| |
Lezen: Joh.
1:35-52
Johannes, het prachtige
evangelie waarin de Here Jezus voorgesteld wordt als JHWH Zelf, als
de Here Zelf, als God de Zoon. En het is adembenemend als je dat evangelie
van Johannes gaat bestuderen. Ik probeerde daar al een aanvang mee te
maken. Ik probeerde de eerste aanzet te geven, de vorige keer. Maar
de insteek voor deze serie is in elk geval de profetie. Wat staat in
het evangelie van Johannes over wat er nog gaat komen. De toekomst,
de profetie van Johannes hebben we het daarom genoemd. Bedoeld voor
mensen die de Here Jezus liefhebben en kennen als hun Heiland, als hun
Verlosser. Bedoeld ook voor mensen die interesse hebben in het profetische
woord. Bedoeld voor mensen die willen groeien in hun geloof. Bedoeld
voor mensen die misschien wel een beetje willen studeren. Niet dat het
zo zwaar is dat je echt student moet zijn, maar toch. Een beetje diepgang
kan ook geen kwaad. Je moet wel de Here Jezus Christus kennen als je
Heiland en als je Verlosser. Je moet weten dat De Here Jezus hier op
aarde gekomen is. Dat Hij tot het Zijne kwam, in Zijn eigen schepping
kwam, en dat iedereen die Hem aangenomen heeft het recht heeft om zich
een kind van God te noemen, hun die in Zijn Naam geloven. Niet uit een
man, niet uit de wil van het vlees, maar uit God geboren. Nieuw leven,
Goddelijk leven. Dat Goddelijke leven is per saldo eeuwig, want God
is eeuwig. Daarmee heb je alles, in feite dat schitterende pakket van
Gods genade en Gods zegen meegekregen, en je bent er zeker van dat je
dat nooit meer kwijt raakt. Want God heeft als onderpand van wat er
nog gaat komen, nu alvast de mogelijkheid gegeven om te genieten, de
Heilige Geest in jou, de mogelijkheid om te genieten van. Christenen
zijn geweldig gezegend, buitengewoon. Die hoeven niet nog dit en dit
en dit te doen om het te krijgen. Ze hebben het. Door het geloof in
de Here Jezus heb je het, mag je er voor danken, mag je er je hand opleggen,
en mag je zeker weten: Dit gaat mij nooit meer ontglippen. Dit is dat
schitterende pakket dat God in Zijn genade heeft gegeven.
Nu is dit Johannes-evangelie op allerlei manieren te bekijken. Maar
wij willen zo graag ja, doordringen tot de profetische vergezichten
in dit evangelie.
Johannes de Doper, we kennen de geschiedenis, was als een heraut, als
een aankondiger al bezig om te dopen. En van heinde en ver kwamen mensen
tot Hem en de één zei: "Wat moeten wij doen."
Soldaten vroegen: "Wat moeten wij dan doen." En schriftgeleerden
vroegen iets. En hij heeft heel concreet gezegd, daar aan de overzijde
van de rivier, aan de overzijde van de Jordaan, buiten het land nota
bene: Dat en dat moest er gebeuren. En dan komt de Here Jezus bij hem
en Johannes ziet Hem en zegt: "Zie het Lam van God." Ik probeerde
de vorige keer al te zeggen: "Dat is waarschijnlijk de grootste
profetie die uitgesproken is." Abraham had gezegd dat God Zichzelf
een Lam ten brandoffer zou gaan voorzien. Dat zou gebeuren. En daar
liep een Mens en Johannes zegt: "Daar heb je Hem." En de Here
Jezus noemt, waarschijnlijk om die reden, hem de grootste van alle profeten.
Niet alleen: Onder wie van vrouwen geboren is, is geen groter dan Johannes.
Dus m.a.w., super, boven alles wat geboren is super. Maar ook boven
alles wat profeet is super. Dat is de duiding van de Here Jezus t.a.v.
Johannes. En Johannes de doper getuigt van de Here Jezus. Dat was. En
nu staat Johannes de doper daar weer. Hij ziet opnieuw de Here Jezus,
ons stukje van vanavond. De heraut, de aankondiger, de stem van één
die roept in de woestijn zegt: "Daar heb je Hem weer. Zie het Lam
van God." Het is alsof Johannes slechts wijzen kan op de Here Jezus.
Alsof er niemand anders is. En op zich is dat super. Ik hoop dat elke
prediker zo'n Johannes-figuur is, zo'n wijzer is naar Hem, naar de Here
Jezus toe. En dat die altijd, maar dan ook altijd gaat zeggen: "Daar
heb je het Lam van God." Altijd de Here Jezus aanwijzen.
