| |
Lezen: Openb. 4:1-5:14
U wordt uitgenodigd
om in de hemel rond te kijken. Daarom plakken we als titel wel eens
het woord excursie hierboven. Een excursie in de hemel. Ik denk als
je in de letterlijke zin een uitnodiging zou krijgen om een excursie
mee te maken naar de hemel, je vooraan in de rij zou staan. Ik wel.
Niet omdat ik altijd haantje de voorste ben, dat was wel een beetje
zo, maar ik wil zo graag in de hemel rondkijken. En vroeger heb ik gebeden:
Here geef mij 5 minuten voor de hemel, 5 minuten. Maar nu denk ik anders:
Here ik wil graag meer tijd om in de hemel rond te kijken. En toch is
het u en mij vergund om een klein beetje van de hemel te proeven. En
dat maakt het laatste bijbelboek mooi maar op hetzelfde moment heel
moeilijk, want het is toch een stuk emotie, het is een stuk van je hart
en dat kun je moeilijk overbrengen. Sommige mensen zijn helemaal niet
emotioneel en vinden ook eigenlijk dat je als prediker niet emotioneel
mag zijn. Ik trek me van opmerkingen niet zoveel aan maar toch. Ik hoop
dat uw hart meekomt. De hele bijbel is bedoeld voor de gelovige, dat
probeer ik elke keer te zeggen, het laatste bijbelboek hoort daar ook
bij, is gewoon bedoeld voor mensen de Here Jezus Christus al hebben
leren kennen als hun Heiland en als hun Verlosser. We mogen dus gewoon
zeggen: Het is bedoeld voor een christen." Een christen is
iemand die gelooft in de Here Jezus, die voor zijn of haar schuld aan
het kruis gestorven is, maar die bovendien van Gods de Heilige Geest
gekregen heeft om de dingen van God ook een beetje te snappen. Dat is
echt de bedoeling van de komst van de Heilige Geest in jou. Geestelijke
dingen die met het geestelijk verstand begrepen kunnen worden, betekent
dat de dingen die de Here God aan ons meedeelt, deze geestelijke dingen,
die zijn met het geestelijk verstand, door de Heilige Geest gegeven
verstand te begrijpen. Ik hoop dat we daarover helderheid hebben en
dat je allemaal durft zeggen: Ik ben een kind van God. Ik weet
mijn schuld is weg, mijn zonden zijn vergeven."
Het laatste bijbelboek bestaat uit 3 delen. Het 1e deel is hoofdst.
1, het 2e deel zijn de hoofdst. 2 en 3 en het 3e en laatste deel van
dit laatste bijbelboek, het langste deel, dat zijn de hoofdst. 4 t/m
22, dat is een heel stuk. En dat begint met de opmerking dat we nu mededelingen
krijgen omtrent de dingen die na dezen zullen geschieden. We hebben
het nu, vanmiddag en verder als we over Openbaring gaan denken en praten,
over de dingen die na nu gebeuren. En nu, dat is de tijd waarin de Gemeente
hier op aarde is, dat waren de hoofdstukken 2 en 3. De tijd waarop nu
gezegd wordt: "Ja, we zijn een getuigenis voor de Here Jezus hier
op aarde." Maar er komt een moment dat die Gemeente weggaat. Daar
werd net gezegd in de inleiding: "Er zijn zoveel gelovigen, christenen,
die van die opname van de Gemeente eigenlijk niets weten." Dat
begrijp ik ook een beetje want ik ben ook jaren gewoon niet op de hoogte
geweest van deze dingen. En als je het leert zien is het een soort schok.
En dan probeer je die dingen te delen en op hetzelfde moment krijg je
een lawine van teksten over je heen van kritiek soms, soms nog goed
bedoeld hoor, helemaal niet negatief alleen, maar ja, dit kan niet,
dit is te breed, dat is te smal. En om dan overeind te blijven als je
zelf pas dit soort dingen ziet, dat is niet zo gemakkelijk, soms is
het heel moeilijk. Toch kan deze studie van vanmiddag je helpen.
Stel je nu eens voor dat de Here zou zeggen: "Kom eens eventjes
in de hemel." We zouden meegaan, we zouden meewillen. U bent niet
meer bang om God te ontmoeten? Dat is al een moeilijke vraag. Vroeger
dacht ik: Ik durf niet, want God is zo heilig, Hij kan die zonde van
mij toch niet over het hoofd zien. Nu mag ik zeggen: "Die zonde
van mij is weg want de Here Jezus heeft daarvoor aan het kruis van Golgotha
Zijn leven willen geven." Toch? Ja, we zeggen niets natuurlijk
want in een preek zeg je niets. Toch? Ja, he, he, we komen in Amerikaanse
toestanden. Nou dat wil ik niet hoor, ik wil gewoon heel fijn en heel
Veenendaals bezig zijn. Maar het is zo geweldig dat je de Here Jezus
mag kennen als je Heiland en dat je echt mag zeggen: "Mijn schuld
is weg", en dat je dus ook niet bang bent om bij God te komen.
Want als de Here God je uit wil nodigen om in de hemel te komen en je
ziet Hem, ja, zou je dan bang zijn of zou je dan niet bang zijn. Nou,
ik zou niet bang zijn, ik zou echt graag willen dat ik de Here God kon
bedanken voor Zijn werk, voor wat de Here Jezus aan het kruis heeft
gedaan, voor Wie Hij is en voor wat Hij heeft gedaan en nog doet.
Na deze dingen. Een deur geopend in de hemel. Als er een deur in de
hemel open is, is er altijd iets bijzonders aan de hand. We komen dat
nog een aantal keren tegen in ditzelfde bijbelboek, maar Stefanus zag
het al, weet u wel, toen hij als martelaar daar even buiten Jeruzalem
gestenigd werd. Cornelius zag iets, een deur geopend in de hemel, toen
hij op het dak was. Nou ja, dak, hij zag een deur. Petrus zag de hemel
opengaan en die viervoetige dieren naar zich toe komen op een laken.
