| |
Lezen: Joh.
8:21-24; 31-32; 36-37; 43-47; 56-59
Als je gelooft in
de Here Jezus, dat Hij de Ik Ben is, JHWH van het OT, de Here van het
OT, dan ga je niet sterven in je zonden. En als je dat niet gelooft,
dan zul je sterven in je zonden. in schril contrast daarmee, staat een
tekst uit Openb. 14: Zalig de doden die in de Here sterven. je kunt
dus twee wegen zien: In je zonden sterven of in de Here sterven. Scherper
kan het niet. En dat is voor vandaag heel erg belangrijk.
Iedereen is helemaal vol van de gebeurtenissen in Zuidoost Azië,
en terecht. Een gigantische ramp heeft zich daar voltrokken. In no time
zoveel duizenden mensen omgekomen. En de vragen bestormen ons: Waar
was God. En: Is God liefde. Hoe ga je om met deze dingen, wat ga je
zeggen. Het commentaar uit de christelijke pers trof mij heel erg. Ze
lieten namelijk de gelovigen daar aan het woord, daar, aan het woord.
En die spraken heel anders dan de Telegraaf en het Algemeen Dagblad
om nu maar een paar van onze kranten te noemen. Ze zagen het als een
teken, als een vingerwijzing, als een waarschuwing. En de eerste resultaten
zijn er. Er is hulp over en weer. Christenen zijn veelal gespaard gebleven
heb ik gehoord. Dat is niet omdat ze beter zijn hoor, want daar gaat
het echt niet om. Maar het gaat er wel om dat christenen en moslims
nu ineens samen de hand aan de ploeg sloegen. En moslims ineens dankbaar
zijn voor het feit dat er christenen waren. Ze zien het als een waarschuwend
appèl van de Here God, om toch vooral rekening te houden met
Zijn wezen, met Zijn bestaan. De Here God heeft in het laatste bijbelboek
gezegd, in Openb. 16 vindt u dat, dat er plagen zullen komen. Zeven
aartsengelen met die schalen, die zeven schalen die uitgegoten worden.
En als één van die schalen wordt uitgegoten, staat in
Openb. 16, hoe die plagen ook tekeer gaan, zij bekeerden zich niet.
Nog één keer. Oordeel van God, vuur van God, zal uiteindelijk
treffen, alle mensen die de Here Jezus niet kennen. Die zullen in hun
zonden sterven. Het gaat er niet om om nu te stellen dat 120.000 mensen
zijn omgekomen die allemaal in hun zonden zijn gestorven. Dat is A,
niet aan ons, om dat te beoordelen. Maar B, weten we dat helemaal niet.
Het criterium, mag ik het anders zeggen, heel populair, de lat die door
de Here God zelf wordt neergelegd, is door ons vaak verhoogd. Zijn genade
is groter dan wij vermoeden. En als die mensen de Here Jezus nooit bewust
hebben afgewezen, dan zijn ze niet verloren gegaan. Want dat is voor
God het criterium. Ik zeg niet dat dat voor U, en voor mij voor Nederland
geldt. dat geldt wel voor landen waar de Here Jezus niet is gepredikt.
Wat is het criterium. Nou, Petrus zegt dat ze de Here, die hen gekocht
heeft, zullen verloochenen. Hebben zijn de Here die hen gekocht had
verloochend. Hebben ze bewust nee gezegd tegen de Here Jezus. Mijn antwoord
is: Ik laat het aan de Here over, ik weet het niet. Maar hoe dan ook,
je kunt zeggen: "Er zijn 120.000 mensen omgekomen, wat een ramp."
Je kunt ook zeggen: "Van die 120.000 zijn misschien wel 100.000
rechtstreeks naar het paradijs gegaan." Ik bedoel het niet te vergoelijken
hoor, alsjeblieft begrijp me niet verkeerd. Maar ik wil wel een wat
ander licht laten schijnen. En als ik denk aan al die kinderen die zijn
omgekomen, waar we geen woorden voor hebben. Dan kun je ook zeggen:
"Al die kinderen die de Here Jezus niet hebben afgewezen, zijn
rechtstreeks naar het paradijs gegaan." Is dit de route die de
Here heeft. Ja, als je later in de hemel komt, en je zou eens met Hem
kunnen gaan kijken naar de gebeurtenissen van 2004, het eind van 2004,
dan zou je misschien verbaasd staan dat de Here God dingen liet gebeuren,
in Zijn wijsheid, waar wij geen benul van hebben. Wij kijken alleen
maar naar de kapotgeslagen huizen en de op het strand gespoelde vissersboten.
ik zou zo graag willen dat u iets verder keek. En dat u dit ziet. Niet
als een ramp voor daar, omdat dat die mensen daar een ramp echt wel
nodig hadden. Maar dat u het een keer gaat zeggen zoals de Here Jezus
het Zelf zei, toen bij de toren die, van Siloam, omviel: 'het is niet
gebeurd omdat zij slechter waren, maar dat is gebeurd voor jullie."
