| |
Lezen: Joh.
4:4-7; 16-26; 39-42; 46
Samaria, in de tijd
van Onze Here Jezus, een terrein waar je als Jood niet kwam. Ze gingen
er met een boog omheen. En een scheldwoord in die tijd was, een Samaritaan.
Dat zeiden ze ook tegen de Here Jezus: U bent een Samaritaan. De Here
Jezus is in Zijn omwandeling op aarde door Samaria gegaan. Een beetje
eigengereid zou je zeggen. De Joden deden dat niet. Hij heeft het wel
gedaan. En als je me recht in mijn hart kijkt, dan zeg ik het anders.
Hij heeft echt hulp willen bieden aan de Samaritanen. En dat klinkt
ook zo, zoals het vanavond is uitgelegd. Ik hoop ook dat je dat zou
willen lezen met deze bril op. De Here Jezus gaat door Samaria. Hij
heeft die Samaritanen die daar lagen, die daar woonden, niet links laten
liggen. Hij heeft ze opgezocht. Hij is dwars door Samaria gegaan, en
Hij heeft ze daar bijzondere dingen verteld.
We kennen die geschiedenis van de z.g. Samaritaanse vrouw. Vele keren
is daarover gepraat. Een vrouw die waarschijnlijk overdag, midden overdag,
12 uur 's middags, daar kwam om water te putten, omdat ze misschien
zich schaamde voor andere tijden. Waarschijnlijk is dat zo. Vijf mannen
hebt u gehad, maar die gij nu hebt is uw man niet. Dus ze leefde met
haar zesde. Een vrouw die uiteindelijk zegt: "Zie daar Iemand die
mij gezegd heeft alles wat ik gedaan heb." Met andere woorden:
het was nog zo ook. Ze heeft het toegestemd, dat er van alles mis was
in haar leven. Maar een vrouw die toch verlangen heeft naar dat water
van leven. Dat was het gesprek. Ik heb dat niet met jullie gelezen,
maar dat mag je zelf lezen. Dat water van dat leven waar de Here Jezus
het over heeft. Die vrouw heeft geloofd in de Here Jezus. Part nog deel
aan de zaak, aan de zegen van Israël, en aan de zaak van Israël,
niets. Ze stond er helemaal buiten. Israël liet de Samaritaan gewoon
liggen. En u kunt zich voorstellen, welk contrast geschetst wordt, als
het gaat over een barmhartige Samaritaan. Terwijl een Leviet en een
priester aan de overkant voorbij trekken, is er een Samaritaan die van
zijn ezel stapt om iemand te helpen. De Here Jezus, Hij is door Samaria
gegaan. Hij heeft ook die mensen die niet geteld werden, die niet geacht
werden, opgezocht. Hij wilde dat ze gelukkig zouden worden, Hij wilde
dat ze blij zouden zijn. En Hij heeft ze kennis laten maken met Zijn
God en Zijn Vader. Met de JHWH uit het OT, de Here. Hij heeft ze verteld
dat Hij, de Here Jezus, de Messias was. Dat heeft Hij expliciet gezegd.
Ik ben het. Heel precies. Je kunt er niet onderuit. En dat geweldige
getuigenis van de Here Jezus is overgekomen, die vrouw heeft geloofd.
En die vrouw is met dit verhaal naar haar eigen volks- en stadsgenoten
gegaan, en heeft dat verteld, daar neergelegd. En velen uit de Samaritanen
geloofden. Een gigantische bekeringsronde. Zo zou je het kunnen zeggen.
Een prachtig stuk evangelisatiewerk. De Here Jezus zocht de Samaritaan
op. En wij voelen ons aangesproken, omdat wij eigenlijk ook buiten stonden.
Wij horen bij de heidenen. Dat is misschien niet helemaal hetzelfde
als de Samaritaan, daarover straks nog iets. Maar wij voelen ons aangesproken,
omdat de Here ook mensen die niet tot het Joodse volk behoorden, kennelijk
aansprak. Randfiguren, zo zou je ze misschien het beste nog kunnen duiden.
En het is fantastisch, dat je als niet-Jood, toch mag horen van de Here
Jezus. De Here Jezus heeft Zich uitsluitend gewend tot de Joden aanvankelijk.