Sta op Petrus, slacht en eet. Als er een hemeldeur open is komt er altijd
iets bijzonders van de Here Jezus uit de verf. Het is alsof gezegd wordt:
Even bij de les blijven" he. Een deur gaat open in de hemel,
even opletten. Een deur open in de hemel. Als God zijn hemel, die in
het boek Deuteronomium, in het OT, al Gods rijke schatkamer genoemd
wordt, als er een deur opengaat in die rijke schatkamer, nou, dan wil
je wel even kijken. Als er nu al belangstelling is voor die enorme kroon
die op de baar of op de kist van de Queen Mum ligt in Londen, ja, dat
wordt geweldig bewaakt want dat is één van de aller kostbaarste
diamantgebeuren die maar denkbaar is, ze houden daar al de wacht. Maar
nu gaat de hemel open.
En daar is een stem die Johannes al eerder had gehoord die zegt: "Klim
hierheen op en Ik zal u tonen wat na dezen geschieden moet." Klim
hierheen op, kom naar boven. Het is niet zo dat de hemel ineens helemaal
naar beneden zakt, dat er een soort deputaatschap vanuit de hemel naar
beneden zakt en Johannes gewoon op zijn stoel blijft zitten en zegt:
"Kom jongen, ik zal het wel even voor je uitstallen." Zo is
het niet. Johannes moest er dus kennelijk wat voor doen. Nou, dat vind
ik ook wel een beetje. Niet om de hemel te verdienen maar wel om een
stukje inspanning, een stukje energie steken in de dingen van de Here.
En Ik zal u tonen wat na nu gaat gebeuren. En terstond was hij in vervoering
des Geestes. Zo lazen we dit. En dat vervoerd worden door de Heilige
Geest dat weten we eigenlijk niet zo goed te duiden. Ik kom uit een
reformatorische groep en daar werd over de Heilige Geest vrijwel nooit
gesproken, alleen met Pinksteren. Daarna kwam ik in een evangelische
groep en daar werd soms iets over de Heilige Geest gezegd, maar meestal
in de trant van: onder de leiding van de Heilige Geest. Wat dat dan
precies was dat moest je ook maar raden, maar dat kwam dan nog voor.
Maar de Heilige Geest is voor velen een soort, ja, ik heb het wel eens
vergeleken met een soort reservewiel in je auto. Je hoopt eigenlijk
dat je het zonder kunt doen. Als je nog een keer zoiets nodig hebt dan
is het mooi dat dat er is. Maar om nu te zeggen: "Het is een reëel
iets", nee. Altijd als iets ondergesneeuwd wordt dan krijg je een
reactie aan de andere kant. Het is niet verwonderlijk dat omstreeks
1900 er een beweging ontstond waar het misschien wel uitsluitend ging
over de Heilige Geest, het ontstaan van de Pinksterbeweging. Geen gekat
hoor, maar gewoon feit he, gewoon als geschiedenispunt. Het is gewoon
gebeurd. En daarvan is door verschillenden wel eens gezegd: Misschien
is die beweging wel de onbetaalde rekening van de kerk." en ik
kan alleen maar amen zeggen want het is waar. Juist omdat er nooit over
of nauwelijks over gesproken werd krijg je dus een overaccent aan de
andere kant. En nu zeg je: "Ja, maar zoals zij het daar doen, nee,
dat wil ik niet. Ik wil niet in dit soort bewegingen. Niet alleen maar
over de Heilige Geest praten, zweverig doen." Nou, ben ik ook niet
voor. Maar dat betekent niet dat de Heilige Geest er ook niet zou zijn.
De Heilige Geest is er wel terdege. En als God de Heilige Geest in jou
woont, als God de Heilige Geest van jouw lichaam Zijn tempel heeft gemaakt,
zou je dan iets van Hem mogen verwachten of is dat een soort, nog een
keer, reservewiel in de kofferbak van je auto waar je ook niets mee
doet. Wat doet de Heilige geest in onze levens. Nu ik kan er een heel
verhaal over vertellen en er is heel, heel veel over te zeggen, want
in he NT wordt heel veel over de Heilige Geest gesproken. En nu is Johannes
in vervoering des Geestes. Als ik dat gewoon zeg: Hij wordt door
de Heilige Geest meegenomen." Maar kan de Heilige Geest jou dan
meekrijgen, of denk je: ja dan moet ik eerst mijn tanden poetsen, even
wachten. Of: ja, ik heb altijd s morgens om half zes mijn stille
tijd en als de Heilige geest om half twaalf s morgens iets doet,
sorry, ja, ja dan kan ik er ook niets aan doen. Dan zit ik aan de telefoon.
Kan de Heilige Geest ons nog meekrijgen, vervoering des Geestes. En
ik vind dat je die vraag wel moet durven beantwoorden. Niet om een bepaalde
beweging of om een bepaalde stroming, ook niet om excessen van welke
aard dan ook, laat ik dat maar niet benoemen, maar louter om het feit
dat de Heilige Geest je wilt vullen en dat de Heilige Geest je hart
en je denken wilt beheersen en je mee wilt nemen, zelfs soms tegen jezelf
in. Dat wil de Heilige Geest. Daarvan ben ik diep en diep overtuigd.
En waar brengt de Heilige Geest je dan? Bij de Here Jezus. Ik had het
voorrecht, dat is, ja, het voorrecht van iemand die veel spreekt dat
ik in Ommen een studie mocht houden in een evangelische gemeente over
Joh. 16, over het werk van de Heilige Geest en het werk van de Trooster.