Twee van zijn discipelen hebben dat gehoord en die zijn de Here Jezus
gaan volgen. Nou, daarover is, ja, veel gepreekt. Ik heb er tenminste
vele preken al over gehoord. En dat Johannes dan wel sneu zou zijn dat
een aantal uit zijn parochie wegliepen en bij die andere parochie kwamen
en zo. Weet je wel, zulke dingen. Nou, laat dat allemaal maar, want
dat staat er niet. En dat zal ook best misschien een rolletje gespeeld
hebben, maar Johannes de doper heeft echt gewezen: Kijk daar heb je
Hem. Hij heeft niet gezegd: "Hier ben ik en daar loopt Hij."
Nee, daar heb je Hem. Zonder over zichzelf nog te praten. Johannes heeft
echt gewezen op de Here Jezus. Twee van zijn discipelen zijn bij hem
vandaan gelopen, zijn de Here Jezus nagevolgd, en hebben de vraag gesteld:
Wij willen wel graag daar zijn waar U verblijf houdt. En dan hadden
wij natuurlijk graag een locatie gewild. Sterke arm Veenendaal of zo.
Daar moet toch een adres bij. Brief met postcode en zo. gebeurt niet,
niks ervan. Kom maar, kom en zie. Als de Here Jezus de paasmaaltijd
wil laten bereiden, dan zegt Hij niet: "Ga naar die en die straat."
Had natuurlijk gekund, met een nummertje erbij en zo. Dan zegt Hij:
"Je komt ergens, je ziet een man met een kruik water. Waar die
naar binnen gaat moet jij ook naar binnen."Ook vaag. Als in het
boek Hooglied de vraag komt: Waar laat u op de middag de kudde rusten?
Ook geen duiding van daar en daar adres, maar: Volg de sporen van de
schapen. Er zijn soms dingen die je uit het verband moet opmaken. Waar
je niet een precieze duiding van hebt, maar waarvan de Here wel zegt:
"Kijk, daar is het, daar ligt het."
Kom en zie. Ze zijn gekomen en de Here Jezus vraagt: Wat zoek je. Hij
had natuurlijk ook kunnen vragen: Wie zoek je. Wat zoek je. Waar hebt
U Uw verblijf. Kom en je ziet het, je zult het zien. En ze kwamen waar
Hij verblijf hield en ze bleven die dag bij Hem. En ze weten later nog
precies te zeggen, ik vermoed een vijftig jaar later, misschien zestig
jaar later, weten ze nog: Nou ja, het was het tiende uur. Dat betekent
vier uur 's middags. Het was bijna donker. Dat was het toen. Toen, vlak
tegen de avond is het gebeurd. Ze zijn bij Hem gebleven. Maar ze zijn
ook actief geweest en ze hebben anderen verteld van wat ze gevonden
hadden. En ze hebben anderen uitgenodigd. Andreas vond Petrus. De Here
Jezus vindt Filippus, en de Here Jezus laat via Filippus Nathanaël
bij zich roepen. Kortom, de discipelen worden geroepen. Maar ze spreken
erover met elkaar.
En wat is nu de profetische lijn. Broeders en zusters, beste vrienden,
Israël is in grote nood. Ook op dit moment hoor, maar ook nu vandaag.
Als je de profetie uit het boek Openbaring zou bestuderen en je zou
in Openb. 12 gaan lezen, dan staat daar wat er met Israël aan de
hand is en hoe het op dit moment gaat. In Openb. 12 is sprake van een
groot teken in de hemel. Dat is een vrouw met de zon bekleed, de maan
onder haar voeten, twaalf sterren als een krans om haar heen en zwanger
van iemand die een mannelijk wezen genoemd wordt. Israël, een groot
teken in de hemel. Stel je voor dat we nu met z'n allen opgenomen zouden
zijn. Kom hierheen op, dat is Openb. 4, het laatste stuk van het laatste
bijbelboek. Kom hierheen op en Ik zal u tonen wat na dezen, wat na nu
gebeuren gaat. Dan ben je daar, zie je de troon, je ziet het Lam, je
ziet de wezens rondom de troon, je ziet oordelen en je vraagt je in
vertwijfeling af: Hoe gaat het dan verder. Hoe loopt het af met Israël.
En dan in de hemel, een groot teken in de hemel. Alle aandacht wordt
a.h.w. ineens naar die vrouw gericht. Een vrouw die moeder is, draagmoeder
is van een mannelijk wezen. Twaalf sterren. Dat is niet uw nummerplaat
van uw auto met NL in het midden. De stammen van Israël. De zon
is haar entourage, van God zelf. De maan als een weerkaatsing van de
zon in donkere tijden is de ondergrond. Daar staat ze, zwanger. Israël
heeft door Gods genade dat mannelijke wezen mogen brengen. Ik citeer
Rom. 9: Uit hen (uit Israël) is wat het vlees betreft, de Christus.