Want jullie moeten er van leren. Jullie moeten horen. Jullie moeten
een appèl aangereikt krijgen. Want jullie moeten je gaan bekeren.
God zegt dat de hele schepping bedoeld is voor de Here Jezus. Hij is
het middelpunt van de hele schepping. Een Joodse overlevering zei het
zo: Het middelpunt van het hele heelal is de aarde. Het middelpunt van
de aarde is Israël. Het middelpunt van Israël is de berg Moria,
de tempelberg. het middelpunt van de Moria, van de tempelberg, is de
tempel zelf. Het middelpunt van de tempel is het heilige der heiligen.
Het middelpunt van het heilige der heiligen is de genadetroon, het verzoendeksel,
precies hetzelfde woord. En over Wie heb ik het dan: Uit Hem en door
Hem en tot Hem zijn alle dingen. Het gaat echt om de Here Jezus. Hij
is het centrum. En als er hier op aarde krachten en machten bezig zijn
om dit te verstoren, en die zijn er, de duivel en zijn engelen, en als,
omdat de duivel in opstand kwam er een catastrofe plaatsvond waardoor
de aarde woest en ledig was op het moment dat Adam en Eva geschapen
werden, dan zijn er scheuren in de aardkorst gekomen. Waarom, omdat
God het zo gemaakt heeft. Nee, omdat de duivel het verstoord heeft.
En God laat zekere ruimte voor die duivel, voor zijn gedachte, maar
zet op hetzelfde moment Zijn plan in werking, Zijn reddingsplan in werking,
opdat mensen die in Hem zouden gaan geloven niet in hun zonden zouden
sterven, maar eeuwig leven zouden krijgen. En daarom is ieder die gelooft
in de Here Jezus een nieuwe schepping. En voor hem, voor haar, is het
oude voorbij gegaan, is het nieuwe gekomen, is er een nieuwe geboorte,
een opnieuw geboren zijn. Niet nog een keer, maar een nieuwe wijze van
geboren heeft plaatsgehad. Ieder die in de Here Jezus gelooft weet dat
hij een nieuwe geboorte is. En waar komt hij dan terecht. Dat geldt
voor u, geldt voor mij, ergens in deze schepping. Nee, in een plaats
vòòr deze schepping er was, in het huis van de Vader.
Die was er al voordat de eerste stofdeeltjes van deze schepping ontstonden.
Ja, het is allemaal ingewikkeld. Mooie theologische verhandeling. Maar
kan ik dit ook vertellen aan mijn buurman. Nou, misschien niet. Die
buurman die begint God tot de orde te roepen. En als hij God tot de
orde geroepen heeft en het wordt weer kalm, dan ligt hij weer aan het
strand. ik schrok me dood dat de mensen daar in die contreien gewoon
weer lagen te zonnebaden, daar. Nou, zo zijn de mensen. Openb. 16 zegt:
"En ze bekeerden zich niet." Ze trokken zich er geen klap
van aan. Niemand doet er iets mee. En we hebben eventjes een hele grote
mond: Oh, oh, oh, en we gaan flink wat geld overmaken, nou prachtig,
we moeten ze helpen, dat moet, en daarna gaan we over tot de orde van
de dag en we doen net of God niet bestaat. Want zodra God een beetje
tot de orde geroepen is, en het een beetje gekalmeerd is, dan zeggen
we: "Nou, God hebben we niet nodig. Dat regelen we zelf."
Dat is de mens. En de Here God doet appèl op appèl. Hij
trekt aan de bel. Alarmbellen van God, bazuinen van God klinken. En
als dit geen bazuin van God is, dan weet ik het niet meer. God waarschuwt.
In één week tijd, op hetzelfde moment dat er in Zuidoost
Azië een gigantische vloed vele, vele mensen meeneemt, landt er
in Afrika een sprinkhanenplaag, zelfde dag. 80.000 ton per dag vreten
ze kaal, 80.000 ton voedsel per dag. Ja, en wij kopen de kerststollen
bij 12 tegelijk, want dan heb je ook in de diepvries een paar, niet.
Sorry hoor, ik zeg het wat raar, maar
.. We trekken ons er misschien
ook wel niks van aan. Raakt het u nog, gij allen die voorbij gaat. God
laat nog een keer horen: Geloof in de Here Jezus.
