| |
Lezen: Joh.
7:53 - 8:20
De Here Jezus zit
dus in de tempel, en bij de schatkamer. Bij de plek waar die schatten
van God opgetast liggen of schatten voor God bewaard worden. En Hij
geeft uit die schatkamer schatten. Kostbare schatten die wij ook vandaag
mogen gaan overdenken.
De vorige keer probeerde ik duidelijk te krijgen dat het loofhuttenfeest
uit Joh. 7 niet alleen toen, letterlijk, daar, zo is verlopen. Dat is
waar. Maar dat het ook te maken heeft met profetische vergezichten.
Met een toekomst die veel verder weg ligt. En ik hoop dat u dat een
beetje helder kreeg dat u behalve feitelijke gegevens, dus Joh. 7, zoals
het daar echt toen is gebeurd, ook verlangen krijgt om verder te kijken
dan wat er toen daar gebeurde, omdat deze dingen ook voor de toekomst
zulke schitterende dingen bevatten, schitterende elementen bevatten.
Dat gaat nu verder. We ontdekten al vanaf het prille begin van het Johannes-evangelie,
dat er meer is dan alleen maar een verhaal. Het is niet een simpele
geschiedenis, of een reeks gebeurtenissen. Het heeft te maken met dat
wat God op een bijzondere wijze schenken wil, door Zijn Heilige Geest
aan mensen die verlangen naar Hem. En ik hoop dat we daar allemaal bij
horen. Dat is niet automatisch zo. Ik hoop dat u allemaal de Here Jezus
kent als Heiland, als Verlosser. Dat u weet hebt van vergeving van schuld,
vergeving van uw zonden. En dat u ook echt weet: Ik ben een kind van
God. Ik heb leven uit God. Alleen maar dat brengt de Heilige Geest in
u. Als u gaat geloven in de Here Jezus krijgt u de Heilige Geest. Als
onderpand van die toekomstige erfenis. U krijgt een voorschot. En de
Heilige Geest in u, is op hetzelfde moment de wijsheid van God, om dingen
van God, om woorden van God te gaan begrijpen. Ander lukt het niet.
Alleen maar door de Heilige Geest die in ons woont. En die Heilige Geest
wil ons ook leiden, wil ons ook sturen. Wil ons in deze tijd vertellen
Wie de Here Jezus is. Niet alleen een soort geboortefeest, punt. Zoals
er misschien daarna velen, velen, zijn geboren. Maar veeleer de Vorst
des hemels, de Heer des hemels, de Koning der koningen, De Here der
heren. God Zelf werd mens.
Aan het eind van Joh. 7 staat zo typerend dat iedereen naar huis ging
en dat de Here Jezus naar de Olijfberg ging. Nou, we kunnen daar een
praktische verklaring van geven, en die is heel plausibel, is heel acceptabel,
namelijk, dat daar een plekje is geweest waar de Here Jezus met Zijn
discipelen regelmatig te vinden was. Ik zal u één suggestie
doen. In de hof Gethsemane is een grot. En in die grot zou je dus best
kunnen wonen. Kan heel goed. Daar zou je heel goed nachten kunnen doorbrengen
zonder dat je last van kou kreeg of zo. Misschien bent u wat anders
ingesteld en denkt u: Nou, Hij heeft zeker altijd in de open lucht gelogeerd.
Ik weet niet of dat zo is, maar het zou kunnen. Niemand weet het zeker.
Maar laat ik maar zeggen: "Op die Olijfberg zijn plekken, waar
je met een hele groep mensen kunt schuilen in een soort grot."
Die grot is er nu nog. Dus u zou best een kijkje kunnen gaan nemen als
u dat wilt. De Here Jezus bracht de nacht door op de Olijfberg. Dus
feitelijk is het zo gegaan. Hij is daar gewoon geweest. Hij is daar,
ofwel in de open lucht, of in die grot, maar Hij heeft daar de nacht
doorgebracht. Maar als hier staat: Iedereen gaat naar huis maar Jezus
gaat naar de Olijfberg, dan betekent het meer dan alleen een feitelijk
verslag. Dan betekent het ook, dat de Here Jezus toch een keer, ook
al gaat iedereen naar huis, wat er ook gebeurt, wat ze ook doen, wie
ze ook zij, Hij gaat naar de Olijfberg. En dan krijgt het een hele andere
lading. Dan ineens zie je: O, bedoelt te zeggen dat Hij een keer terugkomt.