Maar daar staat iemand voor die vrouw om, zodra ze dat mannelijke kind,
dat mannelijke wezen gebaard zou hebben, te happen: De draak, de slang,
de duivel, de satan, hap. Hij wil happen, hij wil toeslaan. Die vrouw,
nadat ze dat mannelijke wezen gebaard heeft, dat mannelijke wezen is
naar God in de hemel gevoerd, die vrouw wordt verstopt in de woestijn,
door God bewaard. De duivel, iets verderop in datzelfde hoofdstuk, vreselijk
nijdig, werpt een stroom van water uit z'n bek, de draak, om die vrouw
te verzwelgen. En als dat niet lukt dan wordt hij boos op de overigen
van haar geslacht. Zal ik het anders zeggen: "Israël is centrum
van haat vanwege de duivel." En alle agressie tegen Israël
heeft hiermee te maken. Natuurlijk zegt u: "Ja, maar Israël,
hé, hé, hé, nu zeg je wat. Maar die hebben toch
gezegd: "Weg met Hem, weg met Hem, kruisig hem, we willen niet
dat Hij Koning over ons is." Die hebben dat over zichzelf uitgeroepen.
Die hadden dan maar eens wat vromer moeten zijn toen de Here Jezus daar
op aarde was." Ik snap u. Maar uit het feit dat Israël het
laat afweten kunt je nooit, maar dan ook, hoor je goed, maar dan ook
nooit de conclusie trekken dat Gods plannen veranderen. Dat zou veel
te veel eer zijn voor het negatieve. Je kunt nooit stellen dat, omdat
mensen het niet goed doen, God dus, laat ik maar zeggen, met de rug
tegen de muur staat en dus ook maar zegt: "Ja, als jullie zo doen
dan kan Ik er ook niks meer aan doen. Dat, dat, nou ja, dan weet Ik
het niet meer." Toen Israël zei: "Wij willen Hem niet",
is toen Gods plan met Israël ineens in de ijskast gezet om daar
nooit meer uit te komen. Welnee, de duivel kan nooit het plan van God
verijdelen. Ook al krijgt hij, krijgt hij Israël zo ver dat dat
ze nee zeggen. Dan gaat het plan van God nog door. Want God,verandert
niet door het negatieve van ons. Ook de zondeval heeft het plan van
God nooit, maar dan ook nooit verijdeld. Nog een keer, dan zou altijd
ons gedrag sterker zijn dan het plan van God. Dus God kan Zich iets
voornemen, kan een plan maken. Maar als wij nee zeggen, ja, dan gebeurt
het niet. Dus wij zijn dan sterker dan God Wij zijn machtiger dan God.
Dat zou er dan uit komen. Maar dat kan niet. Dat bestaat niet. Ik wil
dit zo graag kwijt, omdat vandaag de dag gezegd wordt: "Ja, dat
hebben ze over zichzelf uitgeroepen: Uw bloed kome over ons en over
kinderen. Nou, dat hebben ze geweten." En er zijn zelfs evangelisten
die zeggen: "Nou, daarom is het hele plan van God nu naar de Gemeente
geschoven. Daarom is de kerk in de plaats van Israël gekomen."
Dat is misschien wel de grootste blunder uit de kerkgeschiedenis. Sorry
dat ik een beetje scherp ben. En dus gaat men zeggen: "Ja, dat
hebben ze over zichzelf geroepen." Maar Openb. 12 vertelt ons dat
dat helemaal niet zo is. Natuurlijk, de agressie van de tegenstander
geldt Israël. Waarom, omdat Israël in Gods woord het middel
is van God om Zich hier op aarde te openbaren. Dat doet de Here middels
Israël. Daarom is de duivel zo furieus. Daarom hitst hij Irak en
Iran en wie dan ook op om Israël in de zee te dumpen. Daarom is
hij bezig om vandaag alle haat en alle agressie richting Israël
te sturen. Daarom gaat het in het Midden-Oosten. Dat is het conflict.
Natuurlijk zeggen we: "Ja, het is een conflict. Ja, het is terrorisme
en we zijn tegen terrorisme." En of dat nu Bush heet of Poetin
heet, ze kunnen zich in beide gevallen niets meer permitteren. Ze zijn
gewoon bijna uitgepraat door een aantal gebeurtenissen. Maar het is
de duivel, het is de satan, het is de tegenstander die zich richt op
Israël en die niets liever wil dan Israël verslinden. Zoals
die draak daar voor die vrouw staat om dat wat eruit komt, van dat mannelijke
om dat gelijk weg te kapen. Dat is wat er staat.
