| |
Lezen:
Openb. 8
Laatste bijbelboek,
openbaring van Jezus Christus, onthulling van de Here Jezus. God laat
zien Wie de Here Jezus is, waar het Hem feitelijk om te doen is. Alle
plannen van God hebben als centrum de Here Jezus. En God laat zien Wie
Hij is en Hij wil zo graag ons in dat kijken naar de Here Jezus laten
delen. Dat is Zijn insteek, daar gaat het om. En daarom is dit bijbelboek
zo bijzonder en misschien ook wel moeilijk, omdat iedereen da roept:
Ja, maar pff, kom, hoe gaat dat dan en hoe moet dat dan en kan
dat dan zo maar en is dat niet echt voor mensen die daar in studeren.
Is dat wel voor de gewone gelovige." We proberen duidelijk te maken
dat dit juist bedoeld is voor elke gelovige. Iedereen die de Here Jezus
kent als Heiland, als Verlosser mag hier in staan en mag hier in ook
delen en genieten. U dus, als u gelooft in de Here Jezus. Het is voor
u bedoeld. En van harte nodig ik u ook uit om, ja om eigenlijk te bidden:
Here kom maar met Uw Heilige Geest." Want mensen kunnen van alles
uitleggen, ze kunnen een aantal dingen aanreiken maar niemand kan het
in het hart brengen. Dat kan alleen de Heilige Geest gaan doen en die
Heilige Geest wil dat ook bij jullie en bij mij gaan doen. Ik ben er
zeker van. En u mag Hem uitnodigen. Misschien vind u dat wat ongewoon
en denkt u: Ja, kom, je gaat God toch niet uitnodigen, het is toch je
buurman niet en zo. Nou, ik wil het ook niet platvloers gaan brengen
want dat is het niet, maar je mag wel zeggen; "Here ik wil me daarvoor
open stellen. Wilt u met Uw zegen binnenkomen. Wilt U helderheid verschaffen.
Wilt u het doen." En dat doet de Here door Zijn Heilige Geest.
Dat is de enige bron, nog een keer, waardoor je zegen kunt krijgen.
Zwaar, moeilijk, ik hoop dat het niet te zwaar is, want iedereen die
gelooft in het volbrachte werk van de Here Jezus heeft de Heilige Geest
ontvangen en kan dit dus ook meemaken, kan dit ook meekrijgen. Ik denk
dat we de Heilige Geest nog wat meer ruimte mogen geven. Wordt vervuld
of weest vervuld met de Heilige Geest. Dat is een opdracht, een duidelijk
appèl, daar moet je echt zelf ook echt iets aan doen. Je moet
jezelf daarvoor open stellen. De Heilige Geest wil u vertellen om Wie
het gaat. Hij, de Heilige Geest zal altijd de Here Jezus in het middelpunt
plaatsen. Dat is de hele insteek van de bijbel: De Christus der schriften
is onze Here.
In het stuk, van dit laatste bijbelboek, waar we nu bezig zijn, gaat
het om de dingen na nu, na dezen, dus de dingen die niet vandaag gebeuren,
maar die gebeuren zullen als u er niet meer bent. Nou, dat is best moeilijk.
Gaan we dan emigreren met z'n allen, een collectief stukje ondergang
tegemoet, zoals bij bepaalde sektes wel eens gebeurt in het verleden?
Nee. We gaan wel emigreren, maar ik weet niet os je dat emigreren noemt.
Je hoeft geen visum meer aan te vragen namelijk. En ook geen werkvergunning.
Je gaat, als de Here Jezus komt, naar Hem. We geloven dat de Here Jezus
heel spoedig kan komen om de Gemeente, om dat bijzondere gezelschap,
Gemeente genoemd, lichaam van Christus genoemd, thuis te brengen. Die
Gemeente hoort hier niet, zal hier ook niet blijven. Die Gemeente hoort
in het huis van de Vader, met de vele woningen, waar de Here Jezus plaats
heeft bereid voor die Gemeente. Daarheen zijn we op weg. En we verwachten
dat de Here Jezus, misschien wel heel spoedig, ons komt halen. Is dat
het einde van alle tijden, is dat een soort jongste dag, een soort finaal
eindpunt. Nee, ook na dat weggaan van de Gemeente gaat het leven op
aarde door en het wordt zelfs heel moeilijk daarna. O, dus we mogen
wel blij zijn dat we eerder weggaan, want dan pas komt de ellende. Zo
zou je het kunnen zeggen. Maar het is niet zo om weg te gaan vanwege
de ellende, we gaan weg omdat de Here Jezus dan verheerlijkt wordt.
En het kan best heel aardig zijn voor u, en misschien doet uw fiets
het nog, ik bedoel, u behoeft om die reden niet weg te gaan. Ik noem
maar een stom ding, maar je hoeft niet weg te gaan om iets. Je zou misschien
kunnen zeggen: "Nou, het loopt aardig." "Hoe gaat het
met je?" vraagt dan iemand. "Nou, goed", sommigen zeggen
dat altijd, en die zeggen: "Ja, dan ben je eraf en als je zegt
dat het niet goed is dan beginnen ze weer te zeuren van wat is er dan
aan de hand. En als je dan problemen hebt met je portemonnee dan is
het: Ja, ja, ja daar kan ik ook niets aan doen, nou dan had je het niet
hoeven zeggen." Een andere broeder, ergens in het Drentse land
zegt, als je hem vraagt: Hoe gaat het met u: "Hebt u vijf minuten."
