| |
Lezen: Joh.
1:1-34
Johannes: Als mensen
een bijbeltje kopen en jij bent een beetje kerkelijk gelovig, dan zeg
je: "Nou, begin maar bij Johannes." Alsof dat het makkelijkste
stukje is uit de bijbel. Nu, ik zal u uit de droom helpen: Dat is het
moeilijkste stukje uit de bijbel. Ik begrijp het wel dat men zo zegt
en zo spreekt: Begin maar bij het evangelie van Johannes. Er zijn natuurlijk
prachtige geschiedenissen in dat evangelie van Johannes die iedereen
snappen kan. Maar de volle draagwijdte van datzelfde evangelie is enorm.
Is echt enorm. En ik hoop dat we dat ontdekken, dat we echt gaan zien
Wie de Here Jezus is.
Dat evangelie van Johannes is waarschijnlijk één van de
laatste boeken. Het laatst geschreven dan. Het is niet de laatste in
het getal zal ik maar zeggen, dan staat het tamelijk vooraan. Maar Johannes
moet al zo'n 90 jaar oud zijn geweest toen hij dit evangelie schreef.
Ook niet zonder reden. Want in de dagen van Johannes als, dus zijn nadagen,
kwam er al een fikse stroming op gang die zei dat Jezus weliswaar, ja,
een geweldig iemand was en een geweldig mens was, een goed man en een
man die stond aan de kant van verdrukten en zo, maar dat Hij God zelf
was, dat kon natuurlijk niet. Nu, dat lijkt wel 2004/2005. Jezus, o.k.,
maar te zeggen dat Hij God is, dat is een brug te ver. M.a.w., dat wat
je vandaag hoort, dat hoorde men toen ook al. En Johannes heeft in zijn
geschriften daartegen geschreven. Zijn evangelie, zijn brieven, en ook
het allerlaatste bijbelboek, de Openbaring van Johannes. Zo noemen wij
dat, maar het is de Openbaring van Jezus Christus. Om te tonen, om duidelijk
te maken, dat het niet zomaar Iemand was die hier in Galilea is geweest
en in Jeruzalem is geweest, maar dat het niemand minder dan JHWH, de
Here Zelf was. Dat is de kern van de schrijfstijl van Johannes. Dat
gaat over de Here Jezus die God Zelf is. Wij moeten daar misschien aan
wennen. Maar het is heel goed om je daaraan te gewennen, want de Here
Jezus is meer dan wij met z'n allen. Niet omdat Hij, laat ik maar zeggen
een betere profeet, een hogere profeet was, of een hogere moraal zou
hebben gehad, maar omdat Hij JHWH, omdat Hij God Zelf is.
Vier evangeliën hebben we, Mattheus, Markus, Lukas, Johannes. De
kritiek is altijd geweest: Waarom niet één gewoon chronologisch
boek. Jaartallen erbij als het kan ook nog de tijd van 's morgen tien
uur, elf uur, twaalf uur enz., hebben we niet. Waarom niet. Nou, ik
denk dat daar een hele goede reden voor is. In het OT zijn diverse duidingen
die in deze richting gaan. Maar één ervan is heel opmerkelijk.
En dat is, dat in het OT sprake is van vier keer een Spruit, met een
hoofdletter. En die en keer gaat het dan over een Spruit die mens is,
Zach., hoofdst. 6. Een tweede keer gaat het over een Spruit die knecht
is Zach. hoofdst. 3. Een derde keer gaat het over een Spruit die koning
is, Jer. 23. En een vierde keer gaat het over een Spruit die de Here
Zelf is, Jes. 4. Nog een keer: Een Spruit die de Here is, een Spruit
die Koning is, een Spruit die knecht is en een Spruit die mens is. En
u hoeft niet zo diep te spitten om er achter te komen dat dat precies
de vier karakteristieken zijn van de evangeliën. Een evangelie
dat gaat over de Here Jezus die koning is, een evangelie dat gaat over
de Here Jezus die knecht is, een evangelie dat gaat over de Here Jezus
die mens is en een evangelie dat gaat over de Here Jezus die God Zelf
is, JHWH Zelf is. Mattheus - koning, Markus - knecht, Lukas - mens,
en Johannes - JHWH Zelf, de Here Zelf. Nou, daar kun je best een dag
over piekeren. Niet zorgelijk, maar gewoon zeggen: "Daar wil ik
wat maar van weten, daar ga ik over nadenken, stukje meditatie."
Dat zijn hele mooie dingen. Goed, dat is al terug te vinden in het OT.