Ja dat, nou dat prop je er weer eens een keer goed in he, dan ga je
weer een keer studeren en weer een keer doordenken over zo'n onderwerp
en dat blijft natuurlijk hangen. De Heilige Geest, Hij zal het uit het
Mijne nemen en zal het u verkondigen. Hij zal Mij verheerlijken. Dat
doet de Heilige Geest. En als de Heilige Geest u meekrijgt vanmiddag,
waar kom je dan uit? Nou, niet bij Dato, ook niet bij de Maranathagedachte,
dan kom je uit bij de Here Jezus zelf, want daar gaat het om. Jouw en
mijn hart moeten in beweging komen, er moet een soort transportatie
zijn. En dat is niet zo wonderlijk. Ik zou dat wel willen illustreren
aan de hand van Ez. 1, waar de wagen van God, het voertuig van God,
waardoor je in vervoering komt, om dat eens te plaatsen hier in deze
geschiedenis. U zult versteld staan van de overeenkomsten, versteld.
U zult ineens ontdekken dat die Cherubijnen, die vier dieren die hier
genoemd worden, ze zijn vier dieren hier, jammer genoeg hoor, dat is
jammer, een vertaling van weet ik veel hoeveel jaren terug. Vier levende
wezens, dat is veel beter. Het zijn geen dieren. En die vier levende
wezens stralen iets uit, die hebben iets. Wat hebben ze dan. Nou het
blijken de Cherubijnen te zijn uit het boek Ezechiël. Echt waar,
staat er gewoon. En ze hebben ogen en alle kenmerken van Ez. 1, van
ogen, een rad in een rad in een rad en vuur en laaiend vuur en vleugels
en "Heilig, heilig, heilig", alle kenmerken, tot en met de
kenmerkende dingen van de troon van God en een lazuurstenen troon en
op die troon een Mensenzoon en Wie is dat? Dat blijkt de Here der heren
te zijn. Alles daar. Ik weet dat het moeilijk is, want u vond het altijd
al een moeilijk bijbelboek, ik zal ook niet zeggen dat het een makkelijk
bijbelboek is, maar weer hebben we misschien gedacht: Nou ja, dat is
voer voor hobbyisten en voor theologen maar dat is niet voor de gewone
gelovige. Jammer genoeg blijkt hieruit dat u deze dingen al een beetje
had kunnen kennen. Maar ook daar, in die wagen, vervoering, wegvoering.
Opname van de gemeente, wegvoering, precies hetzelfde woord, opname,
weggevoerd, weggenomen. De Here Jezus, hoe ging Hij? Ja, Hij werd weggevoerd,
Hij ging ineens naar de hemel en een wolk onttrok Hem aan hun oog, Hand.
1. O ja? Maar Ezechiël zegt dat dat de wolk van heerlijkheid, de
wolk van Sjechina was, dat Hij dus zo in die wagen van God is weggegaan.
Hoe weet ik dat. Nou, dat weet ik omdat de bijbel zegt: Zoals Hij is
heengegaan, zo komt Hij ook terug. En ik weet precies hoe Hij terugkomt
want dat staat heel precies in de bijbel. En ik weet dus ook hoe Hij
heengegaan is. Die wagen van God, in wolken opgenomen, de Here tegemoet
in de lucht. Dat staat er van de gelovigen, dat staat er van u en van
mij, dat is diezelfde wagen, dat is diezelfde glorie, dat is diezelfde
vervoering. Gods transportsysteem is uniek te noemen. En je hoeft geen
kaartje meer te kopen, je hoeft ook geen strippenkaart te hebben. Het
enige wat je moet weten: de kaartjes zijn betaald, toen, toen de Here
Jezus zei: "Het is volbracht." Het is fantastisch. In vervoering
des geestes.
Johannes is weg. Hij komt in de hemel en hij ziet in de hemel een troon.
Dat is de eerste ontdekking die hij doet, een troon in de hemel. Misschien
is dat ook onze eerste ontdekking. Aha, en toch had alles een besluit.
Wij denken dat de Here God van losse dingen aan elkaar hangt en dat
het allemaal toevalligheden zijn. Toevallig heeft ons dit getroffen
of toevallig heeft ons dat niet getroffen, weet je wel, zo kun je alle
kanten op. Maar de eerste ontdekking die je doet is dat er dan toch
een troon was, dat er dan toch kennelijk gezag was, dat er dan toch
leiding was, dat er geheerst werd, dat er geregeerd werd. Democratie
is vreemd aan de schrift, aan de bijbel. Theocratie is niet vreemd aan
de schrift.
Er is Iemand in de troon. Dat is het tweede. Niet alleen dat er een
troon is, dat er geregeerd wordt, maar ook dat er Iemand in die troon
is. En die Iemand was op die troon gezeten. En die erop gezeten was,
was van aanzien de diamant en Sardius gelijk. Ik weet niet hoe ik dat
vertalen moet. Als ik Openb. 21 lees: En ik zie het Nieuwe Jeruzalem
van God uit de hemel komen, komt nog een keer, dan ineens blijkt het
de heerlijkheid van God te hebben: En haar lichtglans is als de diamant.
Dezelfde uitdrukking. De diamant die hier voor God gebruikt wordt, wordt
straks ook voor jou en voor mij gebruikt als we van God uit de hemel
komen. Maar hier is het God Zelf Die omschreven wordt. De diamant en
Sardius gelijk. Eén en al schittering van welke kant je het ook
bekijkt. Al die vlakjes, u bent misschien ook wel eens in een diamantslijperij
geweest. U hebt u ook horen voorlichten, laten voorlichten hoe dat allemaal
gaat en hoe daar vlakjes komen en wat dat allemaal voorstelt en hoe
je aan een soort prijs komt voor welk diamantje dan ook. En ik kan me
voorstellen dat ze in London een extra paar soldaten hebben neergezet
want zoiets is ongelofelijk kostbaar. Daar, de diamant, aan alle kanten
lichtschittering, kleur, pracht, kostbaarheid. Wie is dat? Ja, dat is
God zelf, Hij zit in de troon. En nu hoop ik dat u mij kunt volgen.
