| |
Lezen: Openb. 2:12-29
Het is de openbaring
van Jezus Christus, het laatste bijbelboek, het gaat in zijn totaliteit
over de Here Jezus. Dat is de reden waarom de duivel hier een hekel
aan heeft en hij iedere keer zegt: Het is te moeilijk voor je,
lees dat nu maar niet. Er zijn zoveel meningen over, je komt hier toch
niet uit". Onthulling van de Here Jezus. God onthult Wie de Here
Jezus is.
Het boek Openbaring valt in drie stukken uiteen. Hoofdst. 1 was het
eerste stuk, de hoofdst. 2 en 3 vormen het tweede stuk en vanaf hoofdst.
4 begint het derde stuk, dus het stuk over na deze dingen, toekomstige
dingen. Ons stuk van vanmiddag valt in het tweede deel en dat is hetgeen
is, dat wat er vandaag is, dat wat je vandaag kunt waarnemen, wat je
vandaag op kunt pakken. Dat zijn die zeven gemeenten die destijds in
Klein-Azië te vinden waren. Er waren er meer, ook Kolosse lag daar
bijvoorbeeld, maar zeven worden eruit genomen om ons een boodschap te
sturen. Anders dan de brieven die Paulus schreef aan een gemeente, te
Efeze of te Korinthe, of te Kolosse. Anders omdat het hier om een pakket
gaat, een geheel gaat, een boek gaat. En dat boek wordt in zijn totaliteit
naar alle zeven gestuurd. Dus alle zeven lezen alles. Dus anders dan
een gewone brief. En ik ben er echt van overtuigd dat de Here ook vandaag
door deze dingen, door deze aanreiking ons hart wil aanraken.
In de eerste plaats is het geweldig belangrijk dat gelovigen worden
opgebouwd, maar dat was al wel bekend. Maar waardoor wordt een gelovige
nu feitelijk opgebouwd. Nu, je kunt zeggen door bijbelstudie of door
genieten, door samen op te trekken, dat zijn ook waardevolle dingen.
Maar de feitelijke opbouw komt door zicht op de Here Jezus. En de tegenstander
weet heel wel dat dat de bouwstenen zijn voor een geestelijk huis en
ook voor het geestelijk leven. En als je daar een wig in kunt krijgen,
een soort verwijdering in kunt bewerken, ja, dan ben je geslaagd. En
dat doet hij. Het kijken naar de Here Jezus, het genieten van de Here
Jezus, het groeien in genade en in kennis omtrent Hem, omtrent de Here
Jezus is het meest wezenlijke voor een gelovige. En de Heilige Geest
wil daarin ook nadrukkelijk helpen. Die Heilige Geest is gekomen om
dat wat uit de Here Jezus is te nemen en het ons te verkondigen. De
Heilige Geest zal altijd het prachtige van de Here Jezus in het middelpunt
plaatsen. En wij worden vandaag zo in beslag genomen door allerlei dingen
van beneden dat we eigenlijk niet meer toekomen aan de hemelse, prachtige
dingen van de Here Jezus. En als de kerk verscheurd is door onderlingen
twist, ik weet waar ik het over heb, denk ik, als er onrust is. We zeggen
wel eens als er onrust is in een kippenhok legt geen kip meer een ei,
dat is een beetje dom gezegd maar als er onrust is onder de gelovigen,
ja maar wie praat dan nog over werkelijke dingen. Je bent allemaal bezig
met die onrust met de narigheid, met de spanning. En die narigheid en
die spanning komt ergens vandaan. En de bijbel wil zo graag dat gelovigen
zien Wie de Here Jezus is. Nou, dit laatste bijbelboek is bij uitstek
voor jou bedoeld. Niet voor de studeerkamer maar voor je eigen geestelijk
leven. Het gaat dus om de gelovige, degene die de Here Jezus Christus
heeft leren kennen als Heiland en als Verlosser. Degene die echt weet:
Mijn schuld is weg, mijn zonden zijn vergeven, ik ben een kind van God.
Iedere keer zeg ik dat om nadrukkelijk te stellen dat gelovigen een
boek van God krijgen, de bijbel krijgen. Dat boek is ook niet een soort
discussiestuk naar buiten toe waar je anderen mee zou kunnen slaan.
Die bijbel is bedoeld voor jouw geestelijk leven, om je werkelijk een
hart onder de riem te steken. Gelovigen, mensen die de Here Jezus hebben
leren kennen, die met hun zonden tot God gingen en hun zonden hebben
beleden, hebben van God mogen vernemen dat alleen door het kijken naar
de Heer Jezus en het geloven in het prachtige werk van de Here Jezus
er redding en heil is en vergeving is, gelovigen.
Toen waren er gemeenten en die waren in die tijd in Klein-Azië
bij elkaar gegroepeerd, niet zo ver uit elkaar in elk geval. En we hebben
vanmiddag weer twee van die gemeenten voor ons. Want die gemeenten zouden
de Here Jezus moeten vertonen. Hoofdst. 1 uit dit laatste bijbelboek
vertelt Wie Hij is. Toen ik Hem zag viel ik als dood aan Zijn voeten.
Hetgeen gij gezien hebt. De hoofdst. 4, 5, 6, 7, enz., ja dan kom je
in de hemel en daar zie je de troon en daar zie je de Here Jezus in
het midden van de troon en temidden van de oudsten. Je ziet de ene glorie
na de andere en je ziet de Here Jezus uiteindelijk in alle, alle volheid.
Prachtige dingen. En daartussen zit het stuk van ons, 2 en 3, de hoofdst.
2 en 3, hetgeen is. En dan gaat het over zeven gemeenten, waar, ja,
daar mankeert iets en daar deugt het niet. Maar waarom is dit speciale
boek nu aan ons gegeven. Nu, ik denk om een hele belangrijke reden.
Wie de Here Jezus is in het verleden dat hebben we in hoofdst. 1 al
gezien. En Wie Hij zal zijn in de toekomst zien we vanaf hoofdst. 4.