En als er een Syrofenicische vrouw, een vrouw dus een beetje bij Tyrus/Sidon
vandaan, komt om iets aan de Here te vragen, dan zegt de Here Jezus:
"het is niet betamelijk om het brood van de kinderen te nemen en
het de honden voor te werpen." Daar worden de Syrofeniciërs
honden genoemd, negatief. En daar worden de Joden kinderen genoemd.
Eerst de Jood. Ze zijn iedere keer opnieuw, zelfs de apostelen in het
begin van hun bediening, eerst naar Israël gegaan. De Israëlieten,
de Joden, 10 stammen, 2 stammen, maar 2 stammen waren toen in het land,
Judeeërs, Joden, zij mochten leren dat Jezus de Messias is. Ze
mochten Hem leren kennen. En Hij zegt: "Ik wil voor jullie naar
het kruis gaan. Ik wil voor jullie sterven. Ik wil jullie zonden wegnemen.
Ik wil jullie ongerechtigheid wegnemen. Alles wat tussen God en jullie
in staat dat neem Ik weg. Ik maak jullie tot kinderen van God. En je
mag God, niet alleen God, JHWH noemen, je mag Hem ook je Vader noemen."
Dat is nieuw. Mijn God, uw God. Mijn Vader, uw Vader. Dat gaat heel
ver. Dat is wat de Here Jezus deed, daar, toen. En daarin betrok Hij
ook de Samaritanen. De Israëlieten, de Joden, mochten de Here Jezus
leren kennen, en mogen dat nog. Maar de Samaritanen mochten dat ook.
En zelfs een hoveling uit Kapernaum, die in Kana op bezoek kwam, dus
een Romeinse man, een officier uit het leger van de Romeinen. Ook hij
kwam met het verzoek, en ook hij heeft op een bijzondere wijze kennis
gemaakt met de Here Jezus.
Het is fantastisch als je de Here Jezus leert kennen. Het is geweldig
als je mag weten dat de Here Jezus voor jouw schuld en voor jouw zonde
aan het kruis gestorven is. Het is schitterend als je mag weten dat
je een kind van God bent, nu, door het geloof in de Here Jezus.
En ik voel me helemaal op me gemak, ook na het verhaal van vanavond,
om te zeggen dat hier een Joodse Man, de Here Jezus, in een Joodse omgeving,
in een Joodse context, bezig is geweest om in Samaria hulp te bieden.
Dat is het verhaal van vanavond. Maar het was een andersoortige hulp
dan hulp aan mensen die nu, vandaag, slachtoffer zijn. Daar hebben we
voor gebeden. Daar willen we voor geven, dat is goed. Dus niet een tegenstelling
daarin zoeken. Die zit er namelijk niet in. Maar wel een aanvullende
hulp, een heel andere hulp, een andersoortige hulp. Die zit er wel in.
En die andersoortige hulp heeft te maken met de eeuwigheid, heeft te
maken met de hemel. En wat zou het fantastisch zijn als vandaag mensen,
juist daar, de Here Jezus zouden leren kennen. En gelukkig, die zijn
er ook. Vanavond mag nog gezegd worden dat de Here Jezus gereed is om
je te ontvangen. Als je dat wilt, dan hoef je eenvoudig te zeggen: "Here
Jezus, dank U dat U daar voor mij en voor mijn schuld aan dat kruis
wilde sterven. En dat U mij tot God wilde brengen." Evangelie,
het evangelie van God aangaande Zijn Zoon, de Here Jezus, de Messias.
Maar, wij willen ook kijken, in deze hoofdstukken, naar de profetische
lijnen. En dat is even wat moeilijker. Wij willen verder kijken dan
alleen maar de gebeurtenis van toen. De gebeurtenis van toen was: Op
reis, door Samaria, 12 uur 's middags, rusten bij de bron. Er komt een
vrouw, waarschijnlijk omdat ze een andere tijd wat moeilijker vindt
voor haarzelf, voor haar imago. Ze komt op dat moment, en ze komt in
gesprek met de Here Jezus. En ze openbaart wie ze is. En de Here Jezus
als profeet zegt: "Kijk eens, dat is er aan de hand met je."