Zo van: Ik wil het je wel vertellen, maar dan moet je toch even gaan
zitten. Nou, een taktisch antwoord is zeggen van: Nou, veel dingen zijn
goed. Dan ben je er ook van af he. En die andere dingen laat je dan
maar. Nee, ik wil gewoon zo zeggen: "het kan best heel aardig zijn
en er kunnen ook best spanningen zijn, er kunnen best moeilijke dingen
zijn, maar de Here Jezus komt om ons bij Zich te roepen. Dat is echt
de hoop van de Gemeente. Daarom hoort die Gemeente hier niet. Daarom
is die Gemeente hier vreemd en onbekend. Ze hoort daar waar de Here
Jezus is. En de bijbel zegt dat dat gaat gebeuren en dat er nadat die
Gemeente is thuis gehaald van alles gaat gebeuren. Veenendaal bestaat
nog steeds, maar de oordelen van God komen. We hebben dat ontdekt. En
die oordelen zijn zo geweldig ingrijpend, dat je de vraag stelt: En
hoe, loopt het dan af met Israël. Antwoord was: God heeft verzegelden,
het loopt Hem niet uit de hand, Hij laat ze niet allemaal.... Ja, maar
al die mensen dan, je kunt toch niet zeggen dat al die mensen dan ineens
aan hum lot worden over gelaten. "Nee", zegt de Here. Als
die gemeente weg is, als die evangelisten van de Gemeente weg zijn dan
heeft de Here God opnieuw evangelisten, heeft opnieuw 144.000 in de
startblokken staan, om te vertellen, om het blijde nieuws van Gods genade
uit te dragen. En hun prediking heeft tot resultaat dat er een grote
schare komt die niemand tellen kan.
We denken soms dat het in Nederland niet zo goed gaat in het gelovig
zijn en dat is ook wel een beetje zo. Maar ik wil u toch bemoedigen
vandaag. Wereldwijd komen er elke dag 100.000 mensen tot bekering. Ja,
dat is meer dan Veenendaal toch. Veenendaal en Nijverdal samen is net
100.000. Ja, dat zijn toch geweldige getallen. En het merendeel daarvan
komt tot geloof in Afrika op dit moment. Ja, we maken ons zorgen over
die Derde Wereld. De Here God maakt Zich daar ook zorgen over. Maar
Hij maakt zich ook zorgen over die Eerste Wereld. Daar hoeven ze Hem
niet meer. Ze hebben het al gehad.
De Here gaat met Zijn oordelen komen. En we hebben dat al gezien in
hoofdst. 6 en 7 een klein beetje. Maar ook een tussenzin gezien in hoofdst.
7 van: Ja, maar voor Israël is er toch nog een bepaalde route,
een aparte plek. En voor die grote schare die niemand tellen kan is
er een immense genade beschikbaar. En dat is ook waar. En nu gaat in
hoofdst. 8 dat oordeel weer verder.
Nu, we beginnen nu met een nadere detaillering een nadere uitweiding
van delen die we al hadden. Ik heb u proberen duidelijk te maken dat
er zeven zegels zijn aan die boekrol. En dat die zeven zegels verbroken
worden. Bij het eerste zegel, tweede zegel, derde zegel, vierde, vijfde,
zesde. En toen kwam het zevende zegel, en toen dacht je dat het over
was. Nee, toen kwam er een nieuw zevental. En als die zeven bazuinen
war we nu net aan begonnen zijn, hoofdst. 8, voorbij zijn, dan bij die
zevende bazuin, dan zou je zeggen: "En nu is het dan ook eindelijk
wel afgelopen." Nee, dan komt bij de laatste bazuin nog een nieuw
zevental. Maar dat zijn steeds nadere details van. Het is in hoofdst.
6 globaal ontvouwd en nu komt er een nadere ontvouwing en dan krijg
je nog een keer een nadere, nadere ontvouwing. Zo gaat het steeds verder.
In hoofdst. 8 komt er een stukje nadere ontvouwing, meer details. En
de spanning is om te snijden in de hemel. Het wordt een half uur stil.
Ik weet niet hoe jij bent en hoe je in elkaar zit, maar een half uur
stilte is lang hoor. U bent op een begrafenis wel eens geweest en dan
was het drie minuten, vier minuten stil. Dat was lang. Eén minuut
stilte, nou, we kunnen het nog ophoesten. Maar een half uur, in de hemel.
En nu kun je 100 keer zeggen: "Ja, wat is nu een half uur in verbinding
met God die de Eeuwige is." Klopt, daar hebt u echt gelijk aan,
dat is niets. Als duizend jaren zijn bij de Here als één
dag, nou dan stelt een half uur helemaal niets voor. Zo kun je het zeggen.
Maar je kunt ook uit dit stukje lezen dat de spanning voelbaar is in
de hemel. Een stilte, alsof er een stilte voor een storm is. Die term
kennen we ook. En dat is ook wat hier gebeurt. een enorme stilte.
En dan wil ik u graag meenemen naar wat hier voorgesteld wordt, en dat
had u natuurlijk ook een beetje verwacht. Daar staan die zeven engelen,
die voor God staan, en die krijgen zeven bazuinen aangereikt, zeven
trompetten of andere, maar in elk geval bazuin-achtige dingen. Het hoeft
niet allemaal zo'n mooi gekruld geval te zijn, het kan ook wel een hele
lange toeter zijn zal ik maar zeggen. In elk geval zeven bazuinen. En
die staan op het punt te bazuinen, maar dan komt er een soort tussenfase,
tussenstukje. Opnieuw een tussenstukje, vanaf vs 3 van hoofdst. 8 en
dat gat door t/m vs 5. U hebt dat met mij gelezen en ik hoop dat dat
een beetje doordringt.
Er is een engel met een gouden wierookvat bij het altaar gaan staan.
En die engel die krijgt veel reukwerk en dat reukwerk wordt gevoegd
bij de gebeden van de heiligen. En dat reukwerk samen met de gebeden
dat stijgt op uit de hand van de engel voor Gods aangezicht. Het gaat
als volgt. Als in Israël sprake is van het uur van het gebed, die
term komt u tegen he, in het boek Handelingen. Dat is het negende uur,
heel merkwaardig, niet zo merkwaardig, maar op het eerste gezicht. Dat
betekent dus in de taal van Israël drie uur s middags. Want
om drie uur s middags ging er weer een priester in het huis van
God en ging een priester vuur doen in een soort vuurpan, wierookvat,
gouden wierookvat. En daar werd wierook opgelegd. En dan, u hebt dat
vast wel eens gezien he, een klein beetje nog in de R.K. diensten, wordt
een beetje met zo'n ding heen en weer geslingerd, en dan komt er een
wolkje wierook vrij, reukstof vrij. Nou, dat was toen ook zo. Een gouden
wierookvat, vuur erin van het altaar, wierook erop, en er ontstond een
rook. Elke keer, om drie uur s middags gebeurde dat. Voorbeeldje:
De vader van Johannes de doper, ik weet niet of dat kwartje nu valt,
mag je niet meer zeggen vandaag, eurootje nu valt. Maar ik bedoel die
Zacharias was in de tempel en er moest gebeden worden en zo en hij ging
dat doen. En toen kwam Gabriël bij hem staan, daar. Het uur van
het gebed. ZO ging dat. Hij was aan de beurt om dat reukwerk daar te
brengen. Misschien is het wel helder voor je dat in het OT al een aantal
keren sprake is van het uur van het avondoffer. Ik wil het niet moeilijker
maken dan het is, maar het is wel heel boeiend om je daar eens een keer
mee bezig te houden. Op het uur van het avondoffer staat Elia daar op
de Karmel en zegt: "Here, antwoord mij." Vuur uit de hemel.
