| |
Lezen: Openb. 6.
We gaan verder met
dit prachtige bijbelboek en we proberen de draad weer op te pakken.
Nu, ik hoop dat ik kan volstaan met de opmerking dat in hoofdst. 4 en
hoofdst. 5 de gelovigen die nu op aarde zijn in de hemel gezien worden.
Dat probeerde ik duidelijk te maken in elk geval. Ik hoop dat dat gelukt
is. De Gemeente is niet meer hier op aarde. Het gaat nu om de dingen
na nu, na dezen zo staat in de bijbel. Ik zal u tonen hetgeen na dezen
geschieden moet. Wat er na onze periode gaat gebeuren. En ik heb geschetst,
proberen uit te leggen, dat de Gemeente dan op tronen zit in de hemel,
rondom de troon. Dat ze de Here Jezus daar omringen. Dat ze hun kronen
geven aan de Here Jezus, dat ze het nieuwe lied zingen in de hemel.
Dat allemaal een citer hebben, allemaal een harp hebben om daar de Here
te prijzen. Om op alle mogelijke manier lof te brengen aan de Here Jezus.
Zo eindigde hoofdst. 5. En we hebben eigenlijk gezegd: "Super,
een geweldige toekomst, een schitterend vooruitzicht voor wie gelooft.
Een prachtige toekomst in de hemel, samen rondom de Here Jezus. Beter
kun je jezelf niet toewensen. Dit is je van het."
We hebben ook gezien dat er een boekrol was in de hand van Hem die op
de troon zat. En dat er niemand waardig was om de boekrol te nemen dan
het Lam. En het Lam heeft de boekrol genomen uit de hand van Hem die
op de troon zit. En alleen het Lam bleek waardig te zijn om de boekrol
te nemen en om die zegels te verbreken.
We hebben ook al gezegd dat de boekrol niet moet worden gezien als rol
van Gods toorn maar als de rol van Gods zegen. Dat er toorn verbonden
is bij deze boekrol, dat zit hem in het verbreken van de zegels. Maar
pas als alle zegels helemaal los zijn dan kan de zegen van God, waarover
Hij besluiten, waarover Hij raadsbesluiten heeft genomen, dan kan die
zegen van God pas worden ontrold, onthuld. Het verbreken van de zegels
brengt oordeel met zich mee. De zegenende rol zelf is ook aan het eind
van dit bijbelboek een rol van zegen als daar een stroom van zegen vloeit
uit Jeruzalem. En overal waar die stroom komt daar is herstel, daar
is zegen. Het geboomte des levens in het midden daarvan en aan weerskanten
daarvan. En alles, alles ademt opnieuw de zegen van de Here God in.
En nu is het zover dat het Lam die boekrol nam de zegels gaat verbreken.
Bij het verbreken van de zegels komen de cherubijnen in actie. Het dier
zegt, het eerste dier zegt: "kom", en het tweede dier, het
derde dier. We hebben die vier levende wezens, die vier dieren gezien
in hoofdst. 4 en in hoofdst. 5. En we hebben gezegd dat de term dieren
toch wel een hele slechte vertaling is. Levende wezens, want het gaat
om cherubijnen, het gaat om engelen die met de troon van God annex zijn,
die altijd in relatie staan tot de troon van God. Daarom was op het
verzoendeksel ook iets van cherubijnen aangebracht. Daarom was in de
tempel van Salomo het hele plafond vol met cherubijnen en waren ook
cherubijnen uitgebeeld die met vleugels naar elkaar toestonden, waaronder
de ark geschoven werd. Kortom. Cherubijnen staan altijd in verbinding
met de troon van God. Het OT zegt daarvan, sprekend over de Here: Hij
die op de cherubs troont.
Nu, het Lam is de enige die de zegels verbreken kan en dat gebeurt nu,
hoofdst. 6. Nou, je houd je hart vast. We hebben het samen gelezen.