Het is alsof er steeds ingezoomd wordt, alsof je eerst een heel breed
gebeuren krijgt. Daar ga ik nog even mee door om dat zo breed mogelijk
neer te zetten en daarna versmalt zich alles. Eerst nog de diamant,
de sardius. En rondom de troon was nog een regenboog. Dat betekent datr
Gods trouw, Gods beloften, Gods toezeggingen onmiddellijk verbonden
zijn met die troon. En als de Here God tegen u gezegd heeft: "Ik
zal je niet begeven en Ik zal je niet verlaten, ook niet in je ouderdom,
Ik zal je nooit, nooit vergeten, Ik blijf je dragen, Ik blijf je tillen",
dan is dat zo. En zodra je in de hemel komt zie je de troon, maar je
ziet op hetzelfde moment Gods verbond, Gods toezegging: Ik zal het doen
Ik maak het waar. Smaragd, een boog, een regenboog rondom de troon.
En er zijn vierentwintig tronen en op die tronen zitten vierentwintig
oudsten in witte kleren met gouden kronen op hun hoofden. Vierentwintig
tronen rondom die troon. Wie zijn dat die vierentwintig oudsten. Dat
is misschien de meest klemmende vraag voor iedereen die, ja, dit boek
bestudeert. En ik ga u niet alle mogelijkheden opsommen. Het getal vierentwintig
vraagt een beetje om twee maal twaalf. Misschien vind u het wat gekunsteld
maar toch, ik denk niet dat ik dat zo moeilijk maak. Als het nieuwe
Jeruzalem van God uit de hemel komt, nog een keer terug bij Openb. 21,
dan heeft het twaalf poorten, op twaalf namen van de stammen van Israël
en twaalf fundamenten onder de muur en daarop de twaalf namen van de
apostelen van het Lam. Je legt normaal eerst een fundament en dan ga
je bouwen. Nou, het fundament is kennelijk toch van de apostelen. Het
is niet het begin bij Israël, maar toch is Israël het middel
van God geweest waardoor de Here Jezus hier op aarde kwam en het heil
is ook voor u en voor mij uit de Joden. Zij zijn het geweest die vanuit
Jeruzalem hebben verteld dat de Here Jezus was opgestaan. Twee maal
twaalf. Twaalf apostelen van het Lam, twaalf stammen van Israël
of twaalf namen, zo u wilt, van de aartsvaders. Vierentwintig, daar
zitten ze. Maar die apostelen, die, ja, dat zijn natuurlijk Paulus en
Petrus en Jakobus en... Maar als u uw bijbeltje leest dan denkt u: ja,
maar er waren misschien wel meer apostelen. Ja er zijn meer die apostelen
genoemd worden. Als u echt scherp leest dan denkt u: Ja, maar dat houd
bij twaalf nog niet op. Klopt. Ik zeg niet dat ze er nu nog zijn, dat
bedoel ik niet, maar ik wil wel zeggen dat er wel meer kunnen zijn in
de bijbelse zin van het woord. Hoe dan ook, twaalf om twaalf. En die
daar zijn, zijn in het wit gestoken ne hebben schitterende gouden kronen
op hun hoofd. Ik ga het nu gewoon kort door de bocht zeggen: De Gemeente
is weggegaan, is opgenomen, en Johannes heeft het voorrecht om die Gemeente,
eigenlijk ook om zichzelf, te zien in een troon bij de troon. Ik roep
al een hele tijd dat u op moet houden met de idee dat u misschien wel
tevreden zult zijn als een dorpelwachter bij de tent. Een soort slaaf
die de voeten wast van al die heiligen die daar binnenkomen. Ik vind
uw genegenheid mooi, ik vind het fantastisch als u dat zo zegt, maar
het klopt niet. U bent bestemd voor de troon. Nog preciezer, u heerst
met Christus. U zit in de troon. U en ik, de verheerlijkte heiligen
zijn daar. Zo worden we hier voorgesteld. Je houd het eigenlijk niet
voor mogelijk dat je hier, laat maar zeggen, op een krakkemikkerige
manier binnenkwam, waardoor weet ik niet, maar het rammelde een beetje
misschien, fiets, auto, misschien gehoorapparaat, bij wijze van, maar
er zou van alles kunnen mankeren aan ons. En dan, in de troon, in de
troon bij de troon. Ja, in de troon bij de troon rondom de Here Jezus,
verheerlijkt. Fotootje maken he, want als je dan toch een excursie maakt,
dan moet je je fototoestel wel meenemen, video, digitaal alstublieft.
Nou, u doet maar. Maar ga het dan eens een keer fotograferen. Kijk dan
eens naar dit plaatje. En laat dat eens een keer op onze netvliezen
komen. En laat dat plaatje dan eens doordringen in ons hart en in ons
denken. En laat dat dan een gevolg hebben: Here Jezus, ik ben geen armoedzaaier
in de hemel. Door Uw werk, door Uw werk, Here Jezus, hoor ik bij U,
ben ik bij U, ben ik aan U verbonden, hoor ik bij dat koninkrijk van
priesters. Heersend met U, in de troon, bestemd voor de troon. Niet
meer zeggen van ach Here, als we nu maar eens mochten weten dat onze
zonden vergeven waren. Nu dan sta je nog hier in Veenendaal en dan zeg
je: "He", op z'n hoogst, "he, he, mijn zonden zijn vergeven."
Maar je bent nog steeds in Veenendaal, toch. Terwijl de Here bedoeld:
Nee, helemaal niet alleen je zonden vergeven, Ik wil ook bij jou wonen,
maar Ik wil ook dat jij bij Mij woont. Dat je daar bent waar Ik ben.
Daar heb Ik jou bedoeld. Die plaats heb ik jou gegeven. En die plaats
laat de duivel graag aan kritiek onderworpen worden. En dat betekent
dat je ontzettend voorzichtig moet zijn. Durft u zichzelf een beetje
te feliciteren, misschien een beetje zo van: Ben ik het wel echt. Nou,
doe dat dan, maar dank de Here voor het geweldige dat u daar mag zitten
met witte kleren aan en gouden kronen op uw hoofd.
Die troon zelf, daar ziet u ook één en al glorie, bliksemstralen,
stemmen, donderslagen, vurige fakkels, dat zijn die zeven Geesten Gods.
