| |
Een kleine
geschiedenis vooraf. Dat heeft te maken met de verhuizing van hier naar
een andere locatie. Ik heb de Here Jezus leren kennen door mijn Geestelijke
moeder, en die nam me mee naar een hele kleine geloofsgemeenschap in
Fokshol. Dat is één van de grotere plaatsen in het Grônningerland.
Daar liggen heel veel van die steden, maar dit is er dan één
van. Daar woonde een zeer trouwe broeder die de Here van harte lief
had. De gemeenschap daar, een kleine groep, was eigenlijk een beetje
te klein. En nou was er in Hogezand, vlak daarbij, ook zo'n groep. En
toen is ere overleg geweest, en toen was het eigenlijk beter om die
twee kleine groepen bij elkaar te brengen. Daartoe werd besloten. Maar
de enige die daar heel veel moeite mee had, dat was die broeder die
daar woonde, in wiens huis, daar was een soort gebouw aangetimmerd,
een gebouw om samen te komen. En die, ja, die zat in zak en in as. Kun
je nu zomaar van locatie veranderen. Kun je de plaats waar de Here Zijn
naam wilde doen wonen, even heel plechtig gezegd, kun je die nu zomaar
aan de kant zetten. Hij had het daar verschrikkelijk moeilijk mee. Broeders
hebben op hem ingepraat, maar het heeft niet geholpen. Eén hele
wijze broeder zei: "Ik ga wel." Nu moet u eigenlijk Gronings
verstaan. Hij komt bij deze broeder. Ik ken hem hoor, maar dat ging
ook echt zo, zoals ik het nu zeg. Zei ook niet goeie morgen. Zei niet
van: Hoe gaat het met je Gerard. Hij kwam gewoon op bezoek. Hij zegt:
"Gerard, zat'n d'r an de ark droagbôm jong." Gerard
verbleekt: 't Is mie dudeluk. Verder niks. Einde gesprek. Ja dit is,
ik kan er een heel verhaal van vertellen van die broeder, met een wijsheid
die je eigenlijk niet voor mogelijk houdt. Iedere keer zulke dingen
uit de schrift. Ik wil alleen maar zeggen: "De Here verplaatst
zijn plaats ook wel eens." Dat bedoelde hij ook te zeggen als daarvoor,
ja, een weg is, dan gaat de Here wel echt voorop. O.k.
Lezen: Joh. 13:1-21;
31-35
Opnieuw zo'n hele,
hele bekende geschiedenis in het Johannes-evangelie: De voetwassing.
Het is een beetje prikkelend als ik zeg: "Voetwassing in de hemel."
Maar ik denk dat u aan het eind van de toespraak beseft dat dit waar
is.
De Here Jezus, vlak voor Pasen. Je zou zeggen, op palmpasen, maar dat
gaat me een beetje te ver. Maar toch wel voor de tijd dat de Here Jezus
zou worden overgeleverd. Ze waren op de Olijfberg en ze zijn van de
Olijfberg naar de Sionsberg gegaan. Dat is op zich al heel bijzonder
in de taal van de profetie. Dat je van de Olijfberg gaat. Dus de berg
waar de Here Jezus was in Gethsemane. Waar Hij vandaan ging toen daar
het moment kwam dat Hij naar de hemel ging. Waar Hij terug gaat komen.
Zijn voeten zullen immers staan op de Olijfberg. En nu zijn ze op de
Sionsberg. De berg die altijd verbonden is met de Koning en Zijn heerschappij.
Er is nog een bijzondere plek, dat is de berg Moria. Zowel de berg Sion
als de berg Moria, worden allebei berg des Heren genoemd. En nog een
derde berg is er in de schrift, ook met diezelfde titel, en dat is de
berg in de Sinaï, Horeb, waar de wetgeving plaats had. Twee bergen
in Jeruzalem. Nu zijn ze met z'n allen op de berg Sion aangekomen. En
de Here Jezus heeft twee van Zijn discipelen uitgestuurd, en die heeft
hen op pad gestuurd. U vindt dat in Markus, Mark. 14. De Meester zegt:
"Waar is Mijn herberg", letterlijk vertaald. Toen Hij geboren
was, was er geen herberg. Wel een stal, maar een herberg was volgeboekt.
Toen Hij leefde, wandelde en sprak en handelde, was er voor Hem geen
plek waar Hij Zijn hoofd kon neerleggen, zegt de bijbel, Luk. 9. We
lazen het gisteravond voor mensen die er waren. Maar de vossen hadden
een hol, de vogels hadden een nest, maar de Zoon des mensen had geen
hol of geen nest waar Hij Zijn hoofd kon neerleggen. En nu vraagt de
Here Jezus: "Waar is Mijn herberg. Want ik wil met Mijn discipelen
het Pascha gaan eten." Hij noemt het Zijn herberg, Zijn eetzaal,
waar Hij, Hij de Gastheer zou zijn. En daar in die herberg een bovenzaal,
waar alles al gereed stond, merkwaardig genoeg in gereedheid gebracht
voor de Here Jezus daar kwam, is van alles gebeurd. Los van het eten
van het Pascha, is daar ook de voetwassing geweest, zoals e nu vanavond
lazen. Daar heeft de Here Jezus verteld van het huis van de Vader. Daar
heeft de Here Jezus het met de discipelen gehad over vruchtdragen, Joh.
