| |
Lezen: Joh.
5:1-30; 46-47
We proberen in deze
avonden het Johannes-evangelie te bekijken met een soort profetische
bril op. Dat betekent dat we de gebeurtenissen die vastgelegd zijn in
het evangelie naar Johannes, projecteren naar de toekomst. Dat is misschien
wat nieuw, misschien wat ingewikkeld ook voor sommigen, want het is
heel bekend. De gebeurtenissen zijn bekend, de voorvallen zijn bekend.
Misschien wel de taal, de tekst. En als je daar een wat andere richting
in aangeeft, dan is dat misschien wel een beetje, ja, even wennen misschien,
even slikken. maar we willen toch graag de lijn van de gebeurtenissen
in dit evangelie van Johannes oppakken. Ik probeerde al vele keren te
zeggen dat deze dingen ons niet gewoon gegeven zijn als een verslag
van wat toen gebeurde. Het is niet een soort verslag van. Het is veeleer
een openbaring van. Het Johannes-evangelie schetst ons de Here Jezus
als de Here Zelf, God Die Zoon is, JHWH zelf. En dan gaat het er niet
om dat er destijds die en die genezen zijn, of die en die geweest zijn,
dus verslaggeving. het heeft veel meer te maken met de totale openbaring
van Gods glorie, van Gods heerlijkheid.
Eerst de gewone situatie. Toen kwam de Here Jezus in Jeruzalem. Toen
was daar een poort, Schaapspoort. Toen was daar bij die Schaapspoort
een ziekenhuis, Bethesda. Beth Tsada hebben andere vertalingen, maar
hoe dan ook, een naam. Toen waren daar een menigte van blinden, verdorden,
kreupelen enz. Dat was toen zo, gewoon echt gebeurd. Toen was daar een
man die al 38 jaar lang daar ziek lag. Toen gebeurde er kennelijk het
één en het ander. Of dat nu wel of niet in alle handschriften
staat, maar toen gebeurde er toch iets. Want uit het verslag, ook na
de z.g. betwijfelde teksten, blijkt toch dat er wat gebeurde. Toen was
er dus zo nu en dan een wonder. Maar die man zegt: "Ik heb al vele
keren geprobeerd om bij dat water te komen. Maar ja, als ik kom dan
is het net te laat." Wil je gezond worden. Ja, maar ik heb niemand
om mij te helpen. En de Here Jezus zegt: "Neem je rustbed op, neem
je matras op, en wandel." Het was sabbath op die dag. Dat is de
loop van de gebeurtenissen. Zo is het toen gebeurd. En ik denk dat dat
een geweldig iets is geweest. Voor deze man zeker, maar ook voor ons,
vandaag, die terugkijken van wat er toen is geweest. Ik heb een hele
tijd in Meppel gewoond, een beetje tegen Staphorst aan, en vele gesprekken
gehad met mensen in Staphorst. En ik vroeg me echt af hoe het nu kwam
dat er aan de ene kant gezegd werd: "Je kunt niet zomaar tot bekering
komen. Dat moet je van God gegeven zijn. En als God je niet roept, en
je neemt Hem wel aan, dan heb je een gestolen Jezus", hun taal.
Dan heb je echt een probleem want dan heb je je iets toegeëigend
wat niet voor jezelf is. En ik vroeg me echt af, met dit als achtergrond,
waarom die kerk daar in Staphorst, zondag aan zondag, twee keer per
zondag, stamp- en stampvol zou zitten. Er zitten toch 1500 mensen. Eerst
zelfs zonder geluidsinstallatie, waardoor 300 mensen überhaupt
niks hoorden. Nee, niks geen overdreven dingen, dit is echt gewoon waar.
Maar niemand mag zomaar tot bekering komen, dat kan niet. Dat moet de
Here doen. Maar wat kom je dan doen. Ja, maar als de Here spreekt, ja,
dan is het in de kerk. Dus de menigte zit daar. U voelt de parallel
met Joh. 5. Zo nu en dan komt het water in beweging en als je dan, ja,
ja, als je er dan bij bent, dan heb je iets. Dan mag je daar echt van
genieten. Joh. 5 past buitengewoon op die situatie daar. En misschien
hebt u iets dergelijks dichter bij huis. Dat zou kunnen. Ik vermoed
soms dat het op vel plaatsen toch nog zo is. En maar wachten. En als
de, als de genade van God eventjes zichtbaar wordt, ja, dan moet je
rennen. Dan moet je maken dat je er bij bent. En als je er net niet
bij kunt, ja, moet je maar weer afwachten tot de volgende golf van Gods
genade. Zo ongeveer. Die man die zegt uiteindelijk: "Ik heb niemand
die mij helpen kan." Als je nou nog familieleden hebt die je dan
even heel snel tot in het water brengen, ja, dan lukt het misschien
nog. Maar ik heb niemand. Een conclusie die jij en ik ook wel mogen
trekken. Ik wil heel duidelijk zeggen dat me distantieer van dit soort
denken. Alsof Gods genade maar voor een enkeling zou zijn. Voor een
ja, een heel bijzonder geval. Nou, eigenlijk komt dat nooit meer voor,
maar ja, je weet nooit hoe God nog een keer handelt. Misschien, misschien
gebeurt dat nog een keer. En als het dan in dit soort kringen gebeurt,
dan wordt gelijk een boek over geschreven: De bekering van Jantje of
de bekering van Klaas. Ik bedoel, daar wordt gelijk een uitgave van
gegeven. Want zo uitzonderlijk is het. Het is helder, denk ik, dat Gods
genade geweldig groot is en dat niemand, hier aanwezig, verloren hoeft
te gaan. Niemand. Als u wilt kunt u de Here Jezus Christus leren kennen.