Heb ik het al over gehad toen we over hoofdst. 1 hebben gesproken, die
zijn daar voor de troon, altijd is de kandelaar daar bij de troon te
vinden. Voor de troon was de glazen zee. Het is één en
al schittering, het is één en al kristal. En daar waren
ook die vier levende wezens. Ik heb al geduid wat ik daarmee bedoel.
Die vier dieren komen we straks regelmatig tegen in dit laatste bijbelboek.
Maar dat zijn dus geen dieren, het zijn wezens, levende wezens. En het
zijn nog intelligente wezens ook. U moet ze dus niet vergelijken zoals
hier met een leeuw en zo. Daarom zijn hier de termen dieren gevallen,
omdat ze ergens mee geannexeerd worden, verbonden worden, omdat ze aan
elkaar geklonken worden. En dat is een beetje jammer omdat we daardoor
het idee hebben: Dar zijn dus wat dieren in de hemel. En dan hoor je
soms de vraag ook: Komen er ook dieren in de hemel. Antwoord, nee. Antwoord,
ja, zeggen ze dan als kritiek, want in Openb. 4 staat er zijn ook dieren
in de hemel. Nou, ik wil zo graag helder hebben dat het hier niet gaat
om dieren die wij zo duiden, maar dat het hier gaat om wezens die karakters
laten zien, die typerende dingen van bepaalde dieren laten zien. En
die zijn weer typerend voor de vier evangeliën. Dat is een hele
mond vol en dat is best moeilijk maar het is wel heel boeiend. Die dieren
zijn daar. En die zijn vol ogen van voren en van achteren, Ez. 1. Een
leeuw, een rund, een arend en een mens. Ook dat is Ez. 1. Echt, u komt
erachter dat het om de cherubijnen gaat, de cherubs gaat, die altijd
bij de troon van God horen. En ze hebben zes vleugels, dat is ook al
niet nieuw, dat wist u misschien al uit Jes. 6 waar de engelen gezien
worden, de serafijnen, die met twee vliegen en met twee bedekken ze
hun gezicht en met twee bedekken ze hun voeten, ook zes vleugels. En
ook daar, in Jes. 6, riepen ze: "Heilig, heilig, heilig is de Here
God, de Almachtige, die was die is en die komt. Dat betekent dat alles
daar één en al heiligheid uitademt. Alles is daar heiligheid.
En je zou gewoon heel bang zijn om daar te naderen. Ik begrijpt dat,
nog een keer. En toch, als de Here Jezus u nu meeneemt. Een tijdje terug
heb ik hier over Hebr. 10 gesproken en dat verbonden met 2 Tess. 2.
Ja, moeilijk. Hebr. 10: Laten we naderen, laten we in het heilige der
heilige komen. En dat heb ik verbonden met de bijeen vergadering tot
Hem. En ik heb gezegd: "Dat woord komt maar twee keer voor in het
NT, het Griekse woord episunagoge. Dat staat in 2 Tess. 2: Wij bidden
u broeders met het oog op de komst van de Here Jezus en onze bijeen
vergadering tot Hem. Dat woord bijeen vergadering tot Hem. Datzelfde
woord staat in Hebr. 10: Laten we de onderlinge bijeenkomst. Ja dat
is het. Niet de angst van ik mag niet een samenkomst missen want dan
krijg ik op m'n kop. De bijeen vergadering tot Hem. Nu wat je hier op
aarde kunt beleven. In je stille tijd, niet alleen op zondagochtend,
dat zou heel arm zijn voor u en voor de Here Jezus. Het is niet gekoppeld
aan half tien of tien uur he, ook wel, maar het gaat veel verder natuurlijk.
Want als u morgenvroeg tijd hebt voor de Here, dan kan het ook he. Maar
die bijeen vergadering tot Hem krijgt een climax als wij naar Hem gebracht
worden, als we naar Hem gaan. En omdat Hij meegaat, Hijzelf komt ons
halen. Ik was er vroeger zo blij mee. Ik heb dat wel eens gezegd. Ik
durf dat niet zo goed, een hoge stoep op, drempelvrees. Dat is moeilijk
voor een verkoper, ik was toen een jongetje, ik moest verkopen, ik was
vertegenwoordiger. En ja, als je dan bang bent voor de hoge stoep dan
heb je een probleem. Zeker voor de bullebak van de directeur, die lag
meestal vooraan, ik zal maar niet zeggen wie ik daarmee bedoel. Maar
dat was niet zo makkelijk. De Here heeft mijn angst, ook daar, weggenomen.
Maar ik wil zo graag helder hebben dat ik ook bang was om naar de Here
te gaan. En ik heb vroeger altijd het gevoel gehad: Als er nu maar iemand
uit het huis kwam die mij kent. Dat iemand dan naar buiten kwam en zei:
"ah, leuk, fijn dat je er bent", weet je wel. Nou, dan was
alle angst in één keer weg, want dan had ik een intro.
Nou ja, ik zal wel stom zijn geweest, maar zo zat ik een beetje in elkaar.
Nu, zo gebeurt het wel als het om de hemel gaat. De Here Jezus zegt:
"Ik kom, Ikzelf, ik stuur niet een engel", en Hij kent mij,
Hij zegt: Ik heb voor jou betaald Dato, jouw probleem is weg."
Super he, dan heb je een intro en Hij brengt je binnen. Dat is in Hebr.
10 ook zo. We hebben een grote Priester over het huis, laten we dan
toetreden, samen met die grote Priester. Die neemt ons mee naar binnen.
Dat is hier op aarde al zo. En als het om de hemel gaat dan komt de
Here Jezus. Hij zegt: Ik zelf kom en Ik zal u brengen waar Ikzelf
ben, waar Ik plaats bereid heb. Ik kom weer en Ik zal U brengen waar
Ikzelf ben." Hij komt zelf. Hij introduceert ons in de hemel want
anders waren we door de heiligheid die daar heerst waarschijnlijk echt
afgeschrokken en durfden we geen stap meer te doen. En nu zegt de Here
Jezus: "Ik kom." U hoeft voor die heiligheid niet bang te
zijn, maar dat doet aan de andere kant niets af van het feit dat de
Here heilig is en dat we die heiligheid ook moeten belijden en dat we
daarin ook durven zeggen: "Dat is de Here, zo is onze Here".