En Wie Hij nu is zien we in de hoofdst. 2 en 3. En daarom is het zo
belangrijk dat wij dit stuk uit de bijbel bestuderen. Want de bijbel
vertelt jou en mij dat wij vandaag aan de beurt zijn om de Here Jezus
te vertonen. Wij mogen Hem laten zien. En dat is ook precies de insteek.
En daarom wordt het ook gekoppeld aan wie overwint. De overwinning,
de overwinnaars. Mensen die werkelijk voor de Here Jezus gaan en voor
Hem spreken, voor Hem leven krijgen daarvoor beloning. U krijgt nooit
beloning omdat u een kind van God bent. Dat hebt u gekregen. Uit genade
bent u behouden. Niet uit u, het is een geschenk van God. Daar krijg
je toch geen beloning voor. Dat is een geschenk van God. De enige die
daar beloning voor krijgt is de Here Jezus. En u krijgt beloning: Wie
overwint die zal ik geven. Om wie u bent voor de Here Jezus. Om wat
u laat zien van de Here Jezus. Om wat u uitstraalt van Hem. Om wat de
gemeente laat zien van de Here Jezus. Daar krijgen we beloning voor.
Daarom gaat het hier niet zozeer om ja, om wie u bent in Christus, uw
positie, en die is schitterend want als u echt ontdekt wie u bent in
Christus, hoe God u gezegend heeft met alle geestelijke zegeningen,
nou dan kun je best een paar huppeltjes maken, maar als je leest wie
je mag zijn voor de Here Jezus, ja dan komt het aan op onze trouw. Dan
komt het aan op wie we zelf zijn, de praktijk van onze levens. Daarom
wie overwint, de beloning. Die is altijd gekoppeld aan discipelschap
aan de strijder die samen met de Her Jezus strijd aan het front van
deze tijd.
Pergamum, waar de troon van de satan was. Johannes is daar, voor zover
ik het kan nagaan, zelf meermalen geweest. Pergamum is die enorme plaats
waar vroeger een enorm altaar was van de Griekse goden. Het was een
soort offerplaats. Daar gebeurde van alles. En daar waren heel veel
geneeskrachtige bronnen en daar waren ook wonderen van genezing. Het
is zelfs zo dat de esculaap van onze geneesheren daar vandaan komt.
Dus als hier iets staat van Pergamum, daar waar de troon van de satan
is, dan is dat niet een op zich staand gezegde. Het is duidelijk gerelateerd
aan dat wat daar toen aanwezig was. We zijn daar geweest en ik heb dat
gezien. Nu zijn dat alleen maar ruïnes, alleen maar restanten.
Maar als je het ziet dan wordt nog steeds gezegd: "Kijk daar heb
je dat grote altaar van Zeus". Daar heb je die geweldige dingen,
daar zijn die geweldige oudheidkundige bronnen en, nou ja, die bronnen
die er in de oudheid ook al waren. En de geneeskrachtige werking wordt
daar op een gigantische manier omschreven. De boeken, de bibliotheek
daar, het is een en al lof over wat daar aanwezig was. En daar was een
gemeente ontstaan. Hoe groot, niemand weet het. Maar Johannes heeft
in Efeze gewerkt, gewoond en, dat zegt de ongewijde geschiedenis, niet
helemaal ongewijd, dat zegt de kerkgeschiedenis, laat ik het zomaar
voorzichtig zeggen, en ik geloof ook dat dat klopt, en daar heeft hij
ook in die tijd deze gemeenten bezocht. En nu schrijft hij. Maar hij
heeft het niet meer over wat hijzelf heeft geconstateerd, wat hijzelf
zou weten. Hij mag doorgeven wat Iemand anders heeft geconstateerd,
de Here Jezus. Hij die het tweezijdige scherpe zwaard heeft. Het is
alsof in deze brief een soort opsomming gegeven wordt van let op. Er
is maar Eén die het echt beoordeelt. Er is maar Eén die
verder gaat dan, laat ik maar zeggen, woorden en daden, die ook nog
naar motieven kan gaan. In onze discussies gaan we wel eens de motieven
van iemand anders beoordelen. En we gaan altijd een brug te ver, we
gaan altijd te ver, want die motieven kun je niet beoordelen. Daar moet
je afblijven. "Ja, maar jij denkt". Ja, maar dat weet iemand
anders niet. U weet het wel he, als er een conflict is dan komt heel
vaak ook het motief in de beoordeling en dat kan nu net niet. Je moet
af gaan op wat mensen zeggen of wat ze geschreven hebben of wat ze doen.
Maar je kunt niet afgaan op wat ze denken. Dat brengt anderen ertoe
om te zeggen dat gedachten tolvrij zijn. Dat is ook niet helemaal correct,
maar het is wel waar dat je heel voorzichtig moet zijn. Maar nu hebben
we te maken met Iemand die door gaat tot de verdeling van overleggingen
en gedachten. Dat is nieuw. Dat is Iemand die verder gaat dan uiterlijke
dingen. Hij beoordeelt je, Hij bekijkt je ook naar wat je denkt en wat
je voelt. Hij die het tweezijdige scherpe zwaard heeft. De Here Jezus
wordt voorgesteld en Hij weet waar we wonen, waar de troon van de satan
is. Nu, toen was dat waarschijnlijk gekoppeld aan die afgodsdiensten
die daar gehouden werden. Waarschijnlijk is dart zo. Laat dat maar staan.
Maar u mag ook stellen: De satan is nog steeds de overste van deze wereld.
En waar woont hij dan vandaag. U kunt wel zeggen: "Daar in Pergamum",
ver van ons bordje, maar dat is een beetje te makkelijk voor u, want
hij woont ook in onze omgeving. Hij woont vlakbij. Daar waar hij woont,
daar wonen wij. "Ik weet waar u woont." Dat is eigenlijk heel
bemoedigend dat de Here Jezus weet waar we wonen. Dat u niet kunt zeggen:
"Ja Here maar de omstandigheden zijn hier ook zo ongelofelijk banaal
en slecht voor ons dus wij kunnen eigenlijk niet anders dan fouten maken".