15. Daar heeft Hij met de discipelen gesproken over de Heilige Geest
die zou gaan komen. Daar heeft de Here Jezus gebeden, dat prachtige
van Joh. 17, schitterend om Hem te horen bidden. Je zou bijna wegrennen
van dit is zo privat, dit is zo van Hem persoonlijk, daar hoor je eigenlijk
niet naar te luisteren. Zo, zo dichtbij. Vandaar zijn ze vertrokken
nadat ze de lofzang gezongen hadden, daar, naar Gethsemane. Daar zijn
de discipelen later weer bij elkaar. Uit vrees voor de Joden de deuren
gesloten. Dat is diezelfde ruimte. Daar komt de Here Jezus: Vrede zij
u. Daar hebben de discipelen zich verblijdt toen ze de Here zagen. Acht
dagen later waren ze daar weer, Thomas ook. Thomas mag zeggen: "Mijn
Here en mijn God." Daar zijn ze gebleven, in die bovenzaal, basis
van de Gemeente. Daar is de Heilige Geest uitgestort. Daar is de zaal
bewogen geweest toen ze gingen bidden. Vandaar uit hebben ze gediend,
gesproken, gehandeld. Vandaar uit zijn ze vertrokken. U voelt, dat is
niet zomaar een plekje. Dit is uniek, dit is bijzonder, dat daar een
plaats was in Jeruzalem, waarvan de Here Jezus zegt: "Dit is Mijn
eetzaal." Daar was Hij. En het begint met voetwassing. Nu, nu kunnen
we ons dat allemaal goed voorstellen. En u hebt daar misschien al 20
preken over gehad in de loop van de jaren. En u weet best dat daar normaal
een slaaf voor was. Nou, die was er niet. Dat de discipelen daar een
beetje omheen zijn gesprongen, en gedacht hebben: Pff, nou nee, wij
zijn niet aan de beurt vandaag. We hebben geen corvee, of zo. En de
Here heeft Zich met een linnen doek omgord. Heeft water in het bekken
gedaan, en is begonnen de slavenarbeid te doen, en de voeten van de
discipelen te wassen.
Maar, ja, Petrus. Ja, altijd weer die Petrus, die altijd wel weer commentaar
zal hebben: Nee, geen sprake van. Wast Ú mij de voeten. Of: Wast
U míj de voeten. Hoe je het maar zeggen wilt. Maar ook dat is
allang een keer aan u doorgegeven. En de Here Jezus zegt: "Petrus
als Ik je niet was, heb je geen deel met Mij." De Zijnen liefgehad
tot het hoogtepunt, tot het einde. Dat is niet het kruis. Tot het niet
verder kan, oneindig. De Here Jezus, hier, op deze bijzondere plek,
op de Sionsberg, waar Hij later Koning der koningen zal zijn, waar de
troon zal zijn. Van waaruit geregeerd gaat worden: De wet zal uit Sion
uitgaan. Daar, daar was de Here Jezus. En daar bukt Hij Zich. Voor mij
is dat heel erg aangrijpend. Ook knap emotioneel, maar dat komt om de
lading die daar in zit.
Ik probeerde in deze avonden u te schetsen dat Johannes een schitterend
vergezicht geeft, ook naar de toekomst toe. De vorige keer hadden we
Joh. 12. Misschien iets te snel geweest met die beide stukken aan elkaar
te knopen. Maar het was toch een stuk overzicht ook. Daar ziet u een
maaltijd op de Olijfberg, in Bethanië, op de Olijfberg, Martha,
Maria, Lazarus. En dan ziet u de Here Jezus in de richting van Jeruzalem
gaan: Hosanna, hosanna, gezegend Hij die komt in de naam des Heren.
Takken van de bomen, daar gaat Hij, gezeten op het veulen van een ezelin.
Hij heeft Zijn intocht, Zijn glorietocht in Jeruzalem. En we hebben
toen gezegd: "Kijk, dat is de toekomst. Dat gaat gebeuren."
Hij landt op de Olijfberg. Nou ja, daar is Hij echt welkom. Zoals Hij
toen welkom was in Bethanië, bij Martha Maria en Lazarus. Die hebben
Hem welkom geheten. Die hebben Hem thuis een maaltijd aangeboden. Een
maaltijd voor Hem aangericht. Niet een etentje voor henzelf waar Hij
ook nog mee mocht eten. Precies het omgekeerde. Het was een maaltijd
voor Hem, waar Martha en Maria mee mochten eten.