Dat is het uur van het avondoffer. Ezra en Nehemia, uur van het avondoffer.
Er zijn talloze, talloze voorbeelden, maar misschien is het mooiste
voorbeeld het kruis van de Here Jezus. Het uur van het avondoffer. Hij
zei: "Het is volbracht", precies om drie uur s middags.
Staat in de bijbel. Het uur van het avondoffer is ook aanwezig als Petrus
en Johannes naar de tempel gaan, wordt ook daar weer uur van het gebed
genoemd, hoofdst. 4 uit het boek Hand. Het uur van het avondoffer is
ook weer terug te vinden bij Cornelius, als hij bidt en antwoord krijgt
van de Here. Dat zijn prachtige dingen hoor, die horen allemaal bij
elkaar, die zitten allemaal aan elkaar verknoopt. Er is harmonie in
de bijbel. Het zijn geen losse elementjes die niet ergens bij horen.
Dat komt niet voor. Het is gewoon harmonieus.
Nu, nu zie je dus in de hemel iemand bij het altaar staan. En reukwerk
wordt toegevoegd aan het gebed van de heiligen. Dat is nu ook zo, weet
je dat. waarom is jouw gebed voor God zo bijzonder. Omdat het gekoppeld
is aan het uur van het avondoffer. Omdat Zijn liefelijkheid, Zijn persoon,
Zijn mooiheid, Zijn uitstraling, aan jouw gebed wordt toegevoegd. Daarom
bidden we: Vader, in de Naam van de Here Jezus. Is dat een garantie
dat God het dan gaat doen. "Here God ik wil graag een nieuwe fiets,
ik bid het U in de Naam van de Here Jezus." Nou dan zit Hij er
aan vast. Nou, aardige mogelijkheid voor ons. Als je nu toch wat wilt
doe het dan zo. Is dat zo, een soort formulering. Nee, dat is het niet.
Het is geen soort formulering waar de Here dan aan vast zit, maar het
is wat anders. De Here God vind het fijn als jij bij Hem komt. En omdat
je in de Naam van de Here Jezus komt, wordt er reukwerk aan toegevoegd,
wordt er iets liefelijks, iets moois, iets dat lekker ruikt aan toegevoegd
en dat wordt met het uur van het gebed gemengd. Het is eigenlijk fantastisch
he, dat als jij bid, dat de hemel zegt: "daar doen we nog een snufje
bij." Sorry hoor, dat ik het gewoon zeg, maar, daar voegen we iets
aan toe he. Dat wordt daardoor juiste heel aangenaam, daardoor heel
bijzonder voor God. Nou, dat is zo. Kracht wordt er verleend omdat het
reukwerk, de reukstoffen van de Here Jezus daar aan worden toegevoegd.
Nou daar mag je best een beetje blij mee zijn. Dat je niet alleen welkom
bent bij de Here God, dat je alle dingen mag zeggen, dat door gebed
en smeking alle dingen bekend worden bij God, maar dat daar ook kracht
aan verleend wordt. En ik denk dat wij veel te weinig beseffen wat gebed
zou kunnen doen. Ook in onze levens. Dat staat hier: Bidden en reukwerk.
Maar er staat nog meer. Van datzelfde altaar wordt vuur genomen en in
hetzelfde wierookvat gedaan en dat vuur wordt uitgegoten en dat brengt
ook oordeel.
En nu wil ik je meenemen naar een geschiedenis uit het OT en dat wil
ik graag met je lezen ook, Num. 16:41, dat hele hoofdstuk heeft ermee
te maken maar dat laat ik nu maar even los: De volgende dag echter morde
de gehele vergadering der Israëlieten tegen Mozes en Aäron
zeggende: "Gij hebt het volk des Heren gedood". (Er was een
ramp gebeurt door Korach, Datan en Abiram, en zo, die waren zomaar weggezakt,
er was een gat ontstaan in de grond en ze waren zo maar weggezakt. Nu,
dan gaan ze mopperen he, want dat is de schuld van Mozes en Aäron.
Ja, zo ongeveer. Gelijk bijna de vuist omhoog. Nou we lezen verder.)
Mozes en Aäron die zagen dus dat de hele vergadering tegen hen
te hoop liep (vs 42) en zich naar de tent der samenkomst hebben gewend.
En zie de wolk bedekte haar en de heerlijkheid des Heren verscheen.
Toen kwamen Mozes en Aäron tot voor de tent der samenkomst. (Dat
is echt iets bijzonders geweest, een heel duidelijke spanning tot en
met. Het volk agressief, opstand tegen Mozes en Aäron. Korach Datan
en Abiram waren al weg he, die waren ook opstandig geweest, rebellie
gepleegd en nu is de spanning om te snijden. En dan zegt vs 44, en nu
komt wat ik bedoel.) De Here dan sprak tot Mozes: "Trekt u terug
uit deze vergadering opdat haar in één ogenblik verteren."
Toen wierpen zij zich neer op hun aangezicht en Mozes zei tot Aäron:
"Neem een vuurpan" (lees nu eens wierookvat, want dat was
het) "Neem nu een vuurpan, doe er vuur in van het altaar, leg er
reukwerk op en ga haastig tot de vergadering en doe verzoening over
hen want de toorn is van de Here uitgegaan, de plaag is begonnen."
Aäron nam een vuurpan zoals Mozes gesproken had en snelde tot midden
onder de gemeente. En zie de plaag was onder het volk begonnen. Toen
legde hij er reukwerk op een deed verzoening over het volk. Toen hij
tussen de doden en de levenden stond hield de plaag op.