Israël: Blijft dat dan zo. Nee, ze wordt verstopt in de woestijn
en door God bewaard, hoe dan ook. Dat er een stroom van ellende in hun
richting gestuurd wordt uit de bek van de draak, dat is moeilijk. Ze
zullen het zwaar hebben en ze hebben het ook zwaar. Betekent het dat
de politiek van Sharon zo goed is, heb ik dat gezegd, nee. Betekent
het dat ik het eens ben met ze daar allemaal aan politiek besluiten
ten aanzien van wie dan ook, nee. Het gaat mij niet om de politiek van
Sharon te verdedigen. Het gaat mij om het plan van God neer te zetten.
En het plan van God is meer dan de politiek van de Knesset.
Waarom deze inleiding? Omdat er een moment gaat komen dat de Koning
komt. Wat verandert die verschrikkelijke tijd van de duivel die z'n
agressie richt op Israël en de overigen van haar geslacht. En of
dat nu alleen maar mensen uit het Midden-Oosten zijn of dat het anderen
zijn. Ik denk dat het wat breder gezien moet worden, maar dat het inderdaad
te maken heeft met: Als ik dan niet Israël kapot kan krijgen, dan
maar Europa of dan maar dit of dan maar Amerika of dan maar dit. Hoe
dan ook, de overigen van haar geslacht worden dus nu het mikpunt van
de duivel. En misschien hebt u het al een beetje gevoeld. Gisteren of
eergisteren of vorig jaar, bij wijze van spreken.
En nu dit stukje. Er komt een moment, zegt de bijbel. Ik wil nog een
keer eerlijk zeggen hè, zoals het hier staat is het natuurlijk
gebeurd, gewoon letterlijk. Toen was de Here Jezus daar. En toen was
Johannes de doper daar. En toen zei Johannes de doper: "Daar heb
je het Lam van God." En toen zijn een paar van de discipelen van
Johannes de doper bij hem weggegaan en naar de Here Jezus gegaan. Dat
is gewoon gebeurd. En toen heeft de één de ander gevonden
en ze zijn samen gaan optrekken. Het is een gezelschap geworden. Een
bijzonder gezelschap. Dat is toen gewoon letterlijk gebeurd. Dat staat
in het evangelie. Is dat niet zo. Ja, dat is zo, laat staan. Maar datzelfde
heeft te maken met de toekomst. De bijbel zegt, in het boek Maleachi,
het laatste bijbelboek van het OT, het laatste hoofdstuk: Ik zend Mijn
knecht, Mijn Elia, Mijn heraut. Ik zend hem, Ik stuur hem. En hij zal
als een heraut gaan zeggen: "De Koning komt, de Koning komt eraan."
Dat is de taal van Johannes de doper. En ik zei de vorige keer al hier:
Daarom vroegen ze: "Bent u dan de Elia, bent u dan de profeet,
bent u het dan." "Nee", zegt Johannes, "ik ben alleen
maar een stem." Het gaat niet om zijn pretenties, om zijn diploma's,
om zijn aanstelling, om zijn glorie, om zijn etiket boven zijn hoofd.
Maar het gaat erom dat Johannes zei: "maar ik ben wel een stem
van één die roept in de woestijn." En als de Here
Jezus komt, als Hij komt, als de Here Jezus hier op aarde terugkomt,
even los van de opname van de Gemeente waarin ik stellig geloof, maar
daarover later, als de Here Jezus terugkomt, wat gaat er dan gebeuren.
Nou, het eerste wat de heraut van de Koning zegt: "De Koning komt,
de Koning komt eraan." En als hij Hem ziet: "Daar heb je het
Lam van God." Zal ik het ander zeggen: "Ze zullen zien op
Hem die doorstoken werd." Ineens zien: oh, dan zien ze Hem. Ja,
Hij was het toch. Zie het Lam van God. Daar heb je Hem. En daar zijn
in diezelfde tijd mensen die tegen elkaar zeggen: "Het gebeurt
toch." Ik zal u een tekst lezen uit Maleachi, Mal. 3. Er zijn mensen
die in die tijd, dat is het eind van het OT. Een enorme verwording,
een enorme verwildering. Na de opleving van Ezra en Nehemia is er eigenlijk
geen spetter meer over van wat nog een beetje godsdienstig is. Helemaal
niets van overgebleven. In Mal. 3, laatste bijbelboek OT, moet te vinden
zijn, staat in vs 13: "Vermetel zijn uw woorden over Mij",
zegt de Here. En dan zegt hij: "Wat hebben wij dan onder elkaar
over U gesproken?" Gij zegt: "Nutteloos is het God te dienen."