Jazeker, ik bedoel concreet, kort door de bocht misschien, dat de tweede
advent, de komst van de Here Jezus, Zijn weerkomen hier op aarde, gekoppeld
is aan de Olijfberg. De bijbel zegt dat zo, Zach. 14. U vindt het heel
precies. Daar staat dat de Here Jezus op de Olijfberg, oostelijk van
Jeruzalem, zal gaan komen. Zijn voeten zullen daar staan. Die Olijfberg
splijt middendoor en vandaaruit gaat de Here Jezus Jeruzalem binnen.
Dus het gaan naar de Olijfberg is natuurlijk in volstrekte zin gewoon
zoals we het net hebben geschetst, dat is waar. Maar het heeft ook een
verderliggende betekenis. We kunnen daar niet omheen. Als het boek Ezechiël
vertelt dat de glorie van God uit oostelijke richting de stad gaat binnentrekken,
dan krijgt u nog een nadere aanduiding, namelijk dat die Olijfberg kennelijk
aan de oostelijke kant van Jeruzalem ligt, hetgeen klopt. En dat vandaaruit
een schitterende glorietocht begint om Jeruzalem helemaal te vullen
met de heerlijkheid van onze Here. Dat is natuurlijk in schril contrast
met de tocht die Hij ging maken toen Hij later vanaf de Olijfberg, Gethsemane,
gearresteerd en wel, Jeruzalem binnentrok. Dus een paar dagen later
dan wat dit hier aangeeft, is het zo gegaan. Is Hij zo vanaf diezelfde
Olijfberg gearresteerd, vanuit die Gethsemane-tuin naar Jeruzalem gebracht.
Kortom, Olijfberg is meer dan alleen maar een locatie.
De Here Jezus komt 's morgens vroeg vanaf de Olijfberg en Hij gaat weer
naar de tempel. Waar Hij dus geleerd heeft. Waar Hij dat prachtige verteld
heeft van het loofhuttenfeest op die grote dag van het feest, en Hij
sprak over bronnen, waterbronnen, uit je eigen binnenste. En waar Hij
gesproken heeft over de Heilige Geest die zou gaan werken, daar komt
de Here Jezus nu terug. En op dat moment gebeurt er iets bijzonders.
Deze gebeurtenissen die alleen maar in het evangelie van Johannes staan,
zijn echt gebeurd. Dus nog een keer, u moet niet twijfelen aan de idee
dat daar niet letterlijk een mevrouw, op overspel betrapt, meegesleurd
werd en die werd eventjes daar voor de Here Jezus neergezet. En die
werd als een soort proefballon gebruikt. Wat doet Hij daarmee. Wat zegt
Hij daarvan. En als Hij het niet goed doet dan hangt Hij. Sorry hoor,
dat ik het zo zeg, maar zo was wel de insteek. Zo wilden ze Hem wel
laten vallen. Dat was zo. Maar u voelt al aan mijn taal, dat ik verder
ga dan alleen maar de gebeurtenis. Want alles wat hier staat in dit
Johannes-evangelie, gaat verder dan de gebeurtenis.
Nu, het stukje Joh. 8, is heel vaak gebruikt in kerkelijke kring, om
te zeggen dat tucht niet meer kon. Want wie de eerste steen moet gaan
nemen moet zonder zonden zijn. Nou, die mensen bestaan niet. Mijn vader
zei: "Die hebben hier haar op hun handen." Kijkt u maar eens
in uw eigen hand. U kijkt ook nog, maar daar zit geen haar, bij niemand.
Dus er is niemand die zonder zonden is. Dat bedoelde mijn vader, en
het was geen schriftgeleerde, maar hij had wel gelijk. Hij wilde dus
zeggen: "Niemand kan dus tucht uitoefenen, want dan moet je zonder
zonden zijn." Wie van u zonder zonden is, die werpe het eerst de
steen. Nou, daar gaat het hele kerkelijke tuchtapparaat ondersteboven.
Of niet. Nou, ik denk van niet. Maar daar gaat het hier ook niet om.
