| |
Lezen: Joh. 11:1-6;
17-18; 25-35; 39-44
Voor de trouwe bezoekers,
en dat zijn de meesten van jullie, is het bekend dat wij proberen om
in deze oude, hele bekende geschiedenissen, de profetische lijn te zien.
Dat te zien, dat de Here ons meer wil geven dan alleen de geschiedenissen.
Die geschiedenissen, daar, toen geweest, gebeurd, die zijn echt. U hoeft
daar geen seconde aan te twijfelen. Toen woonden daar deze mensen, en
toen stierf Lazarus. Maar achter deze geschiedenissen zit een hele,
hele duidelijke profetische boodschap. En dat is bedoeld voor mensen
die de Here Jezus Christus kennen als hun Heiland en als hun Verlosser.
Je moet daar leven uit God voor hebben, leven uit God. Nou, dat is meer
dan iets formeels. Dat is meer dan, laat ik maar zeggen, een formule
van: Ik ben lid van of ik behoor tot een kerk, groep, gemeenschap. Dit
betekent dat je een persoonlijke relatie met de Here Jezus hebt. Het
is zo belangrijk dat wij durven zeggen: "Ik ken de Here Jezus als
mijn Heiland en als mijn Verlosser. En ik heb door het geloof in Hem
leven uit God." Niet iets automatisch, maar dat is een hele bijzondere
ontmoeting met de Here Jezus. Leven uit God. Leven uit God wordt door
de Heilige Geest gewekt. Wedergeboorte is het werk van Gods Geest. Leven
uit God is dus niet het werk van mensen, dat is het werk van de Here
Zelf. En iedereen die de Here Jezus kent, krijgt de Heilige Geest inwonend,
en die Heilige Geest wil u echt duidelijk maken wie de Here Jezus is.
De Heilige Geest wil onderstrepen dat het in de bijbel altijd gaat om
de Here Jezus. Hij is de Christus van de schriften, en daar ligt echt
het accent, voor 100%. Dat is ook zo in Joh. 11. Dus achter de geschiedenis,
de gebeurtenissen van toen, daar ligt een verderliggende betekenis.
En daar ging het ons om. Dat was de insteek toen we hiermee begonnen,
en iedere keer een klein stukje van het Johannes-evangelie gaan overdenken.
Eind van hoofdst. 10, dat bekende hoofdst. 10, waar het gaat over de
Here Jezus die Zichzelf de Goede Herder noemt. Die Zijn schapen opzoekt,
die die schapen bij elkaar brengt, en die die schapen in de stal brengt.
Aan het eind daarvan nemen de Joden stenen op om Hem te stenigen. Ze
gooien Hem letterlijk de tempel uit. Nou, dat is best heftig vind ik.
Om wel van de werken gaat u mij stenigen, vroeg de Here Jezus. Uit de
tempel gegooid, uit Jeruzalem gegooid. Stenigen, dat wilden ze Hem.
Dat de Here Jezus ontkwam is wat anders. Maar dat was Zijn almacht,
denk ik, en niet hun goedheid. De Here Jezus is toen buiten Jeruzalem,
zelfs buiten het landsgebied gegaan, naar een plek over de Jordaan,
waar Hij begon. Daar waar Hij destijds door Johannes de doper is gedoopt,
dat was aan de andere kant van de Jordaan, daar is Hij nu weer. En we
hebben dat de vorige keer genoemd: Terug bij af. Helemaal terug bij
af. Het is alsof daarmee een soort geschiedenis, een soort periode is
afgesloten. Alsof iets van: Kijk dit is nu voorbij. Dit is nu geweest.
Ik denk ook dat dat de bedoeling is. En daar, buiten de landsgrenzen,
op het terrein van de heidenen, daar komen velen bij de Here Jezus,
en ze geloven daar in Hem. Ik denk ook dat je mag zeggen dat hier in
deze geschiedenissen ons iets bijzonders wordt meegedeeld, namelijk
dat de Here Jezus de schapen in Jeruzalem zocht, maar dat die schapen
hebben gezegd: "Wij willen niet dat U onze Herder bent." Dat
roepen ze later nog een keer: "Wij willen niet dat Hij Koning over
ons is." De Here Jezus buiten het landsgebied, buiten de grenzen,
en Jeruzalem heeft de deur dichtgedaan voor zichzelf. Dat is heel triest.