Dat is dus de ene kant van de medaille. Er is een groep die zegt: "Nutteloos
is het. Wat gewint gij, wat levert het op?" Nou, wat schuift het,
populair, toch. Dat zeggen ze: "Wat nut heeft het, wat schuift
het. Wat heb ik er aan." Maar, vs 16, dan spreken zij die de Here
vrezen onder elkaar, ieder onder zijn naaste: "De Here bemerkte
het toch en hoorde het. En er werd een gedenkboek voor Zijn aangezicht
geschreven." Daar waren ook een paar die een ieder tot zijn naaste
zei: "De Here ziet het." Hoort u het Andreas zeggen tegen
Petrus. Een ieder tegen zij naaste: Hij is er. En hoort u het Philippus
tegen Nathanaël zeggen: "Daar heb je Hem." En Hij bemerkt
het, Hij ziet het, Hij hoort het, Hij. In dit laatste bijbelboek van
het OT vindt u het al. Het is alsof er nu een aantal gerekruteerd worden,
bij elkaar gebracht worden, die rondom de Koning gaan staan. Ja, ze
moeten nog even wat leren. Ze moeten er eigenlijk nog achter komen wie
die Koning is, maar ze zijn in hart en in gedachten gereed, Petrus,
Andreas, Philippus, Nathanaël. En we weten nog een paar namen.
Maar ze zijn gekomen en ze zijn om die Koning gaan staan. En wat die
Koning dan zegt is eigenlijk subliem. "Nathanaël, Ik zag je
allang jongen." En het is heel helder dat die Koning nu zegt: "Nathanaël,
Ik kijk verder dan mijn neus lang is. Ik kijk verder dan jij kunt overzien.
En ik zag je allang onder die vijgenboom. En Ik heb je echt gezien.
Je was oprecht, je was verlangend om Mij te dienen. Een Israëliet
in wie geen bedrog is." Dat is kennelijk een uitzondering geweest
in die tijd. Nog een uitzondering, in Nederland ook. Dat is iets bijzonders.
Het verlangen was er in Nathanaëls hart om de Here te dienen. Hij
zat onder de vijgenboom. Vijgenboom is het symbool van Israël hè,
van de toekomst. De vijgenboom bloeit. De vijgenboom, daar zat hij onder.
En de Here zegt: "Ik zag je wel, Ik kende je hart, Ik kende je
verlangen, en Ik liet je door Philippus roepen." De één
zei tegen de ander: "Kom de Koning is er." En Nathanaël
wordt wakker. Hij gaat mee. Kom en zie. Kijk zelf maar. En hij komt
en hij hoort: Nathanaël, voor Philippus je riep zag ik je al. U
bent God, U bent de Schepper, U bent de Koning. Ineens snapt hij het
helemaal. In één keer. Het is alsof de schellen van z'n
ogen vallen en hij proclameert het: Hij is Koning. En de Here Jezus
zegt: "Gij zult grotere dingen zien dan deze, want van nu aan zul
je de Zoon des mensen zien, en engelen van God opstijgen en neerdalen
op de Zoon des mensen." Dat moet u even goed in uw oren knopen,
althans, probeert u dat eens. Eerst een term. Zoon des mensen is niet
iemand die van mensen afstamt alleen maar, maar het is een titel. Als
in Dan. 7 de Oude van dagen zit op die hoge en verheven troon, dan komt
er met de wolken des hemels een Mensenzoon, of de Zoon des mensen, om
alle macht uit de hand van die Oude van dagen te krijgen. Die Mensenzoon,
nog eventjes iets verder: Als de Here Jezus zegt voor het sanhedrin,
dus toen hebben ze Hem gearresteerd, en dan zegt Hij: "U zult de
Zoon des mensen zitten
." Oh, Hij heeft Zichzelf God gelijk
gemaakt. Dat is de grootste schuld die ze Hem kunnen aanwrijven. Zoon
des mensen was niet zomaar iets, dat was een titel die behoorde bij
God zelf. Maar die behoorde ook bij de Koning. Dat behoorde bij de Heerser.
En nu zegt de Here Jezus tegen Nathanaël: "Nathanaël,
je zult de Zoon des mensen zien zitten. Je zult Hem zien. Je zult Hem
zien Die alle macht heeft. Je zult Hem zien Die alle glorie heeft. Je
zult Hem zien Die God zelf is. Je zult Hem zien die de Schepper is.
Je zult Hem zien in al Z'n glorie, in al Z'n grootheid." Stel je
voor dat zoiets bijzonders uit de hemel zou komen. Nu, dat is wat Johannes
de doper zegt. Kijk maar, daar heb je Hem. De Koning komt. En als we
uit Ezechiël ongeveer weten hoe dat gaat, hoe die Koning uit de
hemel komt, met welk een glorie, met welk een pracht, met welk een schittering
Hij met Zijn hemelwagen hier op aarde verschijnt. Die aarde gloeit,
die aarde straalt, die aarde schittert. En dan komt de Here Jezus uit
zijn glorie uit de hemel heerlijkheid hier op aarde om Koning te zijn.