Als dit de basis moet zijn voor kerkelijke tucht, dan denk ik dat het
anders gaat in de gemeente dan vandaag de dag. De Here Jezus, Hij is
daar, en hij leert, in de tempel, in het heiligdom. En daar komt die
optocht. Een beetje schreeuwerig misschien, een beetje schokkerig, vroeg,
een nieuwe dag. En nu ziet u opnieuw één van die vele
beelden die we hier in het Johannes-evangelie zagen al, of nog zullen
gaan zien, namelijk dat er van alles aan de hand is. Eerst: De wijn
is op, weet je wel, Joh. 2. Onderwijs is er niet meer, Joh. 3. Samaritaanse,
de positie van waar moet je aanbidden hier of daar of hoe zit het. Moet
het, gaat het om een letterlijke locatie. De absolute onmacht om nog
één vin te verroeren. Om enig, enige zaak aan je behoudenis
toe te voegen, Joh. 5. De onmacht ook om enige spijs te verorberen.
Wonderbare spijziging kan alleen maar als Hij, de Here er komt en met
Zijn spijze gaat verzadigen. Joh. 7, het loofhuttenfeest. Enfin, al
die dingen die zeiden we al. Die hebben we al gehad. En als u dat zou
willen weten dan kunt u alsnog daar bij Henri achterin, bandjes bestellen
of CD's bestellen, u kunt downloaden, u kunt van alles regelen.
En nu krijg je weer een aspect. Een vrouw op overspel betrapt. Het zal
u helemaal niet verbazen dat Israël vergeleken wordt met een vrouw.
Dat haal ik ook niet uit mijn duim, dat haal ik uit mijn bijbel. Ez.
16 vertelt dat Jeruzalem gezien wordt als een vrouw. Eerst als een heel
klein baby'tje zonder enige zorg van wie dan ook. En dat kleine baby'tje
groeit op en dat kleine baby'tje wordt groot. Wordt zelfs gekleed. geschoeid,
versierd. Op een bepaald moment is die kleine baby een vrouw, het koningschap
waardig. Maar dat kleine baby'tje kiest voor een andere man. Ez. 16.
Waar heeft Ezechiël het dan over. hij heeft het over Jeruzalem,
heel specifiek. Misschien mag je zeggen Juda, misschien mag je wel zeggen
Israël. Maar in elk geval, heeft hij het over Jeruzalem. Heel concreet,
een vrouw die overspel bedrijft. Zo wordt het voorgesteld. Een paar
hoofdstukken verder in het boek Ezechiël, in hoofdst. 23, daar
vindt u weer twee vrouwen. De ene heette Ohola en de andere heette Oholiba.
Hoe kun je het bedenken. Als je nog twee zusjes hebt. Nou, je zult ze
maar roepen om te eten. Begin het maar te zeggen zonder te stotteren.
Het lukt al bijna niet. Oholiba is Juda, Ohola is Samaria. Staat er
bij hoor, anders had ik het ook niet geweten. Ohola betekent: Ze heeft
een eigen tent. Oholiba betekent: Mijn tent is in haar. Komt al wat
dichter bij hè. Je voelt hem al komen. En Oholiba dringt zich
op aan alle mogelijke minnaars. Weer hetzelfde beeld: Op overspel betrapt.
Voor mij is het absoluut helder, dat de vrouw die hier in Joh. 8 naar
voren wordt geschoven, een type is, een beeld is van Israël, maar
dan in haar gevoelens, in haar emoties, in haar relationele betrekkingen.
Ze is ook blind nog, in Joh. 9, dat komt allemaal nog, maar hier gaat
het even over haar hart. En er zijn een aantal mensen die zeggen: "Nou
kijk, hier heb je er één. Wat zegt u daarvan? Mozes heeft
in de wet bevolen zulk één te stenigen. En U dan?"
Nou ja, waarschijnlijk hebben ze een valstrik opgezet. En dat loopt
heel anders af. Zal ik het profetisch zeggen. Er zijn hele horden christenmensen,
kerkmensen die gezegd hebben: "Israël, hoh, die hebben het
verknald naar God toe. Die hebben er een zooi van gemaakt. Tjonge tjonge,
die hebben, ja, die hebben hun Heiland gekruisigd. Die, moeten die weer?