Als je ergens een spannend moment wilt definiëren uit de Schrift,
dan heb je het hier. Heel spannend. Het volk is in, ja, opstand gewoon,
rebellerend bezig en ze willen niet dat Aäron en Mozes, en ze verwijten
ook Mozes en Aäron van alles en zeggen: "Dit hadden ze nooit
moeten doen en dit had niet gemogen." Nou ja, zoals iedereen altijd
praat achteraf. Mozes en Aäron weten zich geen raad, snellen naar
het huis van de Here en de Here verschijnt in glorie en dan krijg je
deze geschiedenis. De Here zegt: "Mozes en Aäron, maak dat
je daar wegkomt want dat hele volk dat ga Ik nu echt, dat ga Ik onder
Mijn oordeel brengen. Dat volk was in opstand tegen Mozes en Aäron
en Mozes natuurlijk: "Zie je wel", tegen Aäron, por in
de ribben, "we hebben gelijk he, wij blijven over, zij krijgen
de rekening." Dat was zo. Doen ze dat, eigen schuld dikke bult,
zo? Ze vallen op hun aangezicht en ze bidden, ze doen voorbede. En Mozes
snapt het. "Aäron, doe wat, doe wat, neem een vuurpan, neem
dat wierookvat, doe er vuur in, leg er reukwerk op en, ja doe iets."
En dat doet Aäron ook, hij snelt, dat betekent dat dat ook nog
met haast is gedaan, en hij snelt er naar toe en de plaag is begonnen.
En dan zie je dus, dat reukwerk staat tussen de doden en de levenden.
Dat is heel aangrijpend. Zal ik het anders zeggen, en ik hoop dat je
me begrijpt, het vliegt behoorlijk naar m'n keel hoor. God ziet jou
en ziet mij als rebellerend. We zijn geen draad beter dan Korach, Dathan
en Abiram. We zijn geen draad beter dan het volk van God dat in opstand
komt tegen Mozes en tegen Aäron. Het is allemaal hetzelfde kaliber.
Jij en ik zijn zo. En God zegt: "Ik kan er niets mee, Ik kan er
helemaal niets mee." Mozes en Aäron, samen een beeld van Here
Jezus. Ik wil het heel voorzichtig zeggen. Aäron die naar binnen
gaat, naar het heilige der heilige gaat, met verzoening, en Mozes die
vanuit de tegenwoordigheid van God naar buiten komt. Beide elementen
zijn in de Here Jezus één. Nou, dat is hier aan de orde.
En Mozes en Aäron vinden we hier terug.
En vuur van het altaar met reukwerk er op brengt scheiding. De plaag
houdt op, daar waar Aäron staat met reukwerk. Wat zei ik zo pas.
Het uur van het avondoffer, het uur van kracht verlenen aan uw gebed.
Het gebedsuur, reukwerk. Ik zal het nu nog anders zeggen. Het vuur van
God, dat was het vuur, God zelf had het altaar aangestoken en dat vuur
mocht nooit uit gaan, dat vuur bleef intact, is ook onderweg steeds
intact gebleven, en dat vuur, het offer verterend, is ook het vuur op
het reukofferaltaar, dat is echt hoor, dat vind u zo letterlijk terug,
dat bedenk ik niet, dat staat er gewoon, het vuur van God heeft twee
kanten. Ofwel het is oordeel ofwel er is reukwerk. En God ruikt een
liefelijke reuk. Ik vind het zo fantastisch dat iedereen die hier is
en gelooft in de Here Jezus, mag zeggen: "Het vuur van God had
mij ook moeten treffen. Ik heb ook geen been om op te staan, ik had
toch geen enkel stukje recht of zo. Maar het vuur van God heeft het
offer getroffen en nu ben ik aangenaam, liefelijk in de Geliefde, in
Zijn reuk." En je kunt zelfs een reuk van Christus zijn. Je kunt
het ook nog doorgeven naar anderen toe. Maar dit hele gebeuren is een
adembenemend schouwspel. Alsof den Here Gods laat zien aan u en mij:
Kijk eens, ja iedereen had eigenlijk de vertering, het verterende vuur
van God moeten ontvangen, moeten krijgen. Maar niet iedereen komt om.
En de scheiding is daar waar Mozes en Aäron staan. Er is één
middelaar tussen God en mensen, dat is de mens Christus Jezus. Aan welke
kant sta je. Niet omheen draaien, niet zeggen: "Ja, daar moet ik
toch eens een keer over piekeren." Ik zei gisteren op een conferentie
waar ik was: "Je had vroeger vertegenwoordigers en die stuurde
uit om mijn of onze produkten te verkopen. En als die mensen dan terug
kwamen met een mooi verhaal: Ja, die mensen die hebben interesse, die
hebben grote interesse in ons produkt. Ze zullen er over nadenken en
ze willen graag nog wat dokumentatie en ze zullen ons bellen. Van zulke
rapporten had ik stapels. En ik heb natuurlijk tegen die mensen gezegd:
"Jongens en verkopers en vertegenwoordigers, die rapporten die
wil ik niet meer, daar heb ik niets aan, je moet orders hebben en geen
verhalen dat mensen interesse hebben." Ze zullen er over nadenken.
En mensen die jou gaan bellen als ze er aan toe zijn dat betekent gewoon
dat jij het initiatief aan anderen hebt gelaten, dat is voor de verkoper
dodelijk." Sorry hoor, dat is een beetje commercieel, maar ik kom
uit die hoek, ik kan er ook niets aan doen. Er moeten dingen op papier,
er moeten handtekeningen komen, orders. En mensen die vandaag zeggen:
We zullen er eens over piekeren", zijn precies die mensen
die bezocht worden door een verkoper die eigenlijk zijn verkeerde taak
doet, die gewoon niet goed werkt. Ik kan hier niet bij de deur gaan
staan en je zoiets door de keel duwen. Ik zou wel willen maar het mag
niet. En bovendien, de Here vertelt ons dat jij zelf een beslissing
moet nemen. En ik vraag je nu, heel concreet, aan welke kant sta je.