Dat is de geschiedenis. En die geschiedenis die kent u. Nu proberen
we in deze avonden iedere keer te vertellen dat mensen die de Here Jezus
Christus kennen als hun Heiland, als hun Verlosser, binnenkort hier
vandaan gaan. Dan kun je dus de stichting Chai niet meer sponsoren.
Dan zullen anderen dat moeten doen, als ze dat willen. Maar jij en ik
zijn niet meer hier. En dat moment dat we hier weggaan zou wel eens
heel, heel dichtbij kunnen zitten. Alle gebeurtenissen in deze wereld,
tekenen van de tijd noemt de bijbel dat, wijzen op een spoedig weggaan
van de gelovigen. De Gemeente gaat weg. Hoort hier ook niet, gaat naar
de plek waar zij thuis zal zijn, het huis van de Vader. Daar is plaats
bereid en daar zal ze zijn, daar zal ze mogen blijven tot in eeuwigheid.
Nou, dat moment zal misschien wel eens heel spoedig kunnen aanbreken.
Ik zeg dat. Ik wil niet over allerlei tekenen van de tijd praten, komt
later nog wel een keer. Maar al die dingen die vandaag gebeuren, die
ook in het Midden-Oosten gebeuren, die ook in Amerika gebeuren, die
in Europa gebeuren, hebben te maken met de vervulling van wat God heeft
aangeduid. En het moment van ons vertrek zou wel eens heel vlug kunnen
zijn. Wij gaan. Waar gaan we dan heen? Allemaal naar Jeruzalem. Nee,
we gaan naar het huis van de Vader met de vele woningen. We gaan naar
de hemel. En we vormen dan samen het nieuwe Jeruzalem dat van God uit
de hemel neerdaalt. Jeruzalem op aarde, daarover even straks. Maar u
en ik geloven dat we binnenkort vertrekken, dat we in no time weg zijn.
Dat we de Here Jezus tegemoet gaan en dat we daar zullen zijn waar Hij
plaats heeft bereid. We zullen bij Hem zijn, in het huis van de Vader.
Dat is de toekomst van de kerk. Als u de Here Jezus kent, hoort u daar
bij. En als u de Here Jezus kent, dan hebt u een probleem, echt een
groot probleem. En ik hoop van harte dat niemand dat probleem heeft
van daar niet bij te horen. De Here Jezus vormt ons tot een Gemeente,
tot het lichaam van Hemzelf, waarvan Hij het hoofd is en wij de leden
zijn. En de Heilige Geest smeedt ons aaneen, voegt ons samen. Wat gaat
er nu gebeuren als de Gemeente weg is. Stel dat dat vanavond gaat gebeuren,
dan ineens is de zaal leeg, vrijwel leeg. Ik hoop helemaal leeg, maar
daar ben ik nog niet zeker van. Als je de Here Jezus niet kent, zit
je dan hier moederziel alleen. Ja, dan kun je zeggen: "Nou, dan
heb ik alle stoelen voor mij." Ja, klopt. Alle zangboeken zijn
ook voor jou. Je kunt dan echt meerstemmig zingen. Dan kun je ook10-stemmig
zingen. En er staan ook nog tassen misschien. Misschien zat er nog wel
een portemonnee in mijn tas. Wie weet, ik heb niet alles in de collecte
gedaan voor stichting Chai. Als de Here Jezus vanavond komt en je bent
hier, dan mag je mijn portemonnee eruit halen. Nee, dan mag je hem hebben.
Dat is nu precies de kern van het probleem. Het zou kunnen zijn dat
hier mensen achterblijven. En, ja die hebben dan wat dit betreft het
aardse, dat hebben ze. Maar wij zijn, echt hoor, de Gemeente is gezegend
met geestelijke zegening, geestelijke zegening in de hemelse gewesten.
Daar waar de Here Jezus is, daar waar het huis van de Vader is. Daar
horen we, daar zijn we dan, daar zullen we zijn. En dat wat hier is,
dat blijft achter. Dat blijft helemaal achter. En als je, nog een keer
gezegd, hier alleen zit, dan heb je echt een probleem. Met alle portemonnees
die hier nog liggen heb je toch een probleem, want je hebt de boot gemist.
