| |
Lezen: Openb. 10 en Openb. 11:1
Morgen is het 16
september volgens uw en mijn agenda en dan is het Grote Verzoendag in
Israël, Yom Kippoer, de dag waarop destijds een keer een oorlog
uitbrak, dat herinnert u zich, maar een heel bijzondere dag. In de bijbel,
in het NT, lezen we niet dat er ooit iets van dat Grote Verzoendag-gebeuren
is geweest. Je kunt het niet vinden. En dat komt waarschijnlijk omdat
in het NT er wel een tempel stond, maar er was geen Heilige der Heiligen
met een ark daarin. Die ark is nooit terug gekomen. Volgens Jer. 3:3
[moet m.i. vs 16 zijn] is die nooit meer teruggekomen, zou ook niet
gezocht worden, zou ook niet weer gemaakt worden. Die ark is destijds
een keer weggevoerd, maar niemand weet waar die ark gebleven is. Er
zijn allerlei gissingen, in Ethiopië zou een tempeltje staan, de
Tros heeft dat hier in Nederland onthuld. Maar anderen, ja misschien
weten die ook iets, maar anderen zeggen: "Het zou misschien toch
wel helemaal onder het tempelbergcomplex bewaard kunnen zijn. Er zijn
sterke aanwijzingen dat de ark daar zou zijn." Goed, weet ik ook
niet helemaal zeker. Maar het gaat mij om wat anders. Op de Grote Verzoendag
gebeurde er iets bijzonders. Sommigen hebben wat avonden of studies
over de tabernakel meegemaakt en zullen zich dit herinneren, want ik
heb het toen ook gezegd. Op de Grote Verzoendag zag de hogepriester
er echt anders uit. Altijd liep die hogepriester in een schitterend
hogepriesterlijk kleed, prachtig, echt heel mooi, heel duur, met gouden
draden en blauwpurper, roodpurper, scharlaken, linnen. Gouden draden
maar ook diamanten, prachtige dingen, helemaal versierd, helemaal kleurrijk
en gouden belletjes aan de onderkant van zijn overgooier. En tussen
de gouden belletjes hing dan een granaatappel in allerlei kleuren. Nou,
je kon die man horen lopen, echt. En op zijn hoed een grote gouden plaat:
"De Here heilig" een diadeem, schitterend. Het was één
en al glorie, één en al schittering. Zo liep hij altijd,
359 dagen per jaar. Toen had het jaar 360 dagen en u voelt het, één
dag liep hij anders en dat was op de grote verzoendag. Nu ga ik het
anders zeggen. Altijd heeft de Here Jezus glorie en heerlijkheid gehad.
Altijd één en al schittering, altijd prachtig. Adembenemend
mooi. Maar één dag, ik zet hem even tussen aanhalingstekens,
één dag liep Hij anders. En dat was toen Hij hier op aarde
kwam, waarvan de bijbel zegt Hij had gedaante noch heerlijkheid dat
we Hem begeerd zouden hebben. En toen is de Here Jezus naar het kruis
gegaan. Uiteindelijk bespot, gesmaad, geslagen, aan alle kanten, alle
kanten miskend, op een vreselijke manier behandeld. En de Here Jezus
is toen dat werk gaan volbrengen. Op, op dé Grote Verzoendag.
En toen is de Here Jezus met Zijn eigen bloed in het Heilige der Heiligen
gegaan. In de hemel zelf zegt de bijbel. Niet in een met handen gemaakt
heiligdom, een tegenbeeld van het ware, maar in de hemel zelf om nu
te verschijnen voor het aangezicht van God voor ons. De hogepriester
deed dat vroeger op die Grote Verzoendag. Dat was toen de 10e van de
7e maand, dat was de dag van de Grote Verzoendag. s Morgens ging
de hogepriester het heiligdom binnen en dan ging hij van kleren veranderen.
In het heiligdom, in de tempel of in de tabernakel, daar lagen hele
speciale kleren, heilige linnen kleren en die trok hij aan. En als hij
het werk volbracht had trok hij die linnen kleren van die dag weer uit.
Echt kleren zonder enige opsmuk, heel gewoon. En liet ze daar en Hij
ging zich weer in dat prachtige gewaad steken en kwam dan naar buiten
en zegende het volk.
We zien hier in hoofdst. 10 de Here Jezus in glorie en in heerlijkheid.
We zien Hem naar buiten komen op een manier zoals wij Hem nog nooit
gezien hebben misschien. We denken aan de Here Jezus, als degene Die
naar het kruis ging, Die zijn leven liet, Die daar vreselijke dingen
moest doormaken om jou en mij gelukkig te maken. En dank Hem daarvoor,
dank Hem daarvoor. Yom Kippoer, grote verzoendag, het is echt gebeurd,
het is echt volbracht, het is werkelijk, werkelijk gedaan door Hem.
Maar Hij is meer dan Iemand Die verguisd werd, dan Iemand Die geen gedaante
nog heerlijkheid had op dat moment. Dat was wel zo, zo was de Here Jezus,
maar dat hoorde bij de Grote Verzoendag. Dat was de entourage van die
dag. En dat was voorzegd in het OT. En dat is heel merkwaardig dat zoiets
in de bijbel staat. Als de grote verzoendag voorbij was, dan liep de
hogepriester weer in zijn schitterend gewaad he, je kon hem weer horen.
Je kon hem zien en je kon je vergapen aan zijn prachtige kleuren en
kostbare elementen.
Hoofdst. 10 van het boek Openbaring brengt de Here Jezus naar buiten.
Hij verschijnt. En hoe? Nu, Hij komt uit de hemel, uit het heiligdom,
waar Hij naar binnen is gegaan, nu zeg ik het maar heel eenvoudig. Waar
Hij met Zijn bloed naar binnen is gegaan op de dag zelf, maar waar ook
Hij naar binnen is gegaan om te worden gekroond met eer en met heerlijkheid.
