| |
Lezen: Openb. 1:9-20
Het
laatste bijbelboek gaat in zijn geheel over de Here Jezus. Het is de
openbaring van Jezus Christus. Vorige keer zei ik God doet een boek
open over de Here Jezus. God onthult wie de Here Jezus is. En toen zei
ik: "Misschien is het zinnig om gewoon op het puntje van je stoel
te gaan zitten". Ik bedoel dat natuurlijk niet letterlijk, maar
gewoon om zo bij de les te zijn, omdat God openbaart Wie de Here Jezus
is. En ik weet zeker uit mijn eigen ervaring dat als God zo wil tonen
Wie de Here Jezus is, er iemand bezig is om dat te verhinderen. Te druk,
te moeilijk, te zwaar, te lang, te moe, vul maar in. Er is altijd wel
een excuus. En het gaat ook niet om mij, het gaat niet om ons, het gaat
om de Here Jezus. Het gaat om de Christus der schriften. God laat zien
Wie Hij is. En we zijn er heel schoorvoetend mee begonnen de vorige
keer. Bandje kunt u nog krijgen als u er niet was.
En nu gaat het verder in hoofdst. 1. Johannes is degene die als een
soort secretaris als een soort weergever mag noteren, en hij doet dat.
En hij is om die reden kennelijk in gevangenschap op het eiland Pathmos.
De ongewijde geschiedenis vertelt dat Johannes, degene die ook de evangeliën
heeft geschreven, die samen met Jakobus, dat waren immers broers, en
de zonen Boanerges, de zonen van de donder, zo werden ze genoemd, het
waren dus niet van die lievertjes. Mooi he, dat God ook zulke mensen
gebruikt. U hebt dus echt een kans. Ja, als Paulus de grootste van alle
zondaren is en Johannes zo'n bijnaam heeft dan denkt u, dan is er ook
nog een mogelijkheid voor mij. Nou die is er echt. Maar Johannes is
ook uit Jeruzalem verdreven, kennelijk, dat is natuurlijk gebeurd, ja
onder druk van. Johannes moet ongeveer 90 jaar zijn geweest vermoed
men, een oude broeder. Een oudste, zo noemt hij zichzelf in zijn brieven.
En hij is uiteindelijk in Efeze terecht gekomen. Dat zegt de ongewijde
geschiedenis. Ik kan dat nu niet bewijzen, maar de geschiedenis vertelt
dat. en daar heeft hij gewerkt, daar heeft hij ook gesproken, daar heeft
hij gediend. En daar is hij zelfs met Maria, de vrouw van Jozef de timmerman,
de Here Jezus is immers geboren uit de maagd Maria, en Maria zou bij
hem zijn geweest daar in Efeze zegt diezelfde ongewijde geschiedenis.
Maakt niet uit, maar aannemelijk is het wel, omdat Johannes naat Pathmos
is verbannen en Pathmos ligt niet zover van Efeze. Een uurtje of 4-5
varen nu met een motorboot, misschien vroeger wat langer. Maar in elk
geval, dat is best te doen. En Efeze was een soort hoofdstad van het
Romeinse gebeuren, van Romeinse rijk in tijd. Dat Romeinse rijk was
er al bij de geboorte van de Here Jezus, he, keizer Augustus kon iets
bevelen. Was er ook toen de Here jezus stierf, Pilatus kon als gouverneur
iets zeggen. En die Romeinse bezetters waren er nog een paar honderd
jaar lang. En om de reden van vervolging en van druk in Efeze is Johannes
naar Pathmos verbannen. Nu is dat nu een heel mooi toeristisch eiland,
je kunt er goed toeven, het is heel aardig om er te zijn, ik weet iets
van ervaring. Maar het is dus toen toch een soort, ja, verbanningsoord
geweest. Lastige lui moesten dan daar maar tot bezinning komen. Zo is
het gegaan. Johannes is op het eiland Pathmos eerst waarschijnlijk ook
nog vastgezet geweest in een soort grot en vanuit die grot heeft hij
toch een klein beetje zee gezien en heeft hij deze dingen mogen opschrijven.
Johannes, deelgenoot in de verdrukking. Zo begint hij dus he. Deelgenoot
in de verdrukking, dus dat duidt erop dat het gewoon onder gigantische
druk geweest is. Maar hij is ook deelgenoot in het Koninkrijk. En in
de volharding in Jezus. Het hele boek is bedoeld voor slaven, voor dienstknechten.