En dat is veel ernstiger dan wij vermoeden op dit moment. Ik ben daar
diep van overtuigd en daarom wil ik het simpel zeggen. Dat is niet het
einde van Nederland, dat is niet het einde van Europa of het einde van
de wereld. Dan begint de ellende pas goed. Nu is er al verschrikkelijk
veel ellende. Er zijn terroristische aanslagen. De hele toestand staat,
bij wijze van, in brand. Alles burrelt, alles is onrust, onvrede, tumult.
Het is verschrikkelijk wat er gebeurt. En dat is het begin van de weeën
zegt de bijbel. Het wordt nog erger. En die verdrukking, de grote verdrukking,
die moeilijke tijd, zal aanbreken. En nu nog wordt de satan, de duivel,
de tegenstander, in toom gehouden. Hij wordt nog weerhouden om zich
ten volle te ontplooien. Maar dan, als die weerhouder weg is, als dat
wat hem nu weerhoudt weggenomen is, als de Gemeente opgenomen is, en
er geen tegenkrachten zijn, dan ontplooit hij zich in zijn volle hevigheid.
En wat er dan gebeurt is afschuwelijk, vreselijk. En vanuit Europa worden
verschrikkelijke dingen gedaan. Vanuit Rome, ik heb het niet over de
Rooms Katholieke Kerk, maar wel vanuit Rome. Ik wil zo graag duidelijk
maken dat Europa zich bundelt en dat Europa zich keert tegen Israël.
Dan in alle hevigheid. De bijbel zegt dat. Nederland maakt deel uit
van Europa. Alleen die, die niet meer bij Nederland horen, die gaan
weg. Wie zijn dat, die zijn gestorven, met Christus gestorven, met Christus
gekruisigd, met Christus gestorven, die horen bij Hem. Die zijn nu hier
vreemdeling en bijwoner. Die horen hier niet meer. Dat is het gezelschap
dat weg gaat. Maar de rest blijft hier over en die gaan gewoon door
met het verenigd Europa. En die gaan, inderdaad, furore maken, die gaan
scoren. Die gaan er wat van maken. Die zullen de sterke man hebben.
Die sterke man die in de bijbel precies omschreven is. En die sterke
man die gaat tekeer, verschrikkelijk tekeer. En die zal zich uiteindelijk
in Jeruzalem, nota bene in Jeruzalem in een tempel zetten, in een Godshuis
zetten, hoe ook gebouwd. Maar in een Godshuis daar zit hij: En ik ben
God zelf. En alles buigt voor Hem. En als je dan niet buigt, dan heb
je ook een probleem. Zelfs in die tijd nog weer een probleem. Je kunt
niet meer kopen en niet meer verkopen als je het getal van hem niet
op je rechterhand of op je voorhoofd hebt. Dat is de tijd die komt,
de grote verdrukking, een akelige tijd. Maar diezelfde tijd zal voor
Israël ook een verschrikkelijke druktijd zijn. Ze hebben het nu
moeilijk. We bidden voor ze. En we hebben dat volk lief. Dat kan ik
je echt vertellen. Ik ga er graag naar toe, en we houden van dat volk.
En ik denk dat het merendeel van hier echt Israël-minded hier.
Misschien wel voor 100%, maar zeker voor een zeer hoog percentage. Dus
we houden van dat volk. En daarom zouden we dat volk wel nu de Messias
gunnen en willen zeggen: "Geloof toch in de Here Jezus, voordat
die druktijd komt, voordat die verschrikking komt die nog veel en veel
erger zal zijn dan nu." Die tijd breekt aan als het Midden-Oosten
echt helemaal in brand staat en de haat zo gigantisch is dat 10 staten
rondom Israël, de Islamitische staten zich één maken
met Europa en dat die een gigantische aanval, een gigantische knal organiseren
om Israël mores te leren, om ze uiteindelijk in de Middellandse
Zee te dumpen. Natuurlijk zie je daar de sporen nu al van, zie je daar
de contouren van. Dat zie je al, maar de bijbel zegt, dat dit nog in
verhevigde vorm inhoud gaat krijgen. En als die druk verschrikkelijk
groot is, en de slag uiteindelijk bijna gestreden lijkt, Dan komt de
Messias, dan komt de Here Jezus. Dan komt Hij eindelijk om de verdrukking
te breken. Maar dan zullen de Joden zien op Hem die doorstoken werd.