Hij is daar nu en Hij komt naar buiten. De hemel gaat open, opnieuw,
en Hij komt naar buiten en daar is een wolk om Hem heen. Misschien weet
u het nog, misschien herinnert u zich dit nog, maar ook dat is al aan
de orde geweest een beetje, weet je wel. Altijd als het gaat om de Glorie
van God dan is daar een wolk bij. Niet een soort regenwolkje van een
bewolkte dag in Nederlandse klimatologische situaties. Nee, wolk van
heerlijkheid, de Sjechina, de wolk van glorie. U weet het, in het OT
kwam er een wolk, een wolk van glorie. Overdag was dat een licht, s
nachts een vuurverschijnsel, maar het was heel duidelijk een wolk. En
die wolk heeft het heilige der heiligen vervuld. Toen woonde de Here
daar en de mensen konden niet eens naderen vanwege de glorie van dat
moment. En dat is steeds zo gebleven. En die heerlijkheid van God, die
glorie van God was ook bij hen, bij het volk van God, bij het volk Israël.
Was over hen, was boven hen en zij konden letterlijk vernachten in de
schaduw van de Almachtige. Ze hadden een schitterende situatie. Veertig
jaar lang in de schaduw van de Here God. Je kunt je het haast niet voorstellen.
We hebben net een paar dagen mooi weer gehad. Ik zat ergens in Drenthe
vanwege bijbelstudies daar en we konden buiten zitten en, nou, toch
maar een parasolletje he, want je houd het toch niet echt helemaal vol
he. Nooit een parasolletje, nee, dat was niet nodig want de Here was
er met Zijn wolk constant boven. Veertig jaar lang, permanent in de
schaduw van de Almachtige, want de wolk van de Here was daarboven. Nou
dat moet super zijn geweest, zeker in de woestijn, want s nachts
koelt het dar enorm af. Helder weer, altijd heel koud s nachts.
Nee hoor, bij Israël niet. De schaduw van de Almachtige. Nooit
te koud, nooit te warm. Super he, dat is God hoor, dat is JHWH, dat
is de Here. Geweldige dingen kunt u vinden van Hem in het OT. Die wolk
van glorie was er toen de Here Jezus naar de hemel ging. U leest er
misschien overheen. Want in Hand. 1 staat dat de Here Jezus naar de
hemel ging en een wolk onttrok Hem aan hun ogen. En wij maar denken
dat het een gewoon regenwolkje was. Nee, helemaal niet, nee, de wolk
van glorie. Weet je waarom ik dat zeggen mag. Omdat gezegd wordt: "Zoals
Hij van u is weggegaan, zo komt Hij terug.", Hand. 1. En ik weet
precies hoe Hij terug komt, Ez. 1, in een wolk. Daar heb je het weer.
Nou ja, een beetje emotioneel van mij, maar dat is gewoon zo. Dat is
zo geweldig als je daar op let. Dan zijn dat gewoon prachtige dingen:
O ja, dat is die harmonie in de schrift. Die harmonie is zo uniek. Want
de wolk, de Sjechina, hoort bij de heerlijkheid, bij de glorie van God.
En als hier in hoofdst. 10 van het boek Openbaring een Engel, een sterke
Engel, neerdaalt uit de hemel bekleed met een wolk, dan snapt u het.
Dat is niet zomaar een engel, één van de, ja, twaalf legioenen,
weet je wel, want daar waren er een flink aantal van. Dit is de Here
Jezus zelf. Hij komt in glorie uit de hemel. Zo is Hij weggegaan, zo
komt Hij ook terug en dat blijkt ook. Hoe gaat u naar de hemel straks.
Hoe is de opname van de Gemeente. We zullen in wolken worden weggevoerd
de Here tegemoet. Daarom had een oude dichter vroeger al gedicht: Op
een lichte wolkenwagen werd de Heer van d' aard' gedragen. Voer Hij
op, ja dat is hetzelfde. Maar zo gaat u. Zoals Hij gaat, zo gaat u.
Met dezelfde taxi, sorry voor mijn term, met dezelfde glorie en dezelfde
heerlijkheid. U gaat op een prachtige manier naar de hemel, naar de
Here Jezus.
Hij komt nu terug, hoofdst. 10. We zijn weer bij ons onderwerp. Maar
eigenlijk maakt dit heel veel uit he. Hoe je kijkt naar de kleine, kleine
dingetjes die hier gewoon genoemd worden. Want Hij verschijnt. Een regenboog
was op Zijn hoofd. Nou ja, daar gaat ie weer. Moet ik opnieuw beginnen
in het boek Genesis. Wat is die regenboog. Gods trouw, Gods belofte,
Gods toezegging, de zekerheid dat dat wat Hij heeft gezegd ook echt
gebeurt, een teken. Een teken van God, een teken van Gods trouw, een
teken van Gods bemoeienis. Een regenboog op Zijn hoofd en Zijn gelaat
was als de zon en Zijn voeten waren als zuilen van vuur. en u gaat nu
nog maar een keer naar Ez. 1 en u zult ontdekken dat ook daar Zijn gelaat
is als de zon die schijnt in haar kracht en de voeten zijn ook als zuilen
van vuur. U mag ook in Openb. 1 kijken. Hadden we al in Openb. 1, toen
de Here Jezus daar verscheen en Johannes Hem zag en hij als dood aan
Zijn voeten viel. Weer hetzelfde. Het gaat om de glorie, om de schittering
van de Here Jezus. En dat wordt zomaar in dit hoofdstuk eventjes meegedeeld.
Maar als Hij verschijnt, verschijnt Hij in glorie en in heerlijkheid.
Hij verschijnt niet meer als een vreemdeling van Galilea, een man van
smarten, vertrouwd met ziekten, ik noem maar een paar teksten uit het
boek Jesaja. Maar Hij verschijnt als Hij verschijnt in glorie en in
heerlijkheid in majesteit en in geweldige schittering.