Die, die moeten sterven. Kan niet anders." Die hebben de wet nota
bene aan hun kant. Dat is heel fel gezegd, maar het is precies wat ik
bedoel. En als het alleen christenmensen zouden zijn die voor Israël
geen enkele, geen enkele millimeter ruimte hebben, en die zijn er een
hele horde hoor, veel meer dan u denkt, dan mag je misschien ook nog
wel eens verder gaan, met het orthodoxe Joodse denken, waar geen enkele
ruimte is voor genade, nul. Ook zij zeggen: "Nou, kan niet. Zo
kan het niet." Ik hoop dat helder wordt, vanavond, dat in dit prachtige
beeld, daar op het tempelplein, ook iets bijzonders gloort. De aanleiding
is die vrouw. Net zoals in Joh. 4 van die ene vrouw gezegd wordt: Vijf
mannen hebt gij gehad en die gij nu hebt is uw man niet. dat was letterlijk
zo geweest. Ik bedoel, die vrouw had zoveel relaties achter zich. Dat
was gewoon zo. Maar dat had een betekenis. Dat weet u nog, die afgoden
van de Samaritanen. Ze worden immers alle vijf genoemd. En de man die
ze dan nu hebben, de Here, dat was hun Here, dat was hun man niet. Dus
ook daar een veel verder liggende betekenis. Hier ook. Dus de aanleiding
is, concreet, er is een mevrouw, inderdaad op overspel betrapt. Dus
niks van de tekst afdoen. Dat bedoel ik dus niet. Maar op hetzelfde
moment probeer ik die tekst te plaatsen in het licht van de profetie.
En die is behoorlijk fel, vind ik, dat licht. De beschuldigers, ze staan
daar. En die hebben die vrouw daar voor de Here Jezus neergezet. En
eigenlijk gebeurt er dit: Op het moment dat de Here Jezus terugkomt
uit Zijn glorie, niet als een kleine baby in Bethlehem, maar in Zijn
glorie en in Zijn heerlijkheid uit de hemel, op de berg, Olijfberg.
En als Hij gaat naar de stad en daar het heiligdom vult, volgens Ez.
43, met Zijn glorie, Hij daar aanwezig is, Hij daar schittert, schittering
van Hemzelf te vinden is. Daar zit Hij dan, daar leert Hij. Joël
2:23, de Leraar der gerechtigheid. Hij spreekt, Hij leert, Hij onderwijst.
Hij zit bij de schatkamer, Hij heeft echt het één en ander
te vertellen. Nou, je zou wel eens een poosje bij Zoiemand op bijbelles
willen zitten. Bij Zijn schatten willen zitten, in die sfeer willen
vertoeven. Om daar nog wat meer op te doen dan vandaag mogelijk is.
Dat zou graag willen. Maar goed, daar zit Hij. Daar komt, daar komt
dit verhaal. Hoe is Uw betrekking met Israël. Dat kan toch niet
goed zijn. Ze heeft er toch een puinzooi van gemaakt. Ze is overal geweest,
behalve bij U. Ik heb het nu anders gezegd, heel anders gezegd, maar
dat is wel wat hier staat. Die mensen hebben haar aangeklaagd en die
hebben haar beschuldigd. En die beschuldiging is niet onterecht. Want
Israël heeft zich opgedrongen, volgens Ez. 23, aan iedereen die
maar wilde. Alhoewel Gods tent in haar was, heeft zij met iedere richting
meegeflirt. En Samaria was niet beter. Dat blijkt uit Ez. 23, want Ohola
was even, even slecht als Oholiba. Allebei foute boel. En het is hetzelfde
van Ez. 16. Het is nog een keer eventjes herkauwen om dat plaatje compleet
te krijgen.