Het wordt nog moeilijker, maar ook mooier, als je bedenkt dat dit evangelie
van Johannes, en dat gaat dan over de Here Jezus die de Here Zelf is,
die JHWH Zelf, dat dat een geweldig iets is. En dat de vijf boeken van
Mozes, daar ga ik je dan weer mee verder opzadelen, en een stuk huiswerk
en een stuk nadenken, de komende dagen, dat de vijf boeken van Mozes,
helemaal terug te vinden zijn in dit evangelie van Johannes. Dat wordt
helemaal moeilijk. Vijf boeken van Mozes in één evangelie
terug te vinden, ja. Dit zal er ook uit komen in de loop van de bijeenkomsten,
avonden die we hier hebben. Maar dat zijn prachtige parallellen. Het
hoeft natuurlijk niet zo verwonderlijk te zijn. Want als u het boek
Genesis gaat pakken, en u leest daar over Iemand die gaat scheppen,
en u leest Joh. 1 over Iemand van wie gezegd wordt dat door Hem alle
geworden zijn die geworden zijn, m.a.w., Hij is het begin van alle dingen.
Alle dingen hebben hun begin, hun oorsprong in Hem, ja, dan kom je vanzelf
bij Gen. 1 uit. Nou, die dingen liggen allemaal opgesloten in het Johannes-evangelie.
Dat gaat veel verder dan een bundel gebeurtenissen, een bundel verhalen
waarvan wij zeggen: "Nou, dat is wel leuk ja. Nou, als je dan toch
iets wilt weten van het geloof, lees Johannes maar." Geen probleem
hoor, als u dat zo zegt tegen uw buurvrouw. Want misschien raakt datzelfde
evangelie van Johannes uw buurvrouw wel, en gaat de Here daar een geweldig
werk doen.
Fijn dat u hier bent. Wij mogen samen dat woord van God openen. En wij
mogen elkaar aanspreken op het geloof in de Here Jezus. Dat hoop ik.
Ik hoop ook dat ik dat voluit kan zeggen iedere keer. Wij zijn hier
bij elkaar als gelovigen. Niet als mensen die het allemaal zo goed weten.
Ook niet als mensen die alles al weten. Ook niet mensen die zeggen:
"Wij weten het alleen maar." Maar mensen die weten dat de
Here Jezus de Heiland is, de Verlosser is, de Bevrijder is. En dat we
door het geloof in de Here Jezus een kind van God geworden zijn. Dat
staat ook hier in dit stukje. Zovelen Hem aangenomen hebben. Mensen
die Hem aannemen, die Hem naar zich toe halen. Die daar dankjewel voor
zeggen. Die hebben het recht zich een kind van God te noemen. Hun die
in Zijn Naam geloven. Dus mensen die hier zitten en geloven dat de Here
Jezus de Heiland der wereld is, die hebben het recht zich een kind van
God te noemen omdat ze geloven in de Here Jezus. Niet de studie van
het evangelie van Johannes brengt u in de hemel, maar het geloof in
de Here Jezus. Natuurlijk is het verder gaan in je geloof, het opgebouwd
worden in je geloof nodig. Maar het is niet de voorwaarde om in de hemel
te komen. Voorwaarde om in de hemel te komen is heel eenvoudig: Geloof
in de Here Jezus. Heb je dat. Nou ja, hand opsteken, vingertje omhoog.
Nee schudden of ja zeggen. Ik bedoel, je kunt van alles invullen. Ik
wil niet dwingen, ik kan dat ook niet. Ik kan u toch niet meeslepen.
Maar het is een absolute voorwaarde: Als je in de hemel wilt komen,
geloven in de Here Jezus. En Die die je in de hemel brengt, de Here
Jezus, wordt hier omschreven. Het is alsof iemand zich uitput om je
te vertellen hoe schitterend die Jezus is. Ik noem Hem altijd Here Jezus,
maar dat is een stukje eerbied. Niet alleen maar een soort van vroeger
pratend over Iemand, zo van vroeger zei je altijd u en nu zeg je jij
en zo. Dat bedoel ik niet. Maar het is meer dan zo maar Iemand met de
naam Jezus. Het is de Here. Het is de Gezaghebber, de Gebieder, de Koning,
die bovendien God Zelf blijkt te zijn. En als je echt ontdekt dat die
Jezus die aan het kruis Zijn leven gaf en die voor jou en voor jouw
schuld daar wilde boeten, dat dat niemand minder is dan de Here uit
het OT, JHWH uit het OT Zelf, nou, dan denk ik dat je gaat zeggen: "Ik
mag wel eens eventjes gaan staan voor U", toch. Dan blijf je niet
meer zitten. Fijn blijven zitten vanavond. Nou, in je gedachten. Dan
maak je een huppeltje en denk je: Dit is toch super. En ik ben bijna
geneigd om te zeggen: "Dan doe je de schoenen van de voeten."
En dan ga je zeggen van: "Ik mag wel eens wat meer eerbied gaan
betonen, wat meer respect hebben." En dan niet zomaar over iemand
praten alsof het een gewoon boekje is.