Nu, heilig, heilig. En als de dieren, als die vier levende wezens met
heerlijkheid en dankzegging en eer zullen brengen dan zullen de oudsten
zich neerwerpen voor Hem. Dat doen ze later ook en dan gaan ze hun kronen
aan Hem geven. Ze hebben allemaal een gouden kroon op hun hoofd en die
geven ze dan aan de Here Jezus, aan het Lam, dat blijkt. Eigenlijk moet
ik weer een heel, heel lang verhaal vertellen. Ik heb dat al een paar
keer gedaan. En soms denk ik dat u het allemaal allang weet en dat u
gewoon niet op een herhaling zit te wachten. Het lange verhaal kan ik
niet zo kort vertellen, maar ik doe het wel heel kort en als u het niet
snapt dan hoop ik dat u vanmiddag na de dienst zegt: "Dato, ik
snap het niet." Het verhaal is als volgt:
Jij bent een gelovige omdat God in Zijn genade naar jou is toegekomen.
En als je tot bekering gekomen bent zeg je met mij: "Uit genade
ben ik behouden. Niet uit mezelf, het is een geschenk van God."
Het is Gods gave, toch, ik heb het niet gepakt, Hij heeft het gedaan.
Ben ik behouden om mijn werken, ben ik behouden omdat ik het daarna
zo goed deed, omdat ik zo'n goede christen was, omdat ik zoveel stille
tijd hield? Nee. Ik ben behouden omdat God in Zijn genade Zich met mij
bemoeide. Hij heeft het gedaan. Ik kom in de hemel omdat ik geloof in
de Here Jezus. Niet omdat ik een goede christen ben. Vanaf het moment
dat je dat aan elkaar gaat koppelen ben je nooit meer een dag zeker
van je eeuwig heil. Want dan denk je: Ik heb het vandaag niet zo goed
gedaan dus..... Je komt in de hemel omdat je gelooft. Houd vast he,
houd vol. U komt in de hemel omdat u gelooft. Niet omdat u gewerkt hebt,
omdat u gelooft. En toch wordt u uitgenodigd om te werken. Van u wordt
verwacht dat u voor de Here Jezus werkt, dat u voor Hem leeft. En voor
dat stukje krijgt u loon. Dat is discipelschap. Daar krijgt u een kroon
voor. Voorts is voor mij weggelegd, wat zegt Paulus, voorts is voor
mij weggelegd de kroon der gerechtigheid die de rechtvaardige Rechter
mij in die dag geven zal. U krijgt er een kroon voor. Loon hoort bij
discipelschap. Bij wie u geweest bent voor de Here Jezus. Niet wie u
bent in Christus maar wie u bent voor Christus.
U krijgt een kroon. Wanneer krijgt u die. Nou, zodra u binnenkomt in
de hemel, ik mag dat zeggen want het staat zo in de bijbel, dan is daar
de rechterstoel van Christus waarvoor u openbaar wordt. Dan krijgt u
uitbetaald, direkt. Het is alsof je, laat ik maar zeggen, in het vreemde
land komt en daar ineens uit het vliegtuig stapt, we hebben net al gezegd
dat dat een heel bijzonder vliegtuig is, maar u stapt uit en u krijgt
onmiddellijk een soort screening, een soort test, en daar blijkt wat
u voor de Here Jezus geweest bent uw lange jaren door. En u krijgt daar
beloning voor. Voor al die dingen die nooit zijn opgevallen, maar toch
waardevol bleken, krijgt u daar beloning. En al die blabla verhalen
van u die vallen daar echt weg want daar blijft geen spetter van over,
daar. En die preken van Dato, dat zegt niets. Wat Dato in de praktijk
van zijn leven liet zien dat zegt wel wat. Het zit hem dus niet in de
veelheid van woorden, zo zei de Here Jezus dat ook al bij de farizeeërs,
het zit hem in het hart. Maar daar krijgt u beloning. U krijgt een kroon.
En ik weet er een paar die daar een gigantische kroon krijgen en die
met die kroon in de hemel schitteren. Maar wat doe ze dan. Als ze Hem
zien, de Here Jezus zien, dan zeggen ze: "Die is voor U Here."
Zo ongeveer gaat dat. Misschien aarzelt u een seconde, maar na één
seconde weet u het zeker. Hij heeft het gedaan, want niet ik heb het
gedaan, Hij heeft het in mij gedaan. Aha, toch is de beloning voor u,
maar de kroon is voor de Here Jezus. Dat gaat gebeuren. En het is een
geweldige lofprijzing in de hemel dat de Here Jezus alle, alle glorie
gaat krijgen.
En dan wordt de camera nog scherper gesteld. In de rechterhand van Hem
die op de troon zat. Weet je, dan kom je al bij de troon uit, en bij
Die Die op de troon zit uit. En in de rechterhand zien we een boek.
En dat boek is verzegeld met zeven zegels. Een sterke engel met luider
stem roepend: "Wie is waardig de boekrol te nemen." Nou ja,
Johannes denkt natuurlijk: O, in zo'n hemel, zat, zat van die mensen
die dat zouden kunnen. Niks niet één.