En dan die intocht. Nu, we hebben gezien de vorige keer, dat is nu een
prachtig stukje profetie van wat nog gaat komen als de Here Jezus terugkomt
in glorie en in heerlijkheid. En Hij komt op de Olijfberg. De bijbel
is daarover volstrekt helder, oostelijk van Jeruzalem. En gat vandaar
Jeruzalem binnen. En dat wordt me daar even een jubeltocht waar je bijna
niet over kunt spreken, zo schitterend. En het is alsof dan het verhaal
stokt, alsof het even over gaat. Want wat er verder in Jeruzalem gebeurt,
moet even wachten tot hoofdst. 18. Tussen de intocht a.h.w. van hoofdst.
12 en de verdere routen van de Here Jezus naar Kajafas, naar
..,
en al die dingen, dus verder in hoofdst. 18, 19, zit een stuk, een tussenstuk.
We noemen dat wel eens een tussenzin, een tussenstuk. De bovenzaal.
Nu,. anderen hebben wel eens een titel boven deze dingen geplakt en
gezegd: Gesprekken in de opperzaal. U mag het zo zeggen. Het was een
opperzaal, een bovenliggende zaal, een eetzaal. De Here Jezus, nog een
keer, heeft dat Zijn herberg genoemd. Zijn eetzaal genoemd. En daar
ging Hij met Zijn discipelen eten.
We hebben ook wel eens een serie lezinkjes gehad over dit onderwerp
en hier "De laatste woorden van de Here Jezus" boven geplakt.
U bent heel blij als iemand op het allerlaatst, vlak voor zijn heengaan
nog iets heeft gezegd. Dat houdt u vast, dat vergeet u nooit meer. Voorbeelden
hebt u zelf. Nu, de Here Jezus heeft nog één keer gesproken.
Zijn laatste woorden. Daarna zijn ze naar Gethsemane gegaan, en u weet
hoe het verder ging. We denken daar misschien wel heel speciaal aan
deze week, de tijd van lijden. Van denken aan Golgotha, denken aan kruisiging,
denken aan dat wat de Here Jezus daar, in Jeruzalem moest meemaken.
Zijn laatste woorden, die hebben diepe indruk gemaakt op de discipelen.
En nu begint Joh. 13 met te zeggen dat Hij, vlak voor het paasfeest,
wetende dat Zijn ure gekomen was, dat het allemaal op het punt stond
om te gebeuren, dat Hij de Zijnen had liefgehad in de wereld. En dat
Hij hen liefgehad heeft tot het einde. De discipelen liepen gevaar natuurlijk
om vuile voeten te krijgen. Dat was heel normaal, want ze liepen meestal
met blote voeten in sandalen. ZO was dat ongeveer. Dus stoffig, de straat,
nu nog, maar toen zeker, gewoon vuile voeten. Het was niet ongebruikelijk
om de voeten te laten wassen. Maar het wordt wel ongebruikelijk. Ik
probeer het u aan te reiken. Op het moment dat u de profetische lijn
hebt ongeveer van: Dit gaat er straks in Jeruzalem gebeuren. Olijfberg,
intocht, glorie, de hele stad in rep en in roer, en hosanna gezegend
Hij die komt. Psalm 118, maar dan in de volle zin van het woord. Gezegend
Hij die komt in de Naam van de Here. Op dat moment wordt een klein gezelschap
uit alles wat daar is, omhoog getild, in een opperzaal getild, in een
hele bijzondere setting geplaatst. Secret, geheim, nou nee. Niet geheim,
maar wel uniek. Ook apart. Apart gezetten, geheiligden, die door de
Here Zelf apart gezet zijn. En zij die apart gezet zijn, los van het
gewoel van de straat. Los van wat daar toen in Jeruzalem gebeurde. Misschien
mag ik zeggen: "Zelfs los van wat straks gaat gebeuren", is
daar een apart gezet gezelschap. Boven geplaatst. U hoeft niet zoveel
moeite te doen, om als de Here Jezus als de Koning der koningen terugkomt,
te beseffen dat er nog iets komt uit de hemel. Het nieuwe Jeruzalem,
van God uit de hemel neerdalend. Dat is niet een verbeterde versie van
het oude Jeruzalem. Dat is van hier, de aarde, eigenlijk omhoog gebouwd
naar God toe. Maar dit is het nieuwe Jeruzalem van God uit de hemel
neerdalend. nergens staat dat dat nieuwe Jeruzalem ooit op aarde komt.