Johannes schrijft over de Here Jezus. Over het Woord, Logos. Het Woord
dat vlees geworden is. Het Woord dat bij God was, en het Woord dat God
Zelf was. En dat Woord heeft onder ons gewoond. Die taal is al zo bijzonder.
Iemand die bij God was daar kun je je nog iets bij voorstellen. Het
zou ook een engel kunnen zijn geweest, bij God. Maar iemand die God
Zelf is. En alles wat God ooit gezegd heeft, of nog zegt, dat is Hij.
Bedoelt u te zeggen dat toen de stem op de berg Sinaï klonk en
dat de wetgeving kwam, de thora gegeven werd. Dat Hij sprak. Ja, dat
bedoel ik eigenlijk wel. Bedoelt u te zeggen dat als je de woorden uit
het OT, die toegeschreven worden aan de Here van het OT, dat het daar
ook de Here Jezus was. Ja, dat bedoel ik eigenlijk wel ja. Het is niet
zomaar Iemand. Het is niet alleen een vreemdeling die ooit in Galilea
heeft rondgestapt, zoals een lied dat zegt: De Vreemdeling van Gallilee.
Maar het is JHWH Zelf. Het is Hij die de Here Zelf is. Of ik dit allemaal
kan pakken is een tweede. Maar ik kan het wel geloven. Als ik het met
mijn eigen intellect wil verklaren, dan denk ik dat ik binnenkort bankroet
ben, want dat red ik niet. Maar ik kan het wel geloven. En dat is nu
precies wat de bijbel veronderstelt van jou en van mij. Als je gelooft
in de Here Jezus, is de Heilige Geest in jou gaan wonen. En Diezelfde
Heilige Geest, God de Geest, wil duidelijk maken Wie God de Zoon en
God de der is. Daar geloof ik stellig in. je hebt dus de capaciteit,
het vermogen, om de dingen van de Here te snappen, te pakken. Niet om
het intellectueel te verklaren, maar wel om er echt in te staan en er
een stuk zekerheid van te kennen. Van: Dit is wat de Here bedoelt.
Johannes is een schitterend stukje informatie over JHWH Zelf. God openbaart
Zichzelf. Hij laat zien wie Hij is. En dat gaat op zo'n schitterende
manier, dat je bijna ademloos gaat toekijken. Bovendien is er de insteek
van de hele serie om, los van de geschiedenissen, van de verhalen, van
de gebeurtenissen, van de personen, die voorkomen in dit evangelie,
te zien naar de profetische vergezichten die hier al in verstopt zijn
en soms heel duidelijk naar boven springen.
Ik wil daarmee beginnen vanavond. Gewoon om je een voorproef te geven
van wat allemaal nog komt. Die voorproef is b.v. dit: Als het OT zegt
dat als de dag des Heren komt daar een heraut, de Elia gaat komen als
een heraut van de koning. En, ja, die dag wordt aangekondigd, die dag
wordt dus a.h.w. vooraf al geadverteerd, die wordt neergezet. Het boek
Maleachi, het eind van het OT zegt dat, maar andere plekjes zeggen dat
ook. En hier, in ons hoofdstuk, is er iemand die de komst van de Here
Jezus aankondigt. Dat is Johannes de Doper. En natuurlijk vragen de
mensen die de bijbel kennen, het OT, weet u wel, de schriftgeleerden,
die zeggen: "Bent u dan die profeet, want Mozes had gezegd: "De
Here zal u een profeet verwekken gelijk mij." Dus het moet òf
een profeet zijn geweest, die, die verwekt zou worden, gelijk aan Mozes.
Want dat is iemand die uit de tegenwoordigheid van God komt, die meet
de woorden van God komt. Die met dat wat God gezegd heeft naar de mensen
gaat. Ja, een profeet gelijk mij. Bent u dan de profeet?" "Nee",
zegt Johannes, "dat ben ik niet." "Bent u dan Elia?"
Want dat is een tweede, want het boek Maleachi zegt dat Elia zou komen.
Bent u dan Elia? Dat waren best scherpe vragen. Bent u de Christus misschien
zelf. Nee, ben ik ook niet. Nou, dat waren de enige opties die ze hadden.
Meer hadden ze niet. Want ze wisten het: De Christus komt, er komt een
profeet en er komt een boodschapper, een Elia. Dat zijn de drie dingen
die ze heel helder hadden. En dat vragen ze, en Johannes zegt: "Nee."