Dat is niet Degene die dan ineens voor het eerst komt. Dan is dat Degene
die voor de tweede keer komt. Die hier al was, Die Zich al liet doorsteken.
Die aan het kruis van Golgotha Zijn leven liet. Die echt alles, maar
dan ook alles heeft willen doen. En het enige wat dan van Israël
gezegd wordt, in het boek Zacharia bijv., maar u mag ook Hosea nemen,
en Joël nemen, en Micha nemen, en u mag Habbakuk nemen, u mag ze
allemaal nemen. Jeremia, Jesaja, Ezechiël, Daniël, al die
profeten hebben over diezelfde tijd, al die Joodse mannen hebben over
diezelfde tijd gesproken. Kijk, en dan ineens is Hij daar. Ja, daar
heeft geen enkele Israëliet moeite mee vandaag, dat Hij er dan
zal zijn. Maar dat het Dezelfde is die toen, 2000 jaar geleden Zijn
hand aan het kruis uitstrekte, dat is voor de meesten nu nog een probleem.
En toch, het zal Dezelfde zijn. En God zal dan de Here Jezus zenden,
en Hij zal hier vrede brengen. Nu, dat gaat dan over de toekomst van
Israël.
Maar nu Joh. 4. Ik heb die inleiding misschien wel wat lang gemaakt,
om even weer helemaal mee te komen. Maar Joh. 4 vertelt ons van de Here
Jezus die door Samaria gaat. Maar ik ben niet in Joh. 4 begonnen, ik
ben al eerder begonnen: Joh. 1, 2, 3, 4. 1, 2, bruiloft van Kana. Wat
zal de Here Jezus doen als Hij terugkomt. Nou, de bruiloft, op de derde
dag. Hosea zei: "Twee dagen, en op de derde dag, dan zal er een
bijzondere zegen komen." Nou, die derde dag, die zal er zijn straks.
2000 jaar bijna voorbij. Die derde dag komt, die derde dag, ook weer
van 1000 jaren. Dan komt de Here Jezus, dan zal Hij daar zijn, en dan
zal de vreugde beter zijn, de wijn van Kana was beter, dan de eerste.
En we keken naar Joh. 3. Dan zal de geleerde man uit Jeruzalem vragen
aan de Man Gods, aan de Leraar der gerechtigheid: "Zegt u alstublieft,
wat betekent dit, hoe kan dit, hoe zit het in elkaar. legt U het alstublieft
uit." Dat vonden we bij Nicodemus die aan de Here Jezus vroeg:
"Hoe moet ik dit, hoe moet ik dat." Dat gaat dan gebeuren.
Maar er gaat dan nog iets gebeuren. Ook dan zal de Here Jezus niet alleen
Israël in de zegen trekken, maar ook anderen. Die vrouw uit Samaria,
stelt iets voor. Ik ga het met u lezen. Misschien wilt u even opzoeken,
2 Kon. 17, OT. 2 Kon. 17:24: De koning van Assur, dus van Ninevé,
Noord-Irak, zouden wij misschien vandaag zeggen, waar vandaag de Koerden
wonen, in die hoek. De koning van Assur bracht mensen uit Babel, Chuta,
Awa, Hamath en Sevarvaim, en deed hen wonen in de steden van Samaria.
Dus i.p.v. de Israëlieten. De Israëlieten, dat waren de 10
stammen, die waren toen in ballingschap gevoerd naar de koning van Ninevé,
en later waarschijnlijk nog noordelijker getransporteerd. Maar in elk
geval, de 10 stammen waren weg. Maar die koning die denkt: Ja, dat land
daar zomaar onbeheerd laten liggen, dat is ook niet erg economisch.