Nu moet u hoofdst. 6 en 7 zien als een soort intro op de rest. Dat is
ingewikkeld, daar kan ik ook niet zoveel aan doen. In hoofdst. 6 en
7 krijg je een overzicht, niet in detail maar globaal, van wat er later
nog gaat komen. Dat is heel belangrijk, dat komt heel vaak voor. Ook
het vallen van Babylon is al ver voordat het in detail omschreven wordt,
aangegeven. Het nieuwe Jeruzalem wordt ook eerst aangeduid en later
helemaal omschreven en in detail uitgewerkt. Dat is een heel bekend
terugkerend gebeuren in dit laatste bijbelboek. Dat er iets aangeduid
wordt en later komen daar nadere informaties over. Dat is hier ook zo.
Zeven zegels waren aan die boekrol gegeven en ze zullen alle zeven verbroken
moeten worden. In ons hoofdstuk van vanavond gaan er al zes open. Maar
bij het openen van het zevende zegel, in hoofdst. 8, dan blijken er
ineens weer zeven subzegels te zijn. Een beetje moeilijk woord, maar
goed. Nog weer een verdeling in zeven. En als je dan aan het eind bent,
van de subzegels, dan krijg je weer een nieuw zevental, dus de detaillering.
Alleen al dat duidt erop dat je dan pas bij de details terecht komt.
Dat duidt er gewoon op. Dat zevende zegel gaat dus alle details geven
van wat we hier verder hebben en dat wordt èn in zeven en nog
een keer in zeven uiteen gegeven. Dus alleen al de idee van een zegel
en dan weer een zevental en dan nog een keer een zevental duidt erop
dat je dan inderdaad bij de nadere detaillering bent aangekomen. En
zo mag je het ook begrijpen. En nu gaat het vanavond over die eerste
zes zegels, een flink stuk, een behoorlijk stuk overzicht. Bijna alles,
of misschien moet je zelfs zeggen alles wordt in grote trekken aan ons
getoond. Want dit is voor ons bedoeld. Dit hele boek is gegeven aan
gelovigen. Nog preciezer, aan mensen die niet alleen geloven maar ook
willen gaan voor de Here Jezus. Die categorie, deze groep krijgt van
de Here Zelf informatie. En die informatie is niet in de eerste plaats
bedoeld om je toe te rusten voor, laat ik maar zeggen, je rol hier in
de stad, zo van en nu ben ik de man met de glazen bol of de vrouw met
de glazen bol en nu zal ik eens precies vertellen wat er met jou gaat
gebeuren, een soort kermisattractie. Dat is het zeker niet. We hebben
al eerder gezegd: "Al deze dingen zijn niet voor ons bedoeld in
de zin van wij kunnen er mee pronken maar die zijn bedoeld om het zicht
op de Here Jezus te verlevendigen, te versterken, om helder zicht te
krijgen op onze Heiland." En dat zal ook vanavond gebeuren hoop
ik.
Het eerste zegel wordt verbroken en het eerste dier of één
van die cherubijnen, één van die levende wezens zegt:
"Kom", en er komt een wit paard. Iedereen die het boek Openb.
ooit gelezen heeft, die heeft ook Openb. 19 gelezen natuurlijk, en die
zegt: "Oh, ja, wit paard, Openb. 6, Openb. 19, kan niet anders,
is hetzelfde." Nee. In Openb. 19 daar komt de Here Jezus uit de
hemel. Dan is Hij inderdaad de Ruiter op het witte paard. Zo wordt Hij
voorgesteld. En dan volgt de hemelse schare ook op paarden. Hier gaat
het om een duiding. Als de oordelen van God komen zal er iemand zijn
die koninklijke macht heeft, die enorme invloed heeft. Die, zoals hier
staat, een boog heeft en een kroon heeft, die overwinnende uittrekt
en die bezig is om te overwinnen. Dat betekent dat er een machtsblok
zal zijn. In de tijd dat deze oordelen losbarsten is er een machtsblok
van grote omvang. Zo wordt het hier geduid. Als u dit wilt weten moet
u even wachten tot Openb. 13, want daar worden de nadere informaties
over dit gegeven. Daar heb je het weer, hier alleen maar: In die tijd,
de tijd van oordelen, de tijd van grote nood, grote verdrukking, is
er een machtsblok, is er iemand die een zwaard [dit moet m.i. boog zijn
i.p.v. zwaard, de Ruiter uit Openb. 19 heeft een zwaard.] heeft, die
een kroon heeft, dat betekent dus kennelijk gezag en macht. En die bovendien
uitgaat overwinnende en om te overwinnen. Zo van niets is voor hem veilig
en hij is de grote machthebber. En nu blijkt uit Openb. 13 dat dat het
Romeinse rijk is, dat dat het beest uit de zee is. Ja, nu goochel je
weer met een paar termen: Romeinse rijk, beest uit de zee. Dat moet
je dan maar helder maken. Nu, wil ik ook graag helder maken. Even geduld.