Dat kunt u nu vanavond doen. Misschien nu wel, zittend op je stoel zeggen:
"Here Jezus, dank U wel dat U bij mij wilt komen." En dat
de beweging van het water, als ik dat zo eens zeggen mag, nu op dit
moment er is. En dat u niet hoeft te hollen. U mag gewoon blijven zitten.
het enige wat u moet doen is: "Dank U Here Jezus" zeggen.
Dank U Here Jezus, dat U in mijn leven wilt komen. Dank U dat u met
Uw genade, met Uw liefde, bij mij wilt komen en dat U mij wilt redden,
dat U mij wilt verlossen. Dat U Uw liefde wilt uitstorten in mijn hart.
Maar misschien moet je ook zeggen; "Here ik heb het op eigen kracht
al ik weet niet hoe vaak geprobeerd, maar dat lukt me niet. Ik heb niemand."
Er is ook niemand. Er is niemand die me helpen kan. Nee, niemand. Of
toch? Er is Eén die helpen wil en er is Eén die helpen
kan en er is Eén die helpen zal als u gelooft. Als u dat gelovig
aanneemt, dan is dat nu zo.
De geschiedenis van deze meneer die 38 jaar daar ziek ligt is soms ook
een beetje onze geschiedenis. Ik hoop, nog een keer gezegd, dat u de
Here Jezus hebt leren kennen. Maar stel nu dat u de Here Jezus al lang
geleden hebt leren kennen. Dan zit u nog met duizend vragen over datzelfde
hoofdstuk. Want ja, als dan hier staat van: Ga heen en zondig niet meer,
opdat u niet iets ergers overkomt, dan denk ik: ja, o, o, o, phoe, boe,
boe. Dus dat betekent, de zonde dat heeft gevolgen voor de ziekte, en
daar gaan we hè. Nou, die discussie is nog lang niet verstomd.
Daar komen we vanavond in één dienst ook echt niet uit.
Maar het is wel een hele actuele. Juist in de tijd waarin we nu, vandaag
leven.
Ik wil proberen u de profetische lijn te schetsen. Misschien begrijpen
we dan waarom de dingen hier, zo zijn opgetekend. Er komt een moment
dat de Here Jezus ons, de gelovigen, bij Zich roepen zal. Dat is al
een paar keer gezegd vanavond: maranatha-gelovigen, Zoeklicht-club.
ja, ik moet een beetje reclame maken, er zit een Zoeklicht-man in de
zaal, dus. Nou, ik doe het graag hoor Henk, mijn kleur. Fantastisch
dat we de Here Jezus kennen als onze Heiland, als onze verlosser. En
we weten dat de Here Jezus spoedig komt. Dat Hij ons thuisbrengt, dat
Hij ons wegneemt, dat Hij ons daar zal brengen waar Hij plaats bereidde.
En dat zou wel eens heel spoedig kunnen gaan gebeuren. En hoe dat precies
gaat, gaten in het plafond of niet, ik weet het niet. In elk geval,
het gaat gebeuren. De Gemeente, het lichaam van Christus, daar horen
allen bij die de Here Jezus Christus hebben leren kennen, de Gemeente,
gaat hier vandaan. Is dat het einde van de gebeurtenissen, is het daarna
helemaal over. Nee, dan gebeurt er nog van alles. De Gemeente gaat naar
haar bestemming. En haar bestemming is niet hier op aarde. Is ook niet
Jeruzalem hier beneden. De Gemeente gaat naar haar bestemming en dat
is het huis van de Vader. We zijn gezegend met geestelijke zegeningen
in de hemelse gewesten. We worden weggenomen, weggevoerd naar Hem. Op
aarde gaat het leven door. Het wordt moeilijk, het is nu al moeilijk.
Het wordt spannend, het is nu ook al vreselijk spannend. U bent ook
benieuwd hoe dat gaat op 2 november, in Amerika bedoel ik. En u bent
ook benieuwd hoe dat gaat in Israël. U bent benieuwd hoe het verder
gaat in Nederland. We zijn behoorlijk gespannen. het leven gaat door,
het wordt nog spannender. Het wordt nog erger. Het kwaad is nu al merkbaar
bij elke stap bijna. Maar het is dan enorm. Er is dan geen rem meer.