Hier, Joh. 8, ons stukje: Als je niet gelooft dat Ik de Ik Ben ben,
dan zul je in je zonden sterven. Dat zegt de Here Jezus hier, waar Hij
Zich openbaart als JHWH Zelf, als de Ik Ben, de Eeuwige, de Schepper,
om Wie het allemaal gaat. Tot Wie alle dingen geschapen zijn. Om Wie
alle dingen geschapen zijn. Door Wie alle dingen geschapen zijn. Hij,
de Here Jezus, Hij de grote, de majestueuze, de verheerlijkte Here laat
Zich hier zien. En de Joden zeggen: "Voor mij hoeft het niet. U
bent het niet." EN de Here Jezus zegt: " Als je niet gelooft
dat Ik de Ik Ben ben, dat Ik die Ik Ben ben, dan zul je in je zonden
sterven." En u en ik die geloven in de Here Jezus, mogen zeggen
dat we een nieuwe schepping zijn." Overmorgen kan een ramp hier
in Nederland toeslaan, en we weten niet wat er gebeurt. Het gaat mij
er niet om dat wij daarvoor gevrijwaard zijn. Maar ik weet wel dat de
toorn van God, waar deze rampen allemaal beelden van zijn, waarschuwende
beelden van zijn, dat die toorn van God, op de Here Jezus is terecht
gekomen. Ik heb gisteren gezocht naar Ps. 42:8. Ja, ik vond hem wel,
maar ik wist niet meer precies dat het in Ps. 42 stond, waar eigenlijk
profetisch van de Here Jezus staat: Al Uw baren, al Uw golven zijn over
Mij heengegaan. Alle oordeelsbaren, alle oordeelsgolven zijn over de
Here Jezus heengegaan, zijn op Hem terechtgekomen. En als jij gelooft
dat de Here Jezus jouw Heiland, jouw Verlosser is, dan ga je niet verloren.
Dan heb je eeuwig leven. Dan ben je nog een keer geboren. Nee, dan ben
je opnieuw, op een nieuwe wijze geboren. En je bent een nieuwe schepping.
Voor jou is het oude voorbij gegaan. Het nieuwe is gekomen. Kan ons
dan geen rampspoed treffen? Jawel dat kan wel. Maar we hebben Gods genade
en Gods liefde ontdekt. En we hebben gezien Wie de Here is. We hebben
dat ontdekt.
Op het gevaar af dat u mij beschimpt, vanavond, misschien wel zegt:
"Daar komt hij weer aan met platgetreden paadjes", wil ik
u het boek Job voorhouden. Nog even geen kritiek. Straks mag het, zoek
het dan zelf maar uit. Ik worstel daar net zo goed mee. Ik vraag me
ook af: Hoe, Here, hoe. Job, u hebt dat in uw bijbel. En u kent het
eerste hoofdstuk van Job precies. Daar weet iedereen alles van. Job
had veel. Toen komen natuurrampen, en toen komen mensen, er komt vuur,
daar gebeurt van alles. En op een bepaald moment is Job alles kwijt.
Alles is weggespoeld. je zou zeggen: Alles is verdwenen. Vele slachtoffers,
naar rato, ik bedoel naar verhouding. Zijn kinderen, zijn schoonkinderen,
allemaal weg, in één keer. Alleen zijn vrouw is er nog,
de rest is weg. Daar zit Job, met een potscherf zijn rug te krabben.
Stukje puin, dat heeft hij nog in zijn handen. Zijn vrouw zegt: "Zeg
God vaarwel en sterf." Die zag het ook niet meer zo helder. En
hij zegt die merkwaardige woorden: "De Here heeft gegeven, de Here
heeft genomen, de naam de Heren zij geloofd." Nou, met die tekst
is heel veel nood, ellende, narigheid gladgestreken. Ik weet het. Is
ook misbruikt, zo'n tekst, maar toch. Hij zegt het. Niet ik zeg het,
hij zei het zelf. Was hij innerlijk ook zo ver. Nou, helemaal niet.
Uit alles blijkt dat Job dit wel zei, maar innerlijk in opstand was.
Helemaal, ja
.. Nou, zijn vrienden komen op bezoek. En die zullen
hem wel eens eventjes vertellen hoe het zit. Ze hebben best meelij gehad.
Ze hebben zeven dagen bij Job gezeten, niks gezegd. Waren dus geen Hollanders.
Die waren eerder gaan praten waarschijnlijk. Zeven dagen stilgezeten.
En de eerste zegt: "Job, je lijkt wel vroom, maar het is best jouw
schuld, want anders had je dit niet getroffen." Weet je wel, die
schuldvraag hè. Het moet daar helemaal mis zijn geweest in Zuidoost
Azië, anders was dit niet gebeurd. En Job gaat er tegenin, en fel.
De tweede komt en zegt: "Job, als het dan niet jouw probleem is,
dan zit het misschien wel bij jouw kinderen." Bij de nieuwe generatie,
bij de jeugd, weet je wel. De jeugd wil niks meer van God weten. Die
loopt bij God vandaan. Die gaat naar de disco's en doet weet ik veel
wat voor toestand allemaal. Dan zit het waarschijnlijk in de jeugd,
in je kinderen, in je follow up generation, in de nieuwe club. Nou,
Job gaat er weer fel tegenin. Dan komt de derde, allemaal vriendjes.