Voor mensen die dus niet zo gauw een soort vut-toestand kennen, geestelijk,
maar mensen die aktief zijn, die slaven zijn, die in de verdrukking
niet af laten weten en die ook een stuk volharding, een stuk doorzettingsvermogen
laten zien. Nu wil ik u niet diskwalificren en ik wil u ook niet kwalificeren,
ik wil alleen maar zeggen: Als je echt groeien wilt in de dingen van
de Here Jezus moet je ook een keer je tanden op elkaar zetten. Je moet
je er ook een keer in durven bijten. Want er is een beetje een gevoel
over mij gekomen van de laatste jaren van: Het moet niet al te zwaar
zijn en het moet een beetje makkelijk zijn, het moet een beetje ja,
hapklaar zijn. Nou ja, bijna hondenvoer zo, weet je wel, je kunt het
gewoon, klaar, uit het pak gewoon even in het bakje gooien. Nu dat is
met de geestelijke dingen niet zo. Je geestelijke spijsvertering wil
ook best iets doen. En dat werk van Gods Geest in, ja, de Heilige Geest
die in ons werkt, wil ook graag duidelijk maken wat het betekent. En
stel nu dat u duizend vragen meer hebt na het bestuderen van Openbaring
dan daarvoor, dat kan, dan mag u de Heilige Geest vragen of Hij dat
duidelijk wil maken. Joh. 14 zegt dat de Heilige Geest helder zal maken,
duidelijk zal maken wat we nog niet begrijpen. Dus we zijn gewoon, laat
ik maar zeggen, in een positie gezet van er iets voor doen en er iets
aan doen. Nou Johannes is daar om het woord van God en om het getuigenis
van Jezus. Dat getuigenis van de Here Jezus is niet alleen de plaatselijke
kerk. Dat is denk ik in de aller, allereeste plaats het openbaar maken
van Hem. Dat doet God middels dit hele boek aan jou en aan mij. Hij
wil aan ons, de gelovigen van nu, degene die nu geloofd heeft in het
volbrachte werk van de Here Jezus, die leven uit God heeft, aan hen
wil de Heilige Geest duidelijk maken Wie de Here Jezus is. Maar ook
wij zijn hier op aarde om het getuigenis van Jezus. Niet om de carriere
van Dato, om onze eigen eer te zoeken, maar we zijn hier voor Hem. U
en ik zijn hier op aarde achtergebleven, niet zomaar, niet om te freewheelen.
Niet om leidzaam af te wachten wat allemaal over ons heen gestort wordt
maar om te getuigen van de Here Jezus. En getuigen van de Here Jezus
is niet alleen praten over Hem, dat is ook leven met Hem en leven voor
Hem. Ook al zou u daarbij geen woord zeggen, dan nog. Een getuigenis
van de Here Jezus, een stuk charima, een stuk uitstraling over en van
de Here Jezus hier op aarde. Daarom zijn we hier. Dus echt niet in een
soort wachtkamerfunctie maar echt in een werkkamerfunctie. U en ik worden
geroepen om te getuigen van de Here Jezus.
En nu was Johannes daar op het eiland Pathmos en hij kwam in vervoering
des Geestes op de dag des Heren. En nu komt de grote moeilijkheid. We
storten ons gelijk in alle moeite. Dat vervoering des Geestes dat krijgen
we nog wel mee denk ik. En de vraag die zich dan opdringt is: Zou de
Heilige Geest jou en mij vandaag nog in beweging kunnen krijgen. In
vervoering kunnen krijgen. Nou ja, nu hoor ik het al he, nu begint het
te kraken hierboven. Moeten we dan naar Toronto, moeten we dan dit,
moeten we dan zus. Ja daar gaat ie. Daar gaan onmiddellijk, ja, daar
gaan allerlei signaaltjes, allerlei associaties verschillende kanten
op en u gaat zich afvragen: Waar ben ik in vredesnaam beland. Zit ik
wel goed hier in de aula van deze school. Nu, u zit goed. U zit goed,
want ik wil niet een kleur van mensen maar ik wil wel de vraag beantwoord
zien, en ik kan dat toch niet beoordelen hoor, maar ik wil zo graag
de vraag beantwoord zien in onze eigen levens of wij nog wel in vervoering
des Geestes kunnen komen. Want als de Heilige Geest er is, is gekomen,
ja toch, toen we tot geloof kwamen, toen we tot bekering kwamen, toen
we geloofden in het volbrachte werk van de Here Jezus, toen we dat werk
van de Here Jezus omarmden, naar ons toe haalden is de Heilige Geest,
de Heilige Geest van de beloften in ons gaan wonen. De bijbel zegt het:
Ef. 1:13, Het evangelie van je
behoudenis horen, het evangelie van je behoudenis aannemen en de verzegeling
met de Heilige Geest komt. Dat doet God. Die Heilige Geest is er. Nu
kun je die Heilige Geest bedroeven, je kunt Hem uitblussen en je kunt
Hem ook voluit Zijn gang laten gaan. Vervulod worden met. Nou ja, Pinksteren.
Het is nog geen Pinksterdag maar het is een soort Pinksterpreek. Niet
aan een bepaalde gemeente met die naam denken want de Gemeente is ontstaan
op de Pinksterdag dus als u bij de Gemeente hoort, en daar hoort u toch
als u gelooft, dan hoort u bij die Pinkstergemeente. Dat is duidelijk,
dat is bijbels. En nu wil de Heilige Geest ons in beweging brengen.
Maar dat moet jij wel toestaan. Je kunt de Heilige Geest stilzetten.
Je kunt Hem bedroeven. Je kunt Hem dus uitblussen. Dat is onze verantwoordelijkheid.