Ik zag gisteravond een stukje van die bijbelquiz, of hoe noem je dat,
bijbeltest. Ik heb meegedaan, ik wou een goed cijfer hebben. Negen punt
zoveel, het lukte toch. ik had van de heilige graal wel eens gehoord,
maar ik wist niet meer waar het zat, dus die vraag heb ik gemist. Allemaal
negens en tienen hier natuurlijk hè. Als wij meegedaan zouden
hebben, als dit blok zo, zoals we hier zitten, meegedaan zou hebben,
nou, dan waren de lofuitingen niet van de lucht geweest. Ik wilde zo
graag vertellen dat het zo is dat wij hier nog zijn. Maar in dat programma
van gisteravond kwam een stukje van mevrouw Borst naar voren. Die heeft
een keer het woord "Het is volbracht" geciteerd op een heel
ongelukkig moment, en ze werd onmiddellijk teruggefloten. En dat werd
gisteravond nog een keer gezegd: Dat ze diep haar hoofd boog en dat
ze diep door het stof ging en zo. Conclusie: Er is nog een weerhouder.
Er is nog iets wat haar terugfluit, wat tegenhield. Niet alleen haar,
maar al het negatieve, al het verkeerde. Er is nog een weerhouder, er
is nog een soort remmende factor op dit moment. En dat zijn gelovigen,
dat zijn wij. Als mensen hun mond houden met vloeken en tieren omdat
jij in de buurt bent, dan ben jij op dat moment de weerhoudende factor.
Want als jij er niet zou zijn, zouden ze toch eens een keer voluit gaan.
Nou, berg je dan maar. De gelovigen zijn een weerhoudende factor. Dat
is bedoeld in de bijbel, de weerhouder. Maar als die weerhouder weg
is, dan wordt het nog beroerder. Zo beroerd dat je het eigenlijk niet
omschrijven kunt. Die tijd breekt aan: Grote nood, grote verdrukking.
En met name het Midden-Oosten is één groot kruitvat. Niet
met een d vanwege de drogist, maar met een t als u begrijpt wat ik bedoel.
Een ongelofelijk explosief geval. Daar gaat het gebeuren. En daar gaat
het gigantisch knallen. Europa bemoeit zich daarmee, de volkeren rondom
Israël bemoeien zich daarmee, het wordt echt grote nood. En als
die nood heel erg hoog is, en er geen uitweg meer is, de grote verdrukking,
dan komt de Here Jezus. En het Johannes-evangelie schetst ons wat er
dan gaat gebeuren. Dan gaat Hij de blijdschap die weg is, opnieuw geven,
hoofdst. 2. Dan gaat Hij de kennis die weg is, opnieuw doceren, hoofdst.
3. Dan gaat Hij Zich zelfs bemoeien met Samaritanen, met halve Arabieren
of hele Arabieren, of een mix van het één en een mix van
het ander, Joh. 4. Ik heb daar de vorige keer over gepraat. Maar dan
gaat Hij ook doen wat in Joh. 5 staat, dan. Het is even dat u Hem a.h.w.
ziet in de tijd die nog komt, in een tijd die nog voor ons ligt.
Dan gaat de Here Jezus, als er een feest van de Joden is, naar Jeruzalem.
Zo begint ons hoofdstuk. Feest van de Joden. Dat is een devaluatie van
feest des Heren. De Here had gezegd: "Ik wil dat jullie feest vieren,
zeven keer per jaar." Zeven gezette hoogtijden, zeven bijzondere
momenten van vreugde. En dat waren de feesten des Heren. De Here wilde
Zijn vreugde vinden binnen Zijn volk. Hij wilde genieten, Hij wilde
vreugde vinden. Het waren feesten des Heren. Maar nu zijn het feesten
van de Joden geworden. Dat was toen al een devaluatie, want als de Here
Zelf, JHWH zelf, de Here Jezus Zelf niet meer welkom is op dat feest,
of genegeerd wordt, of zelfs gekruisigd wordt nota bene, tijdens dat
feest, dan is het geen feest des Heren meer, dan is het inderdaad een
devaluatie daarvan, een feest van de Joden geworden. Zo begint ons hoofdstuk.
In de toekomst is er geen feest. Het is misschien nog een ritueel. Er
is nog iets van een overlevering, er is nog iets. Maar heel Jeruzalem
lijkt meer op een ziekenzaal dan op een bruiloftsgebeuren, of op een
feestelijke bijeenkomst. Dat is de situatieschets van Joh. 5. Zo komt
u a.h.w. binnen. En de Here Jezus gaat naar Jeruzalem. Hij gaat daar
naar toe. En u weet dat de Here Jezus naar Jeruzalem gaat. Toen ging
Hij, letterlijk. Straks gaat Hij, letterlijk. Straks gaat Hij naar Jeruzalem.