Dus andere volkeren, complete volksverhuizingen, dus andere volken werden
daar in Samaria gestationeerd. Hier staat het. I.p.v. de Israëlieten,
eind van 24, vestigden zij zich in de steden daarvan. In de eerste tijd
nu dat zij er woonden, vereerden zij de Here niet. Dus JHWH werd niet
meer vereerd. Daarom zond de Here leeuwen onder hen, die sommigen van
hen doodden. Toen zeide men tot de koning van Assur, de koning van Ninevé,
of Noord-Irak. "De volken die gij hebt weggevoerd en in de steden
van Samaria hebt doen wonen, kennen de juiste dienst van de God des
lands niet. Daarom heeft Hij leeuwen onder hen gezonden en zie, deze
doodden hen, omdat zij de juiste dienst van de God des lands niet kennen."
Toen gebood de koning van Assur: "Brengt daarheen één
van de priesters, die gij vandaar hebt weggevoerd, om daar te gaan wonen."
Dus mensen van de 10 stammen, die moeten maar weer terug. Nou, dat gebeurt.
Toen kwam één van de priesters die men uit Samaria weggevoerd
had, en deze ging te Bethel wonen, en leerde hun hoe zij de Here, dus
Bethel is Ramallah van vandaag hè, dus waar Arafat nu zit. ´t
Is maar dat u het weet. Deze ging te Bethel wonen en leerde hun hoe
zij de Here moesten vereren. Daarnaast maakte elk volk zijn eigen goden,
en zij plaatsten die in de tempels, op de hoogten, welke de Samaritanen
hadden gebouwd. Elk vol voor zich in de steden waar zij woonden. De
mensen van Babel maakten een beeld van Sukkoth Bennoth, dat is één.
De mensen van Chuta van Nargal, dat is twee. De mensen uit Hamath die
hebben een god Asima, drie. En de Avieten, die hadden een dubbele god,
Nibhaz en Tarkat, en als u dat in de annalen doorkijkt, dan blijkt dat
ze altijd met elkaar verbonden waren, dus nummertje vier. En de Sefarvieten
verbrandden hun kinderen voor Adramelech en Anamelech, dus ook een koppel,
maar ook één. Dat is nummertje vijf. Dus die vijf volkeren
die hadden alle vijf hun eigen god. Nu ga ik iets doorlezen. Daarnaast,
zegt vs 32, vereerden zij de Here en stelden uit alle kring priesters
voor de hoogten aan, die voor hen dienst deden in de tempels op de hoogten.
Zij vereerden de Here, maar bleven ook hun goden dienen naar de gewoonten
van de volken waaruit men hem had weggevoerd, tot op de huidige dag.
Dat zijn de Samaritanen. Komen dus uit vijf hoeken, hebben alle vijf
hun god meegenomen. En voor al die vijf goden werd er geëerd, gediend,
geofferd. En ze hadden ook nog de Here. Maar je kunt je voorstellen,
dat is een fikse mix geweest. Zal ik het nu anders zeggen: Als Israël
in de bijbel omschreven wordt in haar ontrouw naar de Here toe, dan
wordt ze als een vrouw omschreven die andere goden dient, die hoereert.
Afgoderij, hoererij pleegt met andere goden. Dus Israël had daar
niet genoeg aan, maar had daar nog wat bij. Dat is altijd wat voorgesteld
wordt. Dat is niet op één plek, dat staat misschien wel
op vijftig plekken in het OT. Dat komt heel vaak voor. Israël,
afgodisch hoererij gepleegd. De vrouw, Israël, andere goden. Nu
hoop ik dat u het muntje hoort vallen. De vrouw, Samaria, vijf mannen
hebt gij gehad, ik heb ze u alle vijf net voorgelezen, met naam en toenaam.
En die gij nu hebt, dat is uw man niet. Ze hebben ook nog de Here gediend.
maar de Here zegt: "Nee, het heil is uit de Joden, die je nu hebt
dat is je God niet." Scherper kan het niet. Als dit zo in onze
bijbel staat, in Joh. 4, met een scherpe definitie van wat er met Samaria
is gebeurd, dan weet u ook wat er in de toekomst gaat gebeuren, als
de Here Jezus terugkomt. En de Israëlieten zullen zien op hem die
doorstoken werd, de Joden, de 10 stammen zullen ook nog komen, maar
daarover later. Maar aanvankelijk zijn het de 2 stammen die belijden
die erkennen, die in bitter rouwbeklag zeggen: "Here, onze overtredingen,
ze zijn op U geweest. De straf die ons de vrede aanbrengt was op U.