U mag nooit God de schuld geven dat er niets gebeurt in onze levens
als gelovigen. U mag u wel de vraag stellen: "Here ben ik het waardoor
de Heilige Geest niet werken kan". Ik ben er zeker van dat de Here,
ook vanmiddag, in deze dienst, ruim zegenen wil. Ik bid dat ook heel
vaak. Ik wijs nu naar dat plekje, want we hebben daar een bidstond aan
de andere kant van die muur vooraf aan deze dienst. De Heilige Geest
wil zegenen. De vraag is alleen of er bij mij een verhindering is waardoor
die zegen niet doorkomt. Ik bid ook voor u, of er bij u misschien geen
verhindering is waardoor die zegen van God niet doorkomt. Maar dat die
zegen er is en dat God die zegen gevenwil, dat staat voor mij vast.
Zo is de Here. Hij heeft de Here Jezus gegeven, het mooiste wat Hij
had, het schitterende van het kruis van Golgotha, en Hij wil ons met
Hem alle dingen schenken. We hebben dus geen excuus. Als er geen zegen
komt is de verhindering hier, bij mij of bij u. In beweging komen, in
vervoering des Geestes komen is niet specifiek voor, hoe moet ik het
zeggen, specifiek voor Johannes geweest. Voorrecht, dat woord zocht
ik, een specifiek voorrecht voor Johannes. Maar het is duidelijk wat
Gods Geest doen wil. Ook in jouw en mijn leven vandaag. Wij moeten dat
ook willen en we mogen ons er naar uitstrekken. En ik heb natuurlijk
genoeg meegemaakt de laatste jaren over allerlei uitingen. Ja en dan
kun je weer puntje 1 en puntje 12 pakken en je kunt daar weer van alles
aan vast hangen. Maar de vraag is of ik mij nog uitstrek naar de vervoering
des Geestes. En die vraag mag u niet zomaar naast u neerleggen. Want
als dat wel gebeurt, dan gebeurt er ook iets in uw leven, gebeurt er
ook iets in uw omgeving. Dat kan niet anders. Ik bedoel u niet onder
een bepaalde bankschroef te leggen en nu de schroef maar verder aandraaien
maar ik wil wel graag dat we eerlijk zijn. Johannes was daar in vervoering
des Geestes.
En nu staat er bij: Op de dag des Heren. Daarover is ik weet niet hoeveel
discussie. Er zijn hele kasten vol met boeken geschreven over dit laatste
bijbelboek en ik kan u alle commentaren niet doorgeven. Doe ik ook niet.
De discussie gaat eigenlijk hierom: Is de dag des Heren de dag die wij
vandaag beleven als zondag. Dat is toch de dag des Heren. Of is de dag
des Heren, zoals dat weleens in Joël staat bijvoorbeeld, die dag
des Heren met alle oordelen en met alle zorg en met alle moeiten die
er nog zullen komen voor, ja, in de eindtijd. Nou, de meeste uitleggers
zeggen: Die dag des Heren hier, in Openb. 1, dat is natuurlijk, Johannes
kwam in vervoering des Geestes, op die dag des Heren, en hij zag als
het ware die hele situatie van straks. Dat is een hele aannemeljke verklaring.
En toch ben ik het daar niet mee eens. Eigenwijs, I'm sorry. Ik wil
niet eigenwijs zijn, ik wil zo graag zo dicht mogelijk bij de schrift
blijven. Ik houd nog steeds vol dat het hier ging om de dag waarop Johannes
daar in z'n eentje op Pathmos zat en dacht: waar twee of drie in Mijn
Naam samen zijn daar ben Ik in het midden. En ik zit hier alleen, ik
ben hier alleen en ik heb helemaal niets. Ik ben verstoten van die Gemeente
daar in Efeze waar hij gediend heeft, waarion hij gewerkt heeft. En
al zou het niet Efeze zijn geweest dan was het een andere gemeente.
Maar hij is daar alleen en de Here zegt: "Nou, Ik ben er toch,
ook bij jou, Ik openbaar Mijzelf aan jou". En dat had de Here Jezus
gezegd: "Als je Mijn wil doen wilt", Joh. 14:21, "Als
je Mijn geboden hebt en bewaart dan zal Ik Mijzelf aan jou openbaren".
Dat is hier de dag des Heren. Die uitdrukking "des Heren"
komt maar 2x voor in het NT voor zover ik op dit moment weet en dat
is "het avondmaal des Heren", 1 Kor. 11, en "de dag des
Heren". Het is dus kennelijk een specifieke dag die aan de Here
Jezus toebehoort zoals ook het avondmaal specifiek voor Hem bedoeld
is. Het is het avondmaal van de Here. Het is van Hem. Die uitdrukking
is hier bedoeld. En Johannes is daar op die dag en de Heilige Geest
krijgt hem als het ware in beweging. Nog een keer: Daar moet je voor
open staan maar de Heilige Geest wil dat graag, wil dat ook gaan doen.
En nu ziet Johannes op die dag des Heren de meest mooie dingen. En hij
hoort een stem, een luide stem als van een bazuin die tot hem spreekt.