U denkt dat wel, maar goed, u leest dat maar in Openb. 19, 20, 21, met
name 21, waar dat nieuwe Jeruzalem helemaal omschreven wordt. Een stad,
ja, je zou zeggen dat past niet eens. Ik heb de afgelopen dagen een
lezing gehouden over het boek Ezechiël, over de nieuwe tempel,
de hoofdstukken 40 t/m 47. Dat is ook nog een hele hap in één
avond. En daar is een strook grond van ongeveer 10km wat de breedte
betreft. [Wat] de lengte betreft van de Middellandse Zee naar de Dode
zee, dat is veel langer. Maar goed, 14km breed. En binnen die 14km ligt
de stad, straks. het aardse Jeruzalem En daar ligt de tempel. Daar liggen
de woonplaatsen van de Levieten en van de priesters. En de stroken grond
die aan de zeekant, of aan de Dode Zeekant overblijven die zijn voor
de vorst. Die vorst heeft een enorm stuk grond, de heffing van de Here.
Maar de vorst stelt zijn heffing zodanig in dat de Here daar kan wonen,
de dienaren van da Here daar kunnen wonen, en dat volk van de Here daar
kan wonen. Dat noem ik pas een vorst. U ziet het straks. Dit is echt
pas een vorst. Als je dan toch een leider van de gemeente wil, een vorst
in Israël of een vorst onder ons, dan is het iemand die ruimte
geeft aan de Here. Aan Zijn woning en aan het volk en aan de priesters
en aan de Levieten. En voor de rest ook nog wat overhoudt voor zichzelf.
Super is dat. Maar dat is maar 14km breed. Als ik het nieuwe Jeruzalem
uit de hemel zie komen, dan moet dat iets zijn, schrik u niet, van vele,
vele malen 14km breed. De schattingen lopen gigantisch uiteen. Sommigen
hebben het over van hier tot ver in Spanje, wat de breedte betreft.
Nou, dat past helemaal niet in de 14km. Dat is maar een smalle strook
in verhouding tot dat gigantische wat van God uit de hemel neerdaalt.
Boven Jeruzalem, in die tijd, boven de plek waar gezegd wordt: "Hosanna,
hosanna, gezegend Hij die komt in de naam des Heren", daar hangt
me daar een stad, daar hangt me daar een bovenzaal, waar je u tegen
zegt. En in die bovenzaal zijn apart gezette lieden. Weet je wie dat
zijn. Jij, als je gelooft in de Here Jezus, en ik. Je houdt het haast
niet voor mogelijk dat jij zo bijzonder bent dat de Here je, ook in
die tijd, heel apart ziet. Daarover gaat het. U voelt de profetie van
Joh. 13 al een beetje komen. En ik hoop dat ik u meekrijg. In elk geval
nu al vast laat voorgenieten van wat straks gaat komen.
De Here Jezus heeft hier in deze geschiedenis de voeten van de discipelen
gewassen. Petrus zegt natuurlijk: "Ja, nee U niet, nee, nooit niet."
Nou, hij had het zelf moeten doen, maar hij deed het ook niet. Grote
mond, maar hij deed ook niks. Ja, dat is natuurlijk makkelijk praten.
iedereen die roept van nee, maar zelf ook niks doet, daar koop je ook
niks voor. De Here zegt: "Petrus, als ik je niet was heb je geen
deel met mij." Petrus, weer haantje de voorste: "Nou, dan
helemaal maar." Weet je wel, zo ongeveer. Nou, helemaal doorschieten
naar de andere kant. "Nee", zegt de Here Jezus, "die
geheel gebaad is, dat is niet nodig. Je hoeft niet nog een keer. Alleen
de voeten." Wat zou betekenen: Deel hebben met de Here Jezus. Ik
heb bewust de tekst gelezen zoals ik dat kan bekijken: Niet deel hebben
aan de Here Jezus, maar deel hebben met de Here Jezus. Deel hebben aan
de Here Jezus, betekent dat je leven uit God hebt. Dat je door Hem leven
uit God hebt. En ik hoop dat u dat allemaal hebt. Dat u allemaal zeker
weet: Mijn schuld is weg, mijn zonden zijn vergeven, ik heb deel, ik
heb deel aan Hem. Maar deel hebben met Hem, betekent heel wat anders.
Wat is deel hebben met de Here Jezus. Zal ik het simpel zeggen. Als
ik dat heb wat de Here Jezus ook heeft, dan is het deel hebben met de
Here Jezus. Maar schuldvergeving, heb ik dat samen met Hem? Even, even
doordenken. U komt tot de conclusie: Nou, nee, Hij had geen schuld.