En door Uw striemen is ons genezing geworden." Ze zullen, Jes.
53 uit het OT, dat prachtige van die oude profeet Jesaja, onderstrepen.
Ze zullen dat belijden en zeggen: "Uw, Uw striemen, onze genezing.
Uw, Uw gaan daar naar dat kruis, heling voor ons, vergeving voor ons."
En ze belijden, ze erkennen, ze gaan in zak en as. Ze slaan zich op
de borst, ze willen zeggen: "Dat is onze schuld, het was ons overtreden.
Het was onze overtreding en onze ongerechtigheid. Maar het is op U geweest.
U hebt daarvoor willen voldoen. Here Jezus, wij prijzen u." Dat
zullen ze dan zeggen. Ze zullen zien op Hem die doorstoken werd. En
er zal een Geest van genade en van gebed zijn, in die tijd, Zach. 12.
OT, Zach. 12. Maar op hetzelfde moment zal de Here zich ook bemoeien
met randvolkeren die misschien niet helemaal kosjer zijn als het om
de afkomst gaat. Misschien wel vreemd bloed in de aderen hebben. Die
hebben allemaal hun eigen god meegenomen. Nou ik vindt het eigenlijk
super dat dit, nu, hier staat. Alsof de Here zeggen wil: "Al die
heidense volkeren die misschien ook een hap en een snap van het Joodse
leven hebben meegepikt." Die misschien wel een priester uit het
Joodse volk hebben aangesteld om een beetje les te krijgen uit de Joodse
traditie. Dat is ook in vandaag, erg in, maar het levert niks op. Vijf
mannen hebt gij gehad. je hebt je eigenlijk helemaal verpand aan al
die goden. Natuurlijk, toen, ik twijfel er geen seconde aan dat deze
vrouw, letterlijk, met vijf mannen had geleefd, en dat ze nu een zesde
had, met wie ze niet getrouwd was. Dat geloof ik stellig, dat dat gewoon
waar is, als geschiedenis. Maar deze geschiedenis is niet alleen een
verhaal wat je even moet weten, maar dit is duidelijk profetie. Dat
is duidelijk wat de Here voor de toekomst voor ons in petto heeft. Dat
op dat moment ineens iedere valse verbinding weggenomen wordt. Dat is
een gigantische ontnuchtering, dat daar Iemand is die precies zegt waar
het op staat. Dat is in mijn leven ook gebeurd hoor, daarom snap ik
het. Dat is in onze levens ook gebeurd. Er is toch Eén geweest
die precies zei waar we zaten en wie we waren. Dat was even slikken
als daar gezegd wordt: "Er is er niet één goed, zelfs
Dato niet." Nou, maar dat was moeilijk. Want ja, je de denkt toch
van jezelf dat het dan nog aardig gaat of zo. Nou, het ging dus ook
niet aardig, met ons ook niet. En nu is er een oplossing voor. De Samaritanen
worden hier betrokken in het heil. Nog sterker: Ze zijn misschien wel
de eersten die echt gaan bidden. Die vrouw die zegt: "Op deze berg
of in Jeruzalem." "Nou", zegt de Here Jezus, "geen
twijfel. Jeruzalem, dat is de plek. Dat is helder, volstrekt helder.
Maar, er komt een ure, en die is er nu, dat de echte aanbidders niet
in Jeruzalem zullen zijn. Maar ook niet hier op de berg in Samaria zullen
zijn. maar die zullen de Vader aanbidden op een geestelijke wijze en
in overeenstemming met de waarheid." Dat is aanbidding, in geest
en in waarheid. Dus niet een locatie, maar op een geestelijke wijze.
Dat betekent dat het ook in je binnenkamer kan. En in overeenstemming
met de waarheid, dat moet dus wel sporen met de bijbel. Met Hem die
de waarheid is. Voor 100% overeenstemmen met wat God ooit gezegd heeft.
Dat zegt de Here Jezus. En zij zegt: "Bent U dan de Messias."