Dat is in- en intriest. Maar dat is ook precies wat er is gebeurd. Ik
weet niet hoe u denkt over Israël. Sommigen kijken alleen naar
de politiek van vandaag de dag en hebben zo hun mening. En die vinden
dat de Palestijnen meer rechten hebben dan de Israëliërs.
Anderen vinden dat meneer Sharon het helemaal niet goed doet. En zo
kun je nog wel even. Maar de bijbel zegt dat, omdat zij nee zeiden tegen
de Messias, omdat zij Hem niet wilden, het heil naar de volkeren is
gegaan. Maar de bijbel maakt ook duidelijk dat het heil weliswaar naar
de volken is gegaan, maar dat dat niet betekent dat Israël dus
geen enkele hoop, geen enkele toekomst zou hebben. Nog sterker, er zijn
talloze profetieën in het OT, ik zou u er zo een aantal van kunnen
oplepelen, waar staat dat de Here wel terdege zich weer gaat bemoeien
met Israël. Er is een groot verschil tussen Israël en de Gemeente.
U die hier zit en gelooft in de Here Jezus, u hoort bij de Gemeente.
Opdat de Heilige Geest ontving toen u tot geloof kwam, bent u op hetzelfde
moment door diezelfde Geest tot dat ene lichaam gedoopt. U bent toegevoegd
aan het lichaam van Christus. Door de Geest tot één lichaam
gedoopt. U hoort bij de Gemeente. Of u dat nu wel of niet gemerkt hebt
doet niet ter zake, het is wel een feit. U hoort bij de Gemeente. En
die Gemeente is in de bijbel heel precies omschreven. Die hoort hier
ook niet. Zijn hier vreemdelingen, is hier vreemd, en is hier onbemind
en onbekend, heeft haar plaats in het huis van de Vader. De Gemeente
zal hier ook niet blijven. De Gemeente wacht op het moment dat de Here
Jezus haar thuis gaat brengen. Dat is de maranatha-boodschap, de boodschap
van: De Here Jezus moge komen. Hij komt, en Hij zal ons brengen daar
waar Hijzelf is. Hij zal ons brengen daar waar Hij plaats heeft bereid.
De Gemeente gaat hier vandaan. De zegen van de Gemeente is in het huis
van de Vader. De zegen voor Israël is hier op aarde. Aardse zegeningen,
in contrast misschien met hemelse zegeningen. Toen Israël nee zei,
heeft dit nooit betekend dat de draad met Israël definitief zou
zijn doorgeknipt. Dat heeft het nooit betekend. Ik kan u lezen uit het
boek Ezechiël, hoofdst. 16, maar u kunt 37, 36 nemen. U kunt Zacharia
nemen, u kunt Jesaja nemen, u kunt Jeremia nemen, u kunt Joël nemen,
u kunt Hosea nemen. vele, vele hoofdstukken in de bijbel spreken ervan
dat er herstel is voor Israël, en dat de Here de draad met dat
volk weer zal gaan oppakken. En overal staat dat dat ja, na twee dagen
gaat gebeuren. Nou, overal, in elk geval vindt u dat in Hosea.
Waarom nu deze lange inleiding op Joh, 11. Omdat u het hier uitgebeeld
vindt. De Here Jezus is buiten het gebied. De Here Jezus is in het Overjordaanse.
Daar waar Hij begon, waar de dienst van Hem begon, daar is Hij nu weer.