Hij komt, de Koning der koningen, de Here der heren. De Here zelf die
met glorie en heerlijkheid verschijnt. Die zijn heerlijkheid openbaart,
Joh. 2. Die Zijn woorden zegt, Joh. 3. Die Zijn liefde en Zijn genade
uitgiet, Joh. 4. Hij komt, en Hij gaat naar Jeruzalem. Je houdt je hart
vast als je dankt aan het moment dat de Here Jezus zo naar Jeruzalem
gaat. En wat Hij daar aantreft bij een schaapspoort, waar normaliter,
laat ik maar zeggen, de schapen in en uit gingen, dat is dan een ziekenhuis,
een compleet ziekenhuis, een menigte. Nou, sommigen zitten hier zo bijbelvast
in elkaar, die vraag is gisteravond niet gesteld, eh, het dal van de
dorre doodsbeenderen, een menigte. Het is alsof je daar een soort situatieschets
vindt hier. Een menigte van zieken van verlamden, van kreupelen, van
blinden, en er is van alles. En zo nu en dan is er toch een klein moment
van opleving geweest. Ook voor Israël, jazeker. We hebben momenten
van genade gehad. 1948 was misschien ook zo'n moment van genade, dat
de staat Israël bestond, alhoewel het niet in geloof was. Het was
politiek en het was in New York en het was misschien in Engeland, maar
hoe dan ook, er zijn momenten van genade geweest. En als ze de zesdaagse
oorlog winnen, dan zijn het momenten van Gods genade geweest, jazeker.
Zo nu en dan was er beweging van het water. ZO nu en dan was er iets.
Maar over het algemeen hoh, doods, ziek, hopeloos. Er is niemand die
helpen kan. De Here Jezus komt daar bij die man. 38 jaar is hij daar
al. Ik denk dat je het getal 38 wel eens mag zien als 38 eeuwen. Al
de tijd van Abraham af, vrijwel, tot aan de toekomst, 38 eeuwen lang,
geen, geen genezing. 38 eeuwen lang niks. Het is alsof alles doods is,
alsof alles dor is, alsof alles verloren is, alsof alles weg is. Een
enorme profielschets van wat er in de toekomst gaat gebeuren met Israël.
De Here Jezus verschijnt. Die man zegt: "Ik heb niemand."
Wil je gezond worden. Jawel, maar ik heb niemand. Als de Here Jezus
komt, in de toekomst, eventjes, probeer die lijn even vast te houden,
Als de Here Jezus komt: Zou je tot herleving willen komen. Ja, maar
dat kan niet. Dan moet er een wonder gebeuren. Ik heb niemand. Zoals
het dal van de dorre doodsbeenderen dat enorme wonder gaat zien dat
die beenderen aan elkaar trillen, dat er spieren op komen, huid overheen
getrokken wordt. En dat er op een gegeven moment toch iets bijzonders
staat. Ineens staat daar het hele Israël. 12 stammen nota bene,
staan daar ineens in vol ornaat. Een schitterend gebeuren, een wonder,
is een wonder van God. Het is alsof je dat wonder van God uit het boek
Ezechiël, hier, in Joh. 5 al terugvindt. Hij is daar onze Here
en Hij spreekt, en Hij handelt. Wil je gezond worden. En die man zegt:
"Ik heb niemand." Weet u waar de Here op wacht. Dat je eerlijk
zegt, ook als je zelf tot bekering komt, "ik heb niemand. Ik heb
niemand die me helpen kan." Mijn goede voornemens helpen mij niet.
Gisteravond een heel lang telefoongesprek. Iemand drankprobleem, ergens
in het zuiden van ons land. Alle goede voornemens ten spijt, gaat iedere
keer weer mis. Een gelovige, iedere keer weer wegzakken, geen oplossing.
Hij heeft niemand. Maar pas als je echt gaat zeggen: "Mijn goede
voornemens helpen niks, mijn ja, nou ja, mijn eigen route helpt ook
niks. De enige die helpen kan is de Here Jezus Zelf. Ik heb niemand."
Israël zal ook als volk een keer moeten zeggen: "Wij hebben
niemand Here. Sorry, wij dachten dat onze wapens het zouden doen. Wij
dachten dat onze techniek en onze inventiviteit om de dingen uit te
vinden, om elektronische dingen te produceren, we dachten misschien
dat het langs die weg kon." En ze zijn sterk geweest met hun wapentuig
en met van alles. Maar het blijkt uiteindelijk zo slecht te zijn met
die staat in de toekomst, dat ze de zee ingedreven worden, letterlijk.
Dat Jeruzalem genomen wordt, dat de vrouwen ja, geschonden zijn. Het
zijn allemaal termen uit het boek Zacharia bijv., waar dit ook echt
zo staat. Ze komen tot de conclusie: Ik heb niemand. Wij zingen dat
ook: Niemand die verlossen kan. Ik heb niemand. Dat is straks voor Israël
ook zo. Het is adembenemend dat je dan ziet de Here Jezus zegt: "Neem
uw rustbed op en wandel. ik doe het." Daar waar je ligt dat wordt
beweging. Dat wat je doodsheid demonstreerde, dat wordt leven. Dat is
wat hier gebeurt. En het was sabbath op die dag. Ik heb de tekst gewoon
gevolgd. Wat gaat er gebeuren als de Here Jezus komt, wanneer. Nou,
ik heb al een paar keer uitgelegd dat er een aantal dagen voorbij zijn
hè. Vier dagen, vier maal duizend jaar, twee maal duizend jaar.