Niet zeggen: Ik zal er nog eens over piekeren, nog een paar nachtjes
slapen, dan bel ik je hoor, dan laat ik het je weten. De volgende zondag
dan zal ik het je laten weten." En misschien kom je helemaal niet
meer. Als het initiatief uit handen word gegeven dan weet ik zeker dat
de duivel kans ziet om direkt al bij de deur van dit gebouw zijn slag
te slaan en te zeggen: "Moet je eens luisteren, wat die man daar
zegt is allemaal onzin." Ja, maar u zegt: "Als die man zo
op mijn gemoed spreekt, daar op in praat, dan doe ik misschien wel onder
de druk van een beslissing." Nou, u bidt maar. De dienst is nog
niet afgelopen. Maar ik wil u graag vragen: Waar staat u als het vuur
van God zou komen. Als het oordeel van God, en dat heeft echt met God
zelf te maken, zoals het vuur van het altaar door God zelf was gegeven,
dat heeft niet Mozes gedaan met een paar vuurstenen van vroeger of met
een lucifershoutje van vandaag, dat is van God zelf gekomen. God is
een verterend vuur, dat is Hij. Niet: Dat wordt Hij soms, dat is zo,
zo is Hij. Dat hoort bij zijn wezen. God is heilig, God is licht, God
is een verterend, ook onze God, is een verterend vuur. En jij dan, hoe
zouden we dan kunnen bestaan, hoe zouden we in leven kunnen blijven,
hoe zouden we ontkomen, als we te maken hebben met een dergelijk iemand.
Het vuur van God is op het altaar terecht gekomen. Wanneer? Nog een
keer, op het uur van het avondoffer, op het uur van het gebed. En hoe
raar het ook klinkt, maar daar moet u maar een beetje, hoe heet dat,
grasduinen, een beetje gaan graven, maar daar is bij het offer van de
Here Jezus een deel liefelijk voor God, zoals een brandoffer altijd
een liefelijke reuk is voor God en een zondoffer altijd een afschuwelijk
iets is. Daarom werd een zondoffer ook buiten de legerplaats verbrand
en het brandoffer op het altaar verbrand. Het is even moeilijk, maar
het is wel de moeite waard om daar eens over te piekeren. Dus iets in
het werk van de Here Jezus, zo subliem voor God, zo geweldig, waar God
zo geweldig van genoten heeft. Ja, niet omdat Zijn Zoon leed, omdat
Zijn Zoon pijn had, maar omdat in dat werk van de Here Jezus iets buitengewoons
voor God zelf naar buiten kwam. Want God zegt: "Kijk, dit is het
wat Ik bedoel. Dit is nu precies wat ik bedoel. En aan de andere kant
was er natuurlijk dat verschrikkelijke, dat vreselijke, van lijden,
van ja, van mensen die Hem dit inderdaad aandeden. En ja, voor die zonden
en voor die ongerechtigheid moest er genoegdoening komen. Nou, de Here
Jezus heeft dat ondergaan. Het vuur van God is op Hem neergedaald. Daarom
werd het toen donker. Daarom was Hij van God verlaten, de Mens Christus
Jezus: Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten. Het vuur van
God kwam op Hem terecht.
De plaag was begonnen. En Mozes en Aäron stonden er eigenlijk tussen
in. En het oordeel van God komt, de plaag is begonnen, en de Here Jezus
staat daar prachtig tussen in. U ziet het hier komen he. U ziet spanning
naar boven komen. Eerst een half uur stilte, en dan reukwerk, de liefelijke
kant van reukwerk, kracht verleend aan de gebeden van de heiligen, dat
stijgt op tot een liefelijkheid voor God. Jij en ik mogen nu met God
praten. Die toornende, die heilige God is jouw Vader geworden, je hoeft
niet meer bang te zijn voor Hem, helemaal niet, Hij vind het fijn als
je komt. Hij is blij met je. Ik zeg het je, in de Naam van de Here Jezus,
Hij is blij met je. Aangenaam in de Geliefde, jij. Als je gelooft in
de Here Jezus ben je aangenaam voor God. Hoef je niet meer bang te zijn
voor God. Dan is God niet een heilige God die alleen maar straf uitdeelt,
alleen maar strafregels, laat ik maar zeggen, laat schrijven, alleen
maar rode potloden heeft om aan te geven wat je allemaal fout doet.
God is liefdevol. Hij wil je zo graag in Zijn nabijheid en Hij heeft
graag dat je bij Hem komt. Dat is de ene kant. Maar is God dan niet
meer de Heilige God, is het dan niet waar wat ze vroeger zeiden, dat
Hij toornt en dat Hij de zonden niet door de vingers kan zien. Ja, dat
is waar, maar er staat Iemand tussen, tussen de doden en de levenden.
Je ziet het in Num. 16, je ziet het hier. Hier zie je het uitgebeeld,
in Openb. 8. En eigenlijk zou je dit gewoon voor je zelf moeten nemen
en nou, misschien wel een paar dagen over mogen piekeren gewoon. Ik
bedoel niet in zak en as en zo, maar gewoon: Here, laat nog iets moois
van Uzelf hieruit naar boven mogen komen. Laat ik nog meer mogen genieten
van wat U hier aan het doen bent, wat U allemaal gaat zeggen."
Niemand van ons hoeft verloren te gaan. Elk die wil mag komen: En die
wil, neme het water des levens om niet. Het aanbod van God is heel royaal.
Het ligt aan jou of het wel of niet aan te nemen. En de meesten van
ons hebben het aangenomen, gelukkig, en mogen zeggen: "Ik ben een
kind van God en ik weet: Mijn schuld is weg, mijn zonde is vergeven.
En ik weet, ook al zou ik het zo niet zo durven zeggen direkt, van ja,
God is blij met me. Ja, dat is allemaal te populair en zo en dat willen
we dan niet en we willen ook nog graag een beetje plechtig blijven.
Het moet een beetje, nou ja, het moet ook nog een beetje de kerkelijke
sfeer uitademen van......" Ja, ik weet dat u het anders zegt, maar
ik hoop wel dat u het nu wel overdenkt en dat u zegt: "Zou God
echt blij met me zijn." En ik geef je als antwoord: Als je gelooft
in de Here Jezus, dan is God blij met je. En dat wat je bidt in de Naam
van de Here Jezus is aangenaamheid voor Hem, is een liefelijke reuk
voor Hem, dat is iets moois voor Hem, dat heeft Hij graag. En jij wordt
er ook blij van, dat kan niet anders. Je wordt er gelukkig van. Dit
is werkelijk iets waar je ziel behoefte aan heeft. Dit is water op dorstig
land, dat is het, de zegen van de Here.