Nog een keer terug komen om die informatie mee te nemen. Is erg belangrijk,
zeker voor de Europeanen van vandaag. Maar als je nu vandaag om je heen
kijkt, dan zie je dat dat machtsblok van Europa zich aan het ontwikkelen
is op een gigantische manier. En je bent stekeblind als je het niet
ziet. En het is ook nog merkwaardig dat dat machtsblok zichzelf al duidt
als een soort machtsblok met een lemen voet. Zo is heel merkwaardig,
op een conferentie in Nice een paar weken terug, dan valt die term.
Nou het is alsof je het boek Daniël gewoon op dit moment op je
schoot geworpen krijgt alsof dat moment iemand zegt: "Zie je wel,
dat stond er al." Stomme eenden, als je dan toch tegen de schrift
in wilt gaat, dan moet je die dingen maar niet citeren. Maar ze doen
het wel, want ze kennen de schrift niet. Het is heel merkwaardig, dat
machtsblok komt nu van de grond. En uw Euro'tje komt er aan en die is
van ons allemaal. Nou, het is bijna zover. Alles wordt gebundeld. Er
komt een machtsblok En dat machtsblok bemoeit zich met het Midden-oosten,
nu al, en dat wordt alleen maar sterker. Hier staat dat er in die tijd
van oordelen een machtsblok is, een koninklijke machthebber is, die
geweldige invloed heeft.
Het tweede zegel wordt verbroken en de tweede cherub zegt: "Kom".
En dan komt er iemand die op een rossig paard zit en die wordt kennelijk
macht gegeven om de vrede van de aarde weg te nemen. Er staat niet dat
er weer een koning komt, maar de vrede wordt van de aarde weggenomen.
En dat betekent dat in die tijd geen vrede aanwezig is. Aanvankelijk
zal men een soort euforische stemming hebben van: Vrede, vrede en geen
gevaar. Maar een haastig verderf zal hen overkomen, he, zo zegt de schrift
dat. In die tijd van die machthebber, in de tijd van die koning, in
de tijd van een man die regeert, zal de vrede van de aarde worden weggenomen.
Eén en al oorlog, één en al onvrede. Eigenlijk
dat wat de mens ten diepste is, hatelijk en elkaar hatend, Tit. 3. Dat
is de natuurlijke, de eigen situatie. Dat gaat dan gebeuren, vrede van
de aarde weg.
Derde zegel wordt verbroken. Het derde dier of de derde cherubs zegt:
"Kom". En er komt een zwart paard die er kennelijk voor zorgt,
een invloed die er kennelijk toe leidt, dat er schaarste is op een gigantische
manier. We kunnen ons dat niet indenken met een vleesberg door de BSE
en een boterberg door weet ik veel wat voor andere dingen en een kaasberg
en, nou ja, ook wel een ijsberg en Holterberg en Nijverdalse berg, er
zijn vele bergen. Maar ik bedoel eigenlijk, er is nu overvloed, gewoon
aan alle kanten. Maar dan is er kennelijk schaarste. Alleen, er wordt
bij gezegd, de olie en de wijn vallen daarbuiten. Ik wil het gewoon
even zeggen, het gaat over gerst en over tarwe. Nu geert is ook bij
ons het eerste van de nieuwe oogst he, de gerstenoogst. Tarwe is ook
vrij vlug. Maar olie en wijn, dus de druivenoogst en de olijvenoogst
is helemaal aan het eind van het seizoen. Daarom is er hier onderscheid.
Er is wel schaarste, maar er komt kennelijk herstel. Dat zit er in opgesloten.
Uiteindelijk zal de olie en de wijn er weer kunnen zijn.
Het vierde dier zegt: "Kom". En een vaal paard komt, de dood.