En nu zeggen wij: "Waarom zei Johannes niet gewoon: Ja, dat ben
ik."" Nou, hij heeft zichzelf nooit de pretentie aangemeten
van: Ik ben de profeet. Was hij ook niet, want dat is de Here Jezus
Zelf. Hij heeft zich zeker niet de pretentie aangemeten om te zeggen
ik ben de Christus. Want hij wist heel zeker: Dat ben ik niet, dat is
Hij die komt. En Elia, nee dat ben ik ook niet, want ik wil gewoon een
stem zijn. Ik wil helemaal niet een etiket hebben. Ik wil helemaal geen
plaatje op hebben. Maar ik ben wel de wegbereider. Ik ben wel de stem
van één die roept. Johannes de Doper mag vertellen dat
de Here Jezus eraan komt. En waar doet hij dat. Dat doet hij in Bethanië,
aan de andere kant van de rivier. Bethanië ligt ook vlak bij Jeruzalem,
ligt op de Olijfberg, waar Martha en Maria wonen. Maar het is ook een
Bethanië aan de andere kant van de Jordaan. Nou, nu is het misschien
iets verder dan we denken, maar dat is oostelijk van Jeruzalem. Stel
nu eens dat de Here Jezus komt. Waar komt Hij dan vandaan. Nou, het
boek Ezechiël geeft je heel helder aan dat Hij uit oostelijke richting
komt. Als hier, oostelijk van Jeruzalem, zelfs buiten Jeruzalem, buiten
het land, aan de andere kant van de Jordaan, een beweging op gang komt
in de richting van Jeruzalem, dan kun je alleen al hier zeggen: "Oei."
Dus los van wat dateringen en wat plaatsaanduidingen, daar was het en
zo, weet je wel, los van die dingen, hier komt een gezicht naar boven,
een gezicht van Iemand die uit oostelijke richting komt, en langzaam
maar zeker in de richting van Jeruzalem gaat. Dat is hier al voor handen.
Vooraf gegaan door een bode, door een heraut, waarvan de bijbel zegt:
"jazeker, daar zal een heraut zijn, daar zal echt tam tam gemaakt
worden, ze zullen het weten." En dat hebben ze geweten. Ook in
de dagen van Johannes, wist iedereen, wist heel Jeruzalem van Johannes
de Doper. Als de Jeruzalemmers vragen stellen, en ze op een bepaald
moment zeggen: "Wij weten het niet", en zeggen, "Ja,
als we zeggen dat Johannes geen profeet is dan hebben we ook een probleem,
want het hele volk houdt Hem toch voor een profeet."
Ik wilde zo graag, hoe moeilijk dit ook even klinkt, vertellen, aangeven,
dat het hele evangelie van Johannes heenwijst naar het schitterende
moment waarop de Here Jezus komt uit de heerlijkheid. En daar ineens
op aarde iets stralends is. Iets dat alles, alles doet verbleken. Dat
is als de Here Jezus hier op aarde komt. Dit evangelie vertelt je dat
dat gaat gebeuren. En Wie komt er dan straks? Dat is dezelfde die wij
nu onze Heiland mogen noemen, die wij nu in onze harten mogen kennen
als de Redder, de Bevrijder, de Verlosser. Maar die we ook mogen grootmaken,
bejubelen omdat Hij de Koning is, omdat Hij de Here is. Die Jezus wordt
hier omschreven. Dit hele evangelie gaat een schitterend stuk vergezicht
opleveren in de richting van de toekomst. Dat is echt adembenemend.
Nou, er zitten sommigen die zeggen: "Daar zit ik niet op te wachten.
Ik zit eigenlijk te wachten op een stukje bemoediging voor vandaag,
een stukje preek voor nu waar ik ook morgen iets aan heb." Komt
ook. Dat is steeds aan de orde. Maar de Here Jezus is meer dan één
van ons. Als er in Athene medailles gehaald worden, en daar zijn er
een hele rij, gelukkig weer. Ik heb er niet meer en ook niet minder
om te eten, maar goed, het is toch zo. Dan willen we ineens weten wie
de Inge de Bruin eigenlijk is. Of ja, wie die van den Hoogeband is of
nou ja, hoe ze maar heten mogen, want de namen heb ik niet allemaal
paraat. We willen het weten. En daar hoef je niet eens zo veel over
te vragen, want dat krijg je elke dag nog een keer op het journaal of
in de krant breed uitgemeten. En als er in de politiek mensen gaan scoren,
dan wordt onmiddellijk, ja, een soort achtergrond informatie gezocht
en gegeven. En o wee als het niet goed zit, als ze ooit een keer een
boer gelaten hebben tijdens het diner, want dat kan natuurlijk niet.
Dat wordt gelijk vastgelegd. Ik zeg het maar wat stom, maar alles moet
je dan weten. Maar nu even los van de wereld. Los van de groten van
nu, van de voetballers, van de sterren, van de kunstenaars. Als de Here
Jezus dan zo geweldig is, zouden wij dan niet willen weten wie Hij is.