En wat komt er dan nog. Ja, dan komt de sabbath, de sabbath der rust.
Dat is natuurlijk toen gewoon de zevende dag geweest. gewoon, niks meer
en ook niks minder. Dat is de directe uitleg. Maar de profetische uitleg
is dat die sabbath een periode, ook weer een periode van 1000 jaar omvat,
van vrede, van stilte, en God rust van Zijn werken. het was sabbath
op die dag. Ziet u het gebeuren. En waarom dan die kritiek, waarom al
die Joden die dan zeggen van: "Dit kan niet, dit mag niet. Je mag
dit niet en je mag zus niet." Raakt niet, smaakt niet, roert niet
aan. Hoort u het de Here Jezus zeggen. Waarom zou de Here Jezus zoveel
wonderen gedaan hebben op sabbath. Waarom zou Hij iedere keer op sabbath,
ja of dat nou de blindgeboren is of wat anders, iedere keer op de sabbath
is er van alles gebeurd. Ik dank dat de Here Jezus liet zien: Kijk,
dit zijn de kennelijke bewijzen dat de Koning er is. En toen zij zeiden:
"Wij willen Hem niet als Koning", ja, toen was eigenlijk de
zegen ook weer voorbij. Want dat was het cruciale. De Here zei: "het
koninkrijk is midden onder u." De kennelijke bewijzen van dat geweldige,
van vrede en genezing, dat was daar. Maar ze hebben nee gezegd. Toen,
deze meneer die 38 lang daar ziek lag, heeft die genezing meegekregen.
En onmiddellijk kreeg hij kritiek. Hij wist niet eens aanvankelijk Wie
hem precies geholpen had. Later heeft de Here Jezus hem gevonden en
toen heeft Hij gezegd: "Dit is de Here Jezus." Misschien zit
er een stukje tijd tussen, een stukje ontwikkeling tussen, dat je niet
helemaal precies weet wie Hij is. De Here Jezus heeft één
wonder gedaan, en dat vond ik nogal opmerkelijk, dat iemand was blind,
de Here Jezus heeft een wonder gedaan en toen vroeg de Here: "Zie
je al iets." Nou, toen zei hij: "Ik zie de mensen wandelen
als bomen." Prinses Irene ziet ze ook zo, maar dat is een heel
ander verhaal. Maar soms help een nieuwe bril ook hoor. Maar dan doet
de Here Jezus nog een wonder, en dan ziet hij alles scherp. Ik wou gewoon
dit zeggen: Toen je tot bekering kwam zag je ook niet alles even scherp.
Toen waren er nog veel dingen vaag. Er waren nog contouren. Maar de
Here wil nog een wonder doen in jouw leven, zodat je alles scherp krijgt
en alles helder hebt en geweldige dingen gaat zien. De Here wil zegenen,
de Here wil duidelijk maken. En dat is hier in deze geschiedenis ook
zo. Die man heeft niet alles in één keer gezien. Een tweede
wonder gebeurt als de Here Jezus hem weer opzoekt, en er weer een gesprek
is, en hij dan terug komt: Nu weet ik wie Hij is. Nu weet ik het. Dat
is hier gebeurd. En dat gaat ook in de toekomst gebeuren. Nou, de kritiek
is dan niet van de lucht. Dat is dan een gigantische toestand geworden
van: O, och, dit kan niet, dit kan niet. En nu is het heel merkwaardig
dat juist in deze samenhang de Here Jezus zegt: "ga heen en zondig
niet meer opdat u niet iets ergers overkomt." Maar stel nu dat
u die lijn van Israël eens door zou trekken. Stel nu eens dat u
zou concluderen: Inderdaad, het is om hun overtredingen, hun ongerechtigheid
geweest. En stel nu eens dat er Iemand is die zegt: "Ik neem het
op me. Ik maak het ander, Ik ga een wonder doen, Ik ga iets bijzonders
doen." En de Here zegt:: "En nu moet je niet nog een keer
afwijken, want dan wordt het nog beroerder." Dan ineens blijkt
die tekst: Opdat u niet iets ergers overkomt, heel duidelijk. Dat wordt
helemaal niet moeilijk meer. De farizeeërs zeggen: "Dit kan
niet, want Hij kan niet de sabbath breken." Nou en dan gaat de
Here een geweldige uitleg geven. En dat is moeilijk. Ik heb zo vaak
mensen horen zeggen dat de Here Jezus, ja, is natuurlijk geweldig hè.
Profeet, man Gods, nou ja, van alles. Ze hebben allerlei superlatieven
gebruikt om Hem te duiden. Ze hebben gezegd: 'Dit is een superman",
en zo. Maar om nu te zeggen dat Hij echt God is. Ja, sommigen die willen
dat helemaal niet. En onder de invloed van allerlei stromingen in deze
wereld waar mensen zeggen: "God heeft geen zoon, dus dat kan helemaal
niet", en zo. Nou, Joh. 5 heb je dan tegen hoor, heb je dan echt
tegen, want hier staat heel concreet dat de Vader een Zoon heeft en
dat de Zoon een Vader heeft. Dus het Islamitisch denken, sorry voor
mijn aanval, ik bedoel dat niet scherp naar mensen toe, maar het Islamitisch
denken klopt van geen kant. Helemaal niks. Maar, ook onder christenen,
want dit is dan de aanval die van buiten komt, maar ook onder christenen.