De discussie barst los. Over welke boekrol gaat het hier. Nu wordt de
bijbel ook de boekrol genoemd. In de rol des boeks is van Mij geschreven,
Ps. 40 bijv. Sommigen zeggen: "Aha dat is de bijbel. Twee, maar
misschien is het wel de koopakte. Want het is een heel verbreide mening,
dat God recht zou hebben op de hele aarde, dat Hij die aarde gekocht
zou hebben. Zoals Jeremia een soort verzegelde koopakte had. Zoiets
moet het dan zijn, verzegelde koopakte. Ik geloof het niet. Bij het
verbreken van de zegels, zullen we ontdekken in hoofdst. 6 en 7 en zo,
komen er oordelen. Maar het is niet het boek van Gods oordelen, het
is het boek van Gods zegeningen. Ik weet niet hoe u over de Here God
denkt. Misschien nog wel een beetje in de boemansfeer. Altijd vingertje
omhoog, altijd het rode potloodje. Zou u nu vanmiddag eens durven zeggen:
"Here God, U bent van plan geweest om de hele wereld met Uw zegen
te vullen. En dat wilde U. En dat hebt U opgetekend, dat hebt U vastgelegd.
Dat is niet ineens een soort suggestie aan het eind van de rit, dit
hebt U gewoon vastgelegd, dit hebt U laten verzegelen." De boekrol
die hier bedoeld is, is de boekrol van Gods zegeningen. Hij wil zo graag
Zijn volle hart, Zijn volle liefde, Zijn volle emotie tonen. Maar omdat
er van alles mis ging is bij het losmaken van die zegening er steeds
oordeel. Dus zo'n rol is helemaal verzegeld en die rol kun je pas inkijken
als de laatste zegel verbroken is. Eerder zie je er niets van. En als
die zegel verbroken wordt, de laatste van die zeven zegels, dan is ook
de zegentijd aangebroken. Dan komt ook de Here Jezus met Zijn zegen.
Het is het boek van Gods zegeningen. En ze roepen in de hemel: "Wie
is waardig de boekrol te nemen en zijn zegels te verbreken." Niet
één meld zich. En Johannes weent. Niemand, niemand van
al die verheerlijkte lieden, niemand van die engelen? Wie kan de zegen
van God brengen. En dan komt er één die zegt: "Ween
niet, de Leeuw van Juda, die kan het." Ik wil het gewoon zeggen,
een beetje hedendaags. Het overleg in Brussel of de vredesmissie van
meneer Powell brengt geen zegen. Kan wel een wapenstilstand tot gevolg
hebben, dat zou kunnen. Maar niemand. De VN, onze goede bedoelingen,
onze tulpenactie, ik bedoel dat niet negatief of zo, gewoon wat er allemaal
leeft, wat er allemaal zou kunnen komen, wat er zou kunnen gebeuren.
Kan het zegen brengen? Als je in het licht van de hemel deze dingen
bekijkt kun je alleen maar zeggen: Here, niemand, er is niemand."
Toen ik dat voor het eerst zag heb ik ook geweend. Ik dacht: Here het
is gewoon geklets. Het is allemaal gewoon gerommel in de marge, het
is marginaal gedoe. Dat betekent dus dat alle conferenties en de hele
wereld over vrede en over welzijn en over we moeten het in de hand houden
en we moeten het anders doen, weet je wel. Al dat gepraat waar onze
cultuur, onze tijd zo vol van is, waar ze bol van staat, brengt in feite
niets. Ontmoedigt je dat dan niet? Geeft je dat dan niet het gevoel
van alsjeblieft zeg, ah. Ik heb soms het idee van laten we die conferenties
maar afblazen. Ja ik heb niets af te blazen, ik kan wel zeggen: "Stop
ermee", maar meneer Powell is onderweg en meneer Bush vind ook
dat hij daar heen moet gaan. En die is er ook nog en in Europa gaan
ze ook toeteren en die gaan flink toeteren en die willen ook nog gehoord
worden, want als Europa niet gehoord wordt, zegt meneer Melkert, dan
zijn we aan het schofferen en dan is Europa eigenlijk een soort, ja,
rode kaart uitgedeeld. Zo zeggen ze dat vandaag voor de radio, vandaag.
Stel je voor. Eigenwijze mannekes. Niet om Hem. Maar kom je er niet
achter dat niemand, maar dan ook niemand in staat is de boekrol te nemen
en de zegels te verbreken. En dat er echt niemand is die de zegen van
God kan brengen. En laat dat alstublieft doordringen tot onze harten,
tot onze gewetens. En laten we belijden: Here Jezus, U bent de enige
Die zegen van God brengen kan. U bent de enige die dat wat God geven
wil ook echt realiseren kan. U bent de enige. En dat gebeurde. Ineens
is daar de Leeuw van Juda, de Overwinnaar, Hij is er de Leeuw van Juda.
En het is alsof de camera opnieuw inzoomt. En wat zie je dan. Een Lam
staan als geslacht. Zelfs het verkleinwoord is gebruikt in de Griekse
taal: het Lammetje. Het Lammetje, dat is het. En dat is het gigantische
geheim en het grote, grote getuigenis. De Here Jezus, Hij is het in
het midden van de troon en van de vier dieren. Het is alsof je dan ineens
al die andere dingen, al die dingen daar omheen niet meer ziet. Alsof
ineens alleen het Lammetje nog naar voren komt. En dat gebeurt hier.
En dat is nu precies wat ik zo graag aan u zou willen meedelen. Als
je goed kijkt dan zie je het heel breed en als je beter kijkt, dan zie
je alleen het Lam. Uiteindelijk blijft alleen de Here Jezus over. En
als ze Hem zien dan buigen ze voor Hem, dan bejubelen ze Hem, dan gaan
ze hun citers pakken. Misschien bent u a-muzikaal, maar dan ineens hebt
u een citer in uw hand en dan gaat u tokkelen. Ik kan het niet op zo'n
snaarinstrument. En u gaat zingen, u gaat het nieuwe lied zingen. U
gaat zeggen: "Here Jezus, U bent het, U bent de enige."
De excursie in de hemel loopt uiteindelijk uit op een heel cruciaal
punt namelijk: Hij is de Enige die de zegen van God brengen kan. En
Hij doet het ook. En die Enige die dat kan is het Lammetje. Ik begrijp
nu een beetje waarom Abraham vroeger zei: "God zal Zichzelf een
Lam ten brandoffer voorzien mijn zoon." Bij Izaäk, samen daar
op die berg. Ik begrijp een beetje waarom de Here God in Egypte zei
toen het geweld daar losbarstte en het daar zo, zo moeilijk was: "Jullie
moeten een lammetje in huis nemen. Een gaaf éénjarig lammetje.
