAAR GAAT HET HIER NIET
OM. En dat moet helder zijn. Discipelschap heeft te maken met jou
inzetbaarheid in deze boze wereld, als een strijder aan het front,
maar het kan zijn, dat je in de hemel komt, nu citeer ik 1 Kor. 3,
het kan zijn, dat je in de hemel komt, zo kaal als een … ja, luis
zeggen ze tegenwoordig, maar ik weet niet hoe kaal een luis precies
is, ik been ook geen bioloog, maar je hebt helemaal niets. Je komt
in de hemel, je hebt misschien hout, hooi en stro bij je, je denkt
nog dat dat wat soelaas biedt, nu dat blijkt ook te verbranden,
alleen als er goud, zilver en kostbare stenen zijn, dan red je het.
Maar zo iemand komt, als door vuur heen in de hemel, is wel
behouden, maar heeft niets. Dat bedoelt de bijbel nu precies met
discipelschap. Als jij zo in de hemel komt, dan lijdt je schade aan
je ziel, dat staat daarbij. We hebben misschien al een keer eerder
gezegd, is dat een achteraf plaatsje in de hemel, een soort
voetenbankje. Iedereen een luie stoel en jij dan een klein
voetenbankje of zo, of een klapstoeltje, weet ik veel hoe je dat
moet benoemen, maar je kunt je daarbij iets voorstellen. Is dat het
wat voorstaat? Nee. Waar het om gaat is, denk ik ten diepste, dat
als je de Here Jezus ziet, dat je gewoon niets hebt. Ik heb het zo
vaak heel plastisch voorgesteld. Als Hennie en ik samen naar de Here
gaan en zij heeft voor de Here Jezus geleefd en ik niet en zij komt
eraan en ik kom eraan, ik tamelijk kaal en zij houdt nog iets over,
maar dat wat ze overhoudt, dat is een geschenk voor de Here Jezus,
dat geeft zij aan de Here Jezus. Here Jezus, dit is voor U. Ik zeg:
ik heb niets voor U Heer. Ik moet U wel dankbaar zijn, maar ik heb
niets voor U. Dat is eigenlijk, wat hier bedoelt is. Dan lijdt je
schade aan je ziel, omdat je op dat moment heel helder weet, dit is
gewoon stom, fout, niet goed, zonde geweest. Niet om niet in de
hemel te komen, maar daar is niets voor Zijn kroon, daar is niets
voor Zijn glorie, daar is niets, wat Hem versieren kan, door mijn
werk. Dat bedoelt de Here Jezus. Moeten we dan toch iets fabrieken?
Nee, we mogen ook anderen laten zien, wie de Here Jezus is.
- Maar valse profeten, die komen misschien in prachtige gewaden
naar je toe, maar van binnen zijn het wolven. Ze worden hier
vergeleken met slechte bomen, daar is geen vrucht. Vrucht is,
uiteindelijk wat stand houdt, wat waarde heeft. Nu, wat houdt dan
waarde en wat blijft bestaan? Goud, zilver en kostbare stenen. Ik
citeerde niet 1 Kor 3, maar dat is wel, wat er bedoeld is. Met
andere woorden, als zulke mensen vandaag naar je toekomen, als die
mensen proberen om jou een beetje te beïnvloeden, alsjeblieft, maak
je daarvan los, want die mensen blijven niet. Die mensen zijn wel
bomen, maar ze worden ontwortelt, ze worden verbrand, want de Here
kan ze niet gebruiken, ze zijn waardeloos voor Hem. Maar jij moet
ook de les durven trekken, van: ben ik dan zo een goede boom? Ben ik
dan iemand als een gezondene van de Here, heb ik dan door mijn
gedrag, door mijn woorden wel iets opgeleverd? Je kunt met woorden
heel makkelijk je gedachten verbergen, zei een politicus. Maar ik
denk, dat ook gelovigen wel eens aan het trainen zijn, om zo weinig
mogelijk te zeggen, soms met een hele rij woorden, maar ze zeggen
eigenlijk niets. Wij worden naar het front gestuurd, wij worden echt
op pad gestuurd, om voor de Here Jezus te spreken en om Zijn worden
door te geven. Nou, dat is niet leuk, dat gaat binnenskamers heel
goed, soms, ook wel eens niet, als je verschil van ligging hebt en
zo, maar in het algemeen is dat binnenskamers goed te doen, maar is
dat buiten veel en veel moeilijker. Het gaat bij discipelschap niet
om naar binnen toe, maar om naar buiten toe. En de Here wil, dat jij
een profeet bent, een gezondene. Een valse profeet, ja je kunt een
heel mooi verhaal vertellen en je kunt je echt heel mooi aankleden,
je kunt het helemaal versieren, als het niet om de Here Jezus gaat,
stop er dan maar mee. En ook mensen, die de mond vol hebben met van:
Here, Here, die worden hier ook ontmaskert. Dat zegt ook niets, zegt
de Here Jezus. Lippentaal zegt helemaal niets. Want mensen, die
roepen Here, Here, gaan die dan naar binnen? Zijn zij dan bruikbaar?