Velen komen tot Hem. En dan komt die boodschap: Here, die Gij liefhebt
is ziek. Er wordt gebeden voor, zal ik het voorzichtig zeggen, Lazarus,
Israël. O ja. Ja. Lazarus, zijn naam betekent hetzelfde als het
woord Eleazar. U weet het wel, er zijn Eleazars in het OT. De zoon van
Aäron bijvoorbeeld, Eleazar, de tweede hogepriester. De naam Eleazar
betekent: God tot hulp zijn. God tot hulp zijn. Dat was de bedoeling
ook: God tot hulp zijn. En wat gebeurde, ze zeiden: "Nee, helemaal
niet, weg, kruisig Hem", later. Hier in Joh. 10 nog stenen opnemen
om Hem te stenigen. Het vonnis is al geveld. En dan, ja, dan kom je
die prachtige woorden tegen: Here, die Gij liefhebt, die is ziek. Zal
ik het voorzichtig zeggen: "Er wordt gebeden voor." Dat is
bidden voor Israël. Aha, en als hier op zo´n avond gebeden
wordt voor, de term van vanavond, Uw oude volk Israël. We bidden
ervoor, ja. Here, die Gij liefhebt. Mag je dat zeggen. Ja nou en of.
De Here had Israël lief, oneindig lief. Geweldig, Hij heeft Zichzelf
willen geven voor haar. Hij heeft over Jeruzalem geweend. Hij heeft
tranen gelaten. Hoe dikwijls heb Ik u willen bijeen vergaderen gelijkerwijs
een hen haar kuikens, maar u hebt niet gewild. Hoe vaak heeft de Here
Jezus hun hart gezocht en het verlangen geuit om ze te bereiken. Ze
zeiden nee. Dat is de achtergrond hier. U ziet dat er twee zusters zijn
die voor hun zieke bidden. En nu het merkwaardige, deze zusters woonden
in Bethanië. Ik weet niet of u het weet, maar het ligt op de Olijfberg.
Ja, het wordt steeds preciezer. Daar, daar gaat het gebeuren. Misschien
bent u wel eens geweest, met een reisgezelschap in Israël, en misschien
hebt u wel eens een kans gehad om in Bethanië een bezoekje te brengen.
Die staat nooit op de agenda. Waarom is mij een volkomen raadsel. En
Beth-fage staat ook niet op de agenda, want dat lig er tegenaan. En
je kunt gewoon lopen van Bethanië, Beth-fage, naar wat wij dan
noemen de Olijfberg. Maar het ligt op de Olijfberg. Nou op dit moment
mag het niet, want het is een beetje bezet gebied. Soms is dat wel eens
een politieke barrière, dat je er net niet mag komen of zo. Zoals
je ook wel eens niet in Jericho mag komen. Maar, het ligt zo dicht bij
elkaar. Maar dus ook toen het wel mocht, kwamen we er nooit. Totdat
je denkt van: Ja maar ho, ho, ik heb ook een brutale Hollandse mond,
ik zal daar eens wat aan gaan doen. Nou, dat lukt dan ook wel. Bethanië,
het heeft mij enorm aangegrepen. Het is een hele serie van die uitgeholde
rotsgraven. Dat is nou typisch Bethanië, dat is nou typisch de
situatie. Here, die Gij liefhebt is ziek. En de Here Jezus zegt: "Eigenlijk
al gestorven." En Hij blijft nog twee dagen. Thomas zegt: "We
gaan mee. Dan maar de dood in." Dat is de gelovige Thomas, niet
de ongelovige Thomas. Moet u nooit meer gebruiken, want de enige die
zei: "We gaan met Hem naar Jeruzalem, we gaan met Hem sterven was
diezelfde Thomas. Thomas zei: "We gaan mee." Anderen zeiden:
O, o, o, zouden we dat nu wel gaan doen, lopen we niet wat risico."
De Here Jezus blijft nog twee dagen. De heerlijkheid van God.
Ik ga het nu wat anders zeggen: Vier dagen ligt er al een lijklucht
rondom dat graf. Dat is niet alleen de twee dagen die wij dan duiden
als tweeduizend jaar, weet u wel, de dag is bij de Here als duizend
jaren, en duizend jaren als één dag. Het is niet de periode
waarin de Gemeente nu gevormd wordt, maar het is zelfs de twee dagen
die daaraan vooraf gingen, vanaf Abraham, merkwaardig genoeg, daar begint
het, ook tweeduizend jaren. Die vier dagen lijklucht is in feite de
hele, hele situatie, het hele proces ten dode. Het is alsof het heel
precies naar je toekomt, alsof je met verbazing zit te kijken van wat
bedoelt u nu. En wanneer komt daar een verandering in. Als Hij, de Here
Jezus, op de Olijfberg terugkomt. Letterlijk, hier, deze geschiedenis.