Dus ik kan nooit samen met Hem schuldvergeving hebben, want Hij had
geen schuld. Ja maar ik krijg straks de
. Ga maar door. U
mag alles invullen, u mag alles op een rij zetten. En ga daar maar eens
mee aan de slag. Schrijf maar een aantal dingen op. En kom desnoods
met vragen aan het eind van de rit, of de volgende keer. ik ga u één
antwoord geven. het deel van de Here Jezus is, als je alles op een rij
gezet hebt, een ononderbroken gemeenschap met de Vader. Daar kom je
uit. En de Here Jezus zegt: "Als ik je niet was, heb je geen deel
met mij." Ik zal het verklaren. U bent een kind van God, daar ga
ik nu vanuit. U hebt leven uit God. U hebt de Here Jezus leren kennen
en u weet zeker dat u tot in eeuwigheid bij de Here zult zijn. Daar
kun je ook echt zeker van zijn. Als je dat gelooft heb je dat, klaar.
Dat is heel duidelijk. Maar het komt wel eens voor in jouw leven, en
mijn leven, dat wij niet zo optimaal zijn. Nog sterker, dat wij zondigen.
Als een gelovige zondigt, is hij dan kind van God af. Moet je dan opnieuw
beginnen. Nou, ik denk dat je dan 3x per dag, misschien 12x, per dag
opnieuw moet beginnen, als dat zo zou zijn. Nou, u hebt allemaal vraagtekens
in uw ogen, dus u zondigt nooit misschien. Maar er zijn wel anderen
die dat vaker doen misschien. Ik wil daar geen glorie aan geven, maar
toch. Maar wat gebeurt er nu als een gelovige zondigt. Is die dan gelovige
af. Nee, want de Here Jezus zei dat we dan eeuwig leven zullen hebben.
Is dat eeuwig leven tot de volgende zonde. Is dat eeuwig. Nee, natuurlijk
niet. Eeuwig is eeuwig. En wat uit Gods hart ontsproten is, het eeuwige
leven, dat gaat niet meer weg. U bent een kind van God op grond van
uw geloof in de Here Jezus. Zovelen Hem aangenomen hebben, zovelen heeft
Hij recht gegeven om zich een kind van God te noemen, hun die in Zijn
Naam geloven. Je hebt dus het recht om je een kind van God te noemen.
Nou, roep maar halleluja, overdag 10x, 's avonds 20x, 's nachts, wat
mij betreft, 30x, en in de samenkomst mag het ook 5x. Ik hoor nog niks,
maar het mag best. U mag best zeggen: "Here Jezus, dank U wel voor
dat geweldige, dat ik een kind van God ben. Dat ik leven uit God heb,
en dat ik voor eeuwig behouden ben. Wat gebeurt er als ik zondig. Is
het dan over. Nee. Mijn kindschap is nooit in gevaar. Als een gelovige
zondigt, blijft zo iemand een kind van God. Als hij gelooft heeft natuurlijk
hè, daar ga ik even van uit hè. Maar er is een ander gevaar,
en dat is dat zijn relatie met de Vader verstoord is. Misschien ten
overvloede het verhaal van onze oudste zoon. Het is jaren terug, hij
was hartstikke wild van auto's, is hij nog. Een soort virus heeft hij
opgedaan van zijn vader, en die heeft het ook nog wel een beetje zo
nu en dan. Maar goed, hij hoorde aan de auto dat ik thuis kwam. Stond
op de stoep, wou het liever even in die auto, weet je wel, die laatste
meter wou die zelf nog even mee, maar enfin, zo kon die altijd. Kom
ik thuis, en Jan staat er niet. Ben je buiten, zit je in de auto. De
laatste meter moet je dan even zonder Jan doen, en je weet eigenlijk
allang wat er aan de hand is. Waarom zou Jan er nu niet zijn. Kom je
in de kamer na de begroeting. Jan onder de keukentafel brrrr. Zijn eigen
autootjes, weet je wel. Ja, druk, vreselijk druk, geen tijd voor pa.
je weet al lang wat er gebeurd is. Je jankt bijna, want de verhouding
is even stuk. Het is verstoord. Nou, dat hoor je al heel vlug. Er is
natuurlijk iets gebeurd in de loop van die dag of zo. En Hennie heeft
gezegd: "Ik zal er met pappa over praten." En pff, ja, dan
kom je dus thuis en dan ben je weer de, nou, niet de boeman of zo, maar
.
Je snapt wat er aan de hand is. Is het kindschap in gevaar, nee natuurlijk
niet. Nog sterker, je voelt het sterker dan andere dagen. Maar de relatie
vader-zoon is verstoord. En als dat geprekje geweest is, en er is een
hug geweest, dan is het beter dan daarvoor. Dat is het. Wat gebeurt
er als een gelovige zondigt. Ben je dan kind van God af. Nee, dat blijf
je. Maar de verhouding met de Vader is verstoord. Het fijne is weg.