Nou nee, als ze niet de wil doen van Hem, die gezonden heeft, van de
Vader die in de hemelen is, ook al heb je in Zijn naam geprofeteerd
en in die naam boze geesten uitgedreven, nou dat gaat ons als heel
erg ver, en in Uw naam vele krachten gedaan, Ik zal openlijk zeggen,
Ik heb u nooit gekend, gaat weg van mij je werkers van de
wetteloosheid. Ik kan je niet gebruiken. Ik kan je in het koninkrijk
van God geen plek geven. Ik ben echt er niet voor jou. Ik wil je
niet als ampeljé, als dienaar, als
knecht, Ik wil je zo niet. Taal zegt dus niets en zelfs wonderen
zeggen niets, zegt de Heer Jezus en dat is al een tweede keer, dat
Hij dat zegt. In Lucas staat het verhaal van de arme Lazarus, die in
de schoot van Abraham terecht komt en de rijke man zit in de plaats
van pijn en zegt, stuur dan Lazarus naar mijn broers. Ja, zegt
Abraham, maar ze hebben toch Mozes en de profeten. Ja maar, als er
nu iemand uit de doden opstond…. Als ze Mozes en de profeten niet
geloven, dan zullen ze ook niet geloven als er iemand uit de doden
opstond. Met andere worden, als er tekenen en wonderen komen,
gigantische wonderen, dat zegt niets. En hier nog een keer. Wij zijn
misschien een beetje gefocust op: was er nu maar een keer een groot
wonder in onze gemeente of in onze kerk, gebeurde er maar eens wat
(ik hoop ook dat er wat gebeurd, ik hoop ook dat de zaak in die zin
in laaiend enthousiasme terecht komt), maar het hebben van een
wonder of het claimen van een wonder is op zich ook niet alles. De
Here Jezus zegt, dat is het niet. Als het niet gepaard gaat met het
verlangen, om die enge weg te gaan, om die hele speciale route te
lopen, die Ik voor heb, dan lukt het niet, dan is het niets. En
laten we nu a.u.b. helder zijn: lippentaal
is dus niets, het feit dat je je voor een profeet uitgeeft
zegt dus niet, het moet om de vrucht gaan en de vrucht wordt door
God zelf gewerkt, door de Heilige Geest. Daarom zegt Paulus zo
nadrukkelijk, dat de vrucht van de Geest is. Nou die is er niet om
in de hemel te komen, die is pas gekomen, omdat je in de hemel komt.
Maar die vrucht, die moet je wel laten groeien en als jij je
daarvoor afsluit, dat kan, je kunt de Heilige Geest bedroeven, je
kunt de Heilige Geest uitblussen, dan komt er geen vrucht.
Discipelschap wil zeggen: aan het front staan, echt voorop met
vruchten voor God. En hoe dan? Dat is nu eigenlijk wat de Here Jezus
als een soort slot gaat zeggen. Hoe is dat dan? Hoe gaat dat dan?
Wat is dat? Ik wil toch proberen je mijn hart en mijn gedachten te
tonen. “Een ieder nu, die deze Mijn woorden hoort en ze doet, die
zal gelijken op een verstandig man.” We leren dat onze kinderen,
althans in onze gemeente wel. Dus bouw je huis op Jezus, de rots.