En Hij had in Zijn hand een geopend boekje. Dat is nieuw. Hij had in
Zijn hand een geopend boekje. En Hij verschijnt met in Zijn hand een
geopend boek, wordt ook een keer boek genoemd, soms, maar meestal boekje.
Hij heeft in Zijn hand een geopend boekje en zette Zijn rechtervoet
op de zee en zijn linker op de aarde. Nu moeten we proberen dit te snappen.
Hier staat dat Hij Zijn beide voeten ergens op zet. Rechter voet op
de zee, linker op de aarde. Nou, u stelt zich voor Scheveningen of zo
of Egmond of één van de badplaatsen die wij kennen en
denkt: O ja, nou ja, dan halverwege Engeland dan zie je dan Zijn voet
staan op de zee en halverwege Nederland, dat is precies in Veenendaal,
ja, schijnt Lunteren te zijn, maar goed, ergens hier in de buurt daar
zou dan de andere voet staan. Want zo groot, zo geweldig is de Here.
En zo schitterend is onze Heiland. Als u door zou lezen in dit laatste
bijbelboek dan ontdekt u dat de zee iets betekent. Als er een beest
opkomt uit de zee in hoofdst. 13 of als in hoofdst. 17 gezegd wordt
dat die zee volkeren zijn, heb ik niet bedacht hoor, dat heeft de bijbel
zelf bedacht, dan gaat het dus niet zozeer over: Nou ja, dan staat Zijn
ene voet op de zee en Zijn andere voet staat op het droge, want dat
is het dan ongeveer. Nee, dan gaat het hier om Iemand die verschijnt
en aan de ene kant staat Hij temidden van de volkeren en aan de andere
kant staat Hij midden in Israël, want de aarde is altijd gekoppeld
aan het geordende en dat is altijd Israël. Dat zal blijken. Een
beest uit de aarde komt te voorschijn in hoofdst. 13, en ik zal het
dan uitleggen en proberen duidelijk te maken. Dus ik moet nu even een
beetje krediet van u vragen. Nou ja, het is nog een paar maandjes en
dan zijn we er, maar goed, tot zolang een beetje geduld alstublieft.
Maar feit is dat hier de Here Jezus openbaar wordt vanuit de hemel,
met een wolk, in schitterende glorie, schittering in heerlijkheid, vuur
en zon, schittering. En dat Hij Zijn ene voet op de zee zet en Zijn
andere voet op de aarde. En dat betekent in de tal van hoofdst. 10 dat
de Here Jezus toont dat Hem gegeven is alle macht en dat Hij boven alle
dingen staat. Ik zou willen dat dat tot ons doordrong, vandaag. Weet
je, we maken ons misschien zorgen of meneer Bush wel of niet een aanval
in de richting van Irak gaat plegen. Sommige politici vinden hem gewoon
eigenwijs. "Meneer Bush is eigenwijs", zegt men, "want
dat kan hij niet zomaar solistisch doen. Daar moet je op z'n minst brede
steun voor vragen." Nou, dat doet hij dus niet. Hij gaat toch zijn
eigen gang. Of dat nu goed is of niet, dat laat ik even los, maar dat
is wel zo. En we maken ons misschien wel zorgen. En we maken ons op
hetzelfde moment zorgen om Israël, want als dat gebeurt, nou dan
is de spanning daar in het Midden-Oosten om te snijden en dan krijgt
Israël het zwaar te verduren. Ze hebben al wat Scud raketten vanuit
Irak gehad in een vroegere tijd, maar wat er dan komt dat laat zich
raden, want de haat in de richting van Israël is enorm. Het is
gigantisch. En dat is onze tijd. Maar nu wordt duidelijk dat er Iemand
is Die boven alle dingen staat. En dat wordt gezegd in de samenhang
van oordelen, van enorme catastrofes hier op deze wereld. Vreselijke
dingen die gaan gebeuren, hoofdst. 9. Nou, het was vreselijk wat er
toen al ging gebeuren. En dat wordt nog nader ontvouwd. Hoofdst. 16
maakt helemaal duidelijk dat het een bange, bijna hopeloze tijd gaat
worden. Maar in die tijd, de tijd van vreselijke oordelen en spanning
die te snijden is, is daar Iemand Die zegt: "En ik heb alles onder
controle." Het is alsof u, een ander beeld hoor, maar ik wil het
even als vergelijking aan u meegeven, Zach. 1. U kent het boek Zacharia
ook uit uw hoofd want zo bijbelvast bent u. Maar in Zach. 1 ziet u ineens
een ruiter op een wit, op een, niet witte paard, rood paard, tussen
de mirten staan in het dal. En hij stuurt zijn voskleurige en andersoortige,
kleurige paarden uit en die gaan de Hele aarde doorkruisen. en ze komen
terug met een boodschap. Alles is in diepe rust. Alles is onder controle.
Het loopt God niet uit de hand. Soms denken wij: Here God waar bent
U. Er wordt zoveel gebeden voor Israël: O Here. Dat volk dat krijgt
het vreselijk te verduren. En er komen oordelen op een geweldige manier
naar hen toe. En we houden ons hart vast en we bidden. Maar Jeruzalem
wordt vertreden door de volkeren zegt de bijbel. Daar komt nog echt
van alles los. Zou de Here dan gewoon aan de kant staan en zeggen: "Ja,
Ik kan er ook niets aan doen, het loopt Me nu echt een beetje uit de
hand. Ja, Ik had dit willen voorkomen maar dat ging nu niet." Is
onze God zo ongeveer. Nee, zo is Hij niet. Hij is de God die zich hier
openbaart in Zijn goddelijke glorie in Zijn schittering en op hetzelfde
moment zegt: "Ik heb alles onder de voet. Zowel de volkeren als
ook Israël. Alles is onder controle." Wat betekent dat voor
jou, voor morgen. Nou misschien zie je op tegen morgen. Misschien denk
je: Hoe loopt het af. In je werk, in je gezondheidssituatie, in je familie,
in je omgeving in, nou ja, wat er maar kan zijn. Hoe loopt het af morgen.