Deel hebben met de Here Jezus, ononderbroken gemeenschap met de Vader,
subliem contact, Vader, Abba Vader, dat is verstoord. En wat zegt de
bijbel, zal ik het voorzichtig zeggen, maar wel heel duidelijk hoop
ik. Indien wij gezondigd hebben, wat hebben we dan: Een voorspraak bij
de Vader. We hebben een Hogepriester bij God, en een Voorspraak bij
de Vader. Nog een beetje dichterbij. Als ik zondig, als ik dingen niet
goed doe, gaat de Here Jezus naar de Vader en zegt: "Vader, Ik
heb voor hem betaald. Ik was op dat moment zijn voeten." En du
moment kom en zeg: "Vader, sorry", zegt de Vader: "Het
is al vergeven, het is weg. De Here Jezus heeft het weggedaan."
Snap je, dat is voetwassing in de hemel. Hoe vaak zou Hij dat gedaan
hebben voor jou, vandaag. Of, hoe vaak zou Hij dat morgen misschien
moeten doen, voor jou, omdat je dingen zegt of ergens bent of dingen
denkt die helemaal niet kloppen. Petrus, als Ik je niet was, heb je
geen deel met mij. Petrus zegt: "Dan helemaal maar, dan maar in
bad." Nee, daar gaat het niet om. Het gaat om die dingen die je
oploopt in je woestijnroute, met je vuile voeten hier. Het komt je aanwaaien.
En je kunt vandaag geen stap doen of je komt met zonde in aanraking.
Of dat nu de reclame is of dat dat nu de taal is of dat de krant is,
het maakt me niet uit wat het is. Je wordt besprongen door allerlei,
allerlei toestanden. Toestanden die te maken hebben met bevuiling. Als
ik je niet was, heb je geen deel met mij. Here Jezus, dank U dat u daar
constant bent. U bent de Hogepriester bij God. En u kunt meevoelen met
mijn zwakheden. Maar zonden worden nooit zwakheden genoemd. Zonden zijn
er ook. Maar zonden zijn geen zwakheden. Zwakheden is verdriet, dat
is eenzaamheid, dat is pijn, dat is al die narigheid. Je kinderen, dat
is zorgen om je kinderen. Here ik kan het niet tillen. Hij kan meevoelen
met je zwakheden. Dat doet Hij. Daar is een Hogepriester bij God, bij
de troon van God. Maar de troon van God is niet hetzelfde als het hart
van de Vader. Is ook niet hetzelfde als het huis van de Vader. In het
huis van de Vader is Iemand die van je houdt, waar je terecht bent,
waar je je plek hebt. Daar is de Here Jezus voor jou bezig. Dat noem
ik voetwassing in de hemel. Natuurlijk gaat het mij daar niet om een
bakje met water daar. maar het gaat me om het feit dat Hij daar de Voorspraak
is, de Parakletos, de zaakwaarnemer, jouw zaakwaarnemer, daar, bij de
Vader. En als jij zover bent en zegt: "Vader, sorry", zegt
de Vader: "De Here Jezus heeft het al in orde gemaakt. Fijn dat
we weer verder kunnen." Zoals dat met mijn eigen zoon weer verder
ging, op het moment dat die paar dingen uitgesproken zijn. Zou u de
Here Jezus daarvoor wel eens willen bedanken. begrijpt u dat, afgezien
van alle, alle tumult en narigheid hier op aarde, er een plekje is waar
de Here Jezus tussenbeide treedt, waar hij is voor jou. Hij bukt Zich,
Hij zet Zich in voor je. Hij is die Knecht van God. Hij is die echte
Voorspraak bij de Vader. En Hij doet dat. Hij heeft je lief tot en met
het kruis. Ja ook. Nog meer? Ja, tot het einde. Wanneer? Tot jij daar
bent, en je eindelijk van al die bevuiling af bent. Dat je nooit meer
vuile voeten kunt krijgen, je eindelijk daar zult zijn. Is de liefde
van de Here Jezus tot en met het kruis. Mijn antwoord is nee. Hij is
vandaag misschien al vele keren voor jou bij de Vader geweest. En misschien
vandaag niet omdat het zo goed ging, omdat het zondag was, je de dienst
meemaakte. Omdat je je misschien wel prepareerde op een paar dingen.
Maar, nou ja, misschien morgen wel. Fijn hè, dat je zo'n Voorspraak
hebt. Een Parakleet, dat is een Voorspraak, Trooster in jou, de Heilige
Geest, zelfde woord, parakletos, trooster. En een voorspraak bij de
Vader. Iemand Die jou de voeten wast. Iemand Die jou schoonwast. Als
Ik je niet was, heb je geen deel met Mij. Dan kun je niet genieten.
En dat voelen we, dat weten we. Here Jezus, zo bent U.
Dit wordt duidelijk, straks, als dat nieuwe Jeruzalem uit de hemel komt,
en daar een bijzonder iets boven Jeruzalem hangt. Wordt ook duidelijk
voor alle volkeren. Breder dan de 14km, veel breder, veel duidelijker.