Waarom neemt u dan genoegen met het feit dat, ja, dat ja, Jezus, ja,
ja, Jezus. Door Jezus ben ik gered, punt. Ja, slecht weer vandaag. Regen
morgen, overmorgen. Waarom. Waarom staat ons hart niet in vuur en in
vlam om nog meer van de Here Jezus te zie. Om er achter te komen wie
Hij eigenlijk is. En bovendien, wat zal er dan met Hem gebeuren. Want
ja, we zijn nu gered. Ja, ja, wij komen dan in de hemel. Wij zitten
goed. De buren gaan misschien niet naar de hemel. Dat zou kunnen, als
ze niet geloven. Maar ja, wij zitten goed. Wij hebben straks een prachtige
stoel in de hemel. En mooie kleren, en een nieuwe naam. Eh, nee, het
is allemaal goed. En we hebben daar een maaltijd, want we zullen daar
samen met Hem aanliggen. Ik bedoel: Het is geweldig. Dat wat je hebt
is super. Ja, ja, wij, ik, eindelijk. Alle alle zorg voorbij. Want ook
dat beloofde Hij. Ik citeer maar een liedje. We zijn daar. Dat is het
toch. Geloven is toch een soort ja, zekerheid voor straks. Dus nu kan
het nog even heel, heel zwaar zijn. Maar dan, dan zitten we goed. Dan
zitten we gewoon op fluweel, letterlijk en figuurlijk. Is dat het ongeveer.
Is de toekomst mijn relaxsituatie, mijn luie stoel, mijn pracht plek,
mijn zegen, mijn gave situatie. Zonder vlek, zonder rimpel, zonder probleem,
zonder iets van aftakeling. Is dat de toekomst. Is dat het. Nou, je
moet, als je heel eerlijk bent, zeggen: "Ja, dat is wel een heel
klein stukje van de toekomst, want de toekomst is de Here Jezus Zelf."
En wij komen daar eigenlijk niet of nauwelijks aan toe. Ik hoop dat
u er wel aan toe komt. Dat u zo blij bent met de Here Jezus, dat u denkt:
Here Jezus, ik wil u zo graag vergelijken met ja, met toen. Als ik zelf
door Jeruzalem loop en ik loop die lijdensweg, die Via Dolorosa, heb
ik steeds het idee: En daar komt Hij straks weer. Hij komt terug. Zonder
doornenkroon, met een andere kroon. Niet met een kruis, maar met een
geweldige zegenstroom. Niet met jouwende, joelende mensen die zeggen:
"Kruisig Hem, we willen Hem niet." Maar met mensen die hosanna,
hosanna, hosanna roepen. Ik gun het de Here Jezus. Ik weet het. We denken
altijd eerst aan onszelf. Aan onze zegen, onze stoel, onze prachtige
toekomst, maar Hij. Nou, dit evangelie gaat over Hem. En je ziet in
dit steeds lijnen naar de tijd die gaat komen, dat Hij, de Here Jezus,
gaat schitteren. En dat er herauten zijn die alle klaroenen en bazuinen
en trompetten die ze maar bij elkaar kunnen sprokkelen gebruiken om
te vertellen: Kijk. En, om je nu alvast even iets te zeggen: Wij zullen
meeroepen, op de één of andere manier zeggen: "Hij
is het." daar over gaat het in dit evangelie. En dit is zo boeiend
en zo prachtig, dat je vandaag misschien wel eens blij kunt worden met
die dag. Niet omdat het jou dan goed gaat, maar omdat het Hem dan goed
gaat. Zo schrijft Johannes er over. En als Johannes het over Hem heeft
dan haalt hij alles uit de kast. Dan gaan alle registers open, en alle
nuances, en ze zijn voorhanden. En je valt echt nog een keer van de
ene verbazing in de andere. De Here Jezus is het licht, Hij is het Leven
zelf, Hij is het Woord zelf, de Logos zelf. Hij is Degene die spreekt.
Hij is God zelf. En Hij is in Zijn eigen bedoening gekomen. Hij kwam
tot het Zijne. Dat betekent niet dat Hij alleen maar bij Israël
kwam. Hij kwam in dat wat van Hem is. Nou, dat is meer dan Israël.
Hij kwam in Zijn eigen schepping. Hij kwam dus daar waar Hijzelf de
oorsprong van is. Nou, dat moet je je dan maar eens een keer gaan realiseren.