Dat staat wel niet in de Bijbel, maar het derde couplet en we zeggen
met onze kinderen, ja dat dat eigenlijk moet en daarmee bedoelen we
eigenlijk leven uit God. Nu de Here Jezus zegt het weer in relatie
tot discipelschap en daar wil ik als uitlegger in elk geval de
nadruk op leggen. Wat je daar verder zelf mee doet, dat is mij goed,
maar dit moet in elk geval helder zijn. Als dit niet helder wordt,
dan wordt de rest nooit helder. Hier staat dat de Here Jezus jou en
mij vergelijkt met iemand, die op deze wijze bouwend een heel
stabiel gebeuren zal krijgen. Dat er stormen komen, wis en
waarachtig. Dat er winden gaan waaien, ik kan het u verzekeren. Maar
als je het zo doet, blijft je getuigenis overeind, dat bedoeld de
Here Jezus. Het kan ook anders. Je kunt ook een andere bodem nemen,
een andere basis. Dan blijft er niets over, dat stort in. Diep in je
hart weet je dat, dat als het van de Here is blijft het staan. Dat
heeft Gemaliël vroeger als een keer gezegd in de Joodse raad, toen
men eigenlijk geen raad wist met de discipelen en toen heeft
Gemaliël: moet je eens luisteren, we hebben die gehad en die gehad
en die gehad, weet je wel en dan komt er een hele opsomming van: die
zei dat ‘ie wat kon en die zei dat ‘ie wat was, maar als het van de
Here is, ja dan houdt het stand en als het niet van de Here is, dat
wordt het van zelf afgebroken. Nou, die man wist heel goed, wat hij
zei en zo is het precies. Jou huis, ik bedoel jou discipelschap, jou
uitstraling, jou functioneren voor de Here Jezus, kan dus op twee
manieren gezien worden. Of wel op de rots, of wel op het zand. It’s
up to you. In goed Nederlands: aan ons de keuz en dat is zo. De
vraag is natuurlijk wat wil je? We gaan binnenkort weer nadenken
over de geboorte van de Here Jezus. Het is bijna weer zover. Heel
wat predikanten/voorgangers, krabben zich nu al achter hun oren: wat
zal ik nu ’s een keer gaan zeggen? Het is niet zo makkelijk. Ik sta
hier al 6 jaar in de gemeente of 12 jaar of weet ik veel en ja,
Lucas 2 is toch wel uitgesleten voor me. Wat moet je iedere keer
weer. 1e, 2e en dan al die andere dagen. Er
zijn predikanten, die hebben het over een soort 10-daagse veldtocht,
zo van: het is hoogseizoen. Even onzin, even relatieveren. Maar waar
het me nu om gaat is het volgende: we hebben 4 Evangeliën, weet u,
in de Bijbel en ze zijn alle 4 verschillend en ze hebben ook alle 4
een verschillende kleur. Ze schrijven wel over dezelfde Here Jezus,
daar hebben ze het allemaal over, maar de inhoud is heel
verschillend. Er zijn natuurlijk overlappingen, maar over het
algemeen zijn er grote verschillen. Er zijn natuurlijk gigantisch
veel critici, die zeggen, ja, dat klopt niet, dat klopt niet, dat
klopt niet, want zie je wel, daar staat dit en daar staat dat. Klopt
allemaal, u hebt gelijk, maar alles wat u aan verschillen opduikt
zou wel eens een hele mooie les kunnen zijn en dat is het. Daar zijn
eigenlijk 4 schilders bezig geweest, om een portret te schilderen
van de Here Jezus. Een kan dat niet, dat bestaat niet. Hij is zo
mooi, dat is niet door een schilder te vangen. God doet dat. Juist
met de kerstdagen zingen wel heel vaak uit Jesaja 9: “een Kind is
ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn
schouder en men noemt Hem Wonderbare Raadsman,” en u denkt dat
misschien met Messiah, met Händelmuziek Ik wel, ik hou van dat
soort muziek, ik vind het schitteren en hoe vaker je luistert, maar
misschien is dat een soort afwijking, een soort tik, hoe vaker je
luister, hoe mooier het eigenlijk wordt. Maar het gaat mij erom, dat
het Oude Testament als zegt: “een Kind is ons geboren, een Zoon is
ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder en met noemt Hem
Wonderbare Raadsman”, dan gaan er nog een paar dingen volgen, maar
het gaat me om de 1e vier. “Een Kind is ons geboren”. Hij
is echt geboren, Hij is echt in de moederschoot van Maria geweest.
“Een Zoon is ons gegeven”. Hij was als Zoon, er is geen Zoon ons
geboren, dat was Hij al, God de Zoon. Ja, een Zoon is ons gegeven.
“De heerschappij rust op Zijn schouders”. En “men noemt Hem
Wonderbare Raadsman”. Ik ga nog iets zeggen. In het Oude Testament
staat 4 keer iets over een Spruit, met een hoofdletter. 1e
keer in Jesaja 4, daar heet de Spruit met een hoofdletter: de Here
met een hoofdletter. 2e keer in Jeremia 33, daar heet de
Spruit: de Koning. De 3e keer is in Zacharia 3, daar heet
de Spruit: de Knecht. De 4e keer in Zacharia 6, daar heet
de Spruit: de Man. Klinkt heel ingewikkeld. Een Kind is ons geboren,
de Spruit, die Man is. Een Zoon is ons gegeven, de Spruit, die de
Here is. De heerschappij rust op Zijn schouders, de Spruit, die
Koning is. Men noemt Hem Wonderbare Raadsman, de Spruit, die Knecht
is. De 4 Evangeliën laten u de Mens Christus Jezus zien, de Zoon van
God zien, de Koning der koningen zien en de Knecht des Heren zien.