En op dat moment zijn er een aantal die om Hem heen gaan staan. De heraut
van de Koning heeft z'n werk gedaan, heeft een aantal mensen gemobiliseerd
om om Hem heen staan. En wat zegt Hij dan ook nog: "En van nu aan
zul je de Zoon des mensen zien zitten, maar je zult ook de engelen zien
opstijgen en neerdalen op die Zoon des mensen." Dat betekent dat
de Here Jezus feitelijk zegt: "Moet je eens luisteren, vanaf dat
moment ligt het bestuur van de hemel en de leiding van de engelen, het
sturen van de engelen, dat ligt bij Mij. Dat ligt bij Mij op aarde.
En de engelen van God gaan van Mij uit en komen bij Mij terug. Ze gaan
van Mij uit en ze brengen Mij rapport, Mij verslag." Dat is de
Here Jezus. Die zit dan ergens in een troon. Ja, het is nog niet Jeruzalem.
Het is nog iets buiten Jeruzalem. Het is oostelijk van Jeruzalem. Let
u op, uit Ezechiël, als de heerlijkheid van God komt uit oostelijke
richting, dan gaat het allemaal Jeruzalem binnen. Dit gaat allemaal
nog komen. Maar hier vindt u, in hoofdst. 1 al, de eerste duidingen
van: De Koning komt, de Koning komt eraan. Het is adembenemend bijna,
zo precies. ik ga niet de volgende toespraak alvast inkleuren, maar
je kunt je voorstellen dat het eerste wonder daarna Kana wordt. De blijdschap
komt terug. Wijn is een beeld dat het hart van God en mensen verheugd.
En dat is dan voorbij, het is op, het is gewoon gebeurd. En dan is het
eerste wonder: De blijdschap is er weer. Daarover later. Maar je kunt
je voorstellen dat dat gebeurd, hier heel precies.
Nu terug. Je ziet in deze geschiedenis de rekrutering van een aantal
discipelen, een aantal volgelingen, die uiteindelijk via de heraut van
de Koning, Johannes de doper, rondom de Koning gaan staan, en die de
Koning zien in glorie en in heerlijkheid, ineens oog krijgen voor Wie
Hij eigenlijk is. Ik hoop dat ik heraut van de Koning ben. Ik hoop dat
ik de stem ben van één die roept in de woestijn. Van iemand
die roept hier in Veenendaal. En ik hoop dat ik tegen jou mag zeggen
daar heb je het Lam van God. Je moet bij Hem zijn. En ik hoop dat jij
zegt: "Ik hoef niet bij Dato, ik hoef niet bij de Maranatha-club,
ik moet bij Hem zijn, bij Hem." En ik hoop dat je Hem volgt. Waar
hebt U Uw verblijf. De Here Jezus zegt: "Ik zal het je laten zien."
Als jij bidt: Here waar bent U. Waar hebt U Uw verblijf. Waar is Uw
glorie, waar is Uw heerlijkheid zichtbaar. Dan zegt de Here Jezus tegen
jou: "Kijk maar eens naar Mij. Ik zal je daar brengen." En
als je daar komt, dan zeg je tegen je buurvrouw, tegen je medegelovige,
tegen je broeder: "Kom, kom joh, je moet meekomen." En hij
bracht hem bij Jezus. Dat is niet alleen evangelie, dat is niet alleen
evangelisatie, ook. Natuurlijk zit dat er ook in. Het is een beetje
te simpel. Het is laten zien Wie Hij is. Het is iemand brengen bij de
glorie van de Here Jezus, bij de majesteit van onze Here, bij de geweldige
grootheid van mijn en onze Heiland. En ze komen daar. Daar openbaart
de Here Jezus zich. Daar openbaart Hij Zijn glorie. Daar laat Hij zien
Wie Hij is. Op dit moment heeft de Here Jezus op aarde nog geen terrein
waar Hij heerst. De vorst der duisternis is nog de baas en hij stelt
koningen aan en hij manipuleert die koningen op een gigantische manier.
En of ze nou conferentie A of conferentie B beleggen, de satan manipuleert
en probeert zijn structuur en zijn strategie op te dringen. En dat lukt
hem aardig. Het enige terrein wat de Here Jezus hier heeft, is eigenlijk
maar één vierkante meter groot. Dat is namelijk de plek
waar jij staat. Zou jij durven zeggen: "Here Jezus, dat stukje
grond, één vierkante meter, dat is van U." Er is
een hele beweging in de evangelische hoek van de leer, dat heet spiritual
mapping. Die willen dus een bepaald gebied voor de Here claimen. B.v.
heel Veenendaal of heel Nederland of provincie Utrecht of zo, maar een
stuk. Nou, ik hou wel een beetje van spiritual mapping. Niet zoals zij
dat zeggen, maar ik zou zo graag willen dat jij die vierkante meter
waar jij op staat voor de Here claimt. Dat je nu eens durft te zeggen:
"Here, dit terrein is van U." Straks komt het moment dat de
Here Jezus als de Koning der koningen, als de Here der heren uit de
hemel komt. Ja, en dan staan er een aantal, via het zien op Hem die
doorstoken werd, rondom Hem, bij Hem. En alle aandacht is op Hem gericht.