De Here staat boven alle dingen. En degene die hier boven alle dingen
staat is Niemand minder dan Hij die jou liefheeft. Die Zichzelf voor
jou wilde overgeven. Die voor jou naar het kruis wilde gaan. Die Zijn
leven wilde geven om jou blij te maken, om jou gelukkig te maken. Dat
geloof je toch. Dat is de enige voorwaarde. Is het moeilijk om te zeggen:
"Here Jezus, ik wist niet dat U zo groot was." Is het nu moeilijk
om te zeggen: "Here Jezus, U bent geweldig. U die stierf en Uw
leven liet in de meest vreselijke situatie van het kruis. Maar U bent
Dezelfde Die hier met Uw voet op de aarde en Uw voet op de zee staat.
U bent dezelfde. En U hebt alle dingen onder Uw controle." Alles.
Niets is buiten Hem. En dat is zo'n rustgevend iets. Wat meneer Saddam
Hoessein ook bedenkt, wat meneer Bush ook doet, wat er zich ook voordoet,
wat misschien morgen in je eigen gewone particuliere leven voor gaat
komen. Zou dat buiten Zijn controle vallen. Nee, de Here is boven alles.
Ik wil u zo graag vertellen Wie de Here Jezus is. Grote Verzoendag,
u weet het nog he. Toen was Hij anders gekleed. Toen zag je niet dat
Hij zo groot was, zo geweldig was. Maar toen Hij dat werk volbracht
had, zijn die kleren uitgedaan en die zijn in het heiligdom bewaard.
En mensen die ooit de bijbelstudies over de tabernakel gevolgd hebben
die weten dan ook wat ik daarmee bedoel. er komt een moment dat we zullen
zien hoe diem kleren van toen er uit zien. Hoe? Als je Hem ziet, staande
als geslacht dan weet je welke kleren Hij droeg op de Grote Verzoendag.
en dan zijn die wonden daar. En die zijde is daar. Het Lammetje, letterlijk
het verkleinwoord, staande als geslacht. We hebben dat al gehad toen
we Openb. 4 en 5 hebben overdacht. Nu, u en ik, als we geloven in de
Here Jezus, en nog een keer, ik hoop echt dat u dat u dat allemaal ooit
een keer in uw leven heel concreet hebt beaamd, dat u daar gewoon dank
U wel voor zei. U en ik die de Here Jezus kennen kijken nu naar de Here
Jezus en zeggen: "O Here Jezus, daar staat U in Uw glorie, en waar
maak ik me dan ongerust over." Wat kan er dan gebeuren. wat zou
er dan in onze levens kunnen gebeuren. Wat zou er in Israël kunnen
gebeuren zonder Hem. Ook niets, nul. Want Hij heeft Zijn voet op de
aarde. en ook al gaan ze daar te keer als wilde beesten, dat kan, Hij
heeft Zijn voet op de aarde. En Hij heeft Zijn voet op de zee. En Hij
is met de wolk bekleed. Hij heeft de regenboog. Zijn toezeggingen, Zijn
beloften falen nimmermeer, gaan echt in vervulling, want Hij is zo.
En zichzelf verloochenen kan Hij niet. Met die God hebben wij te toen.
Met die Here Jezus hebben wij, toch he, een relatie. We kennen Hem als
onze Heiland en we weten dat Hij van ons houdt en ik wil het gewoon
met een tekst uit het boek Hooglied zeggen: "Hij is van mij en
ik ben van Hem." En misschien klinkt het wat emotioneel, maar ik
zou toch graag willen dat je dat voor jezelf ook een keer gaat beamen.
Dat je eenvoudig gaat zeggen. "Here Jezus, zo bent U en ik houd
van U." "Ja ik houd van U", zegt een lied uit Opwekking.
Ik houd van U. En een ander lied zegt, heel bekend: "Mijn Jezus
ik houd van U".
De Here Jezus. En Hij heeft daar een groot geluid laten horen. Hij riep
met luider stem, zoals een leeuw brult. En toen Hij riep lieten de zeven
donderslagen hun stemmen horen. Nou, Johannes wilde gelijk weer zijn
computertje pakken, zo zouden we het vandaag misschien wel gezegd hebben,
en gelijk intoetsen. Nee, dat kan niet, niet opschrijven, het mag niet,
het moet anders, dit moet niet opgeschreven worden, dit moet verzegeld
zijn. M.a.w., er zijn dingen niet bekend gemaakt. er is duidelijk iets
wat we nog niet weten. Wat we ook niet in de bijbel hebben. en dat betekent
dat er altijd meer zal zijn aan onthulling, aan informatie, aan ontdekking
dan wij nu voor mogelijk houden. U krijgt altijd meer.
En degene Die daar dan staat, de Here Jezus, die dus op de zee en op
de aarde staat, Die hief Zijn rechterhand op naar de hemel en zwoer
bij Hem Die leeft tot in alle eeuwigheden, Die de hemel geschapen heeft
en hetgeen daar in is, de engelen, de wezens daar, Die de aarde geschapen
heeft, en hetgeen daarop is, Israël, en Die de zee en hetgeen daar
in is, de volkeren. Want zo mag u het lezen, zo moet u het lezen. Dat
Hij die alles tot aanzijn riep, en alles een plaats, een plek heeft
gegeven, er zal geen uitstel meer zijn, maar in de dagen van de stem
van de zeven engelen, wanneer Hij bazuinen zal, is ook voleindigd het
geheimenis van God, gelijk Hij Zijn knechten de profeten heeft verkondigd.