Dat de Here Jezus toen Hij in Bethlehem in een klein kribbetje lag,
de baas was van alles. Je kunt je dat niet indenken. Je kunt je niet
indenken dat Iemand die zo arm was dat ze niet eens een hotelkamer kunnen
betalen, dat die Jezus ook nog eigenaar is van Hilton Bethlehem en van
nou ja, weet ik veel wat voor hotelketens er nog meer zijn. Alles is
van Hem, heel Bethlehem was van Hem. Heel dat land was van Hem, heel
Jeruzalem was van Hem. Heel Veenendaal is van Hem. Gelderland, heel
Nederland, Europa, alles is van Hem. het land is van Mij: De wereld
is van Hem. Hij heeft allemaal gemaakt. Het is allemaal van Hem. En
dan moet je je voorstellen dat Iemand die alles heeft, die bezit heeft,
die recht van bezit heeft op alles wat je maar kunt bedenken, dat Hij
in Zijn eigen bezit komt en dat Zijn, laat ik maar zeggen, mensen die
iets beheren, iets als een rentmeester hebben toevertrouwd gekregen,
dat die mensen zeggen: "Nee, nee, wij willen Hem niet. En we hoeven
Hem ook niet, want dit is van ons, dat is mijn plekje." Ik was
nog een jonge vent en ik was op het eiland Vlieland met mijn verloofde,
toen nog, dat is nu mijn ex-verloofde. Maar we waren daar en we gingen
daar omdat het een mooi plekje was, ergens liggen 's morgens vroeg in
de zon. het was een aardig plekje, en toen kwamen er mensen aan met
een andere tongval, ik zal maar geen nadere duidingen gaan geven, en
die zeiden: "Dat plekje is van ons." En ik was nog zo stom
om daar weg te gaan ook. Ik bedoel, dat is
Want die hadden
daar de vorige dag gelegen. Dus die hadden natuurlijk nog recht op dat
plekje, vonden zij. Ik wou over mijn fiets beginnen, maar dat kwam niet
zo goed over. U snapt het. Maar dat zijn dus mensen die zeggen: "Ja,
daar hebben wij gisteren gelegen, dat plekje is van ons." Dan moet
je voorstellen: De Here Jezus: Ik heb dit duizenden jaren geleden geschapen,
dat is van Mij. En Wij zeggen: "Welnee, dat is van mij. Dit is
mijn plekje. Daar heb ik gisteren ook al gelegen. Hier staat mijn bed
nota bene. En mijn naambordje aan de buitenkant op de deur." De
Here Jezus komt in Zijn eigen schepping. En die schepselen die zeiden
nee. Maar er zijn ook mensen die zeggen ja. En die mogen zich nu een
nieuwe schepping noemen. Jij toch. Ik mag zeggen dat ik de Here Jezus
heb aangenomen als mijn Heiland, als mijn Verlosser. En dat ik weet
dat Hij het voor mij bij God in orde heeft gemaakt. Ik ben een nieuwe
schepping. Hij kwam tot het Zijne. Maar die geweldige Schepper, die
geweldige Spreker, het Woord Gods, de Logos, Degene die wetten gaf,
die Zichzelf openbaarde op de Horeb, die Zichzelf laat zien in zijn
schepping, in bomen en bloemen, want ook dat is waar, in sterren in
het hele firmament en alles wat maar met de schepping te maken heeft,
die heeft Zich hier op aarde in zijn eigen schepping begeven en heeft
zich hier geopenbaard. En ze hebben gezegd, nee hoor, nee, ja, nee,
onze voorstelling van een schepper is heel anders dan U. Dit klopt niet
met ons plaatje. Nou, dat is de taal, de hoogmoedige, vreselijke taal
van de mensen van vandaag. Ons plaatje over God is heel anders dan dat.
Net zo eigenwijs. Ongelofelijk arrogant. Zomaar zeggen: "ja, als
ik God zou zijn, ja, dan zou Hij er zo uit zien. Dan zou Hij dit en
dat gaan doen natuurlijk." En de één zegt dan: "geen
auto's meer. Een beetje god is toch milieubewust, nietwaar." En
de ander zou zeggen: "Geen oorlog meer, het is toch vredelievend
iemand." Nou zo hebben we allemaal onze invullingen. Maar God heeft
Zichzelf geopenbaard in de Here Jezus. Heeft Zich laten zien in zijn
Zoon. Dat Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond. En al
Gods glorie, al Gods bijzondere eigenschappen, al die bijzondere kanten
van God, die zijn in de Here Jezus terug te zien. Je moet Hem wel aannemen.
Je moet Hem wel toelaten. je moet wel een moment kennen in je leven:
Her U bent de baas, U bent welkom in Uw schepping. U bent welkom in
mijn leven. U moet Hem in uw huis laten. U moet Hem in uw hart laten.