En, in de profetische zin, is dat ook zo. Waar komt de Here Jezus, als
Hij komt. Op de Olijfberg. De bijbel zegt dat, heel precies. Oostelijk
van Jeruzalem. Die berg gaat middendoor splijten. Daar gaat van alles
gebeuren. Daar is ineens herstel. De graven zullen opengaan. Ja, Dan.
12, het gaat gebeuren. Hier is het nog: Lazarus, kom naar buiten. En
dan is het: Kom naar buiten. ja, als de Here Jezus dat woord Lazarus
niet gebruikt zou hebben, daar, op dat moment, dan was iedereen opgestaan.
Hij heeft alleen toen Lazarus, uit de dood laten terugkomen. Daar is
de Here Jezus. Zijn glorie, Zijn almacht, Zijn schittering, Zijn autoriteit,
Zijn geweldige, schitterende grootheid wordt zichtbaar. Gaat het de
Here Jezus dan niet in de koude kleren zitten. Had Hij, die de ogen
van de blinde kon openen, ik heb het niet met u gelezen, maar het staat
wel in de tekst van Joh. 11, had Hij dan niet kunnen voorkomen dat deze
stierf. Jazeker. De Here Jezus verbolgen. Niet wenen in de zin van:
Oh, wat hebben die het toch moeilijk. Hij wist wat Hij ging doen. ik
ga er heen om hem uit de slaap op te wekken. Hij wist wat Hij zou gaan
doen. Er is geen sprake van dat de Here Jezus nu ineens zo'n meegevoel
had met Martha, met Maria, dat Hij zei: "Ja, jullie hebben het
ook wel verschrikkelijk moeilijk." Dat heeft Hij ook hoor. Ik bedoel
dat niet naar. Dat heeft Hij zeker. Maar Hij wist wat Hij ging doen.
Hij had ook kunnen zeggen: "Sst, niet huilen." En Hij is daar
verbolgen. De Here ziet wat de gevolgen zijn van de aanvallen van de
tegenstander, van de aanvallen van de duivel. Iedere keer opnieuw is
Hij, daarmee geconfronteerd, ontroerd. En u moet eens opletten. In het
Johannes-evangelie is de Here Jezus ontroerd, hier in hoofdst. 11, Hij
is ontroerd in hoofdst. 12, Hij is ontroerd in hoofdst. 13. En wat zegt
Hij tegen jou: "Uw hart worde niet ontroerd." Dat is mooi
hoor, echt. Want ga maar eens na wat die drie keer ontroerd betekent.
Hier zie je de macht van de satan, de macht van de zonde. De dood ingetreden.
Het is alsof alles voorbij is. Maar de Here Jezus komt. Hij verschijnt
in glorie en in heerlijkheid. Hij spreekt een machtwoord. Hij begint
opnieuw, en er komt een volkomen nieuwe start, helemaal nieuw. Lazarus,
kom naar buiten. Nog aan handen en voeten gebonden. Maakt hem los. Er
moet inderdaad van alles losgemaakt worden. Ze moeten loskomen van al
die windsels, al die banden, al die beperkingen waarin ze zichzelf gewikkeld
hebben. Heet hele proces van Israël, herstel, en glorie voor de
Here, is hier al vastgelegd. En dat is adembenemend, vind ik. Dat is
buitengewoon, en heel diepgaand, heel vergaand. Maar op hetzelfde moment
denk je: Ja, en Die, die hier staat, en die dat machtwoord spreekt,
dat is mijn Heiland. Dat is het geschenk van God. God heeft ons de Here
Jezus gegeven. God zij dank, Gode zij dank voor Zijn onuitsprekelijke
gave. Dank U Here, voor zo'n geschenk. En als je dit je echt eigen maakt,
dan denk je: Wat zou ons dan vandaag kunnen gebeuren. Daarom durf je
zeggen: "Hij is de opstanding, Hij is het leven. Wie in Christus
gestorven zijn die leven." En dat ontlokt bij de wereld misschien
een opmerking van: Die christenen, dat zijn wel hele rare lui. Als zij
hier op aarde zijn dan zijn zij met Christus gestorven, weet je wel,
ik leef niet meer. Christus, hè, maar ik ben met Christus gestorven,
en met Christus begraven. En als die lui zijn gestorven zeggen ze dat
ze leven. Dat wel hele rare lui. Nou, dat klopt ook ongeveer. Dat is
een beetje tegendraads misschien. Maar dat is wel de werkelijkheid.