En dan komen die zeven engelen. Je voelt al dat die die geloven in de
Here Jezus, niet aan de kant van de oordelen staan. Ik hoop dat dat
nu ook helder is, dat het hier nu niet gaat over jou en over mij, maar
dat het niet gaat over een boze wereld die de Here Jezus niet wil. Ja,
maar die mensen die nog nooit van Hem gehoord hebben die kunnen toch
niet meedoen en meegaan in een sleur van vuur en verderf. Nee, hebben
we gehad he, vorige keer, nou niet vorige keer in de volstrekte zin,
maar de laatste keer toen we over Openb. 7...... Ja maar de Here heeft
die mensen toch niet diezelfde, je kunt toch niet hertzelfde gaan aanrekenen.
Nee, die mensen kunnen komen he, 144.000 die gaan zeggen: "Er is
nog steeds reukwerk, er is nog steeds reukwerk, ze staan nog steeds
tussen de doden en de levenden. In die zin wordt er een geur van Christus,
daarom wordt het ook zo genoemd, een geur van Christus, door een gelovige
neergezet. Dat is uniek he, dat jij, in jouw omgeving, een stukje geur,
iets van die liefelijke reuk mag etaleren. Dat is een enorme opdracht.
Het is ook een zegen brengende, heil brengende boodschap.
De zeven engelen die staan klaar en die gaan nu bazuinen. De eerste
blaast: Hagel, vuur vermengd met bloed, en dat werd op de aarde geworpen.
En dat gat steeds om een derde deel. Alsof de Here suggereert, er komen
later nog andere getallen hoor, van dit is een soort voorbode nog maar.
Zoals in Zacharia staat dat tweederde zal omkomen, dat komt nog hoor,
maar dart is dit nog niet, dit is dus nog éénderde, een
derde, een derde, een derde, een derde. Zo van zesenzestig punt zoveel
procent gaat dan toch nog overblijven, maar een derde deel gaat echt,
gaat echt stuk.
En nu gaat het in vs 7 om hagel en vuur vermengd met bloed. Vuur en
hagel, oordeel van God, rechtstreeks van God. Vuur van God. Ik heb het
al gezegd: God is een verterend vuur. Oordeel van God. God gaat ingrijpen
en God laat niet met zich spotten. Nederland kan ongelofelijk brutaal
zijn. En ze hebben bijna God tot een kwade genius benoemd en zeggen:
Nou ja, al het kwaad komt van God. Als God een beetje God is dan,
dan had Hij dit maar eens anders moeten doen. Dan was Bart de Graaf
misschien niet overleden en dan was Pim Fortuyn niet dood geschoten."
Ik bedoel, zo ongeveer. Een beetje te kort door de bocht, maar ik wil
gewoon het even zeggen he, ik bedoel, zo ongeveer praat men over God.
Alsof je Hem in je broekzak hebt. Alsof je Hem gewoon aan een touwtje
kunt trekken. Een soort harlekijn of zo. Zo moet God zijn. Dat is God
niet. Gos is geen pop.
Bloed, vuur, hagel. Job zei al dat God de hagel bewaard heeft tegen
de dag van het oordeel. En dat is zo. Die hagel die komt.
De tweede blaast en er wordt iets als een grote berg in de zee geworpen.
En nu moet ik vooruit springen misschien, want hier gaat het om een
enorme macht, een blok, een machtsblok, een berg en die wordt in de
zee geworpen. Nou, uit Openb. 17, ja, dat duurt nog een hele tijd, maar
daar staat dat de zee volkeren zijn. Ik bedenk het niet hoor, dat staat
gewoon in de bijbel. Die zee, dat is een volkeren massa, allemaal mensen.
En midden in die mensenmassa, in die volkeren massa, daar komt een soort
blok. Nou, het wordt duidelijk uit dit laatste bijbelboek over welk
blok het gaat. Dat is niet het Vlaams Blok, dat hebben ze in België,
daar hebben we niets mee te maken. Maar het blok is Europa. Ik ga een
beetje vooruit grijpen maar dat is echt aan te tonen. Dat is duidelijk
te maken. Er komt dus een machtsblok. En volgens Openb. 13 wordt dat
een beest. Dat is helemaal niet leuk, dat is vreselijk. Een vreselijk
dier, zo wordt datzelfde genoemd in Dan. 7. Het is even ingewikkeld
he, maar goed. Het zijn al details van wat er zopas in hoofdst. 6 aan
globale dingen werd gezegd, dit zijn al nadere details, maar die krijgen
nog een nadere invulling he, dat bedoel ik steeds te zeggen. De details
daarvan komen nu nog. We zullen dat ontdekken. Het is ook een beetje
klantenbinding he, dat begrijpt u, nou, nee hoor, ik heb het niet bedacht
zo, het is niet mijn indeling. Het is de indeling van de bijbel en de
Heilige Geest heeft het zo op deze manier gegeven. Maar natuurlijk is
het dan wel iets waar je van moet zeggen: " Ja, dat moet ik dan
toch ook nog weten." Nou, het gaat ook niet alles in één
keer. Dat gaat heel, heel geleidelijk, maar je krijgt het wel helder
op een bepaald moment. Een machtsblok komt uit, een grote berg wordt
in de zee geworpen en dat betekent niet zoveel positiefs. Het derde
deel van de zee wordt bloed, dat betekent geen leven meer. Dat kost
een gigantisch bedrag. Schepselen die daarin zijn, die daaronder te
maken hebben die sterven en ja, de zee krijgt een oordeelskracht.
Vs 10 zegt, een derde engel, weer een bazuin: En er viel een grote ster
neer brandend als een fakkel uit de hemel. Bij een ster gaat het in
de bijbel, in de rest van dit bijbelboek steeds om een leider, een groot
iemand. Dus niet een volk, een blok, mensenmassa, Europa in dit geval,
dat geeft ik u nu al vast vooruit en Openb. 13 maakt dit duidelijk.
Maar het gaat bij een grote ster om iemand die leider is. Nu is het
nog niet helemaal duidelijk of het hier gaat om de leider van dat Europese
rijk, van dat blok dan wel of het hier om die antichrist gaat. En waarschijnlijk
het laatste maar daar kom ik straks, niet straks maar later wel op terug.