Ik hoop dat die vierkante meter van mij nu voor Hem is. En dat je echt
zou kunnen zien: Here Jezus, U bent hier de baas. U hebt het hier voor
het zeggen. De Zoon des mensen, de Koning, Hij is hier. Hij is in mijn
hart en in mijn leven alles. En ik laat mijn voeten niet meer richten
op de weg van onvrede, maar op de weg van de vrede. Alles is voor U,
Here Jezus. Misschien zeggen we: "Ja, maar er is nog een terrein
toch, dat van de Gemeente." Dat klopt. Maar daar hebt u geen enkele
invloed op. Een ketting is net zo sterk als een zwakste schakel. Dat
verhaal kent u. U kunt een prachtige ketting hebben. Als er één
zwakke schakel zit en je trekt er aan dan is die kapot. En de Gemeente
is ook net zo sterk als de zwakste schakel. Nou kun je natuurlijk je
wel zeggen: "De Gemeente is het terrein waar de Here Jezus Heer
is, waar Hij de baas is, waar Hij de Koning is, waar Hij gezag heeft."
Dat is ook zo, theoretisch. Maar u kunt daar niks aan doen. Want als
uw buurman het anders bedenkt, en die is ook in die Gemeente, dan is
er niet zoveel kracht meer. En daarom kom ik daar een beetje van terug.
En ik wil gewoon tegen jou en tegen mezelf zeggen: "Die vierkante
meter van mij, daar moet het gebeuren, daar moet het gebeuren. In mijn
hart, in mijn leven." Stel dat ik nu echt zou zien: Here Jezus,
U bent het Lam van God. Door God voorzien. God heeft een geweldig, geweldig
stuk raadsbesluit genomen: Ik zal Eén sturen en Die zal het doen.
En ik mag belijden: U bent het Here Jezus, U bent het. U bent het Lam
van God, U bent het, dat wat God voorzag, U bent het in eigen persoon.
En U hebt het helemaal laten zien aan het kruis van Golgotha. Here,
ik wil graag bij u zijn. Waar U Uw verblijf hebt, daar wil ik zijn.
"Kom en zie", zegt de Here Jezus. "Kom maar, kom maar
kijken." Ik ga bij U staan en ik laat me door de herauten van de
Koning, en of dat nu de predikers zijn, of de schrijvers zijn, of de
uitleggers zijn, of de verkondigers zijn, wat het ook is, ik laat me
door de herauten van de Koning in die richting duwen. En de herauten
van de Koning, sprekers, moeten vandaag zeggen: "Daar is Hij, daar
is Hij." Niet zo is Hij, dat gebeurt. Claimen, eigen gemeente,
mijn gemeente, mijn club, mijn eer, mijn naam. De duivel heeft je dan
prachtig te pakken. Dan heeft hij alweer gehapt. Maar Hij is het. En
als de prediker zeggen: "Hij is het, het gaat om Hem en om Hem
alleen", dan zullen er mensen zijn die zeggen: "Dat willen
we zien, dat willen we zien. Daar willen we meer van weten." En
als je komt en ziet Wie Hij is, dan ben je verkocht. Dat is een soort
virus waar je nooit meer af komt. Nou, ik hoop dat je daar goed ziek
van wordt. Sorry hoor, voor het woord ziek, dat je daar nooit en nooit
meer af komt. Dat dat zo invreet in je, dat je zegt: "Dit is het.
Ik wil Hem zien. Ik wil niemand anders." En als je Hem ziet, dan
hoor je Hem zeggen: "Ik kende je allang. Ik wist precies waar je
woonde. Ik wist waar je was. Ik wist hoe het ervoor stond, wat je dacht
en hoe je lag of liep of stond of sliep, Ik wist het." En als Nathanaël
verwonderd is, dan mag jij best een keer verwoorden: O Here, hoe zit
dat dan Here, hoe zit dat dan dat U mij al kende, dat U mij al zag voordat
ik U zag. Voorwaar, Ik zeg u, je zult grotere dingen zien. Nog meer,
je zult de Zoon des mensen zien. Je zult ineens ontdekken dat Die die
aan het kruis zijn leven gaf, Die die stierf, waarvan wij zeggen: "Ja,
maar dat was eventjes een afgang, dat was even armoe, dat immers gewoon,
ja, een terechtstelling, een martelende terechtstelling waar we eigenlijk
geen woorden voor hebben." O.k., maar je zult meer zien. Je zult
de Zoon des mensen zien. En als je de Zoon des mensen wilt zien zijn
er twee reacties mogelijk. Ofwel ze zeggen: "We willen niet dat
Hij Koning over ons is, Hij is des doods schuldig." Of, andere
kant: Here U bent het, en U bent de enige. Engelen van God stijgen op
en engelen van God komen op U terecht. Het is één en al
subliem, het is prachtig en subliem. Het is prachtig en het is heerlijk
om je daar aan te vergapen. De Here Jezus zien.