En de dood komt op alle mogelijke manieren naar je toe. Door oorlog,
maar ook door de zwarte dood en of u dat nu aids noemt of een andere
besmetting noemt laat dat maar los, of door natuurlijke situaties, natuurrampen
en misschien wel wilde dieren etc. Hoe ook, er is van alles.
Het vijfde zegel wordt verbroken en er zijn martelaren.
En het zesde zegel wordt verbroken en er is in de natuur van alles mis.
Aardbeving en grote rampen. Het is alsof alles, alles op instorten staat,
alsof alles, alles tegen elkaar botst. Dat staat hier.
Dan ben je heel vlug door hoofdst. 6 heen. We voelen wel dat dit maar
heel globaal is en dat die aardbevingen uitgewerkt worden en dat die
dood uitgewerkt wordt en dat die schaarste uitgewerkt wordt en dat die
martelaren uitgewerkt...... Die martelaren zie je terug in Openb. 11
bijv., waar die twee getuigen gedood worden. M.a.w., dat wordt allemaal
nog uitgewerkt. Het gaat er hier om dat u en ik een overzicht krijgen
van wat er daar dan gaat gebeuren. Maar ook wat het effect is van deze
oordelen. Het effect is dat die mensen zullen zeggen: "Bergen valt
op ons, heuvelen bedekt ons, want wie kan bestaan, wie kan bestaan als
de toorn van God en de toorn van het Lam gaan komen."
Dit is een boodschap die er niet meer zo ingaat, dat is niet zo appetijtelijk.
Als je vandaag een beetje negatief bent, een beetje depri bent, over
oordelen en over moeilijke tijden praat, dan ben je niet getapt, dat
kan niet. En dus gaan de predikers ook al heel vlug over naar een soort
goed geolied verhaal, het liefst doorspekt met wat grapjes, een beetje
entertainment-achtig, leren we allemaal van de Amerikanen en ja, dan
komt het over he, dat komt over. Wij zijn bovendien, misschien door
de historie, een beetje in een bepaald hoekje gekomen. Want we hebben
zo vaak gehoord van mensen die zondag aan zondag een, laat ik maar zeggen,
flinke preek kregen, flink onderuit de zak, omdat nu zo maar eens te
zeggen. En het oordeel van God, en de toorn van God en de heiligheid
van God, nou, daar ging die. En daar kwam je weer onder en je kwam er
gebukt uit, geslagen bijna en je had de hele week nodig om weer een
klein beetje op verhaal te komen en dan kwam je zondag weer en dan kreeg
je weer zo'n verhaal. En wij vonden dat maar niets. Dat hebben we afgeschaft.
Ik ga even te algemeen wat zeggen hoor. En deze dingen die zijn langzaam
maar zeker verdwenen op een aantal plaatsen na natuurlijk. En die plaatsen
die kennen we. We weten dat precies te duiden, we weten exact waar deze
mensen nu vandaag leven. En we hebben daar in de plaats gekregen een
prediking van: God is liefde, God is genade, God is barmhartig en God
wil het goede voor je. En als jij een beetje in de collectezak doet,
ik overdrijf niet hoor, dan gaat het je goed in je business, dan gaat
het je goed in je gezondheid, en je kunt zelfs een stukje gezondheid
kopen, stuur maar geld op je krijgt een certificaat, plak je aan de
binnenkant van je deur, ik overdrijf niet, en jij zit goed, jij bent
eigenlijk degene die schuilt achter je eigen collectegeld, want daar
komt het dan ongeveer op neer. Dat gaat er in als koek. En we hebben
een prediking gekregen van: Het goede dat zit in jezelf, dat moet je
alleen nog ontwikkelen. En wat je in je hart hebt, wat je je voorhoud
dat krijg je, dus je moet erop gericht zijn, je moet positief zijn.
En miljoenen luisteren, kijken naar RTL5, Nederland, andere zenders
in het buitenland. Ik wil niet te scherp worden maar ik wil het gewoon
zeggen: "Lieve mensen we worden ingepakt door de moderne mens die
vandaag zegt dat de kracht van het positieve denken, van Vincent Peale,
dat is de oplossing, dat is het." En hele horden, horden kijken,
luisteren. Ja, het is geweldig, dit is het. Nu dat is het niet. Ik wil
niet schoppen, maar ik wil u alleen maar zeggen dat dat het niet is.