Moeilijk, wat wordt hier bedoeld. Nu er zijn verschillende geheimenissen
in de bijbel. Paulus noemt zich een openbaarmaker van geheimenissen,
van verborgenheden, van mysteries. En dat doet hij op een geweldige
manier. Het boek Openbaring is een heel ander boek, maar de brief aan
de Efeziërs, de brief aan de Kolossenzen, een stukje Thessalonicenzen,
maar in elk geval Filipenzen, Efeziërs, Kolossenzen. Openbaarmaking
van Gods geheimenissen, Gods verborgenheden, Gods mysteries. Paulus
mag dat doen. Hij noemt zich daarom ook een bedienaar van die dingen.
Een speciale taak was er voor hem. En wat u daar vind is uniek, Is echt
uniek. En ik hoop dat elke gelovige een keer doordrongen raakt van de
geweldige zegen die de Here hem, haar gegeven heeft. en dat is die zegen
die Paulus heeft mogen onthullen. Wat is die zegen. Dat u niet alleen
gered bent, dat u niet alleen vergeving van uw schuld hebt. Dat is mini-,
minimaal. Maar de Here heeft veel meer voor u dan alleen maar schulddelging.
Bovendien, de Here had al een plan met u, voor er schuld was. Dat die
schulddelging moet komen, ja, ik verklein het een beetje hoor, ik wil
het werk van de Here Jezus nooit verkleinen. U kent mij misschien langzamerhand
dat ik dat niet graag wil. Maar Gods plan met u dateert van veel, veel
eerder, van veel vroeger. Gods plan met u dateert van voor de grondlegging
van de wereld, voor Adam en Eva zondigden. en dat dat probleem moest
worden weggenomen, dat is helder. En Paulus mag zeggen: "Ik zal
je eens wat vertellen over de plannen van God, over de geheimenissen
van God, over de verborgenheden, de mysteries die er waren voor Adam
en Eva er waren." En die mysteries heeft Paulus mogen onthullen.
Bij deze mysteries of geheimenissen gaat het om u, om het plan van God
met u. Maar er is een ander geheimenis en daar gaat het hier over. Dat
is echt heel wat anders en dat is dit. Kunt u zich voorstellen dat God
niets deed toen ze de Here Jezus afranselden met een geselplaag. Dat
is vreselijk hoor. Als u ooit gelezen hebt wat daar gebeurde, hoe dat
ging, dan gaan de rillingen over jouw rug. Alsof je iets voelt van de
pijn die Hij moet hebben gevoeld. Maar dat God toen niets deed he. Als
Elia belaagd wordt, in het OT, en hij zit daar op een berg en er komt
een heel peloton soldaten, 53 mensen komen er aan, sorry, 51 mensen,
51 mensen, wat komt er dan. Vuur uit de hemel, want als ze een vinger
uitsteken naar Elia, goeiendag dan zijn ze nog niet jarig. Een 2e groep
komt: Vuur uit de hemel. En als Elisa belaagd wordt dan is er een vurige
muur rondom hem. rak hem niet aan, blijf er af met je tengels. Mijn
vertaling, maar dat is wel wat er gebeurde. En toen de Here Jezus. Ze
raakten Hem aan. Niet alleen een aai over Zijn bol maar een zweepslag
over Zijn rug. En een kruisiging daarop volgend met immense pijn menselijk
gesproken. En God zweeg. Kunt u zich dat voorstellen. Kunt u zich voorstellen
dat God, toen ze zo hebben gejouwd "We willen niet dat Hij Koning
over ons wordt. weg met Hem, weg met Hem. Kruisig Hem, kruisig Hem",
dat God zich stil hield. Wat zou er gebeurd zijn als één
van uw kinderen zo'n lot zou ondergaan, als u een kind hebt en u houd
ervan, en u ziet dat gebeuren met uw zoon, nou, dan zou u zeggen: "Ik
doe daar nooit meer boodschappen." Nou, dan zeg ik het maar heel
raar, maar ik bedoel zoiets zou u op zijn liefst gezegd hebben. Zo van:
Nou dat is voor mij ook helemaal afgeschreven. dat is over, dat is uit.
Dat nooit weer. Ik kom daar ook nooit weer, ik zet daar geen voet meer
binnen de deur. Zoiets. En dat is nog veel te lief. Maar de Here Jezus
stierf en leed en God hield zich stil. God zweeg. Dat geheimenis wordt
hier bedoeld. Want dat is een geheimenis. Dat God zich stil hield al
die eeuwen. Dat Hij die de zonden niet door de vingers kan zien. Hij
die te rein van ogen is om die ene zonde van jou over het hoofd te zien.
Dat Hij zich stil hield. Waarom ben je niet dood neergevallen toen je
voor het eerst zondigde. ALs dat wel zou zijn gebeurd zat hier niemand,
niet één. Ik ook niet, dan was er ook geen preek. Allen
hebben gezondigd en komen te kort of derven de heerlijkheid van God.