Christenen zijn mensen die met Christus gestorven zijn en die met Christus
leven. Leven uit God. Want Hij is de opstanding, Hij is het leven. En
als de Here Jezus een bevelend roepen kan uitvaardigen om Lazarus eruit
te krijgen, hoe gaat het dan als de Here Jezus komt. De doden in Christus
zullen eerst opstaan. Hoe gaat dat dan
in zijn werk. met een bevelend roepen. Ja, precies, met de stem van
een aartsengel: Kom. En ineens is daar een bevel en ze komen. Daar gaat
het gebeuren. Het is alsof het allemaal hier al aanwezig is. En dat
is ook zo denk ik. Dat is de kracht van het evangelie van Johannes.
Zo diep, zo mooi, zo fijn, zo prachtig, zo troostrijk, dat je alleen
maar kunt denken: Here wat bent U geweldig, wat bent U groot dat U deze
dingen aan ons meedeelt en dat U ons daarvan nu al laat genieten. Nou,
conclusie is dat u in het sterven van Lazarus, het weggaan van Israël
ziet. Als de Here Jezus weg gaat, is Lazarus ook weggegaan. Het is alsof
ze ten onder zijn gegaan. De Olijfberg is nu nog één complete
begraafplaats, bijna. Daar liggen duizenden, duizenden mensen begraven.
Waarom, omdat de Joden geloven, dat als Hij komt, komt Hij op de Olijfberg.
Ze hebben gelijk, want Zach. 14 zegt het. Dat gaat ook gebeuren, dat
is echt zo. Dus ze zeggen: "Als Hij komt, zijn we er het eerste
bij." Ja, ja, het is maar als je
.., vooraan in de rij, toch.
Het lijkt wel de opruiming in Nederland. Vooraan in de rij. nou, ik
bedoel het niet ludiek, ik wil alleen maar zeggen: "Dat geloven
ze." Gelooft u het ook. Gelooft u dat de Here Jezus komt. Gelooft
u dat Hij de doden in Christus eerst zal opwekken. Gelooft u dat Hij
zal zeggen: "komen." Toen: Lazarus, olijfberg. Je ziet het
gebeuren. En er is een gezelschap van mensen die de Here Jezus liefhebben,
die voor Lazarus vragen. Ik zie in die beide zusters de mensen die in
diezelfde tijd bidden voor. En nu kunt u bidden dat ze daar in Jeruzalem
vrede zullen vinden. Dat bid ik ook. Ik bid Jeruzalem vrede toe. Maar
stel nu eens dat door het gedoe van vandaag en het overleg tussen meneer
Abbas en meneer Sharon er vrede komt. Is dan het doel bereikt. Nou,
we voelen aan: helemaal niet. Dat wordt nog een soort: Vrede, vrede
en geen gevaar, maar een haastig verderf zal overkomen. M.a.w., dit
is de oplossing niet. Dat voelen we aan, dat weten we eigenlijk al diep
in ons hart. Dus het bidden voor de vrede van Jeruzalem in de zin van
geen oorlog, afwezigheid van pressie, van druk en agressie, ja, dat
is het niet. Wat willen we dan bidden. Here, die gij liefhebt, is ziek.
Als U niet komt, dan gaat het niet goed. De VN kunnen komen. Meneer
Sharon en meneer Abbas kunnen samen door Jeruzalem fietsen of rijden
of wandelen. Het is allemaal mogelijk, maar als U niet komt, gebeurt
er niks. Dat geloven ze. En dat is nu precies onze houding vandaag t.a.v.