Ik begrijp wel dat de pendulewerking ongeveer zo is, als je in die hoek
zit van de zware oordeel toestanden en toespraken, ja dan sla je door
naar de andere kant. Dat is altijd zo. Die evenwichtige situatie is
nergens, dus we lopen altijd gevaar van doorschieten, ofwel naar de
ene, ofwel naar de andere kant. Nu, we zijn nu weer aan de andere kant.
Paulus heeft, toen hij predikte, ook in Europa, zijn eerste toespraak
in Europa was, dat God een dag bepaald had waarop Hij het aardrijk in
gerechtigheid gaat oordelen door een Man die Hij daartoe heeft bestemd.
Helemaal niet God is liefde, God is goed, oordeel. En hij heeft op een
andere plaats gezegd; "Wij dan, wetende de schrik van de Here,
overreden de mensen: Laat u met God verzoenen", oordeel. Iedere
keer heeft hij het daarover. Leest u de brieven aan de Tessalonicensen
maar en met name de 2e brief. Dat liegt er niet om. Heel scherp, veel
scherper dan wij vandaag durven zeggen. Hij zegt zelfs: Als je
de liefde tot de waarheid, waardoor je had kunnen behouden worden, niet
hebt aanvaard, dan is het foute boel met je. God zend je een geest van
de dwaling om de leugen te geloven." Nou dat durven we niet eens
meer te zeggen. Zover gaat hij. We zijn de preek over het oordeel kwijt.
De toorn van God wordt niet meer gepredikt, het oordeel van God is weg.
Natuurlijk kunt u zeggen: "Ja, maar bij ons is dit heel anders."
Nou, dank God dan alsjeblieft en hou dat vol en bid daarvoor dat dat
blijft. Ik bedoel dus niet uw gemeente, uw groep, ik weet daar niets
van, maar ik wil in het algemeen deze dingen kwijt. De Here heeft u
en mij deze dingen laten zien om te duiden, de toorn van God en de toorn
van het Lam zullen komen, en wie kan dan bestaan. Er komt een moment
dat de groten, de oversten, alle leiders, maar ook alle slaven, zullen
zeggen: "Bergen valt op ons, heuvelen bedekt ons." Want wie
kan bestaan als de toorn van God komt. Antwoord: Als je gelooft in de
Here Jezus. Weet je, als je de toorn van God wel een plaats geeft, en
op hetzelfde moment gaat vertellen dat de Here Jezus de toorn van God
wilde dragen en in onze plaats in de duisternis wilde zijn, in de drie
uren van donkerheid, de schuld, de straf wilde dragen die wij hadden
moeten dragen, dan kun je alleen maar zeggen: "Ik een schuilplaats
zoeken in een berg of in een hol of onder een heuvel of onder een berg,
welnee, ik ben in de schuilplaats van de Allerhoogste gaan zitten, en
ik vernacht in de schaduw van de Almachtige. Ik mag bij het kruis van
de Here Jezus schuilen, achter het bloed van de Here Jezus voor de toorn
van God." Of, zoals een lied dat zegt: "De toorn die op ons
was, is op Hem aangelopen." Dat zijn geweldig dingen. En het is
alsof de Heilige Geest u en mij meeneemt naar die verschrikkelijke tijd,
naar die grote verdrukking, naar die grote nood, hier nog in globale
zin geschetst. Maar het uiteindelijke resultaat is dat mensen panisch
zijn, dat ze bang zijn en ze zeggen: "O, hoe..." En jij en
ik weten dat. En als je dit nu weet, ga je dan van de Here Jezus vertellen
of hou je nog steeds je mond, toch, daar komt het dan op neer. Als je
nu echt weet dat de enige mogelijkheid is om uit de toorn van God gered
te worden, het geloof in de Here Jezus is, en je weet als mensen zich
niet bekeren, dat ze met die toorn van God te maken krijgen, dan ga
je dat toch zeggen. Ik kan me niet meer voorstellen dat we ons stil
houden. Ik weet, op dat moment dan ga je weer drammerig zijn, ja, je
moet die mensen niet bang maken. En als je ze bang gaat maken dan vertel
je ze van de Here Jezus, nou dat mag niet meer. Dat is een methode die