Dat zijn geen vriendjes hoor, dat zijn de betweters van vandaag. Die
stellen zich voor als vrienden, maar dat zijn ze niet. Ze gaan je onderuit
schoffelen waar je bij staat. En de derde die zegt: "Nou Job, als
het dan niet in jezelf zit, als het dan niet in je kinderen zit, dan
zit het wel van binnen." Die gaat over de motieven oordelen. Jij
spreekt wel mooie woorden, maar van binnen denk je heel anders. Nou,
dat zijn de hele gevaarlijke. Want als er iemand naar je toekomt en
die over jouw motieven gaat oordelen, wees dan wel goed op je hoede.
Want motieven, dat is het terrein van de Here God en niet van mensen.
Daar moet je heel voorzichtig mee zijn. Maar goed die vriend zegt het
ook. Job gaat er weer fel tegenin. Er is nog een vierde, die andere
dingen zegt. Dat laat ik nu even los, dat is heel merkwaardig. Maar
op een bepaald moment komt de Here God. Want Job had inderdaad zich
verdedigd en God daarbij een beetje uit het oog verloren. Dan zegt de
Here God: "Job, Ik wil even met je praten. Kun jij zo'n vloedgolf
produceren, Job. Kun je dat. Kun jij en dageraad ontbieden. Kun jij
nu een bliksem laten komen. En hoe zit dat eigenlijk Job", sla
ik weer een stukje over, "hen jij ooit een klein krokodilletje
gekocht voor jou kindjes om daarmee te spelen Job." Ik zeg het
een beetje raar, maar dit staat er echt hoor. "Heb je ooit met
een vishaakje een krokodil aan de haak genomen. Heb je dat ooit geprobeerd."
De Here bedoelt: je bent er doodsbenauwd voor, voor die grote bek. Jij
durft het niet, maar Ik heb die krokodil gemaakt, Job. Ik heb al die
sterretjes gemaakt. Ik heb de aarde gemaakt. Ik heb het allemaal gedaan.
Geloof je Mij. Job herroept: Here God, sorry, ik dacht dat ik U kende,
maar ik ken U niet. In plaats van nu mensen te vertellen: Zeg nu eens
eerlijk, ik dacht Here God dat wij u kenden, maar wij kenden U niet.
Wij wisten niet Wie U was. We hebben veel te vlug ons oordeel klaar
gehad. We hebben veel te snel gezegd: "Als er een beetje God is,
dan is Hij een God van liefde. Dan had Hij dat anders moeten doen daar
in Zuidoost Azië." Het boek Job is precies voor vandaag, voor
jou. Ook als het om persoonlijke dingen gaat, maar ook als het om collectieve
dingen gaat. Zou je nog durven zeggen: "Here God, ik vertrouw U.
Wan U wilt niet dat ik verloren ga. U wilt het allerliefste van Uzelf
geven. U wilt de Here Jezus geven, opdat ik niet in mijn zonde zal gaan
sterven. U wilt tot het einde gaan. U wilt helemaal Uzelf leeg geven
om mij gelukkig te maken. Om mij blij te maken. ik vertrouw U Here God.
Ik snap niet wat daar in Zuidoost Azië gebeurt Here God, maar ik
vertrouw U." En de Here God zegt misschien wel tegen jou: "Je
zult het hier op aarde misschien wel nooit snappen, maar je zult het
een keer gaan begrijpen. Er komt een moment dat je doorkrijgt waarom."
Maar dat dit een appèl is, dat dit een waarschuwing is, dat dit
een loutering is, volstrekt helder. Er zijn verschillende vormen van
vuur. Vuur om echt ten einde toe verloren te gaan, dat is ook vuur van
God. Er is ook vuur om loutering te bewerken, waardoor er iets moois
uit tevoorschijn komt. Dan moet het wel kostbaar zijn, maar dan wordt
het nog kostbaarder. Dan gaat het laatste restje vuil, dat wordt nog
weggelouterd. Dat is ook vuur van God. Ik kom daar nog even op terug
straks.