Dit is het teken van de Zoon des mensen. Nou, dat zullen ze zien. Daar
komt me daar een wolk uit de hemel waar je eigenlijk geen maat van hebt,
waar je geen weet van hebt. Hoe dat dan precies zichtbaar moet worden
weet ik niet, maar iedereen zal het zien. Veel meer dan de 14km van
steaks. Een enorme breedte van Gods liefde, van glorie, van heerlijkheid.
Ik heb Hem verheerlijkt en ik zal Hem terstond verheerlijken.
In dit kader krijgen de discipelen opdracht om ook elkaar de voeten
te wassen. Elkaar oren wassen, dat hebt u allang gehoord in de vorige
preken, dat is geen kunst. Daar kun je bovendien bij blijven staan.
Moet meestal. Voeten wassen moet je je voor bukken, moet je voor door
de knieën. Dat is al beroerder. Als u met ijskoud water bij mij
komt, dan trek ik mijn voeten terug. Zo ben ik. Als je met gloeiend
heet water komt, trek ik mijn voeten ook terug. Temperatuur van het
water is wel belangrijk. Je voelt dat aan. Als je heet bent, fel, werkt
niet. En als je koud bent, werkt het ook niet. Wat zou dat nu betekenen.
Niet een soort cultuur van: Big brother is watching you. Zo van: Ik
geef heel nauwkeurig acht op je, en ik ga een report maken, ik ga verslag
doen van. Nou, dat is het dus niet. Wat het wel is, is misschien het
volgende: Stel dat u weet dat het in mijn leven niet helemaal goed is.
Wat is dan uw conclusie. Dato heeft gezondigd. Dat zou een conclusie
kunnen zijn. Maar misschien wordt het een conclusie, na vanavond, Dato
geniet niet meer van de Vader. Dat is een hele andere. U kunt zeggen:
"Dat is bijna hetzelfde." Ja, de oorzaak is hetzelfde, maar
het verhaal is heel anders. U weet dat ik niet meer met de Here Jezus
geniet. Dat is weg. De blijdschap is weg. De automatische piloot is
er nog, en er gebeurt nog van alles, weet je wel. En je loopt door en
niemand ziet wat nog. Nou, nou, ho, ho, daar kom je vanzelf achter.
Maar dat gaat nog een hele tijd door, weet je. Niemand merkt nog wat.
Maar als je het merkt, is dan de schandpaal de uitweg: Kijk eens. Hoe
haalt hij het in zijn hoofd, hoe durft
.. Nou ja, zo, of: Dato,
mag ik eens met je praten. Ik wil zo graag met mijn hart bij je komen,
37°. En ik wil je zo graag vertellen dat je misschien bezoedeling
hebt opgelopen in deze woestijn, in deze wereld, in de straten van vandaag.
En ik weet eigenlijk zeker, en dat weet ik uit mijn eigen leven, dat
je niet meer geniet van de Vader. Een oude broeder, in Zwolle waar we
toen woonden, vroeg aan Hennie: "Hoe is het met Dato?" En
toen begon ze wat te huilen. En hij vroeg mij: "Hoe is het met
je ziel?" Niet de veroordelende vinger, maar hij had het gemerkt.
Hij wist het. Wist hij precies wat, nee, dat wist hij niet. Maar je
kunt aan iemands gedrag soms merken dat er iets is, dat het niet allemaal
lekker zit. Het genieten, samen met de Vader, was kompleet verstoord.
Druk, druk, druk. Meestal is het zo dat je dit overruled door nog meer
werk te pakken, of nog actiever te zijn, of nog drukker te zijn dan
anders. Weet je wel, je kunt het op alle mogelijke manieren overstemmen
hè. Je kunt er overheen gaan. Je kunt misschien ook zeggen: "Mijn
voeten moeten gewassen worden." Dat staat hier. En het is daar
waar de Here Jezus Zichzelf openbaart. Daar is voor Judas geen plaats
meer. Dat voelen we. Judas is hier ontmaskerd. Dat is hier gebeurd.
Had de Here dat al eerder
Ja, allang. Toen die eerste zilverlingen
in de binnenzak van Judas rinkelden, toen wist de Here het daarvoor
al. Hij wist het precies. Nu komt het moment dat Judas ontmaskerd wordt.
Daar is geen plaats voor zulke dingen We voelen dat aan. Hier is heiliging,
hier is zuiverheid, hier is helderheid. Nu, dat broeders en zusters,
gaat straks helemaal duidelijk worden.
Ook dit is een profetisch vergezicht van: Op aarde nog van alles. En
als ik het boek Ezechiël lees, dan moet er een gigantische, gigantische
toestand zijn. Want als die overwinning over Gog en Magog er zal zijn,
dan wordt er nog 7 jaar lang bijna gestookt van allerlei toestand. En
er wordt nog van alles opgeruimd en het wapentuig wordt nog verbrand.