En ze worden om niet gerechtvaardigd. Dan moet God wel eindeloos vee
elastiek, eindeloos veel rek gehad hebben in Zijn denken. Dat is het
geheimenis hier bedoeld. Maar er komt een tijd, en de profeten hebben
dat gezegd, dat God stopt met Zijn geduld. Dat de tijd van genade voorbij
is en dat dat een keer over gaat. Dat geheimenis gaat weg, dat geheimenis
gaat voorbij. Nou, dat is wat hier bedoeld wordt dat er geen uitstel
meer is. Maar er dus dagen van de stem van de zevende engel, wanneer
hij bazuinen zal, nou daar komt nog wat tussen aan informatie, maar
goed, die zevende engel komt u tegen in hoofdst. 11:15, daarover een
volgende keer misschien, maar die zevende engel die moet nog komen,
maar in die tijd is het geheimenis van God voleindigd gelijk zijn knechten
de profeten hebben verkondigd. Dat betekent dat God dat ook gezegd heeft
dat er een moment komt dat de deur dicht gaat. En of dat door Noach
die profeteerde, Henoch die profeteerde, of dat nu door anderen gezegd
is, maar er komt een moment dat God de deur dicht doet, dat dat echt
voorbij is. En dat God zich de heilige gaat betonen. Wee mensen die
dan op aarde wonen. Dan is er geen uitstel meer. Eigenlijk moet je dan
aan je buren zeggen: "Beste buurman, ik kan het niet uitleggen,
ik kan die preek ook niet precies doorgeven, je mag hem gaan downloaden,
schitterend dat dat er is, maar er komt een moment dat God de deur dicht
doet, dat Zijn genadetijd voorbij is. Dat het gewoon, ja, over is met
de verborgenheid, met het geheimenis van God." Wee de mens. Dat
is de beklemming die hier naar voren komt. En die is heel sterk vind
ik, heel sterk. En ik weet niet hoe je daarmee moet omgaan. Ik weet
alleen dat wij, wetende de schrik des Heren de mensen moeten overreden:
Laat u met God verzoenen. Dat betekent dat we dat moeten zeggen. Nou,
ossenmarkt. Zeg het dan. Zeg het dan: "Het geheimenis van God is
binnenkort voorbij man." Ja, dat snapt geen mens hier uit de buurt.
Wat moeten die nu begrijpen van het geheim. En als u een uitvoerig verhaal
over het geheimenis van God gaat vertellen, nou ik denk dat het u niet
lukt, en mij ook niet hoor, maar dat de mensen alleen maar verder lopen
of zo. En toch, dit is motivatie voor de gelovige. Dit is de drang voor
de gelovige om toch te vertellen van: En toch gaat het een keer anders,
dan gaat de deur dicht. Dan is het geheimenis van God voleindigd. Doe
er iets mee. Dat staat hier.
En de stem die ik gehoord had uit de hemel, die hoorde Johannes nog
een keer, vs 8. En ga heen en neem het boek dat geopend ligt in de hand
van de engel. En hij moet het boek nemen, boekje, dat boek, en hij moet
dat gaan eten. In zijn mond zou dat boekje zoet zijn en in zijn buik
zou het bitter zijn. En dat doet hij ook en het was ook zo. God gaat
doen wat Hij heeft gezegd. Zo is Hij. Bij Hem is geen verandering en
dat wat Hij toezegt dat gaat Hij echt ook uitvoeren. De Here is zo.
Je moet je dus eigenlijk voorstellen dat de Here Jezus daar staat in
al Zin volheid en Zijn grote glorie en schittering en in Zijn rechterhand
dus een geopend boekje. En Johannes moet dus naar Hem toe gaan en moet
dat boekje nemen en moet dat boekje gaan verorberen, moet dat boekje
gaan opeten.Zoet in zijn mond, bitter in zijn buik. Alles wat God doet
is voorzegd. God doet geen ding of Hij openbaart dat aan Zijn knechten
de profeten. Ook het feit dat het geheimenis een keer voleindigd zal
zijn is voorzegd. Dat zei ik zo pas al. En dat blijkt ook hier. En wij,
wij zullen dat woord van God moete pakken en moeten eten. Ja, dat is
wel moeilijk. Wat Johannes te doen kreeg dat hoeven wij toch niet te
doen. Nu, het staat niet in de bijbel om u te informerten wat Johannes
preces deed, het staat in de bijbel om u te zeggen dat u en ik dit ook
mogen of misschien wel moeten doen. En het woord van God is aan de ene
kant zoet, aangenaam. Gods beloften, Gods toezeggingen, Gods genade,
Gods liefde. Maar als het een verwerking krijgt, als het in je buik
komt an wordt het iets van bitter en dan krijgt het bittere nasmaak.
Niet omdat de beloften niet meer zo zijn, niet meer waar zouden zijn
of niet meer in vervulling zouden gaan maar omdat er ook moeite en pijn
mee gemoeid is. En dan moet u niet allee aan uw moeite en uw pijn denken
maar ook aan Gods moeite en Gods pijn denken. Als u nu zegt: "Here
Jezus, super dat U aan het kruis van Golgotha Uw leven liet." Nou,
dat is zoet toch. Dat is zoet en aangenaam. Maar als u bedenkt dat dat
voo jouw prut en voor jouw verkeerdheid en voor jouw zonde was dan komt
er een bittere nasmaak. Is dat zoete niet waar. Ja, dat is nog steeds
waar, dat is nog steeds echt. dat blijft echt in zijn volle omvang staan.
Maar die bittere verwerking, ,maar als het dus in je spijsverteringsorganen
komt, als het echt wat doet, dan komt er ook iets van Here Jezus. Weet
u dat we een beetje een gevaar lopen vandaag een mooi weer christen
te zijn. Niet alleen omdat we geen problemen willen, omdat we geen zorgen
willen, alleen maar alles gladjes willen laten verlopen. Maar ook omdat
we alleen maar het zoete eruit pikken, krenten uit de pap heet dat geloof
ik, die pikken wij, en de pap, die zal dan niet zo zoet zijn, die laten
we voor anderen. Maar is het, is het wel eens tot u doorgedrongen hoever
God is gegaan in Zijn liefde voor u. Heeft het u wel eens wat gezegd
dat de Here Jezus op het altaar kwam. Hebt u zich wel eens verdiept
in de Grote Verzoendag. Ik wil u geen huiswerk geven maar Lev. 16, Lev.
23, probeert u het eens. En probeert u zich eens voor te stellen dat
de Here Jezus voor jou en voor jou alleen, jij was de enige die bestond,
de enige die gezondigd had, even versimpelen, maar jij was de enige,
en dat de Here Jezus voor jou in de moederschoot van Maria wilde zijn.
Voor jou geboren wilde worden in Bethlehem, geen plaats in de herberg.