"Ik weet waar u woont, daar waar de troon van de satan is".
Maar Hij is het ook die het hart beoordeelt. Niet alleen onze uitingen.
We kunnen voor elkaar soms nog hele mooie dingen laten zien maar innerlijk
kan het wel eens een soort verdeeld en verscheurd geval zijn. Hij weet
waar we wonen, Hij doorziet ons en Hij heeft het tweezijdig zwaard en
Hij dringt door tot de verdeling van gedachten en overleggingen. En
Hij ziet ook hoe wij reageren. Nu daar in Pergamum was ook nog behoorlijk
wat positiefs te melden. Ze waren daar en ze hebben ook pal gestaan,
ook toen daar een Antipas, een soort martelaar, toch gearresteerd is
en zelfs gedood is. M.a.w. ze hebben hem aangepakt. En toen hebben zij
niet afzijdig gestaan. Toen hebben zij niet, laat ik maar zeggen, gedacht
van: Ja, nou ja, we doen maar net alsof hij niet bij ons hoort dus we
laten dat maar zo. Een beetje Petrus-achtig, ik weet niet wie hij is.
Nee, nee ze hebben kleur bekend toen, ze zijn er duidelijk voor uit
gekomen, ze waren getuigen. Dus er is best veel moois te vertellen van
de gemeente in Pergamum. En waar schort het nu in Pergamum aan namelijk.
Ze hebben daar een soort leer gekregen, een soort beïnvloeding
gekregen waardoor de Here Jezus niet meer zichtbaar wordt. En dat is
heel moeilijk vandaag. Ik zal u echt zeggen dat ik er tegenop zag om
dit te behandelen.
Het voorbeeld is heel helder he. Daar gaat iets als een voorbeeld uit
het OT naar boven komen. Dat heb ik niet bedacht maar dat staat gewoon
in de tekst. En dat is het voorbeeld van Bileam. Dat staat er gewoon.
Bileam leerde Balak om aan Israël en om aan de kinderen van Israël
een soort strik te spannen. Zo staat het er. Nu is het nog niet zo lang
geleden dat ik in deze dienst een keer gesproken heb over die vier profetieën
van Bileam. Niet iedereen was er toen, maar dat maakt niet zoveel uit,
daar is nog wel een bandje van. Maar daar gaat het niet om. Dus je hoeft
dat bandje dan ook niet te kopen. Sorry voor de familie Verschoor, maar
ik vond het zelf interessant. Maar misschien is dat de enige keer dat
ik een compliment krijg omdat ik mezelf een complimentje geef, maar,
nee hoor, onzin, maar het is de moeite waard, echt het is heel bijzonder.
Maar het gaat niet om die profetieën van Bileam die hij uitgesproken
heeft daar op een heuveltje met een altaar en met een slachtoffer. En
daar kijkt hij dus naar Israël zoals ze daar liggen in het dal.
En dan van een andere kant en van nog een andere kant. En vanuit vier
kanten, vanuit vier optieken gaat hij, Bileam, dat volk bekijken he,
hij moet dat volk vervloeken. En in plaats van te vervloeken, zegent
hij dat volk, permanent, vier keer. En het laatste is zelfs: Er komt
een Scepter uit Jakob, een Ster rijst op. En die Ster, ja, die zal Moab
zelfs verpletteren. Moab had hem ingehuurd, had hem betaald, en grof
ook. En hij, Bileam, moet zeggen: "Nou, Balak, je hebt me grof
betaald maar je gaat er aan met die Scepter", Ja, dus die Balak
was gewoon, ja, was gewoon woedend, die had het niet meer. Die heeft
alleen maar gedacht: Nou heb ik daar idiote bedragen voor neergeteld
en hij help ons niet, het omgekeerde zegt hij zelfs. Maar diezelfde
Bileam, die ging weer naar huis, en die heeft al reizend, dat is mijn
vertaling, Balak nog iets in z'n oortje gefluisterd. En wat heeft hij
gezegd? Hij heeft gezegd volgens Num. 31, want daar komt het vandaan:
"Jullie moeten voor die jongelui van jullie en voor die jongelui
van Israël maar een soort eh, zal ik het maar gewoon zeggen, een
grote disco neerzetten. En daar moet je de jongelui van Israël
voor uitnodigen, die ouwe mensen komen toch niet, maar die jongelui
komen wel. En daar moet je jouw jongelui ook naartoe sturen. En dan
moet je maar eens een feestje maken. En je moet die twee groepen, die
twee bloedgroepen maar eens een klein beetje aan elkaar laten ruiken
En daar moet je maar eens een keer een gigantisch feest van maken."
En dat is gebeurt. Balak denkt: Wie niet waagt wie niet wint. Dus hij
deed het en het lukte. Israël, dat staat heel plechtig in uw bijbel,
koppelde zich aan Baäl-peor. En dat betekent iets van: Daardoor
ging het echt mis. En u kunt dan iets lezen over Pinehas die met een
speer iemand doorsteekt en zo. Daar komen hele typische dingen bij.
Maar waar het me nu om gaat is dit: Israël had al heel wat achter
zich in hun tocht door de woestijn. Ze hadden de Egyptenaren ontmoet
en ze hadden de Amelekieten ontmoet en ze hadden ook andere vijanden
ontmoet maar dit was een hele nieuwe vorm. Een vorm die heel soft leek,
onschuldig. En ze stapten erin en het werd hun vonnis. Velen zijn gestorven.
En wat is nu die softe vorm die hier bedoeld is. Ik zal het nu gewoon
zeggen: De wereld in de kerk. Nu heb ik het gewoon voor deze tijd gezegd.