Bazuingeluid. Daar valt ook wel weer een klein Eurootje want u en ik
weten dat middels bazuingeluid heel veel gebeurt. Studeert u maar eens
op Num. 10. Num 10: De zilveren trompetten. Bazuingeluid waardoor het
hele volk van God bij de ingang van de tent der samenkomst werd geroepen.
Dat is een hele bijzondere uitdrukking. En als u in 1 Tess. 4 leest
dat met de bazuin Gods de stem er is: Kom, opname, weggaan. Waar worden
we dan gebracht? Nu even heel plat gezegd, bij de ingang van de tent
der samenkomst. Nou dat is dus in het OT al terug te vinden. De bazuinen
werden gebruikt om het hele volk, ofwel de vorsten, dan was het een
ander geluid, ofwel de bazuin werd gebruikt om in beweging te komen,
om als militair apparaat te gaan optreden. Bazuingeluid. Iedere keer
de bazuin. Maar ook bazuingeluid met jubeldag. Als het erfdeel weer
terugkwam ook al was je in armelijke doen geraakt. Het jubelgfeest,
het jubeljaar. Maar zelfs 1x per jaar een hele bijzondere dag. Het feest
van het geklank. Dan werden de bazuinen geblazen. Nu we kennen onze
liederen: "Eens als de bazuinen klinken", en we kennen "Als
het bazuingeschal des Heren klinkt en Jezus komst is daar". We
zijn op de hoogte misschien van deze dingen. Maar ook één
van de psalmen zegt: "Hoe zalig is het volk dat naar Uw klanken
hoort". Het bazuingeluid, het geluid van God. God roept je. Nu
Johannes hoort hier op Pathmos achter zich een stem, een stem als van
een bazuin. Dat betekent dus niet dat het een soort fluisterend ietsie
pietsie is geweest, misschien een soort bevlieging, maar er was een
heel krachtig duidelijk geluid. En Die heeft gezegd: "Hetgeen je
ziet schrijf dat in een boek en zend dat aan de zeven gemeenten die...".
Het getal zeven was al eerder gevallen, vs 4, maar daar werden de namen
niet genoemd. Hier komen de namen. Die namen van die zeven gemeenten
daar in Klein-Azië. Er waren meer gemeenten in Klein-Azië.
We hebben daarnet een soort rondtocht gemaakt. Net, oktober, dus een
paar maanden terug. Maar in elk geval, als u daar rondreist dan komt
u ook bij Kolosse uit bijvoorbeeld. Dat is ook één van
die gemeenten, die ligt daar ook, en die wordt dus niet genoemd, terwijl
er absoluut een gemeente was, want dat staat in de bijbel. Het gaat
om een getal. Het gaat om het nvolledige, complete getal zeven. En die
zeven gemeenten worden hier geduid. Dat zijn de zeven gemeenten die
daar toen aanwezig waren. Nog precieser, Johannes zit op Pathmos, vlakbij
Klein-Azië. Hij krijgt iets te zien, hij krijgt iets te horen,
mag dat gaan opschrijven en mag dat als een soort verzamelwerk, als
een boek, als een soort compleet pakket naar al die zeven gemeenten
sturen. Zijn hart was daar, hij werkte daar. Tot voor kort werkte hij
in Efeze, één van die gemeenten, neem ik aan, maar ik
neem ook aan dat dat waar is. In elk geval hij mag dat rondsturen. Het
is dus wat anders dan een brief van Paulus aan de gemeente te Efeze.
Dit is een boek voor Efeze, voor Smyrna. Dat wat Smyrna te lezen kreeg,
dat kreeg Efeze ook te lezen. Het foute van Thyatire dat lazen ze in
Laodicea ook , weet je wel, ze krijgen het hele pakket. Ze krijgen allemaal
het hele pakket. Dat is een boek. Het geheel wordt naar deze gemeenten
gestuurd.
En als hij deze stem hoort, Johannes, dan draait hij zich om om de stem
te zien. Hij heeft dus die stem gehoord en bij een stem hoort iets,
hoort iemand, en hij draait zich dan om. En wat hij dan ziet dat is
ongelofelijk. U moet zich voorstellen dat Johannes aan de boezem van
de Here Jezus heeft gelegen, aan de maaltijd bijvoorbeeld. Dat hij heel
dicht bij de Here Jezus is. En als hijzelf schrijft dan heeft hij het
over de apostel door de Here Jezus geliefd. Die Jezus, dien Jezus liefhad.
Hij zegt dus niet dat hij de Here Jezus liefheeft maar dat de Here Jezus
hem zo lief heeft. Ja, zo schrijft hij altijd. Heel mooi, heel teer:
de Here Jezus houdt van mij. En hij was bij de Here Jezus. Petrus ging
goed in de fout daar vlak voor het kruis. Johannes stond bij het kruis.