Goed, dit is toekomst. Israël zal via een klein deel, via een klein
aantal, via een overblijfsel, profetisch, wijzen naar de Here Jezus.
Er komt een moment dat Hij weer het centrum zal zijn, als Hij hier op
aarde terugkomt als de Koning. Dat is niet nu. De Here Jezus is nu in
de hemel. Wij zijn hier op aarde, en u mag Hem nu in uw hart zo eren.
In uw hart zo verwelkomen, in uw hart zo gaan dienen. hamvraag, wat
doet u met de Here Jezus, vandaag. verlangt u naar Hem en zegt u: "Here
ik wil graag bij U zijn, waar hebt U Uw verblijf. Waar bent U."
Wat zoek je. Nou ja, je kunt van alles zoeken hè. Zoek je Hem.
Als je Hem zoekt, zal Hij zeggen Wie Hij is. Niet alleen waar Hij is,
maar ook Wie Hij is. De Zoon des mensen, de baas van de engelen. Eén
engel kan 185.000 man in één nacht verslaan. Hij is de
baas van 1 legioen. Hij is de baas van 2 legioenen, van 12 legioenen,
Hij is de Here. U bent de Here. Dit maakt je zo blij. Here Jezus, wie
zou ons scheiden van de liefde van God. Wie zal beschuldiging inbrengen
tegen de uitverkorenen. Wie, wie. ja, de aanklager is er, dag en nacht.
Maar wie beschuldigt ten diepste. Als Hij, de Here, ons vrijpleit. Als
Hij, de Here, het Lam van God is. Als Hij zegt: "Ik, Ik ben het,
weest niet bang, Ik ben de overwinnaar." Als Hij tegen jou zegt:
"Ik sta boven alles, boven al het gewoel, boven alle agressie,
boven alle terroristische aanslagen, Ik sta erboven. het is niet van
Mij, de duivel staat alleen maar klaar om te verwoesten." En als
in Rusland 460 mensen omkomen met één zo'n daad, dan is
één ding helder, dat is niet van de Here. Dat is van de
tegenstander. De Here Jezus geeft Zichzelf in de dood, om mensen die
dood zijn levend te maken. Dat is heel anders dan aanslagen, is heel
anders dan terrorisme, is heel anders dan een autobom. Alle agressie
is die golf van ellende die de duivel uit z'n bek laat komen om mensen
te verzwelgen. Dat is niet van de Here. Het gebeurt, omdat de duivel
nu nog ruimte heeft. Nog, niet lang meer, nog. Maar de Here wil redden,
de Here wil je helpen, de Here wil je zegenen, de Here wil je bemoedigen,
de Here wil je versterken, de Here wil je helen. Hij wil je gezond maken,
Hij wil je gelukkig maken. Hij wil met Zijn genade en Zijn liefde om
je heen komen. Here Jezus, kom in mijn hart. Niet alleen evangelie.
Kom in mijn hart, ik wil U zo ook danken, ik wil zo graag gered worden.
Als je gered bent: Here Jezus, ik wil u dienen, ik wil U volgen, ik
wil aan Uw kant staan. Ik wil nu al dat wat in het duizendjarig vrederijk
helemaal zichtbaar wordt, dat wil ik nu beleven. Daar wil ik nu een
begin mee maken. Dat is ten diepste onze christelijke opdracht: Het
duizendjarig vrederijk. Er zijn horden van kerken die zeggen dat nu
al begonnen is. Dat hoort u mij niet zeggen, dat voelt u, dat komt nog.
het is één grote chaos nu. Maar dat wat dan zo kenmerkend
is, dat mag nu in mijn hart en in mijn leven, op die vierkante meter
van mij, aanwezig zijn. Here Jezus, dat wil ik. De Koning komt. Zie
het Lam Gods. En Hij zegt: "De engelen van God omhoog en naar beneden,
op de Zoon des mensen. Hier ben ik." De glorie van de Here Jezus
is er, in jouw hart, in jouw leven. En je kunt het om die reden pakken.
Straks krijgt het zijn volle ontplooiing, hier op aarde wereldwijd,
en zal Israël het kanaal zijn van die geweldige zegenstroom. Nu
ben jij het, ben ik het, op onze eigen plek, in onze eigen levens De
Here zegene ons, amen.
|
|