Je moet toch een keer ja zeggen tegen de Here Jezus. Anders gezegd,
je moet een keer de deur van je eigen leven open zetten zodat de Here
Jezus in zijn Eigen bedoening kan binnenstappen. Dat wil Hij graag,
maar Hij forceert die deur niet. Zoals ook in Openb. 3: Hij staat aan
de deur en Hij klopt. Hij forceert het niet, maar Hij moet wel naar
binnen, toch. En dan gaat de schrijver van deze brief, die gaat vertellen
dat de Here Jezus, die als een kleine baby hier geboren is, ook nog
aan de boezem van de Vader is. En dat snap ik niet. Ik kan het niet
pakken. Het ene evangelie schrijft over de Here Jezus die echt mens
is. Dat is Lukas. Als u het kerstverhaal wilt vertellen dan pakt u het
evangelie naar Lukas en u ziet daar precies hoe dat ging met Maria,
met Elizabeth, met de geboorte van Johannes de doper, met Bethlehem
en het kribbetje. U vindt dat allemaal in Lukas. Maar, de Here Jezus
is echt mens. Als u de Here Jezus wilt gaan zien als JHWH, dan pakt
u het evangelie van Johannes en daar staat helemaal niet dat Hij geboren
is. Niks over Bethlehem, niks over Maria. Geen woord, niks. Kan ook
niet natuurlijk. Toen de Here Jezus aan de boezem van Maria lag, nu
zeg ik het een beetje plastisch, toen lag Hij ook aan de boezem van
Zijn Vader. Nou, dat kan niet. Dat is voor ons weer een brug te ver.
Dan moeten we weer gaan zeggen: "Ja, dit is te hoog gegrepen, dit
kunnen we niet pakken." En toch is Hij precies wat hier staat.
De Here Jezus, broeders, zusters, beste vrienden, als u meeluistert,
is meer dan wij kunnen opschrijven. En Hij openbaart Zichzelf. God openbaart
Zich in Hem. En dat wat nu zichtbaar wordt dat is heerlijkheid. Dat
zij hele bijzondere kwaliteiten, en dat is genade van de bovenste plank.
Iemand die zich met ons wilde bemoeien. Iemand die losgeld wilde betalen.
Dat losserschap hoort bij God. Hij wil lossen, Hij wil vrijkopen. Hij
wil opnieuw laten genieten. Je moet dus Iemand hebben die je lost. Als
je in Israël in armelijke doen kwam, dan was er soms een losser
van de familie. En je kon zelfs de familie bellen. Even sorry voor dat
telefoontje. En je kon zeggen: "Nou, ik wil graag dat jullie gaan
lossen." Of dat jij gaat lossen. Ruth-Boaz bijv, zo'n voorbeeld.
Of, als Jeremia in de gevangenis zit, in Jer. 32, dan komt een familielid
en die zegt: "U bent losser, wij willen graag dat u betaalt."
Nou, Jeremia had kunnen zeggen: "Nee, doe ik niet. Bovendien Jeruzalem
staat op instorten en ik zit hier in de gevangenis. Ik heb wel andere
dingen aan m'n kop." Hij betaalde wel. Maar God zei: "Zo ben
Ik. Ik ben een Losser. U bent vrijgekocht. Niet zilver en goud, kostbare
bloed van een onberispelijk en vlekkeloos Lam." God is Losser.
En u kunt zeggen: "Jezus, ja, de Here Jezus is de Losser."
Hij kwam, Hij kwam om te betalen. Hij kwam om Gods genade te laten zien.
Genade op genade. En als Johannes nog wat scherper kijkt, Hem a.h.w.
dichterbij haalt zegt hij: "Kijk eens, het is het Lam van God."
In het OT staat in Gen. 22 dat God Zichzelf een lam zou gaan voorzien.
JHWH jere: De Here zal gaan voorzien. En hier zegt Johannes: "Kijk,
daar heb je het. Dat is nu precies wat de bedoeling is. God heeft voorzien,
daar is Hij." Het is zo kleurrijk, zo geweldig, dat het je hart
verwarmt. En nu hoop ik zo dat het niet alleen kennis is, dat het niet
alleen technische mogelijkheden zijn, of technische informatie is die
je binnen kunt nemen, en waar je misschien nog wat aan hebt als je van
studeren houdt of van mediteren houdt. Maar dat het ook je hart raakt
en dat je zegt: "Here Jezus." Toen ik tot bekering kwam heeft
iemand gezegd: "Laat de Here Jezus in je hart komen." En misschien
is er wel met jou gebeden: Here Jezus kom in mijn hart. Misschien heb
je dat zelf wel gevraagd: Wilt U in mijn leven komen. Wilt U in mijn
hart komen Here Jezus. En Hij doet het. Maar als Hij binnen is, dan
heb je ook Iemand binnen. Dan heb je Iemand binnen die nota bene God
Zelf is. Die alle liefde van God uitstraalt, alle genade van God uitstraalt,
alle wijsheid van God heeft. Alle bijzondere kenmerken van God in Hem.