In uw zonden zult gij sterven zegt de Here Jezus. Dat is een vreselijke
benadering. En dat is Joh. 8, het tweede stuk van Joh. 8, het stuk van
vandaag. Waar de discipelen aanhoren hoe de Here Jezus in debat is met
mensen die Hem niet willen, die Hem negeren, die Hem een hak willen
zetten, die Hem willen laten struikelen in Zijn woorden. De Here Jezus,
Hij is hier. Hij is hier en vertelt deze dingen. Zouden wij de Here
Jezus nu durven eren en zeggen: "Here Jezus, U bent het centrum
van het hele heelal. Om U gaat het. Uit U, door U en tot U zijn alle
dingen. U bent de eerstgeborene van de hele schepping. De hoogste in
rang van alles wat ooit met schepping te maken heeft gehad. U bent daarvan
de eerstgeborene. Wij eren U Here Jezus." En dan komen de vragen:
En Zuidoost Azië dan. Of: De sprinkhanenplaag in Afrika dan. Of:
De dood van vele, vele kinderen dan. Of: Zinloos geweld dan. Of: Mijn
ziekte dan. Ik bedoel, je komt gewoon bij jezelf uit. Terecht, die vragen
zijn er. Maar zou u niet eerst de Here God durven zien als Degene Die
hier op aarde is gekomen om Zichzelf zo te openbaren. Zo in Zijn liefde,
zo in Zijn vergeving, zo in Zijn barmhartigheid naar ons toe te komen,
om ons gelukkig te maken. Dat is de insteek. Dat is ook de insteek in
Joh. 8. Mensen praten maar, denken het te weten. Dat is ook precies
wat er vandaag gebeurt. De krant staat bom- en bomvol. En de journaals
zijn overvol. En ze zeggen maar en ze praten maar, en ze herhalen.
De groep die tegenover de Here Jezus zit, is een groep die alleen maar
aan het discussiëren is.
De Here Jezus zegt dat Hij van de Vader is. En dat zij ook een vader
hebben. Ja, ze zeggen: "Wij hebben Abraham tot vader. Wat denkt
U eigenlijk wel." O, ja. "Maar als u Abraham tot vader had",
zei de Here Jezus, "dan zou u in Mij geloven, want dat deed Abraham."
O, nog sterker: U hebt een hele andere vader, U hebt de duivel tot vader.
En die is een mensenmoorder. Dat is een leugenaar die niets anders kan
en niets anders doet dan leugen op leugen stapelen. Die hebt U als Vader.
Nog iets verder. Abraham heeft zich verheugd om Mijn dag te zien. Hah,
U bent nog geen vijftig jaar en hebt U Abraham gezien. Daar komt uw
Sarapop en uw Abrahampop vandaan. Hoe ze dat uit deze tekst ooit gehaald
hebben weet ik ook niet. Hij schijnt lekker te zijn met spijs, maar
dat is ook het enige wat ik weet. Nee, maar dit staat er ook niet. Ik
bedoel, dit is helemaal niet
.. Ze zeggen alleen maar: "Nog
geen vijftig", ze hadden net zo goed "U bent nog geen veertig"
kunnen zeggen, weet je wel. Ik bedoel het gaat niet om dat getal vijftig.
Het gaat gewoon om: U bent nog geen vijftig enne, U Abraham gezien.
En de Here Jezus zei dat Abraham zich verheugd had om Zijn dag te zien.
Abraham heeft de dag van de Here Jezus te zien. Daarover gaat het in
dit stuk. Ik wil je daarvan iets lezen, uit Gen. 15. Misschien wil je
dat opzoeken als je een bijbel bij je hebt. En anders dan luister je.
Gen. 15. In hoofdst. 14 heeft Abraham Lot bevrijd uit de koning van
de volkeren. Heel merkwaardig. En de koning van Sodom biedt hem alle
have aan en Melchizedek komt met brood en wijn. Maar de koning van Sodom
biedt hem alle have aan en Abraham zegt: "Niks, ik wil geen schoenriem
van je. Ik wil helemaal niks, nul." Hoofdst. 15: Hierna kwam het
woord des Heren tot Abraham in een gezicht: Vrees niet Abraham, Ik ben
uw schild, uw loon zal zeer groot zin. De koning van Sodom wilde hem
belonen. Abraham wilde niet. En God zegt: "Uw loon zal zeer groot
zijn." Dat is een heel ander verhaal. Zo begint dit hoofdstuk.
Nou, goed. "Maar ik ben, maar alleen", zegt Abraham. Er is
geen nakroost en zo. Dan vs 5. Toen leidde de Here hem naar buiten en
zei: "Zie toch op naar de hemel en tel de sterren. Indien gij ze
tellen kunt", die tekst kent u. En Hij zei tot hem: "Zo zal
uw nageslacht zijn." En hij geloofde in de Here, en Hij rekende
hem toe als gerechtigheid. Daar wil ik straks nog graag wat van zeggen.