De Here Jezus bukt Zich, schrijft. En vroeger dacht ik: Wat zou Hij
geschreven hebben. Nu weet ik het. Ehm, dat moet, ja, heel spannend
zijn geweest, om erachter te komen wat Hij schreef. Ik zal het u voorlezen
wat Hij geschreven heeft. U bladert met mij naar Jer. 17. Jer. 17:9:
Arglistig is het hart boven alles, ja verderfelijk is het wie kan het
kennen. Ik de Here doorgrond het hart en toets de nieren. Dat, om aan
een ieder te geven naar zijn wegen, naar de vrucht van zijn daden. Vs
12: Troon der heerlijkheid, (er is maar één keer in de
toekomst een plek waar die troon der heerlijkheid zal zijn) vanouds
verheven (altijd al gezien, steeds omhoog gestoken). Plaats van ons
heiligdom (waar de Here woont). Hope Israëls, (yes, hope Israëls,
de hoop van dat volk) Here (JHWH Zelf). (Let op:) Allen die U verlaten
zullen beschaamd worden. En wie afwijken zullen in de aarde geschreven
worden. Omdat zij de bron van levend water (Joh. 7, Bron die daar stond
op de grote dag van het feest) omdat zij de bron van levend water, de
Here (JHWH) verlieten. Genees mij Here, dan zal ik genezen zijn. Help
mij, dan zal ik geholpen zijn, want Gij zijt mijn lof. Jeremia heeft
in Jeruzalem geprofeteerd in een tijd dat het helemaal niet goed ging
met Jeruzalem. Jeremia is die profeet die tot het laatst is gebleven,
toen de stad bijna op instorten stond, vlak voor de stad werkelijk verwoest
werd door Nebukadnezar. Jeremia is daar gebleven. Die is daar niet weggegaan.
Die is op het allerlaatste moment weggekomen, met een groep vluchtelingen.
Want Jeremia heeft van de Here nog één keer een appèl
op het hele publiek moeten doen. En dat heeft hij gedaan. Prachtige
dingen. En dan zegt hij: "Ons hart is arglistig aan alle kanten."
En dat weten we inmiddels. En wie kan het kennen. Maar de Here doorgrond
ons. Hij ziet ons. Hij kent van verre onze gedachten. Dat is niet alleen
Ps. 139, maar ook Jer. 17. dus. Maar dan komt die prachtige term: Troon
der heerlijkheid. Jeremia wist dat het op instorten stond. Jeremia wist
dat er 70 jaren van ballingschap zouden gaan volgen. Jeremia wist dat
het kopen van een akker gewoon een stomme zaak zou zijn, normaal, menselijk
gesproken. Hij doet het wel, omdat de Here zei dat hij het moest. Troon
der heerlijkheid, vanouds verheven. Plaats van ons heiligdom. Hope Israëls.
JHWH Zelf. Als je van de Here afwijkt, dan zul je in de aarde geschreven
worden. Omdat ze de bron van levend water, JHWH, die Bron, verlieten.
Wat doet de Here Jezus in Joh. 8. Hij schrijft de namen van die mensen
die haar aanklaagden in het zand. Dat is mijn verklaring, ik kan geen
betere bedenken. Nou, die oudste ziet dat, Hij begint bij de oudste,
en die denkt: Tsjonge. Simeon bar Levi nou ja, of ben Aäron, of
ben David, of hoe ze ook heten mogen. Die denkt: Daar staat mijn naam,
hoh, als een aanklacht. Zijn eigen naam stond daar in het zand geschreven.
En de Here Jezus bukt zich en schrijft al die namen op. Die oudste denkt:
Ik moet maken dat ik weg kom. En de tweede en de derde en de vierde,
en ze lopen allemaal weg. Er blijft er niet één achter.
Daar staat de Here met die vrouw. Waar zijn ze, die beschuldigers. Ze
hebben me niet beschuldigd. Je moet niet weer de verkeerde keuzes maken.
Ik ken eigenlijk geen beeld, meer emotioneel, dan dit beeld. Stel je
voor dat de Here Jezus in de toekomst daar zit, daar is, in die tempel.
Vanaf de Olijfberg daarheen gegaan. En dan gaat het om die emotionele
betrekkingen tussen Jeruzalem en de Here Jezus. Dier zo vertroebeld
zijn geraakt in de loop van de eeuwen door al die, al die andere lijnen
die er liggen daarheen en daarheen en ginds naartoe. En dat er mensen
zijn: U kunt zo'n vrouw toch niet laten leven. Dat gaat toch niet. Op
heterdaad betrapt. Ik bedoel, het is niet ergens in een achterafkamertje
gebeurd. het is gewoon I de politieke analen terug te vinden. Ja, klopt
allemaal. Waar zijn ze, uw beschuldigers. "Ze zijn er niet meer",
zegt die vrouw. Dan beschuldig en veroordeel Ik u ook niet. Je moet
het niet weer doen. Ziet u hoe daar Iemand relationele betrekkingen
hersteld op een manier die wij eigenlijk niet voor mogelijk houden.