Voor jou in Nazareth wilde zijn. Voor jou op de vlucht wilde zijn. Voor
jou smaad en hoon wilde incasseren. Voor jou wilde lijden. Voor jou
wilde gekruisigd, gegeseld, bespuwd worden. Alleen voor jou. Here Jezus,
wat super, geweldig. Ik ben een kind van God en mijn zonde is weg en
mijn schuld is vergeven. Is dat niet waar. Ja, dat is waar. Ik hoop
dat u het elke dag zegt. Maar raakt het u, gij die voorbij gaan. Mag
ik het eens citeren uit Klaagliederen. Ziet wat een smart er is. O hoofd
bedekt met wonden. Ik denk dat Bach er veel meer van gesnapt heeft dan
wij. Als ik al die passionen beluister en cantates en andere dingen,
dan denk ik, als ik de zeven kruiswoorden naar me toe haal, dan denk
ik: Die hebben er nog een ebetje van gesnapt. Maar wij, zo vluchtig,
het is net een soort eau de cologne of parfum, het is, oh, heerlijk
he, het vliegt weg he, het verdwijnt weer. Maar raakt het u nog. Wordt
u nog een beetje bewogen als u denkt aan de Here Jezus. Gaat u nog wel
eens op uw knieën en zegt u: Here Jezus, ik kan mijn tranen niet
meer bedwingen, niet omdat ik niet blij ben, omdat ik een vervelende
dag heb. Ik heb gewoon een hele fijne dag, een hele bijzondere dag.
Ik ben gewoon heel blij met U. En de zekerheid van het geloof is mijn
hart gaan vullen. En ik weet zeker dat ik in de hemel kom. En ik weet
ik weet zeker dat het allemaal goed is en dat ik in de hemel mag zijn
en U mag zien. Maar Here Jezus, ik wil u ook eren om wat U hebt gedaan,
om dat wat U wilde doen op dat kruis. Dat is dat bittere. Als het wat
doordringt in je geestelijke spijsverteringsorganen dan krijgt het een
uitwerking. Dat is eigenlijk wat hier bedoeld is. Maar als het gaat
om uw zegen, uw en mijn zegen, uw en mijn glorie straks en de verschrikkelijke
tijd voor Israël, raakt het u dan nog. Doet het u nog iets dat
zij door de enorme druk heen moeten. Misschien wel tweederde nog zal
omkomen, ik weet niet eens of je die tekst helemaal zo mag uitleggen,
maar, in elk geval velen zullen daar nog sterven, velen. Raakt het u
nog. Of is de Holocaust gewoon een afgesloten boek, dat is voorbij,
dat was in de 2e Wereldoorlog, en dat komt nooit weer. Nou, vergeet
het maar. De duivel is niet veranderd, die is nog steeds precies als
toen. En als het gaat om de volkeren, als het gaat om uw en mijn glorie,
zit u dan lekker, laat ik maar zeggen, mag ik het zeggen, de zondvloed
barst los. In Rijssen, vlak bij ons waar we wonen, vier kee zijn alle
kelders volgelopen met water he, even een klein voorbeeldje. Maar stel
nu eens dat dat gebeurt en jij zit op een hoog heuveltje, je hebt je
huisje op een terpje gebouwd en jij zit gewoon goed. Ja, ik zit goed,
sjonge jonge, ik zit gewoon gebeiteld. en de rest verzuipt bijna he.
Hou je dat vol. Ja, als dat openbaar wordt dan zullen mensen zeggen:
Nou, als dat een vrome Hein is dan hoef ik het geloof niet meer."
Ik wil er dit mee zeggen: Stelo, jij bent zo geweldig blij en dankbaar
met de zegen die de Here God voor je heeft, dat het je eigenlijk niets
meer zegt dat anderen misschien wel verloren gaan. In het oordeel omkomen.
Nou, die bitterheid, die verwerking van, dat komt hier naar buiten.
en Johannes heeft het boekje gegeten. En ik nodig u uit om de Here Jezus
zo te benaderen en om te zeggen: "Here Jezus, U bent zo schitterend,
zo geweldig, zo majesteitelijk en U hebt het woord van God, het boek
in Uw hand." En we mogen het boek eten, we mogen het verorberen.
Niet in de zin van gulzigheid of zo, maar gewoon naar binnen brengen.
We mogen het opeten. Voedsel voor onze zielen. En duidelijk een uitwerking
gevend in onze levens.
Maar waarom heb ik hoofdst. 11:1 er bij gelezen. Omdat dit eten van
een boekje nodig is. Nu, niet alleen om een bitterheid te kennen in
je ingewanden, in je geestelijke spijsvertering. Maar ook omdat Johannes
de norm mocht aanleggen. Hij moest met een riet, een soort maatlat,
zo'n soort centimeter of zo, zo'n maatstok, een staf gelijk dus, een
stok, moets hij de tempel van God en hen die daar aanbidden gaan meten.
Dat ligt ons wel. Wij willen eigenlijk wel iedereen eventjes de maat
nemen. en eigenlijk wel zeggen: "Als je niet denkt zoals ik denk,
dan ben je natuurlijk te licht." Of te smal, of niet lang genoeg,
maar in elk geval klopt het niet. En dat is natuurlijk prachtig. En
elke kerk heeft zo zijn eigen maatstok. Dat is echt zo. Ik weet wat
ik zeg hoor en er zitten er hier ook echt genoeg die dit volledig kunnen
beamen die zeggen: "O ja, ja ja, aardige man hoor, maar ja, hij
heeft het licht niet hoor, want hij zit niet in onze kerk." Gisteren
was ik ergens, het ging over een dominee. Een meneer had gezegd: "Dat
is een predikant." En mevrouw is naar haar huisje gegaan, zit in
het jaarboekje te kijken van hun kerk en ze komt terug: Dat is helemaal
geen dominee, staat niet in het jaarboekje." Nee, niet in uw jaarboekje.