Nou, en dan komt bijzondere, bijzondere geschiedenis die ik u graag
wil voorhouden. En Hij zei tot hem: "Ik ben de Here die u uit Ur
der Chaldeeën", uit Irak, "heb geleid, om u dit land
in bezit te geven." En hij zei tot Hem: "Here, Here, waaraan
zal ik weten dat ik het bezitten zal." En Hij zie tot hem: "Haal
Mij een driejarige jonge koe, een driejarige geit, een driejarige ram,
een tortelduif, en een jonge duif. Hij haalde die allen voor Hem, deelde
ze middendoor en legde de stukken tegenover elkaar. Maar het gevogelte
deelde hij niet. Toen de roofvogels op de dode dieren neerstreken joeg
Abraham ze weg. Toen de zon op het punt stond onder te gaan viel een
diepe slaap op Abraham. En zie, er overviel een angstwekkende dikke
duisternis. En Hij zei tot hem: "Weet voorzeker dat uw nakomelingen
vreemdelingen zullen zijn in het land dat het hunne niet is, dat zij
hen dienen zullen." Dan vs 16: "Het vierde geslacht zal echter
hierheen wederkeren, want eerder is de maat voor de ongerechtigheid
van de Amorieten niet vol." En toen de zon was ondergegaan en er
dikke duisternis was, zie een rokende oven met een vurige fakkel welke
tussen de stukken doorging. Te dien dage sloot de Here een verbond,
zeggende: Aan uw nageslacht zal ik dit land geven. Van de rivier van
Egypte tot de grote rivier, de rivier de Eufraat. De Keniet, de Keniziet,
de Kadmoniet, de Hethiet, de Fereziet, de Refaieten, de Amoriet, de
Kanaaniet, de Girgaziet en de Jebusiet. Tot zover. Ik lees het misschien
een beetje te vlug. Maar misschien wilt u dat thuis eens een keer rustig
gaan lezen. De Here Jezus is in gesprek met mensen die zeggen dat ze
zonen van Abraham zijn. En dat ze Abraham tot vader hebben. Dat ze,
als het ware, van die lijn zijn, van die kleur zijn, van dat bloed zijn.
En de Here Jezus verwijt die mensen, daar, in Joh. 8, dat als dat echt
zo zou zijn, dan geloofde je in Mij. Want dat deed Abraham ook. Abraham
geloofde in God en het werd hem tot gerechtigheid gerekend. Nou, dat
is best een moeilijke sprong. Dat snap ik, maar ik wil het toch proberen.
Abraham geloofde God. God zei tegen hem: "Kijk eens, sterren, tel
ze, korreltjes, tel ze."Abraham geloofde God, God rekende het hem
toe als gerechtigheid. Dat betekent: Hij geloofde dat God, hij zag het
nog niet, maar hij geloofde God, dat Hij het ook doen zou. Dus dat wat
Hij beloofde, dat zou gebeuren. Hij geloofde God en het werd hem tot
gerechtigheid gerekend. Dat staat nog een keer in de Romeinenbrief bijvoorbeeld.
Nou, even los van de citaten nog in het NT, een heel merkwaardig gebeuren
vindt u in Jakobus. Jakobus zegt: Abraham geloofde God en het werd hem
tot gerechtigheid gerekend." Hij geloofde dat God het zou doen
en God zei: "Dat bedoel Ik nou, zo bedoel ik. Kijk maar, dat is
geloof, dat is echt geloof." Maar Jakobus zegt: "Waar bleek
dit dan, hoe kwam dit dan naar buiten, dat Abraham God geloofde en dat
God hem dit tot gerechtigheid rekende." Jakobus zegt: "Toen
hij zijn zoon op het altaar legde." Dat is veel later, want hier
was nog geen zoon. Maar toen pas, werd volstrekt helder dat Abraham
God geloofde. Als je dan geen zoon hebt, uiteindelijk komt er één.
En die ene die wordt dan op het altaar gelegd, in Gen. 22. En Abraham
denkt: Hij kan hem uit de doden terugbrengen. Jakobus zegt: "Dat
is nou geloven." Dat soort geloof gaat heel diep. Dat betekent
dat je tegen alle logica in, durf te zeggen: "JHWH is de Here."
Nieuwtestamentisch: De Here Jezus is de Ik Ben. Hij is het. Tegen alle
logica in. Ook al gaat alles op zijn kop. Ook al blijkt niets op zijn
plek te blijven, Hij is de Here. Geloof je God. De Here God zegt: "Ik
heb je gezegend met alle geestelijke zegening. Tel het maar eens, kijk
maar eens." Ja, ja, maar ja, als ik morgen een lekke hand heb,
hoh, ja, dan zit ik wel met een probleem. Zo zitten wij in elkaar. Of
iets met de keuken, of iets met de verwarming, of iets met je lichaam.
Zo vlug gaat dat. Geloof je God. Geloof je dat Hij de Ik Ben is. Hij
die zoveel van je houdt, en die niet wil dat jij verloren gaat, dat
je gelukkig bent. Hij die je zo wil zegenen. Kijk dan eens. Abraham
geloofde God. En de Here Jezus zegt: "Als jullie zaad van Abraham
zouden zijn, zou je Mij geloven." Dat deed Abraham. Hij geloofde
tegen beter weten in. Dat deed hij. En dat soort geloof zou ook eigenlijk
ons moeten gaan kenmerken. U bent zo gezegend met geestelijke zegening.