Maar het gaat erom dat er een ster brandend als een fakkel uit de hemel
komt. In hoofdst. 8:8, even terug he, daar gaat het dus om een blok,
om een grote berg. Er wordt niet gezegd dat die grote berg uit de hemel
komt. Dat is er kennelijk al. Maar die ster die komt uit de hemel gevallen
en daarom denken sommigen dat dat de duivel zelf is. Die satan die uit
de hemel wordt geworpen, Openb. 12. Dat hij die gevochten heeft, er
was immers oorlog in de hemel, en Michaël en zijn engelen ging
strijden met de duivel en met zijn engelen en de duivel, de satan, de
oude slang, werd uit de hemel geworpen. Uit de hemel geworpen. Een ster,
een morgenster wordt hij genoemd in het boek Ezechiël. Een heel
bijzonder iemand. Iemand met grote kwaliteiten, met enorme invloed,
wordt uit de hemel geworpen. En die viel op het derde deel van de rivieren,
dus waar frissigheid, waar leven vandaan komt. Als u in Egypte, in het
oosten kijkt, waar is nu vruchtbaarheid? Nou het hele land Israël
is ongelofelijk vruchtbaar. Maar waar halen ze de oogst dan binnen,
alleen maar daar waar water komt. Want zelfs de Negev woestijn is een
buitengewoon vruchtbaar gebied als daar water komt. Daarom zal die woestijn
ook een keer gaan bloeien als een roos. Ja, de potentie is er gewoon,
het land is vruchtbaar, op zich is het vruchtbaar. Als er water komt,
ja dan.... De Nijl is in Egypte natuurlijk een levensader. Als u Egypte
kent, u bent daar natuurlijk 20 keer geweest of zo, en u weet precies
hoe het zit, maar 25%, dus een vierde deel van Egypte is maar bewoond.
De rest is woestijn, 75% is woestijn. 25% is een beetje leefbaar, Maar
waarom is dat nu in cultuur gebracht, waarom kun je daar nu wonen en
leven? Omdat het water van de Nijl daar komt. Ja, niet alleen om dat
stroompje, maar dat is dus met dammen en irrigatiewerken zo breed mogelijk
gemaakt. En vroeger hebben ze ook dijkjes doorgestoken om het water
van de Nijl te laten overvloeien. Dus daar waar, ja, vruchtbaarheid
is, daar komt het water van de Nijl. Dat is met name in die Nijldelta,
waar al die stroompjes van de Nijl te vinden zijn, een hele rij. Daar
is het vruchtbaar. Maar als die ster uit de hemel valt, en valt op de
rivieren, dat betekent dus dat de vruchtbaarheid en dat het eigenlijke
leven niet meer mogelijk is. En die naam van die ster die wordt Alsem
genoemd. Alsem in het Russisch is Tjernobyl. Dus toen die ramp in Tjernobyl
kwam, een aantal jaren terug, toen hadden we: Oh, daar heb je het he.
En het water werd gelijk bitter, want je kon niet meer drinken. Het
was echt niet meer om uit te houden. De dood lag op de loer. Dat was
een gigantische ramp. Er zijn veel meer mensen bij omgekomen dan iedereen
toegeeft. Maar nu langzamerhand zijn die cijfers wel helder geworden.
Dat gaat natuurlijk een keer uitlekken. Het is ook gebeurd. Maar Alsem,
Tjernobyl in het Russisch. Ik ken nog een Russisch woord maar dan houdt
het ook op hoor. Wodka heb ik ook geleerd. Niet omdat ik het drink,
ik drink niets, maar, nou ja grapje. Maar ik wil dus niet met mijn Russisch
schermen want dat heb ik gewoon niet, maar ik heb dat, ja, ook meegekregen.
Het woord Alsem in het Russisch is Tjernobyl.
Maar bitterheid. Er is eigenlijk geen leven meer, want al het water
is bitter geworden. Mag ik nog een keer terug komen op mijn beginstukjes.
Weet u nog van Israël, toen ze uit Egypte kwamen, ze waren door
de Schelfzee gegaan en ze kwamen bij Mara. Wat betekent Mara? Bitter,
precies. Ja, "Noem mij maar Mara", zei Naomi veel later want,
ja, het is alles bitter geworden. Wat was de oplossing voor het bittere
water? Mozes hoorde de Here Zeggen: "Kijk, Mozes, zie je dat daar,
daar, dat stuk hout. Nee, niet dat stuk, maar dat stuk hout." Beetje
overdreven hoor, maar zo staat het er wel: De Here wees hem een hout
aan. "En dat moet je er in gooien." Het hout. Vervloekt is
een ieder die aan het hout hangt. Het hout des levens. En toen was er
geen bitterheid meer. En de Here noemt zich daar: Ik de Here ben uw
Heelmeester. JHWH, Rafa of Rofi of Rofe, u mag het invullen, want klinkers
kennen we niet in het Hebreeuws, dus wat we er tussen stoppen dat is
aan ons. U kiest maar iets uit. Maar u mag het wel zeggen: "De
Here is Heelmeester". Zo is Zijn Naam, zo is Hij, dat is Zijn Wezen,
Dat is mijn God die ik mijn Vader mag noemen, Die is zo, Die heeft een
oplossing. Nog een keer zeggen? Mooi he.
De vierde engel blaast de bazuin en de zon werd getroffen. Het derde
deel van de maan, van de sterren wordt verduisterd. Dat betekent dat
het licht weg gaat. En, nou misschien is dat zo. Ik weet niet of u ooit
iets gelezen hebt over de Gouden Eeuw, over wat God allemaal ging doen
en kon doen. En hoe dat in andere culturen ook zo'n soort tijd is waarin
God buitengewone dingen doet. Als de Here vandaag zoveel duizenden,
duizenden mensen tot geloof roept dan zijn er zegeningen, zegeningen.
Blijft dat zo? Nou het kan ook wel eens een beetje verduisteren. Hoe
zou het komen dat de Verlichting, zo als wij dat noemen he, een soort
stroming in de geschiedenis, verduistering heeft gebracht. Waar het
menselijk vernuft de boventoon gaat voeren daar komt de verduistering.