Een soort verbroedering. En wat is dan het gevolg, en nu hoop ik niet
dat u mij kwalijk neemt, het gevolg is dat het prachtige van de Here
Jezus niet meer zichtbaar wordt. En dat is gebeurd. Als er vandaag discussies
zijn over de inhoud van de preek, dan weet u dat het hierover gaat.
En ik weet wel, "we kunnen toch niet meer terug", zeggen we,
"we kunnen toch niet meer terug naar raak niet smaak niet, roer
niet aan." We kunnen toch niet meer zeggen: "Wij hebben grote
kloostermuren om ons heen en wij bemoeien ons niet met de wereld. Wij
zijn niet van de wereld. Wij zonderen ons af van de wereld, die wereld
is boos, daar woont de satan, daar troont hij. En wij, wij zitten in
onze catacomben. Wij zitten in onze eigen veilige vestingen. Daar zitten
we. En ja, wij kunnen geen omgang hebben." Mijn oma zei: "Twee
geloven op één kussen daar zit de duivel tussen".
Dat was kun denken van toen en wij nemen daar bijna afstand van. Dit
kun je toch niet meer maken. Als in ons dorpje, dat is één
van de grootste dorpen van Groningen, Schildwolde, vroeger een hervormde
met een gereformeerde ging, dat was gewoon ondenkbaar. Dit was gewoon
te gek, dit kon niet. En er werden hele families door elkaar geschud
en uit elkaar gereten door deze dingen. Ik heb het niet eens over rooms
katholieken en gereformeerden, want dat was misschien nog een tikkeltje
beroerder. Nee, ik wil gewoon even iets zeggen. Gewoon duidelijk maken
hoe daar al over gepraat werd. Maar goed, het kon niet, het mocht niet.
Afzondering. En afzondering is super negatief. Je niet meer bemoeien
met, je afzetten tegen, apart gaan staan. En dat klinkt ook zo. En nu
zeg ik vanmiddag: "En afzonderen is positief". Bedoel ik opnieuw
die scheidsmuren die we toe creëerden. Bedoel ik opnieuw die verzuiling
die er is geweest in ons land, op een gigantische manier. Nee, maar
ik wil zo graag duidelijk maken dat het om de Here Jezus gaat. En als
u een volk bent, gelovig, door het geloof in de Here Jezus verzekerd
met de Heilige Geest. Dan bent u apart gezet. U was al een aparteling
maar dan bent u het helemaal. Nou ja, sorry, het eerste had ik niet
moeten zeggen misschien, maar u bent apart gezet, geheiligd, afgezonderd,
apart gezet. Waarom? Voor Hem. En dat is het probleem. En afzondering
is niet iets negatiefs, het is iets positiefs. Voor Hem, we horen bij
Hem. En als je niet bij Hem hoort, dan horen wij niet bij jou. Betekent
dat dat je niet met die mensen kunt werken, dat je niet met die mensen
kunt koffiedrinken in de kantine morgenochtend, dat je geen krant kunt
lezen. Natuurlijk betekent dat dat niet. Je mag best omgaan met. Ik
hoop dat je ze vertelt, en ik hoop dat je ze ook vertelt: "En ik
hoor bij de Here Jezus, en voor Hem ga ik en niet voor jou". En
als ik in deze wereld sta net als mijn collega's, en als ik net zo hebberig
ben en schraperig ben als alle andere mensen en als ik het alleen maar
van mijn carrière hier moet hebben, dan laat ik in niets zien
dat ik de Here Jezus toebehoor. Want dan bent u anders. Gij, U kent
die tekst, die wordt heel vaak geciteerd, gij geheel anders. Laat ik
de Here Jezus zien. Laten wij de Here Jezus zien. En u denkt, ja, maar
dan moet ik eerst gaan preken. Dan moet ik een soort cursus gaan volgen.
En als ik die cursus gehad heb krijg ik een diploma en dan, ja maar
dan ga ik de straat op, dan ga ik vertellen van de Here Jezus. Nou maar
als u zaterdags de straat op gaat en staat te vertellen van de mooiste
dingen van de hemel en u komt maandag op uw werk en u collega zegt:
"Ja, ik zag je wel zaterdag, maar vandaag heb je het balletje gehakt
van mijn brood gepikt", even een stom voorbeeldje he. Dan komt
de preek van zaterdag al niet meer over. Kort door de bocht. Wie zijn
we voor de Here Jezus. Toen, toen is er iets binnen geslopen. En dat
voorbeeld van Bileam is, ja, heel helder hoor. Een soort mix is er ontstaan
tussen heidenen en het volk van God. Tussen Midian en Moab en het volk
Israël. En die mix dat werd een doodsteek. En dit, broeder en zuster,
is vandaag de doodsteek voor de kerk geworden. Daar zitten we middenin.
En nu kunnen we honderd keer zeggen: "Ja maar ik kijk ook niet
naar die", laat ik maar zeggen, "kerkelijke organisaties,
ik kijk naar de gemeente van Jezus Christus". Ik ook, gelukkig.
En ik mag u aanspreken als gelovigen, maar dat betekent niet dat we
aan deze dingen voorbij mogen gaan. Waar de wereld in de kerk gekomen
is daar is de kerk hollend achteruit gegaan. Betekent dat dat je niet
een nieuwe vorm mag vinden voor de liturgie? Natuurlijk mag je dat.
Betekent dat dat je geen modern lied mag zingen? Natuurlijk mag je een
nieuw lied zingen. Betekent dat dat je altijd in het zwart moet gaan
dat je geen ander kleur mag? Ga maar in een andere kleur. Betekent dat
dat je gewoon zo stijf bent en gewoon overal tegen bent waar anderen
voor zijn. Is dat ongeveer afzondering? Nee, maar dat betekent dat u
zegt: "Ik houd van de Here Jezus, ik hoor bij Hem en ik leef voor
Hem en ik ga voor Hem". En ik vind ook dat u dat moet zeggen. Dit
moeten we uiten. Dat is afzonderen. Afzondering is niet iets niet doen,
dat hebben wij ervan gemaakt, maar iets wel doen. En wat is dat dan?