Petrus was bitter en in tranen, bitter bedroefd en in tranen ergens
anders. Johannes stond daar nog bij Maria, bij die paar vrouwen die
nog over waren. En de Here Jezus kan nog zeggen tegen Maria: "Vrouw,
zie uw zoon" en "Zoon, Johannes", ja, Hij heeft niet
meer kunnen wijzen he maar Hij heeft wel kunnen kijken, "Zoon zie
uw moeder". Johannes is het die gelooft. Ook toen het graf leeg
was. Johannes, en nooit heeft hij Hem gezien zoals hij Hem hier gezien
had. Altijd heeft hij nog iets van de Mens Christus Jezus gezien. En
dat laatste, ja, dat is geweest bij de Olijfberg toen Hij naar de hemel
ging, toen Hij opvoer. Dat heeft Johannes meegmaakt. Hij stond er pal
bovenop. Hij heeft gezien dat de Here Jezus al zegenend zo naar de hemel
ging. En nu, nu zit hij klem. En nu mag hij zien Wie de Here Jezus is.
Nu hoop ik dat u met mij even wilt kijken naar het boek Daniël.
Dat is heel belangrijk. Ook voor het vervolg van dit bijbelboek. Dan.
7:9: "Terwijl ik bleef toekijken werden tronen opgesteld."
En dan moet u even op de omschrijving letten die we nu gaan lezen, het
gaat mij niet om die tronen maar het gaat me om Hem Die daarop zit.
"En een Oude van dagen zette zich neder. Zijn kleed was wit als
sneeuw en Zijn hoofdhaar blank als wol. Zijn troon bestond uit vuurvlammen
de raderen daarvan uit laaiend vuur. En een stroom van vuur welde op
en vloeide voor Hem uit. Duizend maal duizenden dienden Hem en tieduizend
maal tienduizenden stonden voor Hem. De vierschaar zette zich neder
en boeken werden geopend". Vs.13: "Ik bleef toekijken in de
nachtgezichten en zie, met de wolken des hemels", opnieuw letten
op de omschrijving, "kwam Iemand gelijk een Mensenzoon. Hij begaf
zich tot de Oude van dagen en men leidde Hem voor Deze. En Hem werd
heerschappij gegeven en eer en koninklijke macht. En alle natiën
en volken en talen dienden Hem. Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij
die niet zal vergaan. En Zijn koningschap is één dat onverderfelijk
is." Probeert u Die Oude van dagen en Die Mensenzoon, die hier
als twee aparten genoemd worden, probeert u dat beeld even vast te houden.
Dan gaan we terug naar Openb. 1, dan gaan we die omschrijving nog een
keer lezen: "En toen ik mij omkeerde", vs 12 aan het eind,
"zag ik zeven gouden kandelaren, temidden van de kandelaren iemand
als eens Mensenzoon." U herinnert zich nog Dan. 7: Met de wolken
des hemels kwam een Mensenzoon bij de Oude van dagen, "Bekleed
met een tot de voeten reikend gewaad, aan de borsten omgord met een
gouden gordel", let op, "Zijn hoofd en Zijn haren waren wit
als witte wol", Herinnert u zich nog de omschrijvingen van de Oude
van dagen in Dan. 7, "als sneeuw en Zijn ogen als een vuurvlam.
Zijn voeten waren gelijk koperbrons als in een oven", vuur welde
op, vuur welde op, als in de oven, "gloeiend gemaakt. Zijn stem
was als het geluid van vele wateren." Ik wil er dit van zeggen,
en dat is heel erg belangrijk. De Here Jezus stond voor Kajafas. U weet
het he, Hij was in Gethsemane gearresteerd, ze hadden Hem meegenomen
en ze hebben geprobeerd om tegen de Here Jezus een beschuldiging in
te brengen. En, nou ja, de een zei dit en de ander zei dat, weet je
wel, tempel afbreken en in drie dagen weer opbouwen, en die hadden weer
wat anders. Maar hun getuigenis was nooit eenduidig. Platgezegd, de
rechter kon daar niets mee, ze kwamen er niet mee uit de voeten. En
toen, heldere ingeving of zo, toen vroeg de hogepriester: "Bent
U dan de Christus, de Zoon van God". En dan zegt de Here Jezus:
"Van nu aan zult u de Zoon des mensen zien komen". Nou die
man is gelijk helemaal onthutst. Scheurt zijn kleren zegt de bijbel.
Nou, of dat het hogepriesterlijke kleed geweest is of een ander pak
dat weet ik ook niet maar in elk geval, hij scheurt zie en hij zegt:
"Wat hebben we nog voor getuigen nodig". Zo van: Al die kleine
niemandalletjes, ze hadden er al niets aan, maar, we hebben er ook niet
meer aan want we hebben nu zelf gehoord. Hij heeft zichzelf God gelijk
gemaakt. Hoe wist hij dat? Hoe wist die hogepriester nu dat Iemand die
zei dat Hij de Mensenzoon was dat dat God zelf was. Die conclusie trok
hij. Dat is gewoon te lezen in het Evangelie. Nu die conclusie trok
die hogepriester destijds omdat hij Dan. 7 had. En Dan. 7 zei, dat die
Mensenzoon niet zomaar Iemand is, een afstammeling van een mens, weet
je wel, een uitvloeisel van een menselijk paar. Maar dat die Mensenzoon
hoort bij Iemand die alle macht heeft, die alle gezag krijgt, die de
Koning der koningen is, die de Here der heren is, die langzaam maar
zeker alles maar dan ook alles vullend aanwezig zal zijn. En die Mensenzoon
die wordt met de wolken des hemels naar de Oude van dagen gebracht.