U hebt zoveel ontvangen, u zou eigenlijk moeten durven zeggen: "Ik
geloof in God." Misschien met een psalmtekst: En Zijn onfeilbaar
woord. Ik geloof in God. De Ik Ben, de eeuwig Getrouwe, de Onveranderlijke,
Hem geloof ik.
Nu, dat tafereel uit Gen. 15 wil ik even doortrekken. Want Abraham verheugde
zich erop dat hij die dag zien zou. Welke dag wordt dan bedoeld. Heet
moment waarop de Here Jezus hier op aarde gaat schitteren en Israël
in al zijn volheid terug is in het land. Dat heb ik niet bedacht, dat
staat in Gen. 15. Ik zal het anders zeggen. Abraham, Ik zal je wat zeggen.
Een driejarig rund, een driejarige koe, een driejarige geit, driejarige
ram, tortelduif, jonge duif. Delen, tegenover elkaar leggen. Nou, niemand
heeft er moeite mee, denk ik, als ik zeg, dat dit wat hier gebeurt,
driejarig koe, driejarige geit, driejarige ram, een tortelduif en een
gewone duif, dat dat te maken heeft met de offers. Dat zijn precies
de dieren die in de offerdienst allemaal terug te vinden zijn. In Leviticus
worden ze allemaal met name genoemd. Daar hebben ze allemaal te maken
met hét offer. Zijn het allemaal taferelen, allemaal beelden,
allemaal schilderijen van hét offer aller tijden. Al die dieren,
hét offer. Abraham deelde ze in stukken, legde ze tegenover elkaar,
en de roofvogels waren van plan om daar een lekker buitje bij te pikken.
De duivel, de leugenaar, de roofvogel, de mensenmoorder van de beginne.
Zal ik het gewoon zeggen. Leg nu eens het offer neer. Leg nu eens neer
wat het offer eigenlijk is. Leg dat nu maar eens in stukken neer. Zoals
de priesters in het OT het offer in delen deelden, in stukken deelden.
Leg dat nu eens neer. Natuurlijk probeert de duivel te zeggen: "Ach,
kan niet, bestaat niet, onzin." Roofvogels komen van alle kanten.
Hele zwermen zijn in Nederland neergedaald. Hele zwermen zijn de kerken
binnengevlogen. Hele zwermen hebben christenen onderuit geschoffeld.
Hele zwermen roofvogels hebben de glorie, de glans, de schittering van
het offer weggepikt. Allang, allang verdwenen. Alleen bij Abraham, hij,
hij joeg ze weg. Ga weg achter mij satan. Zo zei hij het niet, kunt
u zeggen. Nee, maar dat is wel de bedoeling. Dat is wel het beeld hier
geschetst. Er is een angstwekkende diepe duisternis. Dat betekent: Het
zal best donker zijn, het zal best een tunnel zijn, het zal best een
moment zijn dat je zegt: "Ik weet niet meer waar het allemaal precies
is." Maar er komt een moment dat de glorie van God langs deze weg
zichtbaar wordt. Dat de glorie van God met vuur, en met enorm vermogen
van heerlijkheid dwars door de stukken gaat. Dwars langs deze route
openbaar wordt. En Israël zal een geweldige zegen krijgen. Dat
staat hier. En de grenzen van Israël worden hier gegeven, voor
het eerst. Nou, dat is niet niks. Eufraat als grens. Dus dwars door
Irak ongeveer. En Middellandse Zee. Tja, eh, niks Jordanië, bestaat
gewoon niet meer zal ik maar zeggen. Het is allemaal weg. Dat hele gebied
voor Israël is gigantisch. Dat is de grens die God in petto heeft
voor Abraham. Geloof je dat. Abraham geloofde God en het werd hem tot
gerechtigheid gerekend. Geloof je dat nog. "Geloof je", zegt
de Here Jezus tegen Joodse mensen hier, "dat Ik de Ik Ben ben."
Geloof je dat ik kom. Geloof je dat Ik tussen de stukken doorga. En
dat de weg die ik dan zal gaan een weg is dwars door het offer heen.
Ik zeg het nu misschien iets anders, maar u begrijpt mijn woordspeling
hopelijk. Dit is de route. Het offer, het offer, de enige weg om tot
zegen te geraken. De enige weg om behouden te worden, de enige weg om
redding te krijgen is het offer. Er is geen andere weg, alleen maar
die weg, dwars door het offer heen. Zo openbaart de Here zich, zo laat
Hij zijn glorie zien. Zo laat Hij zien Wie Hij is.