Ingewikkeld? Snap het een beetje. Ik kan nog veel verder gaan. De 4
kleuren, die steeds in de tabernakel terug komen, zijn dezelfde 4
kleuren. Sommigen zeggen, dat de 4 dieren uit het boek Openbaring,
daarmee te maken hebben. Dat laatste laat ik nu even los. Die
anderen dingen wil ik echt overeind houden. Ik wil er dit mee
zeggen. Als je nu denkt, aan de geboorte van de Here Jezus, dan is
daar aan de ene kant de Mens Jezus Christus geboren, een Kind is ons
geboren, een Spruit, die Man is of Mens is. Echt Mens, Hij is echt
12 jaar geweest, Hij is echt in de moederschoot geweest, Hij heeft
echt alles ervaren, wat jij en ik ervaren. Mens op aarde. Maar die
zelfde uitdrukking Spruit staat ook voor de Here, de Spruit, die de
Here is. Dat is het Johannes Evangelie. “Het Woord was bij God, het
Woord was God en het Woord is vlees geworden.” Geen spoortje, geen
woord over Betlehem, geen woord over geboorte, geen woord over 12
jaar, geen woord over Nazaret, nul. Hij was er gewoon. De Here Jezus
in al Zijn volheid. Spruit, die de Here is. Een Zoon is ons gegeven.
Het Mattëus Evangelie schetste de Here Jezus als de Koning. Spruit,
die de Koning is. De heerschappij rust op Zijn schouder. U voelt de
parallellen. Die zijn niet alleen mooi, interessant. Die zijn gewoon
heel diep, die raken je tot op de bodem van je ziel. De Spruit, die
de Koning is, de heerschappij rust op Zijn schouder. En de Spruit,
die Knecht is. De Mens Christus Jezus, de Koning der gerechtigheid,
de Koning der koningen, de Here God zelf, de Here zelf en de Knecht
van God. En bij dat laatste gaat het om rol, waarnaar wij kijken:
Knecht van God. Ik wil zo graag stoppen, met jullie iets te
vertellen over de Knecht van de Here, want wij willen graag op Hem
gaan gelijken. Over de Knecht van God staat een aantal dingen in de
Bijbel. Natuurlijk kan je de Here Jezus in de Evangeliën volgen van
het begin tot het eind, maar dan moet je heel wat lezen, je moet
heel wat bestuderen wil je erachter komen, wat Hij allemaal zei en
waarom. Als je van de Here Jezus houdt en de Here Jezus zegt tegen
mij en tegen jou: Ik wil zo graag, dat jij doet wat Ik gedaan heb,
wat Ik liet zien, dat mag jij laten zien. Nu, ik kan het God gelijk
zijn niet laten zien, ik ben niet aan God gelijk. Het koning zijn,
ik zal met Hem regeren, dat komt wel, maar daar ben ik nu niet, het
is niet de tijd om te regeren, het is nu de tijd om te dienen en om
je leven te geven. Maar wat ik wel kan laten zien is, dat ik een
knecht van God ben en daar ging het om. Jij en ik, wij worden nu
door de Here uitgenodigd om naar het front te gaan en om knechten te
zijn. Een knecht verwikkeld zich niet in de zorg voor zijn eigen
onderhoud, waar het dat al, een knecht heeft ook gebed, een knecht
gaat misschien wel vasten, een knecht gaat bidden, een knecht gaat
zoeken, een knecht gaat kloppen, een knecht gaat de profeet zijn en
gaat een boom zijn, gaat een route, dat is geen hele brede, dat is
een hele smalle, maar de Here wil het zo graag. In het Oude
Testament staan 4 profetieën over de Knecht van de Here en dat is in
42 van Jesaja en in 49 van Jesaja en in 50 van Jesaja en in 53 van
Jesaja. Nog een keer: 42, 49, 50 en 53.