Mag ik het nog een keer zeggen: Toen de Here Jezus naar de Hemel ging,
op de dag van de hemelvaart, op de olijfberg, daar stond Johannes ook
bij, weet je wel, hij heeft Hem zien gaan, en Hij zegende hen, volgens
Luk. 24, maar Hij vertrok. En een wolk onttrok Hem aan hun ogen, de
wolk der heerlijkheid, de wolk van God, de wolk Sjechina, die de tempel
vulde, die de tabernakel vulde. De Heerlijkheid van God onttrok Hem.
En daar is de Here Jezus weggegaan. En waar is Hij nu gebeleven? Ja,
dat weten we niet. Ja, we weten het wel. Dan. 7 zegt: "Daar komt
Hij, zie Hem komen met de wolken, de wolk des hemels". Dat is precies
de Sjechina in Dan. 7. En Hij komt met de wolk en Hij komt bij de Oude
van dagen. Daar zit Iemand op een troon, omgeven door engelen. Eén
en al vuur, laaiend vuur, tienduizend maal tienduizenden, duizend maal
duizenden. Nou ja, dat is me een spektakel, een omgeving, nauwelijks
te omschrijven, en dan komt Hij, Hij komt bij de Oude van dagen. Nu
hebben wij bij oude van dagen allemaal iets van aftands. Ja, zoiets,
grijs haar, ja dat liedje zegt niet zoveel meer, en je kon vroeger geen
haar wit of zwart maken maar dat kan tegenwoordig wel. Maar we hebben
bij ons een beetje het idee van ja dan zijn ze bijna afgeschreven. O.k.
ze mogen dan nog wel blijven, we bergen ze dan op in een bepaald huis,
sorry voor mijn kreten, maar ik wil daar even iets van zeggen. Maar
bij God is dat precies anders. Grijsheid is een sierlijke kroon en wordt
in de weg van de gerechtigheid verkregen. Dat is heel andere taal hoor.
En bij de Oude van dagen gaat het niet om Iemand die aftands is, die
bijna Zijn tijd gehad heeft, maar daar gaat het om de Wijsheid Zelf.
Hij Die is en die was en Die zit daar. En Die Mensenzoon wordt bij die
Oude van dagen gebracht, in Dan. 7, en krijgt uit de handen van de Oude
van dagen alle macht, alle gezag, alle kracht. En Die Mensenzoon gaat
heersen zegt Dan. 7. En waarom leg ik daar nu de nadruk op. Omdat Johannes
hier, ineens, hij draait zich om, en hij ziet Hem, daar is de Mensenzoon,
daar had hij misschien nog een beetje een voorstelling van. Maar dat
is op hetzelfde moment ook de Oude van dagen. En nu heeft hij het even
niet meer. Hoe kan dat nou. Hoe kun je nu de Here Jezus zien gaan, de
Mens Christus Jezus, de Zoon van God. Opgestaan, opgevaren, in een wolk
weggevoerd, naar God gegaan. En de engelen zeggen: "Ja maar Hij
komt ook terug hoor, Hij komt in grote kracht en in grote heerlijkheid
komt Hij terug hoor", zo hebben ze daar gestaan die engelen. Ze
hebben verteld hoe Hij terug komt. Nou, dan weten we ook ongeveer hoe
Hij weggegaan is. Maar nu komt de Here Jezus, en Johannes ziet Hem.
En hij komt onder de complete, complete verwondering van het feit dat
de Here Jezus niet alleen de Mensenzoon is maar dat Hij ook God zelf
is. Want de omschrijvingen van de Oude van dagen en de Mensenzoon vloeien
in Openb. 1 helemaal in elkaar over. Het gaat om Dezelfde. God doet
een boekje open over de Here Jezus: Ik zal jullie laten zien Wie Hij
is. Ik zal jullie laten zien hoe mooi Hij is, hoe groot Hij is. Ik zal
jullie vertellen, prachtige dingen van Hem. Nou, het ene is nog mooier
dan het andere. Het ene wordt nog grootser dan het andere. God laat
zien Wie de Here Jezus is. En Johannes ziet Hem. En hij ziet Hem nu,
in deze context, van dit boek, wandelend tussen die zeven kandelaren.
Nou, later staat dat die zeven kandelaren gewoon zeven gemeenten, dus
elke kandelaar staat voor een gemeente, en de Here Jezus wandelt ertussen.
De inspecteur-generaal, mag ik dat zo zeggen, wandelt, proeft, weegt,
kijkt, beoordeelt. Dat is wat hier staat. De grote Here des hemels.
De grote en de machtrige heerser over het hele heelal, de Heer ook van
de gemeenten, het Hoofd van het lichaam, wandelt tussen de kandelaren.