Israël. Ik ben zo blij dat er Messiasbelijdende Joden zijn die
dit bidden, die dit bidden, daar, in dat land. Die het verlangen hebben
dat hij die ziek is, in aanraking komt met de Here Jezus. En die ook
durven zeggen: "Here, U houdt van Uw volk. U houdt ervan. U hield
van Lazarus." En wij vandaag, mogen bidden voor dit herstel.
Twee dagen, ja, en de Here wacht totdat de twee dagen voorbij zijn.
En dan blijkt dat het al vier dagen is. Dat is een beetje raar in de
tekst, maar ik heb het zopas al gezegd, die dagen in het Johannes-evangelie
hebben te maken met die periodes van duizend jaren. We hebben zes scheppingsdagen,
dat weet u. Die zes scheppingsdagen staan ook voor zes keer een periode
van duizend jaar. Maar die zes scheppingsdagen worden nog gevolgd door
een zevende periode, de sabbat die nog komt, de rustdag. En die wordt
met het, merkwaardig genoeg, duizendjarig vrederijk genoemd. Dat wordt
ook de sabbat van de rust genoemd. M.a.w., er zijn zeven periodes van
duizend jaren. De bijbel zegt dat. En we zijn nu bezig, vlak voor die
laatste periode, vlak voor het moment dat de Here Jezus hier op aarde
terugkomt. Dat is nog later dan uw gaan naar Hem. Maar daar[over] heb
ik zopas al iets gezegd. Ons vertrek naar Hem gaat daaraan vooraf zelfs.
Hier vindt u het eigenlijk heel eenvoudig uitgediept en neergelegd.
Verlangt u naar de komst van de Here Jezus. Hij komt. Hij komt om u
en mij tot Zich te roepen. Maar Hij gaat ook terugkomen om in Israël
hele bijzondere dingen te doen. Als het boek Ezechiël zegt dat
Israël gezien wordt als een dal van dorre doodsbeenderen, zeer
dor, vier dagen al. Je zou zeggen lijklucht aan alle kanten. Er is niets
meer aan te verhelpen. Dan komt de Here. Een beweging. En dan komen
die dorre doodsbeenderen aan elkaar. En dat wordt een geheel, dat wordt
een eenheid. Daar komt huid over, daar komen spieren bij, daar komt
vlees over. En er komt geest in. Wanneer, als Hij zegt: 'Kom."
Ineens staat Lazarus daar, weliswaar gebonden. En ik vindt ook dat heel
veel dingen nog uitgepakt moeten worden, afgedaan, afgelegd moeten worden.
Die, die beelden gebruikt de Here Jezus hier, in deze hele bijzondere
geschiedenis, om je zo zulke mooie dingen mee te delen.
Maar ook mensen die de Here Jezus hebben leren kennen mogen ditzelfde
beeld wel eens op zichzelf toepassen. Ik ken heel veel gelovigen die
gebonden zijn. En nu kun je daar in doorschieten en over demonische
gebondenheid spreken en over bevrijdingstheologie spreken, je kunt van
alles bij deze dingen voegen. Maar je kunt ook zeggen: "Here, die
Gij liefhebt, is ziek. Wilt U alstublieft komen. Wilt U het zo maken
dat al die gebondenheid, al die afgeplakte situaties, die situaties
dat mensen niet verder kunnen, dat ze vastzitten, dat die weg gaan."
En misschien we er zelf wat aan doen om een stukje vrijmaking, een stukje
verlossing te bewerkstelligen. Ook dat is waar. En Wie zou de vrijheid
hier op aarde kunnen brengen. Wie zou dat kunnen doen. Daar is maar
Eén die dat kan, en dat is de Here Jezus. Het gaat over Hem.
het evangelie van Johannes gaat in zijn geheel over Hem. Johannes schrijft
over Hem. En de critici zeggen, de inleiding op de NBV vertaling bijvoorbeeld,
dat het allemaal anders ligt. En dat er toen al dit was. Nou, de inleidingen
op de NBV vertaling, die moet je er eigenlijk maar uitscheuren, als
u hem al gebruikt. Maar goed, inleiding horen, vind ik, niet bij die
bijbel. Nu komt er een editie zonder die inleidingen, nou, dat is maar
goed ook denk ik. Want die uitleg hoeft u niet, echt niet. ik ben een
beetje kritisch, maar ik wil het gewoon even zo zeggen. Waar het me
om gaat is, dat de Here Jezus, hier in het Johannes-evangelie wordt
voorgesteld, wordt omschreven, als God die Zoon werd en was. JHWH Zelf,
Die macht had Zijn leven af te leggen en macht had Zijn leven te nemen.