Zie je wel, ze hadden een stokje, maar dat was alleen maar dat jaarboekje.
Dat was op dat moment het meetlatje. En dit kennen we. Dit kennen we
echt. Eb u wilt heel graag even meten of ze het wel goed doen. Anderen
doen het niet goed en u hebt een soort maatlat en u zult wel eens even
meten of het altaar en de tempel en hen die daar aanbidden, of die goed
zitten, of die het goed doen. Ik zal het anders zeggen. Als u het boekje
niet verorbert stopt u met elke vorm van commentaar want u hebt geen
poot om op te staan. Sorry hoor, u hebt geen enkel stukje recht om te
meten, om te wegen, om de norm van God aan te leggen. Dat mag niet.
Daar moeten we so wie so heel voorzichtig mee zijn. Daar zijn terreinen
waarvan we moeten zeggen dit moet de Here doen, dat kan Hij alleen.
Hij weegt het verdriet, Hij weegt de tranen en doet ze in Zijn fles.
Wij weten niet wat er in de stille uren is geschreid. Wij weten niet
wat er is gebeurd. Wij weten niet van de worstelingen. Wij weten niet,
en we hebben zo snel ons oordeel klaar. Dat deugt niet en dat is fout.
Onmiddelijk. Hebt u het boekje gegeten. En als u het boekje niet eet
kunt u niet meten. Dat bedoel ik met hoofdst. 11:1 te plakken bij hoofdst.
10. En ik wil dat dat heel helder wordt. Dat wij op moeten houden met
welke vorm van maatnemen dan ook. Dat is van de Here. En als Daniël
mag zeggen in hoofdst. 5 van dat prachtige boek, "Gewogen en te
licht bevonden", dan zegt hij dit namens de Here. Daar is een koning,
een wereldheerser gewogen. God heeft het stokje erbij gelegd. En in
Ezechiël krijgt Ezechiël een rietstok of een maatlat en hij
mag daar ook weer mee gan meten. Zo breed, zo lang, zo is de entree,
en, en, en.
Nog even terug. U ziet de Here Jezus. Het werk is volbracht. U ziet
Hem in glorie, u ziet Hem in heerlijkheid hier. en Hij heeft alles onder
Zijn voeten. Hij spreekt en er komen verborgenheden uit die nog niet
openbaar zijn, die zullen nog openbaar moeten worden. Niemand weet het.
En toch wordt gezegd: "Er komt een moment dat het geheimenis, dat
het verborgene van God voleindigd zal zijn. Dat God zich niet meer verstopt
achter genade of achter iets, dat Hij zal tonen Wie hij is." Berg
je dan maar. Want onze God is een verterend vuur. Eten van het boekje.
Bitter in je buik uiteindelijk, ook al is het zoet in je mond. Maar
als je voor de Here iets wilt doen in deze verschrikkelijke tijd dan
zul je Gods norm moetn hanteren. Dat wordt hier gesuggereerd, dat wordt
hier aangeduid. Nu, dit was voor Johannes maar jij en ik zijn voor vandaag
in deze zelfde wereld geplaatst. En we maken ons zorgen over de ontwikkelingen
in politiek opzicht, En we kijken misschien naar Prinsjesdag a.s. dinsdag.
Het is al uitgelekt heb ik vandaag begrepen. Maar goed, we kijken, we
horen, we luisteren, we hebben onze conclusies. En we schudden ons hoofd
en we denken aan Bush en we denken aan het Midden-Oosten. We denken
aan de ontwikkelingen en hoe gaat dit aflopen. Niemand weet het. Maar
één ding weet ik wel, de Here staat met Zijn ene voet
op de zee, de volkerenzee en met Zijn andere voet op de aarde, boven
Israël. En Hij heeft het boekje in Zijn hand. En Hij is bekleed
met een regenboog. Gods beloften, Gods toezeggingen gaan in vervulling.
Gods trouw is eeuwig en altoos. En Hij zegt tegen ons: "Eet dat
boekje nu maar." En vanaf dat moment, als er een stuk bewogenheid
en een stuk innerlijke verwerking in jouw leven optreed kun je misschien
ook anderen wat gaan begrijpen, kun je misschien Gods maatlatje wel
eens bij een ander leggen. Maar dan ga je niet meer hard oordelen. Dan
kom je met een stuk bewogenheid waarvan het geheimenis van God vol is.
Want dat geheimenis is bewogenheid. En Zijn liefde is mensen redden,
mensen helpen, mensen uit het moeras trekken, niet verloren laten gaan
en dat is nu precies wat hier gebeurt. Zou u willen dat u zo ingezet
zou worden. Johannes heeft een enorme taak gekregen. Hij zat in het
gevang, hij zat daar op Pathmos, hij kon geenkant uit en hij krijgt
dit te horen. En jij en ik zitten vandaag in deze omgeving en we hebben
ook dezelfde boodschap naar ons toe voelen komen, horen komen. En de
Here zet je in je eigen omgeving. Maar het begint met het "Here
U bent groot en Here dat wat U in Uw hand hebt dat wil ik eten. Here
leer mij alstublieft", mag ik het anders zeggen, een beetje populair,
"om uit Uw hand te eten." Want als je uit Zijn hand eet, dan
ben je heel dicht bij. Dat kan niet anders. En Hij zegt: Hier
heb je mijn stokje. Meet het nu maar eens." Dan ga je met Zijn
normen meten en die zijn milder dan jouw normen. Ik heb geleerd wat
mensen kunnen doen en ik heb het zelf ook gedaan. Dat was niet goed.
Mensen zijn bikkel- en bikkelhard. Davids zei vroeger al: "Laat
me niet vallen in de handen van mensen." En dat snap ik nu. Hoe
krijg je zulke mensen veranderd. Door ze het boekje te laten eten. De
Here zegene u. Kom maar bij Hem en je leert.
|
|