Als jij vandaag samen met anderen gemeente wilt zijn en kandelaren wilt
zijn dan kijkt de Here Jezus, en Hij beoordeelt. Hij is Degene Die alles
ziet.
Ik ga nog één stapje verder. Ik hoop niet dat u het mij
kwalijk neemt. Maar de Here Jezus komt in deze samenstelling als de
Priester-Koning naar beneden. Dat zult u ontdekken hoor. Maar de priester
in het OT ging één keer per dag het heilige binnen om
de lampen te verzorgen van de kandelaar. Daar was een kandelaar, er
was maar één kandelaar in de tabernakel, er was ook maar
één kandelaar in de tempel. En de hogepriester had tot
taak om de lampen te verzorgen, zelfs s nachts. Volgens Lev. 24
deed de hogepriester dat s nachts. s Nachts ging de hogepriester,
als iedereen al sliep, en alle lampjes gedoofd waren, was er één
tent waarin het lampje niet uitging. Dat was de tent van God. Dat is
op zich al prachtig hoor. Dat er één tent is waar het
licht nooit uit gaat. en daar kun jij terecht. Dat is mooi he, ook s
nachts. Maar goed, dan ging de hogepriester van de avond
tot de morgen de lampen verzorgen. En er staat zelfs in de bijbel hoe
hij dat deed: met gouden scharen en met gouden snuiters. Afijn, zelfs
het gereedschap wordt genoemd. Weer een detail waarvan u zegt: "Wat
moet ik daar nu mee". Nou ja, het gaat erom dat u iets gaat proeven
van wat de Here Jezus aan het doen is. Hij wandelt tussen de kandelaren.
En Hij zegt, ik lop even vooruit he, naar de volgende keer, Efeze, "Jullie
walmen een beetje, mag Ik een beetje, mag Ik even", zo ongeveer
he. Dus niet pffft. Voorzichtig he, mooi he, dat is zo teer, zo kostbaar.
De Here Jezus wandelt tussen de kandelaren. Hij ziet het, Hij beoordeelt
het, Hij weegt het, Hij ziet of ze helder branden. En het kinderliedje
zegt of het helder licht geeft of ook bijna niet he. Een van die kinderliedjes
zegt dat: "Jezus zegt dat Hij, hier van ons verwacht, zijn dat
wij als kaarsjes branden in de nacht". En dat laten we onze kinderen
zingen, maar laat u de Here Jezus ook toe in uw eigen hart, in uw eigen
leven om te zeggen: "Zal Ik een beetje van dat walmende spul wegknippen?"
Of zeggen we: "Oh nee Here Jezus we lezen de Telegraaf wel".
Sorry hoor voor een kreet, zomaar een losse, maar bij wijze van, we
willen gewoon in onze eigen bedoening blijven en voor de rest.
Toen Johannes de Here Jezus zag toen was hij nergens meer. Als dood
aan Zijn voeten. Hij had de Here Jezus gezien, hij had van de Here Jezus
gehoord. En ik durf te zeggen dat hij intens van de Here Jezus heeft
gehouden. En nu ziet hij Hem zoals Hij eigenlijk is en hij weet niet
waar hij het zoeken moet.
Stel nu eens dat je het verlangen zou hebben om te zeggen: "Here
Jezus, ik wil U zo graag een keer zo zien". Dan hebt u in elk geval
een omschrijving. En probeert u zich daar nu eens op te richten de komende
dagen. En probeer nu dat stukje gewoon te lezen. Zou de Here Jezus zichzelf
nog zo willen tonen? Ja. In elk geval hebt u al een omschrijving. En
het is in mijn eigen leven gebeurd, ik zou niet weten waarom het in
uw leven niet gebeurt. Dat je ineens ziet Wie Hij is. Nou dan kun je
door de grond zakken. Niet dat je bang bent, je kunt alleen maar aan
Zijn knieën terecht komen, aan Zijn voeten. Je kunt alleen maar
in volle verwondering, in bewondering zeggen: "Here Jezus Wie bent
U toch". En Hij zegt: Ik ben de Eerste, de Oude van dagen
en de laatste, de Mensenzoon, de Levende, Ik ben dood geweest",
dat het om Hem gaat is uit het woordgebruik ook al duidelijk, "Ik
ben dood geweest en zie Ik ben levend tot in alle eeuwigheden".
En Hij, de Here jezus heeft de sleutels, de ingang en het beheer over
dood en over dodenrijk, komen we later op terug hoor, die termen komen
allemaal terug.
En Hij heeft in zijn rechterhand zeven sterren, dat zijn de engelen
van de zeven gemeenten, ook daarover de volgende keer, want dan gaat
het over die engelen van de gemeenten, wie dat dan wel is. Dat willen
we toch graag weten toch he? Eén van ons zal dus toch de engel
van de gemeente..... Ik hoop dat u mij begrijpt. Onderwep van de volgende
keer, heel belangrijk.