vandaag niet meer mag. Je mag helemaal niet meer over Jezus praten,
over geloof. En dan moet je ongeveer een soort debat aangaan met het
Mohammedanisme of met het Boeddhisme of met het Hindoeïsme, ja,
op voet van gelijkheid, ik bedoel, zo, dat mag nog. Maar voor de rest
moet je niet discriminerende dingen zeggen over anderen. Maar nu even
heel eerlijk. De laatste preek over de oordelen van God, over de toorn
van God, hoe lang is dat geleden dan? Ik ben bang dat ook in evangelische
kring we dit kwijt zijn of kwijt aan het raken zijn, laat ik me maar
voorzichtig uitdrukken. Dat langzaam maar zeker dat hele element van
toorn van God en de toorn van het Lam, dat dat weg gaat. Weet je waarom
de Here Jezus gekomen is, snap je dat niet dan? Snap je dan niet dat
de Here Jezus zag dat jij en ik echt zouden gaan roepen: "Bergen
valt op ons, heuvelen bedekt ons." Dat we uiteindelijk zouden zeggen:
"O, wie kan bestaan." Het is alsof ik Ruben hoor roepen, weet
je wel, bij de geschiedenis van Jozef, "De knaap is weg, de knaap
is weg, en ik, ik, waar moet ik heen", dat is zo'n prachtig voorbeeld
uit het OT. Zo van, alle hoop is vervlogen, ik heb geen enkele uitweg
meer. Nou, zo ongeveer, weet je wel. Als je Hem niet hebt, dan ben je
weg, dan heb je niets, dan heb je helemaal niets. Het is alsof de Heilige
Geest je helder wilt maken dat: Omdat jij in die verschrikkelijke toestand
was, is de Here Jezus naar hier gekomen om die toorn van God te dragen.
Wie de Zoon heeft, heeft het leven. Wie de Zoon van God niet heeft,
heeft het leven niet. De toorn van God blijft, blijft op hem. Dat is
gewoon de schrift citeren. We moeten dus echt een prediking krijgen
war de toorn van God en de toorn van het Lam zichtbaar wordt. En dan
moet je niet zeggen: "Ja, zo'n God wil ik niet." Diezelfde
God die niet anders kan, vanwege onze ontrouw, vanwege onze schuld,
vanwege onze zonden, onze overtreding, omdat wij het verknald hebben,
omdat wij het verknoeid hebben en de verkeerde route gingen, om die
reden zitten we met die prut, zitten we met de aardbeving, zitten we
met de ziekte, zitten we met alle spanningen in deze wereld. En nu heeft
God daar alles aan willen doen door Zelf nota bene de straf daarvoor
te dragen. En het enige wat Hij vraagt is: "Geloof je dat?"
En dan zegt u: "Ja, nou, nee hoor, dat geloof ik niet." Alleen
als de toorn komt dan zegt u: "Ja, maar zo'n God wil ik niet."
Dat zeg je alleen tweeduizend jaar te laat. Zo'n God wil ik niet, zo'n
God die Zichzelf gaf op het kruis van Golgotha, zo'n God wil ik niet.
Tweeduizend jaar later roepen mensen: "Ja, zo'n God wil ik niet."
Het is zo krom als een hoepel. Ze hebben ook geen poot om op te staan
om dat nu maar even heel plat te zeggen. Alleen, krijg dit maar eens
overgebracht, breng dit maar eens aan het verstand of aan het hart.
Dat is al heel moeilijk. Maar toch, zo staat het er, zo ligt het er.
En dit is eigenlijk super. Super dat God zichzelf gaf, dat God zelf
die straf, die toorn, die verschrikkingen wilde dragen om jou en mij
vrij te maken, om ons voor eeuwig gelukkig te maken, om ons echt in
de blijdschap van Hemzelf te brengen. Dat heeft God willen doen. En
daarom zou je geneigd zijn om te zeggen van: "Dit overzicht van,
ja dit eindigt in een soort catastrofe van bergen valt op ons en heuvelen
bedekt ons." En iedereen zegt dat dan, want de toorn van God is
gekomen. Nou, en wie kan bestaan? Het antwoord weet je. Als de toorn
van God komt kan inderdaad niemand bestaan. De enigen die bestaan zijn
zij die geloofd hebben in het geweldige werk van de Here Jezus
|
|