Daar kun je eigenlijk niet bij. Dat is de Here Jezus in de toekomst,
Die zegt: "Ik ben het Licht der wereld. Ik schijn in je hart. Ik
maak openbaar wat er allemaal niet goed is." "De Vader en
Ik werken samen op dit punt", zegt Hij hier. Dat zegt Hij allemaal
bij die schatkamer. Natuurlijk heeft de omgeving kritiek. Hoe kunt U
nu dit zeggen. Dat moet U niet van Uzelf zeggen. Dat moeten anderen
..
"Nou", zegt Jezus, "een ander zegt het ook van mij. Want
het getuigenis is waar." De Here Jezus, het Licht der wereld, hier
op aarde, schijnt in al die schuilhoeken, van al die mannen die één
voor één zijn afgedropen. Schijnt ook in de schuilhoek
van die mevrouw die daar nog staat. En die alleen maar, zal ik het zeggen
met een kerstlied [dat] gezegd heeft: Komt verwondert u hier mensen.
Dit is zo gigantisch, dit is zo teer, dit is zo gaaf, dat je alleen
maar kunt zeggen: "Here Jezus, hoe krijgt U het zo neergelegd.
Hoe kunt U het zo etaleren."
De Here Jezus, Hij etaleert, als het gaat om het hart van Jeruzalem,
Zijn genade op een prachtige manier. Een manier die wij misschien niet
kennen, maar die iedereen die daar tegen is ontmaskert. gewoon even
helemaal op het verkeerde been zet. En Gods genade op een schitterende
manier op een kandelaar zet en op hetzelfde moment ook nog zegt: "Kijk
dit is nu het Licht der wereld. Dat bedoelen we nu." Dat gebeurt,
broeders en zusters, te zijner tijd. Dit gebeurt in Jeruzalem, dit gebeurt
in de tempel, dit gebeurt. Zo gaat het. Dat bedoelt Johannes te zeggen.
Het is niet alleen maar een verhaal van toen. het heeft te maken met
de profetie voor straks. Dit gebeurt nog. Je moet je voorstellen dat
in Jeruzalem zoiets gaat gebeuren. Nou, als ik er bij zou staan en ik
ken mijn bijbeltje een beetje, heel klein beetje hè, dan denk
ik: Tjonge, dit is het. had ik altijd al graag uitleg over willen hebben.
Ik krijg het uit de eerste hand, super. Dat is de Here Jezus. Wanneer
doet Hij dat. Als Hij terugkomt, niet als baby, maar als de Koning der
koningen, als de Here der heren. Dat is de tweede komst, dat is de tweede
advent. Dat is het komen van de Here Jezus hier op aarde. Nog een keer
komt Hij.
Voor U ligt het een beetje anders. U, die de Here Jezus kent, u hebt
de Here Jezus al zien komen. Hij is namelijk in uw hart gaan wonen.
O ja, ja, kijk, dat is de moeilijkheid. Misschien ging het nog een beetje
met het verhaal, maar als u gaat zeggen dat Hij nu in mij woont, ja.
Toch zegt de brief aan de Kolossenzen dat Hij, Hijzelf in ons woont.
Maar ook Johannes, we komen er nog, Joh. 14 zegt, vs 21: Ik zal Mijzelf
aan jou openbaren. En 14:23: De vader en Ik zullen bij je komen en zullen
bij je gaan wonen. Dus heel concreet, de Here Jezus gaat bij je wonen.
De Here Jezus woont in jou, als je gelooft. De gemeente zegt: Als twee
of drie samenzijn in de naam van de Here Jezus, dan is Hij in het midden
van hen, woont Hij daar. Woonstede van God in de Geest. Hij woont er.