Degene die de Schepper is van alles, die de onderhouder is van alles,
die boven alle dingen is gesteld geweest, door Wie en tot Wie alle dingen
geschapen zijn. Die wordt hier omschreven. En nu kunnen de Joden in
Jeruzalem wel zeggen: "Wij willen Hem niet", maar dat doet
niets af aan Gods almacht. Dat gaat ook nooit het plan van God teniet
doen. Hij komt, Hij komt, Hij komt op de Olijfberg. Daar verschijnt
de Here Jezus, in grote kracht en in grote heerlijkheid. Dar openbaart
Hij Zijn macht. En als u wilt weten hoe dat ongeveer werkt, dan ziet
u Hem nu staan, bij dat graf van Lazarus. Men rolt de steen weg. En
ook al zegt iedereen: "Ja, dit kan niet meer, er is al lijklucht,
het is al vier dagen, het is al
." Hij staat al: Lazarus.
De doden zullen de stem van de Here God horen. De Zoon des mensen spreekt.
En dat heeft dus weer niet te maken met die oren, dat gehoorapparaat,
zal ik maar zeggen. Natuurlijke gehoorapparaten, die wij van God gekregen
hebben in de schepping. Ja, die werken dan niet meer als je gestorven
bent. Dat zijn dorre doodsbeenderen. Maar Hij spreekt. Dat is de Here
Jezus die hier voorgesteld wordt. En dat is dezelfde die voor jou naar
het kruis ging, die voor jou Zijn leven gaf, die in jouw plaats wilde,
wilde sterven om jou voor altijd gelukkig te maken. Dat is de Here Jezus.
Dat is mijn Heiland. Dat is mijn Verlosser. Dat is mijn Here, dat is
mijn Here. Dat is Degene die voor mij op aarde is gekomen. Dat wordt
hier voorgesteld in Joh. 11. Zo'n prachtige illustratie van wat er met
ons kan gebeuren, maar wat er in de toekomst met Israël gaat gebeuren.
Nou, dat is een enorm stuk feest, daar, op de Olijfberg. En vandaar
een tocht Jeruzalem binnen. Dat is weer de volgende keer. Dan gaan we
weer verder. Die profetie gaat door, want Hij gaat Jeruzalem binnen.
Natuurlijk gaat Hij Jeruzalem binnen. Daar zal het verder gaan gebeuren.
Maar nu hebt u een prachtig stukje informatie over hoe de Here Jezus
met Israël handelt. Hoe dat volk van God van vroeger, ook al hebben
ze nee gezegd tegen Hem, toch tot herstel komt, omdat de Here Jezus
hen liefheeft. Omdat Hij van ze houdt en omdat Hij Zijn verbond met
dat volk gestand doet. Omdat Hij nooit lat veren het werk van Zijn hand.
Omdat Hij Zijn toezeggingen echt waar maakt voor 100%. Daarom, daarom
hebben wij sympathie voor het volk Israël. Niet vanwege hun gelaat
of vanwege hun gedrag of vanwege hun politiek of hun vernuft misschien
in het ontwikkelen van wapentuig. We hebben hen lief omdat God ze liefheeft.
Omdat wij durven zeggen: "Here, U houdt van dat volk, heel bijzonder.
U hebt dat volk heel bijzonder lief. En U hebt heel veel in dat volk
geïnvesteerd. En U gaat dat volk tot leven wekken." Ook al
zouden wij dat nu nog niet zien, dit gaat wel gebeuren. Waar gaat dat
gebeuren. Op de Olijfberg. En Daarom is Joh. 11 voor jou en voor mij
zo mooi. Ik vind het super, ik vind dat super, dat zulke schitterende
stukjes tekst zomaar in onze bijbel staan en dat we daarvan kunnen genieten.
De Here zegene u, amen.
|
|