Als je vandaag zegt dat de Here Jezus God Zelf is, nou, dan krijg je
ook een discussie. En als je durft te beweren dat Hij niet zondigen
kon omdat Hij God Zelf is, dan heb je helemaal een probleem. Nog sterker,
als je echt doorvraagt en zegt: "Nou wie is nou die hoogste? Ja,
God de Vader natuurlijk. Daaronder, een klein stukje daaronder, niet
zover, maar toch daaronder, zit Jezus. En daaronder zit de Heilige Geest.
Een soort trapsgewijze situatie. Dus niet een horizontale situatie,
maar een verticale situatie van Boven naar beneden, Vader, Zoon en Heilige
Geest. En we zeggen dit ook, we krijgen dit. Want ja, die verzoeking
in de woestijn was toch ook niet nodig geweest als Hij God Zelf zou
zijn geweest. Dat, nou ja, maar dan valt er toch niks te verzoeken.
Dan was dat toch onzin geweest. Dus uit het feit dat Hij verzocht werd,
maar niet zondigde, blijkt natuurlijk Zijn houding, Zijn verlangen.
Nou, dat is waar, dat is super, maar ik wil heel helder maken vanavond,
ik doe een poging, of me dat lukt in een paar minuten, dat weet ik niet,
dat de Here Jezus JHWH Zelf is. En dat staat hier, in Joh. 5. En dat
wordt in de toekomst volstrekt duidelijk. Als de Here Jezus Zichzelf
openbaart, als Hij laat Wie Hij is, nou, dan zal Hij ook inderdaad erkend
worden als JHWH Zelf. Want Hij maakt het duidelijk. Hij zegt: "De
Vader Die toont de Zoon. En de Zoon kan niks doen van Zichzelf."
Dat is natuurlijk door de critici altijd opgepakt: Zie je wel, de Here
Jezus zegt Zelf nota bene, dat Hij niks kan als Hij het de Vader niet
ziet doen. Nou, dat is dus: Een leermeester en een leerling. Een leermeester
die kan het uitleggen, een leerling die doet het. Ja, dan voert hij
het uit. Zie je wel, daar is iemand hoger en dan komt iemand die wat
lager is. En dan worden er dingen gezien, nou, het lijkt bijna sluitend.
Een sluitend bewijs. En het klopt niet. De Here Jezus zegt hier heel
wat anders. Hij zegt hier tegen mensen die kritiek op Hem hebben omdat
Hij zegt dat Hij de mensenzoon is omdat Hij God zijn Vader noemt en
Zich dus God gelijk maakt, Hij zegt tegen deze mensen: 'Moet je eens
luisteren, Ik doe niks buiten de Vader om." Dat is heel wat anders
hè, als u de woorden pakt. De Here Jezus zegt: "Ik kan niks
doen buiten de Vader." Want stel dat Hij iets zou doen buiten de
Vader, wat bewijst Hij dan. Dat Hij niet God is. Dan zouden de Mohammedanen
dus gelijk hebben. Dit gaat heel ver. De Here Jezus zegt heel concreet,
heel duidelijk: "De Vader doet het, en de Zoon doet het. Zoals
de Vader leven heeft in Zichzelf, heeft Hij ook de Zoon gegeven leven
te hebben in Zichzelf." Alles gelijk, alles gelijk. En de Zoon
doet niets buiten de Vader om. Alleen als Hij het de Vader ziet doen,
doet de Zoon het ook. Dat betekent, daar wordt inderdaad samengewerkt.
Daar is geen enkele, geen enkele scheiding denkbaar tussen de Vader
en de Zoon. Dat zegt de Here Jezus. En dat zegt hij heel uitvoerig in
Joh. 5. En die uitleg is voor vandaag zo belangrijk, omdat de meeste
christenen dit niet meer geloven. Die zijn dat kwijt. Die denken: Ja,
nou ja, o.k. En die zeggen dan ook nog heel vroom: "Nou laten we
daar niet over discussiëren." Maar ze willen ook niet doordenken.
En dat is jammer, want de Here Jezus is de Here Zelf. En juist in dit
evangelie, waar de Here Jezus de JHWH van het OT is, de HERE met alle
hoofdletters van het OT is, juist in dit evangelie vertelt de Here Jezus
Wie Hij is. En hier zegt Hij: "De Vader werkt en Ik werk ook. Wij
werken samen." Zo gingen die beiden samen. Tekst uit Gen. 22. Het
is zo prachtig om hier te zien dat de Here Jezus zegt: "Ik kan
niks doen van Mijzelf, want dat zou betekenen dat Ik, ja, dat ik los
van Hem iets zou doen." Dan waren ze niet meer één.
Dan was daar een scheiding gekomen. Dat is de insteek van dit hoofdstuk.