Jij en ik, we zitten naar de toekomst te kijken. Ja, maar dat wordt
me daar even een openbaring van Gods genade, zoals we nog nooit hebben
gezien. Dat gaat geweldige, geweldige emotionele taferelen opleveren.
ja, dat gaat gebeuren. Die mevrouw is dit echt niet kwijtgeraakt, is
dit echt niet vergeten. En die is niet naar huis gegaan en nou, was
er nog wat bijzonders vandaag. Nou, nee, nee, nee. Dat is natuurlijk
onzin. Dit is natuurlijk zo super in haar leven, dit is zo ingrijpend
geweest. Dit, dit raakt ze nooit meer kwijt, nooit. En wij, wij die
allemaal kennis gemaakt hebben met de genade van God op een geweldige
manier, wij denken gewoon dat eh, ja, nou ja
.. Wat gebeurde er
toen de Here Jezus in jouw leven kwam. "Ja, dat weet ik niet meer
zo precies" zeggen we dan. En moet ik dan een precieze datum weten.
Dat zijn van die schitterende discussies, daar duik je dan in. En moet
je dag en uur hebben. Er zijn hele groepen gelovigen, dat zijn dag-en-uur-gelovigen,
weet je wel, die moeten altijd precies weten wanneer je op donderdag,
weet u wel, toen en toen, datum erbij, en dan elf uur ´s morgens,
ja. Ik wil niet naar dag-en-uur-gelovigen. Ik wil zo graag vragen: Wanneer
is de Here Jezus bij je binnengekomen. En als Hij bij je binnenkomt,
en jouw hart zag. Jouw hart vloog ook alle kanten op hoor. Jou hart
had ook meerdere minnaars. Ik heb het niet over overspelige toestanden.
Maar even, gewoon eventjes zoals ik Jeruzalem zie, als een getuigenis
van God op aarde, met alle mogelijke verbindingen links en rechts, zo
is het in ons hart ook geweest. Soms letterlijk ook wel overspel. Dat
bedoel ik niet dat dat niet voorkomt, maar daar gaat het me niet in
de eerste plaats om. Het gaat me erom Dat wij ook geneigd zijn tot alle
kwaad. Arglistig is het hart, wie zal het kennen. En dan komt de Here
Jezus. En als jij dan hoort: Waar zijn de beschuldigers. Zijn ze er
nog. Dan roep jij met Rom. 8: Wie zal beschuldiging inbrengen tegen
de uitverkorenen van God. Als God het is die ons rechtvaardigt, wie
zal veroordelen. Hoh. En als je dan naar huis gaat: Was er nog wat bijzonders
vandaag. Nee, nee, nee, niks. Kan dat, of sta je dan in vuur en in vlam
voor de Here Jezus en zeg je: "Here Jezus, dit is zo gaaf. Uw genade
is zo gigantisch groot. Zo schitterend, zo mooi. Ik wil U danken, ik
wil U prijzen, ik wil U eren. Ik wil U hartelijk bedanken voor Uw komen
hier op aarde, voor Uw komen in mijn hart. Ik heb me vaak afgevraagd
waarom Billy Graham altijd het lied liet zingen> Kom in mijn hart,
kom in mijn hart Here Jezus. Ik weet het hoor, nu. Kom in mijn hart
Here Jezus. Maar stel dat Hij daar nu woont en de beschuldigers staan
op grote, grote afstand. Niemand kan nog een vinger naar je uitsteken.
Je staat helemaal in het nieuw, om dat met Zach. 3 te zeggen. Met het
schitterende kleed van de Here Jezus ben jij bekleed. Met de mantel
van de gerechtigheid, met het kleed van het heil. Niets en niemand kan
je scheiden van de liefde van God, welke is in Christus Jezus, onze
Here. Super ben je, heel bijzonder gezegend. Wat ga je dan doen. O Here,
dan wil ik graag Uw licht laten schijnen. Nou, dat is precies wat de
Here bedoelt.
Ik zal het nog wat aanscherpen. Dat dat straks en publiek gebeurt, in
Jeruzalem, wat het begin wordt van het duizendjarig vrederijk, daar
gaat het dan om. Dan begint de regering van de Here Jezus. Dan begint
Zijn heerschappij, dan begint Zijn zegenstroom. Dan gaat Joh. 7, waar
we het over hadden de vorige keer, echt in vervulling. Dan gaat er een
stroom van zegen uit Jeruzalem vertrekken. Nou, dat wordt een stroom
komt, en waar die stroom komt, dat is alleen maar herstel, dat is alleen
maar zegen. dat hè, dat is nu waar in jouw leven, zei Joh. 7.