Voor Hem zijn, bij Hem horen, in Zijn richting gaan. En alles wat daarin
een verhindering is, dat moet weg. Daar doen we niet aan mee. Komt dat
dan niet op hetzelfde neer? Jawel, maar vroeger kreeg dat een soort
vorm van: Raak niet smaak niet roer niet aan, niet , niet, niet. En
nu wordt het een andere invulling van, wel, wel, wel. Hij, en Hij alleen.
En ik hoop van harte dat dat gebeurt.
De leer van de Nicolaieten heb ik al genoemd, de vorige keer, waarschijnlijk
de democratie. Ja, de meerderheid beslist, dus dan moet je maar met
de meerderheid meegaan, dan moet je maar doen wat de algemene opinie
zegt. Nee, misschien moet daar wel tegenin. Misschien moet je wel de
enige zijn die de meerderheid in het kwade niet volgt. We hebben vroeger,
jaren terug, een campagne gehad, ik vond dat prachtig. Al die poppetjes
in het zwart en één poppetje in het wit en die ging de
andere kant op dat werd voorgesteld. De meerderheid in het kwade niet
volgen. Ja dat was vroeger he, toen hadden we dit nog. Toen hadden we
dit soort boodschappen nog. En nu dan, wordt het niet tijd dat we durven
zeggen, niet in negatieve zin, niet je afzetten tegen, maar in positieve
zin: "Here Jezus, we gaan voor U". Dat is heiliging. Dat is
heiliging. Dit is de boodschap van heiliging. Heiliging, o ja, ja, daar
heb ik wel van gehoord. Maar hoe dat ingevuld moet? Heiliging is voor
100% toegewijd zijn voor de Here Jezus. Gaan voor de Here Jezus en in
Zijn richting gaan. En alles wat daarmee in tegenspraak is dat moet
weg. Dat is heiliging. Nu, daar gaat het om. Weet u wat er dan gebeurt,
dan vertonen wij de Here Jezus. Ik zal u zeggen hoe.
De hogepriester in het OT stond er kleurrijk op. Hij had een prachtig
gewaad, blauw, hemelsblauw, een soort overgooier. En over een overgooier
een soort schort, efod wordt dat genoemd, zeer kleurrijk. Juwelen, gouden
draden, prachtige stenen, namen in die stenen, het was prachtig. Zijn
kleed aan de onderkant voorzien van gouden belletjes, elke stap hoorde
je. Het was een fantastisch geluid. Maar hij had op zijn hoed, zijn
tulband een plaat, een gouden plaat, een gouden diadeem. En op die plaat
stond iets: De Here heilig. Dat stond erop. En nu is het merkwaardige
dat deze plaat, die gouden diadeem in Jes. 62 genoemd wordt in verbinding
met een bruidegom. In Jes. 61/62 staat dat we de mantel van de gerechtigheid
hebben gekregen en de klederen van het heil hebben gekregen. Maar ook
dat er blijdschap kan zijn en dat we ook iets mogen zien, iets mogen
uitstralen van een bruidegom die zich als een priester het hoofdsieraad
ombindt. Er is maar één hoofdsieraad, dat was die gouden
plaat, gouden diadeem. En daarbij wordt gezegd: "Kijk eens, zoals
een bruidegom tegen zijn bruid zegt: "Voor jou, helemaal alleen
voor jou"." Want dat wordt daar bedoeld. Een priester die
zich het hoofdsieraad ombindt: De Here heilig. Voor Hem, alleen voor
Hem, volledig Hem toegewijd. Nou ja, de bruidegom zegt: "Geheel
voor hem". Voor haar, I'm sorry. "Geheel voor haar."
Dat is wat daar bedoeld is. Maar nu gaat het om de Here Jezus. De Here
Jezus is er echt voor jou. Ik heilig Mijzelf voor hen. Bij heiligen
gaat het niet om zonder zonden zijn. Hij was al zonder zonden, en je
kunt niet zeggen dat de Here Jezus nog meer zonder zonden werd of zo,
of nog minder zonden deed. Dat is niet de insteek, Hij was al zonder
zonden. En toch, Hij heiligt zich. Hij zet zich af tegen? Nee, Hij zet
zich in voor. Geheel voor haar, geheel voor die bruid. Geheel voor die
groep mensen die hier zit en die de Here Jezus kennen. Geheel voor haar.
"Voor Hem", mag u nu zeggen. "Here, dat is de weerkaatsing.
Nu zijn wij voor U, geheel voor U, apart gezet." Weet u dat dat
nodig is. In de toekomst zal er een moment komen dat de Here Jezus zal
laten zien Wie Hij is en ook Wie die bruid voor Hem is. We krijgen dat,
zo de Here wil, in dit laatste bijbelboek, natuurlijk. Maar nu mogen
wij de Here Jezus openbaren. We mogen tonen Wie Hij is. We mogen dit
uitstralen. We mogen zeggen: "Here Jezus, hier zijn wij."
Dat is heiliging. En dit hoort bij de Here Jezus. Hij is de norm, de
standaard en wij worden nu uitgenodigd om dat te doen: "Wees heilig
want Ik ben heilig."
Die gemengde huwelijken waar ik het zo pas over had, die zou ik toch
wel graag nog een keer willen noemen. En nu heb ik het niet over iemand,
laat ik maar zeggen, van een Volle Evangelie die gaat trouwen met iemand
van de Pinkstergemeente, want volgens de krant is dat nu geen probleem
meer, die zijn bij elkaar zo'n beetje. Nou ja, u volgt dat niet, maar
goed, het staat er. Natuurlijk heb ik het niet over dit soort dingen.