En wanneer wordt dat nu volkomen duidelijk. Straks als de Here Jezus
komt. ik zal je één voorbeeld noemen. Jesaja zag op een
bepaald moment de Here zitten op een hoge en een verheven troon. En
hij is zo onder de indruk, dat hij zegt: "Oh, wee mij. Ik ben een
man onrein van lippen. Woon temidden van een volk dat onrein van lippen
is." Helemaal weg. Heilig, heilig, heilig is de Here. Het is enorm
wat hij daar ziet en wat hij daar meemaakt. Maar wat zegt het NT in
Johannes, dit evangelie van Johannes. Wat zegt Joh. 12 daarvan: "Toen
zag Jesaja de Here Jezus." In Jes. 6 is het JHWH, is het de Here
op een hoge en een verheven troon. Maar Joh. 12 zegt: "Dat is de
Here Jezus. Dit zei Jesaja toen hij Zijn heerlijkheid zag." De
Here Jezus die onze Heiland is, die onze Verlosser is. Die ons de genade
van God etaleert en de liefde van God laat zien en die ons redt, als
je gelooft in Hem. En die ons brengt daar waar Hij Zelf is, die alle
zegen met Zich heeft en bij Zich heeft en die ons bij Zich roept en
die ons in het huis van de Vader brengt. Die Here Jezus is JHWH Zelf.
Mooi meegenomen toch. Ik was vroeger altijd een beetje bang. Als ik
ergens was, dan hoopte ik altijd dat er iemand was die mij kende. Nou,
daar is Iemand daar die jou kent, die jou door en door kent. Die voor
jou naar het kruis ging. Die voor jou dat probleem oploste. Die voor
alles bij God in orde maakte. Hij, Niemand minder dan Hij is daar, JHWH
Zelf, de Hoogste, de Allerhoogste. Hij die het oordeel heeft. En waarom
moest Hij dan verzocht worden. Waarom moest dan die verzoeking in de
woestijn plaatsvinden. Om te testen of Hij wel of niet overeind zou
blijven. Nee, om de duivel duidelijk te maken dat er nu Iemand was die
geen handvat van de zonde had. Dat is een heel andere insteek. om duidelijk
te maken dat er nu een soort mens bestond waar de duivel geen vat op
had, niks, nul. Om duidelijk te maken dat er een nieuw geslacht bestond,
een laatste Adam, een tweede mens, een heel nieuw mensensoort. Een soort
zonder een handvat van de zonde. "Wat uit God geboren is kan niet
zondigen", zegt de bijbel in de eerste Johannes-brief. Nu moet
duidelijk zijn dat er een nieuw Iemand is. Dus die verzoeking is niet
een soort test, een soort examen. En als de Here Jezus daarvoor slaagt:
Ja, nou ja, Hij kon het wel maar Hij deed het niet. Zie je wel. Zo hè,
een negen of een tien voor Zijn examen. Tien natuurlijk, want Hij zondigde
niet. Nu, het is niet een test geweest voor Hem. het is een duidelijk
getuigenis geweest voor de satan en alles wat om hem heen hangt, om
duidelijk te maken dat er nu een nieuw soort bestaat waar de duivel
geen vat op heeft. Nou ja, het is natuurlijk een beetje moeilijk. Dat
moet je maar eens eventjes laten binnenkomen. dat moet je maar eens
een uitwerking laten geven. Maar de Here Jezus is hier, in Joh. 5 aan
het woord.
Maar wanneer blijkt dit nu allemaal. Als de Here Jezus komt. Als Hij
die Koning is die hier op aarde komt, die ook naar Jeruzalem gaat en
die bij de Schaapspoort die menigte van verdorden vindt en daar leven
brengt. Dan wordt ook duidelijk dat het niet zomaar iemand is. Ook niet
een soort mens is die hoe dan ook krachten heeft, maar dat het om JHWH
Zelf gaat, om de Here Zelf gaat, om Hem gaat over Wie Mozes geschreven
heeft. En daarom eindigt dit hoofdstuk ook met Mozes. Wat Mozes allemaal
gezegd heeft. Mozes heeft over Mij geschreven. En als je zijn geschriften
niet gelooft, hoe kun je dan Mijn woorden geloven. Mozes heeft het over
Hem gehad. En Mozes had het als eerste over JHWH. Nooit was de Here
bekend geweest onder die naam. Maar die brandende braambos heeft daar
verandering in gebracht. Die JHWH van het OT. En Mozes heeft bij de
Here dat geweldige mogen zien op de berg, En hij heeft de naam van de
Here, het wezen van Gd mogen zien. En hij heeft daarvan gesproken. Niemand
heeft zo gesproken over JHWH dan Mozes. Dat is wel helder, de Thora.
En nu zegt de Here Jezus: "Maar dat ging over Mij. Dat ging over
Mij." En wanneer komen ze daar nu achter, Israël. Nu. Nee,
nog niet. Israël gelooft niet, even globaal hè, gelooft
niet in de Here Jezus. Ze zeggen: "Nee, zo'n Messias, nee hoor.