En die genade van God die zo je hart raakt leidt er toe dat jij bij
de schatkamer in het huis van God op je knietjes zegt: "Here Jezus,
alstublieft, wilt U Uzelf aan ons openbaren. Wilt ons Zelf laten zien
Wie U bent. Wilt u ons duidelijk maken hoever U gaat in Uw liefde."
Dat gaat er gebeuren. En, de Here Jezus zegt tegen ons: "Wat ik
straks ga doen met Jeruzalem, om ze daar te onderwijzen, en om ze daar
te vertellen hoe ver mijn genade gaat en reikt, dat ga ik je straks
vertellen als Ik je ophaal." De Gemeente die hier nu is, is misschien
voordat de kerstdagen aanbreekt al weg. Goed, planningen zijn er nog
steeds, inkopen zijn al gedaan misschien. Het koor heeft al geoefend
hebben we gehoord, Johan Sebastiaan. Ik zal maar niks meer zeggen. Ik
wil u het nog iets anders zeggen. Ik luisterde gisteren naar stukjes
van de Messiah van Händel. Ik was behoorlijk onder de indruk van
de muziek, van de tekst. Maar ik was ook onder de indruk van iets wat
ik er bij las van Händel. Hij is blind geworden op een bepaald
moment. Hij is toch blijven dirigeren. De musici hebben gewoon de jaarlijkse
uitvoering van de Messiah doorgezet, en hij bleef er voor staan, tot
de laatste keer de Messiah. Nog één keer. Acht dagen later
was hij bij de Here. Dat noem ik sterven in het harnas. Dat is te technisch.
Dit noem ik sterven met de Messiah op je lippen. En met de hele inhoud
van dat schitterende muziekgeval in je hart en in je beleving. Wat gaan
we nu doen, morgen. De genade van God bejubelen. En als we er over zeven
dagen niet meer zijn. Hopelijk opgenomen, de Here tegemoet gegaan in
de lucht. Dan zullen we daar vertellen: "Here Jezus, die genade
die wondergroot is, die zo omvangrijk is, die we nooit helemaal hebben
kunnen begrijpen, die willen we dan gaan snappen. We willen aan Uw voeten
zitten." Maar zolang dat niet zo is en we hier op aarde blijven,
willen we toch blijven, ook al zien we er niet zoveel van. Beetje Händel,
beetje bijziend misschien. We zien niet zo helder altijd. Maar dat kleine
beetje is genoeg om ons nu te verheugen. En om ons uit te strekken naar
dat prachtige van de Here Jezus. Nou, als zo de kersttijd wordt binnen
gegaan, dan is deze vierde zondag van advent een hele bijzondere. Het
laatste kaarsje is aangestoken, het is gebeurd. Here Jezus, we hebben
U leren kennen. We willen van Uw genade leren genieten. We willen van
Uw genade ook gaan vertellen. We willen het licht van Uzelf gaan uitstralen.
En ook al is de goegemeente tegen, ook al zeggen ze: "Dit kan niet
en dat gaat over Hemzelf en dat had niet zo gemoeten." Nou, daar
is Nederland vol van. Die hebben altijd, maar dan ook altijd commentaar.
Er kan niet wat gebeuren of de Tweede Kamer komt bij elkaar in een speciale
missie en die moeten weer zo hoognodig. Nou ja, alleen maar stemmenkwekerij
en stemmenzoekerij. Zo, zo gaat het ongeveer. Nou, stop daarmee. Laat
we nu eens ophouden met de redenaties en met de constructies. Laten
we nu eens gaan zeggen: "Here Jezus, U bent het en U bent de Enige."
Nou, ik durf er heel wat van te zeggen, maar die mevrouw die is dit
gebeuren van Joh. 8, gewoon persoonlijk, nooit meer kwijt geraakt. Paulus
zegt: "Daarom ben ik dat hemelse gezicht nooit ongehoorzaam geweest."
"Dit heeft me zo diep geraakt", zegt hij, "Daar kan ik
niet over zwijgen. Ik hoop niet dat u allemaal in de boeien komt. Maar
voor de rest, ik ben beter uit dan jullie met z'n allen." Dat zegt
hij. En wij, wij gaan verder. Wij gaan ook vertellen van de Here Jezus.
De toekomst voor Israël, is in emotionele zin helemaal ontvouwd,
hier, helemaal. Het wordt spannend in het Johannes-evangelie.
De Here zegene U.
|
|