- 42, dat is de kern van het knecht zijn van God. Tussen hakjes:
daar gaat het echt over de Here Jezus, dat zult u ontdekken. En als
u op Hem wilt lijken, dan mag u dit niet wegschuiven. Ik ben een
beetje streng, ik wil geen schoolmeester zijn, maar ik wil zo graag
helder maken, wat ik bedoel. 42: de walm met de vlaspit niet
uitblussen en het geknakte riet niet verbreken. Een zin, is heel
helder, maar dat komt heel vaak voor. Er is zelf een hele beweging,
die heet “Het gekrookte riet” en een andere beweging heet weer
anders, maar dat heeft er een beetje mee te maken. Man vindt zich
dan echt, ja, eigenlijk waardeloos, eigenlijk nutteloos, ja, dat de
Here zich noch zou willen, mogelijk zou willen ontfermen over dit
gekrookte en genakte riet. Ja, dat zou dan genade zijn. Daar ben ik
het helemaal me eens, maar het mooie is, dat God het doet. Jesaja
42. Maar nu gaat het mij hierom. Zou jij een walmende vlaspit
uitblussen? Of zou jij er wat aan doen? Ik heb in bijbelstudies heel
vaak het verhaal verteld, wat mij zelf is overkomen. Het is een 15
jaar terug denk ik, 14, 13, maar daar ben ik zo van geschrokken. Ik
heb die zondag gesproken in de gemeente over Jesaja 42. Het geknakte
riet, dat niet verbroken mocht worden en de walmende valspit, die je
niet mocht uitblussen. Velen hadden gezegd, dat ik het mooi verteld
had en dat vond ik zelf ook. Ik zeg het maar heel eerlijk, maar zo
voel je je dan. Ik kom thuis en Jaap, schoonzoon paste op de
kleintjes en die zei, daar is al een paar keer voor u gebeld en hij
belt zo weer, zei Jaap. Ik zei: komt mee net zo goed uit. Jullie
zijn op bezoek en we krijgen nog meer bezoek en we gingen geloof ik
die zelfde dag met vakantie, ik weet niet meer, maar zoiets was het
of de dag daarop, maar enfin. Ik moest nog dit en dit en dit doen,
van alles. Het duurde niet al te lang, of de telefoon ging en die
meneer belde. Ik kende hem niet en hij zei, dat hij mij ook niet
kende, hij zei: ik wil graag een gesprek met u. Nou dacht ik, hij is
niet van onze club, niet van onze gemeente. Ik zei: wij moeten nog
eten, wij hebben bezoek, onze kinderen zijn er en daar komt nog meer
bezoek en wij hebben nog, enfin ik heb mijn agenda opgelepeld. Hij
zei: ik wil zo graag een gesprek met u. Nou, een goed verkoper
herhaald de argumenten. Hij heeft 3 keer gezegd, dat hij graag wilde
praten en ik heb 3 keer hetzelfde verhaal afgedreund en ik werd een
beetje kribbelig. Hij zei: ik wil heel graag een gesprek met u. Ik
zei: waarom eigenlijk? Ja, zei hij, dat zal ik je wel uitleggen.
Nou, ik zeg, doe dat maar. Dus, ik was zo vroom, om dat dan toch te
zeggen. Ik voelde mezelf, ik voelde me wel een beetje besopen voor
de rest, dus ik zei we moeten wel vlug eten, want ik krijg zo
bezoek. Hij kwam ook. 10 minuten later. Hij heeft in mijn
studeerkamer gezeten en hij zei tegen mij, dat hij zo ver heen was,
dat hij uit het leven wilde stappen en daar liep ‘ie al een poosje
mee rond en dat zou dan die dag gebeuren. En op een van der
merkwaardige wijze, heeft hij van God gehoord, hij moet die man
bellen. Ik kende hem niet, ik heb hem nooit gezien. Hij heeft mijn
naam kennelijk ergens gelezen, misschien op een evangelieblaadje,
die we in die tijd driftig hebben verspreid, hoe ook, die man
bellen. Ik zal het hele verhaal kort maken, hij bekeerde zich. Hij
leeft noch. En ik kom jubelend in de keuken, Here Jezus geweldig,
bekeerd, doorbraak en fantastisch. En Hennie zegt: je kunt wel
praten in de dienst over een walmende vlaspit niet uitblussen, maar
als er een is, dan zeg je dat je geen tijd hebt. Die dreun vergeet
je nooit meer. Het gaat niet om de dreun van Hennie, maar van de
Here zelf. Ben jij bereid om je eigen leven opzij te zetten, om die
walmende vlaspit, waarvan jij denkt, nou dat is geen zalf aan te
strijken, dat werk niet meer, dat kan niet meer, dat hoeft niet
meer, dat is gewoon voorbij, het is gewoon tijd verspillen. Ben je
nou bereid, om het gekrookte, het geknakte riet, waarvan je normaal
gesproken zou zeggen: nou, gooi maar weg, verbrand het maar, want
dat kun je niet meer gebruiken. Ben je bereid om daarvoor te gaan?