Waar het licht van wetenschap, van wat wij kunnen en van wat wij uitstralen,
waar dat licht van ons een plaats krijgt, daar gaat de duisternis toenemen.
Het derde deel van de zon, het derde deel van de sterren, het derde
deel van de maan. Er is geen licht meer, geen zicht meer. In de dagen
van Eli, u wet het wel, die hogepriester die twee zonen had en die gingen
het helemaal niet zo goed doen. En die Eli die zat daar op een stoel,
hij was al oud geworden, hij was bijna blind, zo wordt het u getoond,
en er wordt bij gezegd: "Ja nog was de lamp Gods niet uitgegaan,
maar het woord des Heren was schaars in die dagen." Dus er was
nog een heel klein ietsie pietsie licht. Maar ja, als dat weg zou gaan
was het ook helemaal over. Verduistering. En moet je niet zeggen dat
binnen christelijk Nederland de verduistering heeft toegeslagen op een
gigantische manier. Het antwoord is: Ik zeg niet dat het onze tijd is,
maar dit wordt nog veel erger. Als de vorst van de duisternis gaat regeren,
nou dan heb je heel wat batterijen nodig zou ik bijna willen zeggen,
dan heb je heel wat nodig. En het mooie is dat het Nieuwe Jeruzalem
dat van God uit de hemel neerdaalt, mag ik dat nog een keer zeggen,
heeft geen zon en geen maan en geen sterren nodig. Niks hoor, die zitten
daar niet mee, want God Zelf is het Licht en het Lam is haar Lamp. Zo
wordt het. Waarom hadden die Israëlieten licht in die plagentijd
in Egypte. Waarom hadden ze licht in hun huizen, waarom. Nou om de eenvoudige
reden dat de drie dagen van absolute donkerheid in Egypte dezelfde drie
dagen waren waarin Israël een lam in huis had. Ze keken naar dat
lammetje. Ze moesten dat lammetje bekijken, ze moesten dat lammetje
beoordelen en dat is een geweldig schouwspel geweest. Daarom hadden
zij licht. Niet omdat zij wel olie hadden of omdat ze wel zaklantaarns
hadden of zo, maar God had daar een oplossing voor. En waar dat lam
in huis is daar is het licht. En daarom is het zo geweldig belangrijk
om in Openb. 8 de oordelen van God te zien. Ja, er komen nog meer. Wee,
wee, want er komen nog drie. Dus niet al te gauw zeggen: "Nu weet
ik het al." Maar de oordelen van God zien, en het is alsof de Here
God ook aan het eind maar ook aan het begin gaat zeggen: "Maar
toch is er een oplossing, er is iets." En jij die gelooft in het
geweldige werk van de Here Jezus zegt: "Yes, ik heb de Here Jezus,
het Lam, het Lam van God is in mijn hart. En waar het Lam is, daar is
het licht. Daar kan de duisternis en daar kan de vorst van de duisternis
geen voet aan wal krijgen. Hij probeert het, natuurlijk, hij valt aan.
Hij probeert alles, alles om die duisternis maar weer te brengen. Maar
u bent uit de duisternis verlost en u bent in het wonderbare licht gekomen.
U kent die teksten wel, maar het dringt misschien niet meer tot ons
door, we zijn er een beetje af. Maar dat zijn geweldige, prachtige dingen.
Nu als die vierde engel gaat blazen dan is de duisternis echt, ja, binnengekomen.
Nou dat betekent dat de verlichting, ik heb het natuurlijk niet over
neon en zo, dan is de verlichting voorbij. Dat is het licht van God.
Gods aangezicht geeft licht. Je mag in het licht wandelen zoals Hij
in het licht wandelen zoals Hij in het licht is. U pakt al die teksten,
en u vindt hele, hele rijen.
Een arend vliegt in de hemel en zegt: Kijk uit want er komt nog
meer."
Nou, conclusie van vanavond, is het begin zien van oordelen over deze
wereld. Gods vuur komt. En dat komt, ten tijde van dat avondoffer, heel
duidelijk naar ons toe. Eigenlijk kun je dit zeggen: "Het staat
of valt met het kruis van de Here Jezus." Aan welke kant sta je?
Ik sta aan de goede kant, niet eigenwijs, ik heb vanmorgen gezegd in
mezelf: "Here Jezus dank U wel dat U voor mij het oordeel, de toorn
van God hebt willen dragen." Ik heb ook geen been om op te staan.
Ik heb geen recht, ik heb geen aanspraak. Paulus zegt daarom" Uit
genade ben je behouden, niet uit jezelf, het is een geschenk, een gave
van God." Het is gewoon Gods geschenk. En Hij is een Godsgeschenk:
De Here Jezus. En Hij heeft het bittere zoet gemaakt, toch. Hij is de
liefelijkheid zelve. God ziet mij in Hem. Ik ben aangenaam in Hem. En
Hij wil dat wij vandaag een geur zijn van Hem. Daarom zegt Paulus: "Wij
dan wetende de schrik van de Here", hoofdst. 8, "overreden
de mensen: Laat u met God verzoenen." Zorg dat je in het reine
komt met Hem. En als er iemand hier is die de Here Jezus niet kent,
ga dan niet naar huis voordat je, ja misschien wel een gesprek gehad
hebt of een contact gelegd hebt, een afspraak gemaakt hebt , om toch
werkelijk vrede met God te krijgen. Deze oordelen komen en al je nu
weet dat dit oordeel misschien wel je buurvrouw gaat treffen, dan hoop
ik dat je deze week een geur van Christus bent en dat je misschien wel
net als Aäron hoort zeggen: Schiet op Aäron, snel, er dreigt
gevaar man, de plaag is begonnen. De mensen dreigen toch verloren te
gaan. De plaag is begonnen, doe er wat aan. Nou Aäron snelt en
jij zegt, nou, nou: "Nou, ik kan er ook niets aan doen." Ik
hoop dat u dit voelt, dat u dit oppakt en dat u misschien wel zegt:
"Dan hebben wij dus ook nog een taak deze week. Dan mogen we ook
nog iets van die geur, van dit reukwerk van Christus etaleren, van het
uur van het avondoffer."
"Het is volbracht" heeft de Here Jezus duidelijk gezegd, toen
gezegd. Ziet u de harmonie in de bijbel, in dit stukje, ik hoop het
eigenlijk. De Here zegene u.
|
|