"Ja", zei de Here Jezus, "Ik ben de Messias." En
die vrouw die is helemaal verbaasd. Laat haar kruik los, laat haar leven
liggen, gaat naar de stad en zegt: "Dat is het. Dit is het. geloof
het." Nou, en de hele stad is in rep en roer. En ze vragen: "Here
Jezus, blijft alsjeblieft nog twee dagen." Er zijn ook plaatsen
uit de bijbel waar de Joden zeggen: "Ga alsjeblieft weg, moven."
Zij zeggen: 'Blijf nog twee dagen." Dat is het verschil. Hier vindt
u een prachtige profetie over wat er in de toekomst gaat gebeuren met
volkeren rondom Israël. Ze hebben allemaal wel iets met Israël.
Maar het is een beetje vreemd. het heil is uit de Joden. En ze dienen
de Here wel een beetje, maar het is eigenlijk hun relatie niet. het
is eigenlijk hun JHWH, hun Here niet. Maar het wordt hun Here wel. Hoe,
omdat ze ineens zien dat daar de Messias staat. Ineens zien ze dat Hij
het is. Dat er niemand anders is dan Hij. Nou, die hele streek is toen
in goeden doen geraakt. Daar is een verandering gekomen. Dat kun je
je voorstellen. Als je vandaag met een gezelschap in Israël ben
en je vraagt om naar Sichar te gaan dan heb je bijna altijd een probleem.
Als je alleen bent en durf je het, kun je een auto huren of zo. je kunt
gaan. Maar met een busgezelschap is geen enkele chauffeur die zegt:
"Ik breng je er wel." En de gidsen hebben kennelijk instructie
om te zeggen: "Nee, dan doen we maar niet, dat is te gevaarlijk."
Zeggen ze ook al als er niks gebeurt, maar ze zeggen het. Je komt er
nooit. Alleen moet je gaan. Toen is de Here Jezus daar geweest. Je zou
wel eens willen weten wat er nu is. Naast de hulp, naast de praktische
hulp in Samaria aan slachtoffers van terreur, zou je ze zo graag willen
vertellen dat er nog een hulp is. Een Helper, groot van kracht, steeds
bereid. Een Helper die gereed is om opnieuw door Samaria te gaan. Om
te vertellen van: Kom maar, geloof maar, ik heb het levende water. Stop
maar met al het gedoe. Laat je afgoden nu liggen. Die vijf mannen die
je hebt gehad, laat het maar. geloof in de Ene, geloof in Hem die de
Messias is. En Wie is dat, Wie is Hem die de Messias genoemd wordt.
Dat is onze Here Jezus, de Christus der schriften. Hij is het. ik wil
het zo compact mogelijk zeggen vanavond, vanwege de tijd. Maar dit zijn
geweldige dingen. En als het verhaal dan doorgaat naar Kana waar die
hoofdman Kafarna'um, Kapernaum komt, dan is dat de heiden die ook nog
komt, en die ook nog aan de zegen van Israël ruikt. En ook nog
de zegen van Israël meekrijgt. De heidenen, ze gaan meeprofiteren
van dat wat de Here Jezus zou gaan doen.
Nou, u moet even wennen aan: Dit is de geschiedenis. proberen te schetsen
wat de loop van de tijd zal zijn. De Gemeente gaat weg, en dan zal er
een grote druktijd zijn, en dan komt de Here Jezus. in die tijd gaat
dit dus, profetisch gezien, gebeuren. maar toen was dat echt zo. Dit
is niet een, ja, een gezocht verhaal of zo. Dit is gewoon echt gebeurt,
toen. Maar deze echte gebeurtenis van toen wordt in de profetie neergezet
als het geweldige oplossende van onze Here Jezus Die Zichzelf openbaart,
midden op de dag, als de zon het heetst is. Daar is geen schaduw te
bekennen, er is niets aan bedekking mogelijk. Je kunt niet wegkruipen
in het schemerige. Het is midden op de dag. Dit wil de Here Jezus zo
graag met je delen. En dit profetische, dat gaat verder in Joh. 5, de
volgende keer. Joh. 6, Joh. 7, Joh. 8, gaat maar door. Nog veel meer
Maar de Here wil zo, niet alleen de geschiedenis aan je hart brengen.
Maar ook de lijnen die er liggen naar de toekomst nu aan jou en aan
mij geven, zodat we nu onze Here Jezus kunnen gaan danken voor Wie Hij
is. Amen.
|
|