Je wilt een discipel zijn, je wilt de Here Jezus laten zien. Ik
sprak erover en men zei dat het mooi was en ik zei zo pas, dat vond
ik zelf ook, maar dat was nou precies het grote probleem
waarschijnlijk. En als er iemand is, dan zeg je: nou, ik heb het zo
druk. Het oude verhaal van de Here Jezus verteld van die barmhartige
Samaritaan, van die Levieten, die priester, die daar met een
gigantische boog omheen lopen…. precies hetzelfde verhaal
natuurlijk. Het is exact hetzelfde. Toch? Ja, de een is met zijn
preek bezig, de ander zegt, ja, maar ik heb net een afspraak, de
parochie roept, ik noem maar iets. Maar je doet het niet. We hoorden
de eerste avond als, dat er mensen hier waren, die zeiden, maar ja,
bij ons in de bosjes lag al iemand, heel dicht bij. En ik ben echt
ervan overtuigd, dat je ze tegen komt. Als jij naar het front gaat,
dan kom je ze tegen. Als je in de kerk blijft zitten, dan
waarschijnlijk niet. Minder gauw in elk geval. Of wel, daar zijn ook
echt mensen, die hulp nodig hebben en daar mag je je ook niet voor
verbergen of zo, dat bedoel ik dus niet, maar naar het front gaan
betekend gewoon, dat je deze mensen tegen komt. Zou jij een knecht
van de Here willen zijn? De eerste profetie over de Knecht van de
Here is, dat ‘ie dit doet. Dat is al een forse.
- De 2e, Jesaja 49 is, dat het, misschien helder om een
keer te zeggen, dat de Knecht van de Here niet alleen voor Israël
Knecht was, maar ook voor allen, voor alle volkeren. Dat is een wat
minder duidelijke misschien, maar ik bedoel er dit mee: de Here
Jezus, Hij is die Knecht van God en Zijn heil strekt zich uit tot
allen, niet alleen tot Zijn volk Israël. Hij zegt in Johannes 10, ik
weet wel, dat Hij de Sirofenitische vrouw op de proef wilde stellen,
maar Hij zegt in Johannes 10: Ik heb ook andere schapen, die niet
van deze stal zijn, ook die moet Ik toebrengen opdat ze een kudde
worden en een herder. Discipelschap betekend, dat jij naar het front
gaat en dat daar niet meer de vraag aan de orde is, zijn die wel van
onze kerk of horen die wel bij onze groep of zijn die van dezelfde
kleur, de vraag is of jij een knecht wilt zijn? En dat is ook
precies wat de Here Jezus, nog een keer teruggekoppeld naar de
barmhartige Samaritaan, waar de Here Jezus verwijt, jullie willen
weten wie je naaste is. De vraag van die Farizeër was: wie is dan
mijn naaste? Die vraag heeft de Here Jezus nooit beantwoord. Hij
heeft alleen maar gezegd, jij moet een naaste zijn. Niet wie dat is,
dat maakt niet uit, jij moet er een zijn. Discipelschap betekend dus
dat je naar het front en dat je geknakt riet tegenkomt, walmende
vlaspitten tegenkomt en dat het duidelijk moet worden, dat je er
niet naar toe gaat om je eigen parochie te dienen, maar om te
dienen.
- De 3e profetie over de Knecht van de Heer, Jesaja 50:
sorry, er zijn maar 4, maar die 4 zijn voor discipelschap
onontbeerlijk. De 3e is Jesaja 50. Ik zal niet alles
citeren: elke morgen wekt U mij het oor. Ik heb gehoord zoals
leerlingen dat doen. U hebt mij mijn oor doorboord. Ik heb mijn rug
gegeven aan wie mij sloegen. Ik heb mijn wang niet verborgen voor
smadelijk speeksel. Heer, hier ben ik. Zie je Hem zitten, ’s
morgens. Elke morgen wekt U mij het oor. Luisteren, leren, onderwijs
krijgen, misschien wel een pak slaag, misschien wel een stuk hoon,
maar hier ben ik. Het oor doorboren betekend in de taal van de
schrift, ik hoop dat u dat oppakt, uit Exodus 21, want daar staat
het: dat je als slaaf met een priem aan zo’n deurpost geprikt werd,
nou, niet om daar te blijven staan natuurlijk, dat is helder, maar
het symbool was, je hoort nu eeuwig bij dit huis. Je bent eraan
geklonken. Je kunt nooit meer over je eigen bedoeling praten, je
bent nu eeuwig slaaf aan dit huis. Nu, dé Hebreeuwse slaaf, de
Knecht van God is niemand minder, dan de Here Jezus, die zei: Ik zal
ze eeuwig dienen. Eeuwig zal Hij dienen. Maar jij bent nu aan de
beurt en ik ook. Zou jij elke morgen willen zeggen: Here, hier ben
ik. Ik heb gehoord zoals leerlingen doen. Zou jij elke morgen je
leven aan de Here willen geven, niet om een gelovige te worden, maar
omdat je gelovig bent en omdat je van de Here Jezus houdt. En omdat
je zo graag wild, dat mensen om je heen ook van de Here Jezus gaan
houden, opdat er echt een opwekking, een opleving komt. Maar je moet
het wel willen. Discipelschap is een keuze. Het is echt een moment
van: Here, hier ben ik. U mach mij het oor doorboren, ik wil u
altijd dienen. Ik weet het wel, dat u moeite hebt met Petrus, die
dat ook riep uit de losse pols en daarna toch struikelde en u denkt,
ja ik kijk wel uit, hier heb je het verhaal van Petrus. Sommige
mensen, die kennen het Oude Testament en daar hebben ze gezegd in
Exodus 19: Here, wat u ook zegt, wij zullen het doen, nou, dat ging
dus ook niet goed. En u denkt, nou ja, wij hebben dat voorbeeld uit
het Oude Testament, we hebben het voorbeeld uit het Nieuwe
Testament, dus ik doe dat maar niet. Wij blijven gewoon zitten. Die
retorische vragen, die laten waar maar over ons heenkomen, die
denderen wel over ons heen, daar geven we gewoon geen antwoord op.