En jullie moeten dat lammetje gaan bekijken drie lang." En die
drie dagen van dikke duisternis, van diepe donkerheid in Egypte, dat
zijn dezelfde drie dagen als waarin Israël dat lammetje bekeek
of er een gebrek aan was. En ze hebben daar na drie dagen het lammetje
geslacht. En daar stonden ze, met hun lendenen omgord. Ze hadden zo
van die lange kleren aan, een soort riem om hun middel, staf in de hand,
reisvaardig. En ze hebben het lammetje samen gegeten. Het mag niet meer
van stichting lekker dier. Maar ik wil u vertellen dat dat Gods instructie
is. Het lammetje. Hij is de enige. Als Johannes de Here Jezus ziet zegt
hij: "Zie het Lam van God dat de zonde van de wereld wegneemt."
en in de hemel zien we ineens het Lammetje. Die Man in de troon blijkt
ineens het Lammetje te zijn. Die zo verheven is, de diamant, de Sardius
gelijk, blijkt ineens het Lammetje te zijn. Ineens gaat alle aandacht
naar de Here Jezus. Naar Zijn werk op het kruis. Dat is al lang geleden
gebeurd. En we kijken daar met z'n allen terug en we bejubelen Hem,
we bezingen Hem. We gaan een nieuw lied zingen en we gaan het ja, met
de snaren van ons bestaan begeleiden. Wat u ook hebt, hoe u ook bent,
u zult Hem prijzen, u zult Hem eren. Een geweldig moment van lofprijzing
in de hemel. Dat is wat hier staat. en de vier dieren zeggen: "Amen."
Ja, precies, die kijken neer zoals de cherubijnen, weet je wel, ook
al bij de ark van het verbond neerkijken op dat wat op het verzoendeksel
is gebeurd, zo zeggen ze daar amen. En de oudsten, u en ik, wij vallen
neer en aanbidden.
En mijn vraag is eigenlijk: Hoe lang is het geleden dat u voor de Here
Jezus neerviel. Hier staat niet iets van achterover vallen. Hier staat
voorover vallen, neervallen, naar Hem toe. Hulde brengen, Hem eren en
zeggen: "Here Jezus, wij danken U, wij prijzen U."
Nu kunt u zeggen: "Ja, maar ik ben nu nog niet in de hemel. Als
ik in de hemel kom dan doe ik dat vast. Dan ga ik gegarandeerd met die
hele meute mee, dan val ik ook voor Hem." Is niet het gemeente
zijn ook, is niet het bij elkaar komen als gelovigen ook, dat we de
Here Jezus prijzen, dat we Hem eren, dat we Hem alle hulde brengen die
maar denkbaar is. En dan gaat het niet om het feit of ik nu kick krijg,
of ik daar nu ja, iets in beleef. Vandaag is alles: Ja, ik moet er een
goed gevoel bij hebben. Dat is onze tijd, dat hoort een beetje bij ons,
de beleving, het goede gevoel. Nu, zou de Here er een goed gevoel bij
hebben als Hij jou ziet. Zou dat niet de reden zijn waarom onze stille
tijd zo minimaal is. Omdat we eigenlijk niet aan lofprijzing toekomen.
Ja, u schuift dat naar de samenkomst, u schuift dat naar zondag. En
als er een gemeente is waar een blok lofprijzing is dan vind u het misschien
wel heel mooi. Er zijn ook gemeenten waar dat helemaal niet is. Maar
hoe doet u het maandag dan en dinsdag. Zou de Here Jezus blij met u
zijn als u op maandag- of op dinsdagmorgen uw knieën buigt en zegt:
"Here Jezus, ik wil U graag huldigen. Ik weet niet precies wat
ik zeggen moet maar ik wil U huldigen, want U bent het waardig. U bent
waardig. Here Jezus, U deed het werk op het kruis, U bent de Enige.
En de enige bron van zegen dat bent U zelf. En de enige die Gods zegen
brengen kan hier op aarde dat bent U Here Jezus." Dit belijden,
dit uitspreken, dit lofbrengen naar de Here toe is zo belangrijk. De
Here wil met Openb. 4 en 5 u deze dingen vertellen. Daarvan ben ik overtuigd.
U hebt een kleine excursie in de hemel gehad. En u bent bij de troon
uitgekomen. En u bent bij Hem uitgekomen die op de troon zit. En het
bleek de Here Jezus te zijn. Het bleek mijn Heiland te zijn. Hij zit
daar en ik buig mij voor Hem. We kunnen ons niet meer permitteren dat
we aan onszelf denken of aan ons gelijk denken, het gaat om Hem. De
Heilige Geest wil je meenemen. Hij zal Mij verheerlijken. Dat zei de
Here Jezus van de Heilige Geest. Als de Heilige Geest je meekrijgt,
als je in vervoering komt middels de Heilige Geest, nou dan kun je echt
op de lofprijzing wachten. Moet het dan anders in onze kerk. Heb ik
niets over te zeggen. Dat is natuurlijk makkelijk, maar ik wil wel aangeven
wat hier staat. Dit is wat er straks gaat gebeuren. En als we nu durven
zeggen: Waar twee of drie in de Naam van de Here Jezus bij elkaar
zijn daar is Hij in het midden." Hoe zou het dan moeten. Nou, net
zo natuurlijk. Dan heb je toch een schitterend stukje blauwdruk, een
stukje informatie hoe het dan vandaag moet. Ja, maar dan zullen we onze
liturgie wel moeten aanpassen." Daar heb ik niets mee te maken.
Sorry he, makkelijk he. Maar ik wil toch u aan het denken hebben dat
dit de richting is. Dit is de richting van lofprijzing van eerbrengen
aan de Here Jezus.
|
|