De enige norm die telt bij een gelovige is: Is die andere, is die partner
ook een gelovige. En of dat een beetje anders is in dogmatische zin,
daar wil ik het niet over hebben, nog sterker, daar mag ik het niet
over hebben. Fijn dat de andere kant, dat de beide kanten de Here Jezus
willen dienen. Maar nou even, hoe gaan we daar mee om. Zeggen we nog
tegen onze kinderen: "Het is mij goed met wie je trouwt, als het
maar een gelovige is." Ik hoop het. En moet je dan kijken naar
een formeel lidmaatschap. Nou eigenlijk niet. Je zou eigenlijk moeten
vragen: "Ken je de Here Jezus." Ik wil dit toch zeggen. Maar
ook onze relaties. Betekent dat dat we dat alleen op huwelijk moeten
laten slaan? Nee, zal ik met u 2 Kor. 6 moeten lezen: Wel deelgenootschap
heeft Christus met Belial. Welk deelgenootschap is er tussen ongeloof
en geloof of een gelovige en een ongelovige, licht en duisternis? Het
staat er. Dat betekent dat het ook met je zaak te maken heeft. O, dus
ik mag als werknemer niet in dienst bij een ongelovige baas. Staat er
niet. Maar als u samen met die ongelovige de zaak wilt overnemen dan
hebt u wel een probleem denk ik. Dat staat er wel. En nu ga ik niet
hier even de lijnen uitzetten en precies zeggen: "Daar gaat het
goed en daar gaat het niet goed." Ben ik niet voor geroepen, kan
ik misschien ook niet, maar ik wil u graag vertellen dat ons leven voor
Hem moet zijn. En zou dat nu eens over mogen komen, dan wordt er iets
zichtbaar van de prachtige dingen van de Here Jezus. Dan komt er een
gezelschap op aarde waarvan men misschien zegt: "ja, nou, dat is
een zootje ongeregeld, daar kun je helemaal niets mee." Maar als
dat gezelschap vertoont Wie de Here Jezus is, is ze precies op haar
plek. Ze zullen wel aanvallen, dat hebben ze toen ook gedaan. Toen was
Antipas de klos, die werd gedood, daar waar die satan woonde. En zo
zullen er vandaag ook wel kritieke dingen worden gezegd. Maar het gaat
erom dat de gemeente vandaag zegt: "De Here Jezus, Hij is het."
En dat hoor ik niet meer, dat mis ik. Nu wil ik het heel emotioneel
zeggen want dat is ons grote probleem van vandaag. Ergens zal duidelijk
moeten worden dat het Hem en Hem alleen betreft. Ook uit mijn leven,
uit onze levens. En laat dat maar alsjeblieft bij mij beginnen.
Thyatira, de tweede gemeente van vanmiddag. Daar gaat het, en dat hebt
u met mij gelezen, over Iemand die ogen heeft als een vuurvlam. Zijn
voeten zijn als koperbrons. Hij oordeelt, Hij kan het ook beoordelen,
Hij doet het, Hij oordeelt opnieuw, Hij heeft dat tweezijdig zwaard,
Hij is degene scherp scheidt, die vaneen scheidt. Dingen die wij misschien
niet eens uit elkaar rafelen kan Hij wel uit elkaar trekken. Dat is
hier aan de orde.
Thyatira. Maar daar is Izebel binnengekomen. Ook weer zo'n voorbeeld
uit het OT. U vindt dat met koning Achab, u weet ook dat ze de Baälsdienst
introduceerde vroeger, en ook betaalde. Israëlieten gingen dus
belasting betalen voor de Baälsdienst, daar kwam het dan concreet
op neer. En deze Izebel die wordt daar gevonden, in Thyatira. Is die
zelf daar aanwezig? Nee, daar gaat het natuurlijk niet om. Zoals Bileam
er ook niet was en Balak er ook niet was in Pergamum. Het gaat niet
om het feit dat zij daar letterlijk, lijfelijk aanwezig waren maar het
gaat er wel om dat de dingen die toen, in de dagen van Izebel gebeurden
nu weer gebeuren. En dat is, dat er naast het altaar nog een altaar
komt. Ja, daar heb je een soort keuzemogelijkheid, multiple choice.
Dat is ook in. Je moet leren kiezen. Je moet de mensen ook keuzemogelijkheden
geven. Nu, er was nog heel veel goed in Thyatira. En er waren heel veel
mensen die daarin niet meegingen gelukkig. en toch, een gevaarlijke
tijd brak aan omdat er, laat ik maar zeggen, bij-altaren kwamen.
Ik heb u gezegd dat in Openb. 2 en 3 die zeven gemeenten ook in de kerkgeschiedenis
terug te vinden zijn. Nu, Thyatira is denk ik toch wel een stuk van
de donkere Middeleeuwen waar afgoderij heel concreet in de kerk terecht
kwam. En u weet uit uw bijbelse geschiedenissen die u gehad hebt op
school of catechisatie toch wel de aanleiding voor Luther nog te duiden.
Hoe kwam Luther er toe om zijn 95 stellingen aan die slotkapel te Wittenberg
te timmeren. Dat was omdat er toen ook al mensen rondgingen die ongeveer
zeiden: Als het geld in het kistje klinkt, het zieltje in de hemel
springt." Zo van: Betaal nu maar voor de St Pieterskathedraal,
want die werd met dat geld gebouwd en betaald. Betaal nu maar, want
dan zit jij wel goed. Zal ik het modern zeggen? Plak maar een lading
springstof op je lijf en laat je maar ontploffen in Jeruzalem. Precies
hetzelfde hoor, precies hetzelfde. En u zegt: "Ja maar zo stom
zijn wij niet, heh, nee." Ik ben er nog niet zo zeker van. U zult
waarschijnlijk niet met springstoffen gaan lopen. Dat vermoed ik ook
niet. Maar andere dingen wel van: Ik wil er iets voor doen en ik wil
iets bewerken waardoor ik in de hemel kom. Nu werkheiliging is in geweest,
eeuwen en eeuwen. En je moet nog heel goed preken om vandaag de werkheiliging
eruit te timmeren. Want iedereen wil graag door iets te doen in de hemel
komen. Of een betere stoel krijgen in de hemel op z'n minst. Ja, maar
je kunt toch niet zeggen dat daar waar werkheiliging, waar opgeroepen
wordt om voor de Here te gaan, dat daar afgoderij gepleegd wordt. Nee,
dat zeg ik ook niet. Maar als daar niet nadrukkelijk gezegd wordt dat
je alleen door het geloof in de Here Jezus in de hemel komt, dan heb
ja al een probleem. Want dan komt er nog iets naast, iets van mijn inspanning,
iets van mijn verlangen iets van wat ik kan. Want dat moet er dan bij
kennelijk. Ik ken heiligingsbewegingen, ik ken er een hele rij inmiddels,
waar ze zo bezig zijn met omhoog klauteren, op die geestelijke ladder
omhoog te komen. Ze komen steeds een treetje verder, totdat ze in de
hemel komen en zeggen: "Nou ja, maar nou heb ik het zelf verdiend.