De Here Jezus zegt: "Als jullie zonen van Abraham zijn
..",
dat is Joh. 8 hè, iedere keer. Misschien kom ik een beetje heen
en weer, maar luister dan nog maar een keer. bestel bij Henri bandjes
of CD of luister, maar doe iets. Probeer het op te pakken. En probeer
er achter te komen dat de Here Jezus hier, in Joh. 8, tegen Joodse mensen
zegt, en die snapten dit: "Kijk eens, als je echt Abraham geloofde,
dan zou je doen wat je vader Abraham ook deed. En dat is: Je verheugen
op wat er nog gaat komen. En dat doe je niet." Redetwisten is veel
makkelijker dan geloven. Debatteren is veel makkelijker dan geloven.
In discussie gaan met, is heel makkelijk. Maar gelovig aanvaarden is
zo moeilijk. Ik hoop dat je het ziet gebeuren. De Here Jezus zegt: "Jullie
Joodse mensen, jullie moeten op de daden van Abraham letten." Daden
dat Abraham zich erop verheugd heeft dat die dag zou gaan komen. Dat
die dag, de dag waarop de Here dwars door de offers heen, naar een enorme
zegen voor Israël gaat, dat die dag gaat komen. Dat zagen ze toen
niet. En de Here Jezus verwijt hen dat.
Zien wij dat nog wel. Zien wij dat, ja, dat dat geweldige plan van God
met Israël te maken heeft met het offer van de Here Jezus. Dat
er geen andere route is om die zegen echt te brengen, dwars door het
offer heen. Dat is de weg die hier aangeduid wordt. En jij en ik, wij
moeten nu durven zeggen: "En ook wij hebben geen andere weg dan
die weg. Als u van zegen van God wilt spreken, dan is er geen andere
route, dan de route door het offer heen, het offer van onze Here Jezus
Christus. Hij is het, Hij is de enige. En als je Hem niet hebt, zul
je in je zonden sterven. En als je Hem wel hebt, dan ben je gelukkig,
omdat je in de Here sterft.
Joh. 8, tweede stukje, laat ook een stukje profetie zien van wat er
nog gaat komen. Als Hij komt, na een enorme periode van donkerheid en
diepe slaap, dan ineens komt daar dat moment van glorie. Dan ineens
komt daar een openbaring van heerlijkheid. Dan ineens komt Hij a.h.w.
uit de lucht vallen, letterlijk en figuurlijk. Dan ineens komt de Here
Jezus in volle glorie en volle heerlijkheid, en Hij openbaart zich.
En ze zullen zien op Hem die doorstoken werd. Ziet u wel. Wat zijn dat
voor wonden in Uw handen. Dwars door het offer heen, dwars door de route
heen van het kruis. Dwars door alles heen wat de Here Jezus heeft willen
lijden. En Hij openbaart zich en zal Israël in de volle zegen brengen.
Dat staat in Joh. 8, dat is de profetie van Johannes. Dat zijn schitterende
profetieën. En waarom kunt u het snappen. Omdat u zegt: "Here
Jezus, alleen door Uw dood is er voor mij zegen. Alleen door het offer
heem is er voor mij ook blijdschap." Een andere bron is er niet.
Hij is de weg, de waarheid, het leven. Niemand komt tot de Vader dan
door Hem. Het is alleen de Here Jezus. En daarom zou ik zo graag willen
dat mensen de Here Jezus leren kennen. Zeker hier in deze zaal, maar
ook in algemene zin. En dat wij vertellen van de Here Jezus. En dat
we durven zeggen: "Wat er met mij is gebeurd weet ik ook niet,
maar, maar genade, ja, ik weet het ook niet. Het kan bij mij ook nog
in de economische zin helemaal niet goed gaan. Het kan in de lijfelijke
zin ook wel eens niet goed gaan. Er kan van alles gebeuren, dat kan.
Maar als ik sterf, sterf ik in de Here. En ik heb zegen op zegen, omdat
ik in Hem geloof." En dat willen we de mensen ook in Zuidoost Azië
graag vertellen. Ik kan het niet persoonlijk, maar support dat maar.
Probeer maar, mensen daar vertellen van de Here Jezus. Maar nog een
keer, ga nou niet zeggen dat die mensen slechter zijn. Het is wel een
teken, een heel duidelijk teken van de Here, heel concreet. Als er oordelen
gaan komen, dan nog zegt de Here: "En ze bekeerden zich niet."
Totdat de Here de deur dicht doet, definitief dicht doet, en er geen
kans meer is. Zoals in de dagen van Noach een keer de ark helemaal dicht
ging, en toen was het over, toen was het gebeurd, zo kan het ook in
de toekomst gebeuren. Dat de genade voorbij is. Van harte hoop ik, dat
nu de tijd van genade er nog is, dat wij vertellen van de Here Jezus.
Dat u en ik uitdragen wat we zelf hebben ondervonden.
De Here zegen ons.
|
|