En van alles is er nog aan de hand. Dat is niet zomaar over. Hier op
aarde is het nog één grote zooi, platgezegd, dan, zelfs
dan. Ja, de Here regeert, de overwinning is behaald, maar de prut is
nog niet opgeruimd. Ze moeten nog lijken gaan begraven, enfin, van alles.
leest u maar eens Ezech. 38 en 39. Maar dan hangt er boven een plek,
een bovenzaal, het nieuwe Jeruzalem. Daar is alles transparant, zijn
de straten van goud. Zon en maan en sterren niet. God Zelf is het licht,
en het Lam is haar lamp. Eén en al glorie, één
en al heerlijkheid. Hier in deze bovenzaal ziet u de eerste contouren
van het nieuwe Jeruzalem. Dat is de profetie, hier. Hier in dit prachtige
bijbelboek Johannes, ziet u de eerste beginselen. Dat wordt verder.
U voelt, dat in dat kader, past, Joh. 14, het huis van de Vader. Joh.
15, 16, 17. De Here daar biddend: Vader, Ik wil dat ze bij Mij zijn
en Ik wil dat ze Mijn heerlijkheid hebben. Enfin, u mag het allemaal
gaan invullen daarna. Dat ziet u komen. Dat voel je aankomen, dat ditzelfde
prachtige stuk uit Johannes, een enorm stukje vergezicht heeft voor
de toekomst.
Nu, vanavond, die voetwassing. En de Here Jezus zegt: "Nu ben jij
aan de beurt om dat ook te doen." En ik vind ook, dat een gezelschap
van gelovigen, liefde moet hebben onder elkaar. Wat is daarvan bedoeld.
Is dat een soort sociale groep met allerlei contacten van: Ze helpen
elkaar mee bij het verhuizen en bij het behangen en zo. Nou, kan ook.
Maar die liefde die de Here Jezus hier etaleert, en die liefde die uitstijgt
boven alle maat, is de liefde om elkaar te dienen. Om die knecht te
zijn. En de Here Jezus zegt: "En als Ik je zendt, dan zendt Ik
je. En als iemand je niet ontvangt, dan ontvangt hij Mij dus niet."
Dat wordt niet verondersteld, maar dat is dus zo. En ik weet wel dat
u allang iets hebt van: Ja, als ik iets heb, ja, dan wil ik wel dat
die komt. Want, ja maar als die komt, ja pff. Ja, daar heb ik iets mee.
Of: Daar heb ik helemaal niets mee. Nou ja, vul maar in waar je de lettertjes
plaatst. Maar als die komt, zou de Here Zelf wel eens kunnen komen,
met een bakje met water. Linnen doek, bakje met water. Ik heb vroeger
een koffertje gemaakt voor jongerensamenkomsten. Zo'n soort handelskoffertje,
en daar aan de buitenkant op laten plakken, nou ja, ik zal het maar
in het Nederlands zeggen: wat het gereedschap is van een christen. Nou
ja, daar was iedereen wel een beetje nieuwsgierig naar wat je dan als
gereedschap van een christen zou kunnen tegenkomen. Nou, dat was een
linnen doek en een schaaltje, een thermoskan met water, op temperatuur,
ja, en een heel klein knielkussentje. Ik wil je graag dienen. Ik wil
je zo graag dienen. Ik wil je graag knecht zijn. Ik wil graag dat jij
geniet, dat jij opnieuw geniet van je harmonieuze contact met de Vader.
Dat willen we graag. Dat is niet de vinger omhoog. Dat is niet dat rode
potlood. Dat is niet fouten eventjes breed uitmeten. Het omgekeerde,
dit is dienen. Dat is wat hier staat. Deel hebben met de Here Jezus.
Een ononderbroken gemeenschap met de Vader. Het is subliem. En dat wordt
straks zichtbaar: Kijk, die hebben iets met de Vader. En die hebben
iets met de Here Jezus Dat gezelschap wordt nu, hier op aarde, nu de
Here Jezus vlak voor Zijn kruis staat, al gezien. Hier zie je het al,
en straks krijgt dit volle, volle omvang, volle glorie. En de Here Jezus
is daarin mateloos verheerlijkt. Hij is verheerlijkt, want Hij heeft
Gods bijzondere eigenschappen aan de dag gebracht. God heeft Hem heel
bijzonder verheerlijkt, Zijn bijzondere eigenschappen aan de dag gebracht.
En Hij zal jullie verheerlijken. Dit is voetwassing in de hemel. En
ik hoop dat je de Here Jezus daarvoor gaat bedanken. Ik wil graag een
poging wagen om dat voor je te zeggen en met je te zeggen. Amen.
|
|