In Hem woont de ganse volheid van de Godheid lichamelijk. Alles van
God in Hem. En Hij woont in jou. Kun je je voorstellen dat je lichaam
een tempel van de Heilige Geest is? Ik snap het nog niet, maar het is
wel subliem. Het is zo verheven. En dit hele pakket geeft Johannes aan
ons door, nu, in deze dienst, en ook verder. Om ons te vertellen Wie
Hij is. En om eigenlijk een soort voorschot te geven op wat er nog allemaal
komt. Want dit is natuurlijk veel te weids voor 2004/2005. Dit gaat
veel verder dan onze dienst nu op deze zondag, of nog een paar andere
diensten. Dit gaat verder. Dit is zo verstrekkend, dat je alleen maar
kunt verlangen: O Here, ik wil die profetie, die profetische lijnen
graag zien vanuit dit evangelie, want Hij de Here Jezus, is meer dan
wie ook.
Als we zo kijken naar dit prachtige van God gegeven bijbelboek, dan
wordt je daar blij van. En denk je: Here Jezus, U was bij God en U was
God, en U bent hier op aarde gekomen in Uw eigen bedoening. Niemand
wilde U. Een paar hebben ja gezegd. En U kwam om de genade van God te
openbaren en om de liefde van God te openbaren. U kwam om de meest mooie
dingen van de Here te tonen. En U was het Lam van God, door God voorgekend,
door God voorzien. En U hebt alle, alle inhoud van wat U moest gaan
doen waargemaakt Here Jezus. Nou, ik ging uit m'n dak toen ik een beetje
snapte van de Here Jezus. En ik zat afgelopen week ergens in Frankrijk
aan een klein meertje. En ik overdacht dit, plus die vijf boeken van
Mozes in het Johannes-evangelie, ik kom daar later wel een keer op terug,
en ik was helemaal kapot. Ik was gewoon ontdaan. Ik voelde me bijna
Ezechiël die, als de hand des Heren op Hem kwam helemaal ontdaan
was, verbijsterd was. Niet bang, niet van: het hoeft van mij allemaal
niet meer of zo. Dat was het niet. Het was gewoon blijdschap, het was
gewoon pure vreugde dat de Here Zichzelf zo wil laten zien. En de Here
wil het jullie vertonen. Hij wil het jullie waarmaken. Hij wil Zichzelf
aan jullie openbaren. En dat is de kracht van dit evangelie. Dat is
de kracht. En dat is ook de reden waarom we dit Johannes-evangelie zo
willen bekijken. In de richting van de volledige openbaring van de Here
Jezus. Als alles voor Hem buigt, en elke knie buigt voor Hem en elke
tong gaat belijden: "U bent de Here". Die tijd komt, dat Hij
schittert in Jeruzalem. Nog nooit gebeurd. Dat Hij straalt, dat Hij
de Zegenbron is van de hele schepping. Dat de boom des levens zichtbaar
en dat de stroom van water vloeit, en dat de Here Jezus daar het begin
en de inhoud van is. En dat alles om Hem gaat: buigen en eren. Jij en
ik mogen daar nu al mee beginnen. Dat is het Johannes-evangelie. Dat
is het sublieme van dit prachtige bijbelboek. En daarom wil de duivel
zo graag dat je hier niet mee bezig bent: Het is te moeilijk, het is
te zwaar. En alles wat er zo naar ons toekomt wat een beetje pittiger
is dan, nou ja, dan een opgewarmde prak, sorry dat ik het zo zeg, dat
schuiven we dan maar weg. Nee toch, we willen toch graag verder. We
willen toch graag groeien. We willen toch graag ontdekken Wie de Here
Jezus is. Nou, dat hebt u voor u. Ik zei in een korte bidstond vooraf,
hier vooraf aan deze dienst: 'Ik wil mijn schoenen wel uitdoen Here,
want ik voel dat ik op een terrein kom waarvan je moet zeggen: "ja,
kan ik het wel." Kunnen mijn woorden niet vertroebelend werken."
Nou, dat kan. Het kan zo mooi zijn dat alles wat je er van zegt eigenlijk
iets van dat mooie wegneemt. De Heilige Geest wil gaan werken in jouw
hart. Zou je nu, met mij, de Here willen vragen of de Heilige Geest,
God de Heilige Geest, zo wil gaan werken in jouw hart en in jouw denken,
dat je gaat ontdekken Wie de Here Jezus is. Ik garandeer je dat je daar
een superweek van hebt, echt. Niet omdat de stoplichtjes allemaal niet
meer stoplichten zijn maar allemaal groen zijn, kan. Misschien zijn
ze allemaal wel rood. Echt stoplichten, moet je wel afstappen. Maar
van binnen is het feest, van binnen is er vreugde. Here Jezus, dank
U voor Wie U bent. Dank U voor dat geweldige van Uw werk. En dank U
heel speciaal dat U het Lam van God wilde zijn om mij vrij te kopen.
Om mij te redden. De Here zegen ons.
|
|