Nou heb ik ook de Here Jezus niet nodig." Zeggen ze ook letterlijk.
Dan heb je Hem ook niet meer nodig want dan heb je het zelf gedaan.
Het is een afschuwelijke ontwikkeling. En u kunt duizend keer zeggen:
"Ja, maar dat zijn maar hele minieme groepjes." Dat is a.
niet waar en b. ligt het nog anders ook. Het zijn invloeden en die invloeden
die komen steeds sterker naar voren. Er komt een altaar naast het altaar.
Het is niet meer genoeg. In de oude tijd hebben ze naast het altaar
van God in Jeruzalem een ander altaar, een altaar uit Damascus gehuurd.
Nagemaakt, nagebouwd hebben ze dat in de plaats van het altaar gezet.
U vindt dat in het leven van koning Achaz. Die was in Damascus op bezoek
en die vond dat altaar zo prachtig mooi. Heeft dat na laten maken en
heeft het in Jeruzalem laten neerzetten en het altaar van de Here aan
de kant geschoven, echt letterlijk. Nu dat zeggen wij dan ook niet.
Nee, je kunt dat kruis toch niet van de kerk halen. Dat is toch een
prachtig symbool. Doen we ook niet. Maar als het ik van de mens, of
een andere route om bij God te komen blijft staan of gesuggereerd word,
dan is dat afgoderij. En ik wil dat heel helder hebben. Als je de Here
Jezus vandaag wilt uitstralen, dan kun je alleen maar zeggen: "Het
kruis van de Here Jezus, alleen maar het kruis van de Here Jezus."
Nog een keer: Het kruis van de Here Jezus. Daarom zei Paulus: Ik
heb niets anders onder u willen weten dan Jezus Christus en die gekruisigd."
Niet alleen om het begin van het evangelie neer te zetten, dat had hij
al gedaan. Maar om het vervolg van het evangelie en het eind van het
evangelie neer te zetten: Het kruis van de Here Jezus, alleen het kruis
van de Here Jezus. En alles wat erbij komt, dat is afgoderij. en als
we vandaag de Here Jezus willen uitbeelden, dan kun je zeggen: "Nou,
Hij was er, Hij was er voor God, Hij was er voor God alleen, Hij ging
alleen voor God, geheel voor Hem, Hij heiligde zich voor Hem en Hij
heiligde Zich ook voor u, want Hij is zo." En Hij is Degene die
het kruis van Golgotha niet uit de weg ging. Hij is degene die op het
offer van alle tijden Zijn leven gaf. Hij is het die het deed. Hij is
ook de Enige die het deed en die het alleen maar daar deed. En daarom
is er geen andere Naam, geen andere weg, geen andere mogelijkheid. Daarom
is er niets anders dan Jezus Christus en Die gekruisigd. Ja maar, maar
die mensen, die arme mensen daar nu eens ja, dit geloven, dan komen
ze er toch ook wel? Daar gaat hij. Nu, ik heb in een eerder verband
gezegd dat ik ook niet zeg dat al die mensen verloren gaan. Maar dat
doet nog niets af van uw en mijn verantwoordelijkheid om de Here Jezus
neer te zetten. We moeten Hem neerzetten, Hem vertonen, Hem hier op
aarde openbaren. Het gaat om Hem en om Hem alleen en alle andere elementen
voegen daar niets aan toe. Nog sterker, die breken daarin iets af.
Wat zegt de bijbel? Mensen die daarin meegaan, die zullen ziek worden.
Dat staat hier. Heb ik het dan over lijfelijke ziekten? Nee. En de kinderen
zullen sterven. Heb ik het dan over gewoon uw baby'tjes die sterven?
Nee, ik zal het anders zeggen. Overal waar de Here Jezus niet meer het
centrum is, daar is ziekte. Ik heb het niet over uw lichaam. Ik heb
het over die geestelijke situatie. Er komt dorheid, er komt verdroging
en er is geen follow up, er is geen nazaat. En onze kinderen worden
daarvan de dupe. Dat staat hier. Dat is heel scherp. Het is zo helder
dat daar waar de Here Jezus niet meer het centrum is, daar gaat het
mis. Daar is de afbraak begonnen. En we moeten daarin heel voorzichtig
zijn.
De Here Jezus kreeg van de satan de aanlokkelijke aanbieding om alle
koninkrijken van deze wereld te krijgen, maar dan moest Hij wel hem
aanbidden. En wat zegt Hij dan? "De Here God zult u aanbidden en
Hem alleen dienen." Geen andere Naam gegeven. Geen andere pleitgrond,
geen andere mogelijkheid. Alleen de Here Jezus. En wat zou het fantastisch
zijn als dit gezelschap, zoals we vandaag hier bij elkaar zitten, de
week zou ingaan met de absolute overtuiging: We mogen naar Hem toe,
we zonderen ons af, we laten de wereld los, neem de wereld, geef mij
Jezus. Zingen we vaak. Zondags gaat dat uitstekend, s maandag
s morgens is een groot probleem. Maar we willen dat dus graag.