Dat doen we in Nederland trouwens toch niet, je kunt bijna nooit
zien hoe men denkt en wat men voelt of zo. In andere culturen is dat
wel eens anders. Maar je kunt nu zeggen, nou nee. Maar de Here
bedoeld eigenlijk, dat jij morgen ochtend en ik morgen ochtend ga
zeggen: Here, hier ben ik. En stel nou, dat je morgen een pak slaag
krijgt. Ik heb het niet over echt een pak slaag, maar misschien wel
geestelijk. Ik heb een paar nare dingen voor de kiezen en een ding
zou wel eens niet zo makkelijk kunnen zijn. Zou u het wel willen of
ga je dan net als ik soms denken, zal ik afbellen, ik ben ziek of
zo, ja je kunt ook geestelijk ziek zijn, dus je kunt alle kanten op
tegenwoordig. Ik wil zo graag duidelijk maken, das Jesaja 50 ook een
onderdeel is van de Knecht van God.
- Maar de climax is natuurlijk en dat voel je allemaal aan, Jesaja
53, de 4e profetie. Maar ik hoef verder niets meer te
zeggen, je kent hem waarschijnlijk uit je hoofd. Als een lam naar de
schlachtbank gaan. Naar zijn moeitevol lijden, zal Hij zaad zien en
Gods werk, zal door Zijn hand gelukkig lukken, voorgang hebben. Zou
jij een discipel willen zijn, mijn broeder/zuster? Ik vraag het niet
om die flinke lui, die zijn hier allemaal geweest en die hebben dat
allemaal even aangehoord en die gaan hier even met een soort diploma
de deur uit en die zeggen: nou, wij zullen hier in Veenendaal eens
iets laten ruiken van discipelschap. Nu zullen ze weten, dat dit
soort avonden hier geweest zijn. Ik wil u eigenlijk naar huis sturen
met het gevoel van, Heer ik kan het niet en ik durf het eigenlijk
ook niet. Eigenlijk durf ik het niet. Nu kom ik terug bij het begin:
bid en u zal gegeven worden, klopt, God doet open, zoek maar en Hij
laat zich vinden. Dat is de intentie. Zou ooit een vader, mensen die
om brood vragen een steen gaan geven? Dat doet ‘ie niet, dat doet
‘ie niet. Met andere worden: in Uw kracht Here durven wij, in Uw
kracht gaan wij, onder Uw banier strijden wij en met U zijn wij meer
dan overwinnars. Geen krachtpatserij, a.u.b. niet. Als dat de
intentie wordt, dan mislukken wij, denk ik. Maar Gods kracht wordt
altijd in zwakheid volbracht, gaat altijd door lijden heen. Waarom
werd de Here Jezus beproefd? Nou, ik kan daar een heel verhaal van
vertellen, maar het is altijd door lijden heen. Het is nog nooit
anders geweest. Indien de tarwekorrel niet in de aarde valt en
sterft, dan blijft ze alleen, maar indien ze sterft, brengt ze veel
vrucht voort. Dat proces, dat moet heel helder voor ons staan en
vanaf dat moment, kan de Here je gebruiken. Nu, ik koppelde dit een
beetje aan de adventtijd, want dan wordt Jesaja 9 weer van stal
gehaald: een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven en weet je
wel, die golf gaat dan…fijn toch. Maar er zit een element in,
waarvan je eigenlijk zou moeten zeggen: oh Heer, maar U bedoeld dus,
dat ik nu ga invullen, wat U als Knecht ook liet zien. Dat element
is discipelschap, dat is nu precies discipelschap. Gezonden, nog een
keer, niet om de hemel te verdienen, maar om voor de Here Jezus wat
eer bij elkaar te sprokkelen. Klein beetje eer voor Hem. Wat is dan
die eer? Nou misschien een gelovige, misschien iemand, die door jou
de Here Jezus leert kennen of door jou weer op een bepaald spoor
gezet is of door jou bemoedig is of door jou aangesproken is. De
Heer houdt het precies bij, hoor. Paulus zegt al, ik heb misschien
geplant, Apollos heeft nat gemaakt, maar God heeft wasdom gegeven.