We willen geen Messias die door de Romeinen gekruisigd is. Die willen
we niet. We willen een echte." Maar het blijkt dat de Jezus over
Wie wij het hebben, de Mensenzoon is die alle macht heeft, die alle
kracht heeft en die alle gezag heeft. En het blijkt bovendien dat die
Jezus JHWH Zelf is. En daarom staat het zo uitvoerig in dit hoofdstuk.
Wanneer wordt dat dan duidelijk. Nou, dan, als Hij Zich openbaart. Als
daar in Jeruzalem dat wonder geschiedt: En ja, maar dit is van de Here.
Maar natuurlijk zijn er dan nog mensen die zeggen: "Nee, dat kan
niet." Ze zeggen, zoals ook vandaag mensen, als je tot bekering
komt zeggen: "ja, maar dat kan helemaal niet. Dat is te gek, dat
is te vroom, dat is te ja, te driftig of
.." Nou ja, vul maar
een woord in. Het is allemaal te mooi voor woorden. Van allerlei dingen
gaan er dan gebeuren. Maar dat gaat dan ook nog gebeuren. Maar dan zal
de Here Jezus vertellen dat Hij samen met de Vader één
is. En dat Mozes het alleen maar over Hem gehad heeft. Niet over een
derde in de Godheid, of over een tweede, maar over JHWH Zelf. Dat wordt
dan duidelijk. Ik hoop dat u Joh. 5 zo wilt zien.
Natuurlijk, nog een keer, letterlijk. Toen was daar een soort ziekenzaal
bij die Schaapspoort. En toen was dat wonder voor die ene man daar.
En die heeft daar gewoon 38 jaar gelegen. Heel langdurige ziekteproces,
toen letterlijk. En toen was er kritiek. En hij wist aanvankelijk niet
Wie dit was. En toen heeft de Here Jezus de vragen van de farizeeërs
beantwoord, toen. Maar ik probeerde dit gebeuren, uit Joh. 5, over te
hevelen naar straks. Als de Here Jezus weer komt hier op aarde, vanuit
Zijn heerlijkheid, vanuit Zijn glorie, u komt mee hoor, ja. Gaat u dan
echt lopen in Jeruzalem. Misschien blijft u daarboven hangen als het
nieuwe Jeruzalem wat van God uit de hemel neerdaalt, wat toch nergens
staat dat het echt op aarde komt, maar u gaat komen. Want u gaat alleen
maar signalen uitzenden: Hij is het, Hij is het. Anders doet u niks.
Nou ja, sorry, u gaat duidelijk maken dat Hij het is. Ons hele wezen
is er op gericht dat Hij het is. En Hij gaat naar Jeruzalem. En Hij
verandert het feest van de Joden in een feest voor de Here. Terug bij
af. En Hij zal iemand die 38 jaar lang ziek is [genezen]. Heel de periode
dat Jeruzalem de stad is. Israël, als getuigenis op aarde, heel
de tijd ziek geweest. Er waren momenten van genade ja. Maar het heeft
eigenlijk geen oplossing gebracht. En sommigen zeggen dat dat moment
van genade misschien Salomo geweest is. Of een ander moment weet je
wel, uit de geschiedenis van Israël. Maar er zijn momenten van
genade. Maar dan, dan openbaart de Here Jezus zich op de sabbath. Dan
begint dat enorme, die enorme tijd van rust, van zegen, van blijdschap
en van, ja een geweldige opleving binnen Jeruzalem. En dan blijkt dat
Hij, de Here Jezus niet een Iemand is, maar dat Hij JHWH Zelf is, de
Here Zelf is. Dat is de lijn die hier ligt. En als u zo naar Joh. 5
kijkt, dan hebt u genoeg om over na te denken de komende dagen. Maar
ik wil u nog één ding vragen. Als dit dan zo is, hoe kijkt
u nu tegen de Here Jezus aan, die vanavond tegen u zegt: "Ik wil
graag in jouw leven komen. Ik wil graag in jouw hart gaan wonen."
Zou jij jouw deur open willen zetten. Zou jij dan zeggen: "Kom
binnen Here." "Ja, kom binnen Heer", is een boekje van
Annie Karkdijk. Ja, kom binnen Here. Kom in mijn hart Here Jezus. Weet
u wie dan binnenkomt. Deze, deze Jezus. Die komt bij je wonen, die komt
in je wonen, en die gaat in jou een bijzonder werk doen. En misschien
zie je niet helemaal precies Wie Hij is. Misschien denk je: Ja, Wie
bent U dan Here. Wie is Hij dan. Tweede wonder, u ontdekt het. Ik ga
het u garanderen. U ontdekt het, u gaat zien Wie Hij is. En u wordt,
ja, een blij iemand. Want u denkt: Als Hij, die JHWH Zelf is, in mij
woont, zou er dan nog iets verhinderends kunnen zijn. Ik hoop dat u
het begrijpt, dat Paulus dan kan zeggen: "Nou ja, als God voor
ons is, wie zal tegen ons zijn." M.a.w., er kan eigenlijk niets
meer aan verhindering aanwezig zijn. De Here Zelf woont in mij en dat
is een geweldige zegen. De Here zegene ons allen, amen
|
|