We willen naar Hem toe. Maar we willen ook zeggen en belijden: Er is
maar één mogelijkheid, er is maar één weg
en dat is het kruis van de Here Jezus.
En ik weet niet hoe het u gaat, maar als u daarover begint dan krijgt
u al kritiek: Jij altijd met je Jezus. Daar begint het al een beetje
mee. En je moet altijd over het kruis praten, over het bloed van de
Here Jezus, over het offer van de Here Jezus. En de mensen geloven dat
niet meer. Als je vandaag zegt dat je gelovig kunt worden, dat je in
de hemel kunt komen door het offer van iemand anders dan beginnen ze
al te skatteren en zeggen: "Nou, als ik ja, door de dood van iemand
anders moet leven, dat wil ik helemaal niet, dat wil ik zelf verdienen."
Nou hatsekiedee, ga er maar voor. Dat is een ander altaar, dat is een
andere route. Genade, genade alleen, het is bijna niet meer te verkopen.
Wij willen niet uit genade leven. We willen geen genadebrood eten.
Weet u, het probleem van de kerk van vandaag is dat ze niet meer geheel
voor Hem is. En dat ze niet meer geheel door Hem is.
Nu heb ik eigenlijk Pergamum en Thyatira geduid. En de Here Jezus, Hij
wil zo graag en Hij kijkt, over de schouders van Johannes kijkt Hij
mee. Hij wil zo graag dat er overwinnaars komen. En jij hoeft de diepten
van de satan niet te leren kennen. Je hoeft niet te weten wat de satan
allemaal wel kan en wat hij niet kan. Dat staat hier ook nog. Er zijn
nog anderen die de diepten van de satan niet gekend hebben. Die krijgen
eigenlijk een soort onvoldoende, want die zijn niet zo sterk.
U kent dat hele oude verhaal he? Van die meneer die een expert was in
het ontdekken van valse bankbiljetten. De vraag was: U kent natuurlijk
al die valse bankbiljetten. En hij zei: "Nee, ik ken alleen de
goede." En hij bedoelde te zeggen: Ik hoef al dat onechte niet
te weten als ik de echte maar heb.
En de kapitein van die veerboot kreeg de vraag: Kent u nu al die zandbanken
hier? Hij zei: "Nee, ik ken de vaarroute." Het verschil is
heel wezenlijk. We moeten Hem kennen. We hoeven de diepten van de satan
niet te leren kennen. U hoeft zich niet te verdiepen in wat er allemaal
aan occulte spelletjes is. U moet niet alles leren van Harry Potter
om er achter te komen dat het fout is. Het is fout hoor, maar goed.
We hoeven toch niet alles te lezen van hem om er achter te komen dat
het fout is. En u kunt zich wel beroemen op: Ja maar onderzoekt alle
dingen en behoud het goede. Staat het er? Ja dat staat er inderdaad
als het om het woord van God gaat. Weest onnozel in het kwade. Ja maar
u wilt niet onnozel zijn. Dat bent u ook niet. U bent heel wijs als
u zegt: "Ik hoef me daar niet mee bezig te houden, dit hoeft niet,
ik mag me bezig houden met de Here Jezus." Dat is positief. En
als men vandaag op een andere manier praat over positief denken, weet
u wel, "De kracht van het positieve denken". Nou, dit is positief.
Dat is niet goed denken van jezelf, dat is denken: Ik ben zelf zwak.
Ik kan misschien wel eens een ongeluk krijgen als ik me daarin begeef.
Als ik op glad ijs kom dan val ik waarschijnlijk. Maar het positieve
is: Dat hoeft helemaal niet. Ik moet bij Hem zijn. En Hij is bij mij
en Hij neemt me mee. Ik hoef alles niet te onderzoeken. De evolutietheorie
kwam op en ik dacht dat ik alles over de evolutietheorie moest weten.
Om het te bestrijden he, dat was mijn insteek. Nou, je verongelukt bijna.
Ik hoef dat helemaal niet. Dat er mensen zijn die dit wel als een taak
hebben, daar ben ik blij om. En misschien zitten er hier wel een aantal
die misschien wel met die verkeerde duivelse demonische dingen bezig
zijn geweest om iets. Maar dat betekent niet dat dat uw taak is. Dan
zal de Here God u eerst duidelijk moeten maken dat dat uw taak is. En
als het uw taak niet is, stop ermee. Kap ermee, stop met het lezen van
dit soort boeken. Het heeft helemaal geen zin. Ik wil, nog een keer,
niet zeggen dat dat niet van één of van twee van ons wel
zou gebeuren, maar dan gaat de Here je speciaal beschermen. Dan gaat
Hij als een muur om je heen staan zodat je er niet door aangeraakt wordt.
Maar dat is nog geen alibi om je met deze prut bezig te houden, alsjeblieft.
De Here Jezus, de Here Jezus, lieve mensen, misschien is dat een herhaling
van de vorige keer, maar ik wil het opnieuw kwijt. De gemeente is vandaag
hier op aarde om de Here Jezus openbaren. Hoe doe je dat? Door voor
Hem te zijn en helemaal voor Hem te gaan. En hoe doet u dat verder?
Door alleen het kruis van de Here Jezus te verkondigen. Ja, maar dat
is eenzijdig. Klopt., dat is eenzijdig. God kwam in Zijn liefde naar
deze aarde, dat is pure eenzijdigheid, en Hij biedt het je aan. En mensen
die hier aan vasthouden, die laat ik maar zeggen, een beetje, ja, in
onze ogen misschien een beetje onnozel zijn, die een beetje beperkt
zijn, die mensen worden overwinnaars genoemd. Die mensen worden beloond.
Die mensen hebben toch de Here Jezus vertoond hier op aarde. Wat zou
het fantastisch zijn als deze week iets van de Here Jezus zichtbaar
werd in onze omgeving. De Here zegene u. Amen.
|
|