Maar nu gaat het me om het volgende. De Here Jezus is daar en Johannes
ligt als dood aan Zijn voeten. Hij is compleet overrompeld en Hij legt
Zijn rechterhand op Johannes. Hij zegt: Wees maar niet bang, Ik
ben er". Er is een lied dat zegt dat we zullen buigen voor die
majesteit. Er komt een moment dat we Hem zullen zien zoals Hij is en
dat we nergens blijven. De oudsten in Openb. 5 vallen neer als Hem zien
zoals Hij is, dan buigen ze. Als ze zien wat Hij doet, Openb. 7, dan
buigen ze. Als ze zien wat Hij gaat doen hier op aarde, dan buigen ze,
Openb. 11. En als ze zien wat er strake in het duizendjarig rijk gaat
gebeuren en de bruiloft van het Lam, dan buigen ze nog een keer. Vier
keer aanbidden die oudsten de Here Jezus. En jij en ik die nu naar de
Here Jezus kijken, die nu zeggen: "Oh, dat is dus Die Mensenzoon,
en de wolken des hemels, de bazuinen, vuur, engelen, alle, alle dingen,
alle kleine en grote attributen staan er omheen en Hij wordt openbaar.
Johannes ligt aan Zijn voeten. En hij is eigenlijk onthutst en bang
maar de Here Jezus zegt: "Wees nu niet bang".
Hij legt Zijn rechterhand op Johannes. Mag ik het proberen? De hand
die Petrus uit het water trok toen hij wegzonk. De hand die kinderen
zegende toen ze bij Hem gebracht werden. De hand, ik sla maar stukjes
over, die aan het kruis uitgestrekt was, waar spijkers doorheen zijn
geslagen. De hand die er was toen Hij temidden van de discipelen was
en zei: "Kijk maar in Mijn handen, zie maar dat Ik het ben".
De hand die boven hen was. Die hand is nu op Johannes. En de Here jezus
wil jou gewoon aanraken. Dat noemen we ook een anraking des Geestes.
Hij wil jou zo dicht bijbrengen, zo blij maken, zo gelukkig maken dat
je ervaart: Hij is er en Hij is Het. Hij is de Enige, de Alfa en de
Omega. Hij is alles. Hij die alle macht heeft in hemel en op aarde.
Hij legt Zijn rechterhand op jou en zegt tegen jou vanmiddag: "Ik
hou van je, Ik werkte voor je en Ik ben er nog voor je en Ik zal er
voor je zijn". Zouden we dan niet blij de komende dagen in kunnen
gaan en zeggen wat zou ons kunnen gebeuren? Als God voor ons is, wie
zal tegen ons zijn. Bijvoorbeeld he, één van de teksten.
Wat zal ons dan kunnen gebeuren? Niets toch. Alles, alles is anders.
De Here Jezus laat zien Wie Hij is. Openbaring van Jezus Christus. Johannes
moet een zucht van verlichting hebben geslaagd. Oh, deze dag, deze zondag,
ik dacht nog wel dat ik de hele dag alleen zou zijn. En dat alles tegen
was en dat dat Romeinse gezag, weet je wel, in Efeze, de Romeinse bezetter,
dat die allemaal tegen mij waren en dat ze tegen mijn volk waren. Nou
hier staat, even dat hele boek doorgespit, die Romeinse bezetter, "Ik
zal je later wel eens even precies uit de doeken doen hoe Ik dat zie".
Echt waar hoor, Openb. 13 en Openb. 17. Heel precies. "En hoe ze
met dat volk der Joden zijn omgegaan, Ik zal het je laten zien hoor".
En Openb. 7 en in Openb. 14. "Ik zal het precies uit de doeken
doen. Ik zal ook laten zien wat er met datzelfde volk van Israël
gaat gebeuren in de toekomst". Johannes heeft onthutst moeten reageren:
O, geweldig, op deze dag, de dag waarin ik dacht alleen te zijn, komt
de Here Jezus, openbaart zichzelf aan mij en laat zien wat er in de
toekomst gaat gebeuren. Nou ik denk dat als u Johannes was geweest dat
u had gezegd: "Nou Here, zegt u het maar, ik schrijf wel, ik schrijf
wel en U hoeft niet zo vlug te praten Here Jezus want ik heb tijd genoeg
om naar U te luisteren". Want hoe langer Hij spreekt, hoe meer
je van Hem ziet, begrijpt u, praktisch. De Here Jezus is mooi, Hij is
schitterend, Hij is verheven, Hij is boven alle, alle, alle eer en alle
glorie en alle menselijke macht verheven en de Here Jezus wil zich aan
jou openbaren. En dit is dat laatte bijbekboek. Ja en dan zeggen wij
natuurlijk dat het moeilijk is. Dat heeft de duivel ons ingefluisterd.
We mogen best ons best doen om er echt van te genieten en de Here wil
je daarin heel bijzonder zegenen. Mag ik nog een keer zeggen wat ik
de vorige keer zei? Zalig hij die leest en zij die horen de woorden
van de profetie van dit boek. Dat is die zegen die God heeft willen
verbinden aan het bezig zijn met dit boek. En daarom zijn we hiermee
begonnen. De Here zegene u allemaal en wil u allemaal laten genieten
in de dienst voor en van de Here Jezus.
|
|