Dus laten we dat groeiproces maar aan de Here over. Feit is, dat we
hier toch zo mogen zijn met elkaar. Discipelen, knechten van de Here,
naar het front gestuurd onder de grote vlag, onder de grote banier
van Hem die zegt: Ik ben Jahweh Nissi, Ik ben de Here, de banier.
Onder Mijn banier ga je aan de slag en voor Mijn naam zul je gaan
leven. Niet als een stelletje helden, die het allemaal al gemaakt
hebben, maar als hele zwakke, eenvoudige poppetjes, die durven
zeggen: Here, als U zelve niet meegaat, doe ons dan maar van hier
niet optrekken. Gaat U zelf a.u.b. mee. En met U durf ik het, waag
ik het. Als je zo discipel bent, dan wordt er iets van de Here Jezus
zichtbaar. Dat probeerde ik uit te leggen. Ik kom naast je te staan
in deze strijd, die er is. Amen.
-
- We gaan samen met je bidden. Here Jezus, U bent hier op aarde
geweest en U bent de volmaakte Knecht van God geweest, maar U bent
ook God zelf. U bent ook de Koning, U bent ook de Mens, de Mens
Christus Jezus. Maar U bent ook de Knecht van God. Here Jezus, het
is allemaal zo mooi en als er één de enge weg is gegaan, de smalle
weg is gegaan, dan bent U het. Als er één is geweest, die geen
compromissen sloot, dan bent U het. Here Jezus, U liet volmaakt
zien, wie Uw Vader was, dat koste U Uw leven. U werd inderdaad naar
de schlachtbank geleid en inderdaad hebben ze U Uw haren
uitgetrokken, Uw baard uitgetrokken, uw hebt Uw wang niet verborgen
voor smadelijk speeksel, hebben ze Uw rug geslagen en ze hebben van
alles met U gedaan. En toch was U er. Oh, Here Jezus, wij bewonderen
U. En nu zijn wij aan de beurt, dat voelen we. We hebben alles, maar
ook alles aan U te danken. Nu zijn wij het, om als profeten
uitgestuurd te worden, als mensen uitgestuurd te worden, die iets
zeggen over U, die iets doen voor U en nu willen wij zo vragen, dat
wij ons discipelschap echt hebben gebouwd op de rots. Als dat niet
Uw eigen fundament is, Uw eigen leven is, Uw eigen getuigenis is, Uw
eigen instructie is, dan stort het hele huis in en dat zien we om
ons heen. Vader laat ons huis, niet voor ons zelf, maar voor de naam
van de Here Jezus overeind blijven, zodat er houvast is in een
compleet verdorven wereld, waar alles op instorten staat. Oh, Vader,
wilt U zo Uw woord heiligen aan een ieder van ons. Ik wil zo bidden,
dat ieder die hier is of misschien meeluistert door een cd of een
bandje, dat iedereen het verlangen heeft om naar het front gestuurd
te worden. Here, sent mij maar, zei Jesaja en wij schrikken
misschien, wij houden meer van de veiligheid, van onze eigen
bolwerken, dan van het gevaar van een front. Wij willen U bidden,
Vader, wilt U zo Uw woord heiligen, wilt U iedereen hier die hier is
aanraken. Wilt U het zo maken, dat zij zien wie de Knecht van God is
en hoe Hij deed, hoe Hij handelde, hoe Hij sprak. De bewogenheid van
Hem en ook de moed en kracht van Hem. Niet omdat Hij buiten de
moeilijkheden kwam, Hij is er dwars doorheen gegaan, dwars door het
vuur. Wij willen U danken Vader, dat de Here Jezus zo schitterend
uitkomt en wij willen U bidden, of wij zullen begrijpen, waarom de
Here Jezus ons de bergrede heeft gegeven. Zodat wij voor Hem zouden
leven, discipelen zouden zijn, die Hem vertonen. Wij willen U dat
bidden in de naam van Uw eigen Zoon, uit genade. Amen.
|
|