| |
Te weten Jezus mint ook mij, is mij meer dan alles waard.
Ik las een keer een kleine geschiedenis van een meisje. Dat meisje was
heel erg ziek en is ook overleden. En ze hield in die ziekte zo van
haar knuffel, van haar beertje. En ze kon dat beertje niet los laten.
En ze zei tegen haar mamma: "Nu ga ik straks naar de Here Jezus,
maar mag ik mijn beertje, mag ik mijn knuffel ook meenemen." Toen
zei die mamma natuurlijk: "Ja, dat mag." Nou, dan gaat het
verhaal verder he. Dan komt ze bij de hemel aan, en ja, daar staat dan
Petrus he. Dat is het verhaal dan he. Dat is niet echt zo, maar zo wordt
het dan voorgesteld. en ze vraagt aan Petrus van: "Ja, mag ik mijn
knuffel, mag ik mijn beertje ook mee naar binnen brengen." Toen
zei Petrus: "Ja, dat weet ik eigenlijk niet want dat knuffeltje
dat hoort eigenlijk bij de aarde en ja, wij zijn nu in de hemel. Maar
ik zal het even aan de Here Jezus vragen." zei Petrus. en hij naar
de Here Jezus en de Here Jezus, nou, die vond het goed. Die vond het
goed. en dan komt ze met knuffel en al, met beertje en al de hemel in
en ze ziet de Here Jezus, en ze laat die beer los en ze vliegt zo naar
Hem toe. Hij is mij meer dan alles waard. Hij is meer dan een knuffel,
Hij is gewoon alles. Je kunt het alleen maar los maken als je echt ziet
Wie Hij is. Als je echt iets beters, iets mooiers, iets hogers hebt,
dan laat je het vanzelf los.
Lezen: Openb. 14:1-13
Openb. 14 komt na
hoofdst. 13. Logica van de 1e klas, 2e klas. Sorry, groep 3, groep 4,
een oude man spreekt. Maar dat is toch een logica die, ja, misschien
wel vanzelfsprekend is. Maar in dit geval bedoel ik er eigenlijk iets
anders mee. In hoofdst. 13 van het boek Openbaring gaat het over een
beest uit de zee, een monster. En we hebben dat al gehad. En we hebben
ook gezien dat er nog een beest uit de aarde opstijgt en dat die beide
beesten, nou, behoorlijk te keer gaan. Ze maken er een beestenboel van.
Zo zou je het misschien mogen zeggen. En er is nog iets bijzonders aan
de hand, want in die tijd is de duivel uit de hemel geworpen, hij is
hier op aarde en hij is daar allemaal bij. Hij is daar heel nadrukkelijk
in betrokken. En hij geeft aan het beest uit de zee zijn kracht, zijn
macht. En hij probeert dat beest uit de zee behoorlijk te injecteren,
moeilijk woord, een behoorlijke impuls te geven, een behoorlijke dosis
te geven van zijn macht en van zijn plannen. Maar dat beest uit de aarde
heeft bovendien nog een aspekt bij zich, namelijk dat hij van zichzelf
zegt dat hij de christus is. De Here Jezus had al gezegd, toen Hij hier
op aarde was, dat er mensen zouden komen die zouden zeggen dat ze de
christus zijn. Hij noemt ze valse christussen. En in de bijbel wordt
zo iemand aangeduid met het woord antichrist. Iemand die zegt dat hij
christelijk is, maar helemaal niet christelijk is. De antichrist gaat
bovendien wonderen doen en tekenen doen, de duivel is ook echt in staat
om wonderen en tekenen te doen. En die wonderen en tekenen die leiden
er toe dat iedereen een bewonderende, bewonderende eerbied krijgt voor
een geweldig man die hier in Europa, nou laat ik maar zeggen, keizer
is of despoot is of grote leider is. Hij krijgt een naam, welke naam
weet ik niet precies. Maar er komt, hier in Europa, een machtsblok van
grote omvang, onderwerp van de vorige keer, en de duivel gaat te keer
en probeert om iedereen, iedereen, te laten knielen voor een machtige
man hier ergens in Europa. De sollicitanten zijn er al. Ik weet niet
of hij uit Spanje komt of uit Frankrijk komt of uit Duitsland komt,
misschien uit Nederland, wie zal het zeggen. Feit is dat er in die tijd
een geweldig machtig man zal zijn. Ja, u komt er zo midden in rollen
als u hier voor het eerst komt, maar dat was allemaal al een beetje
besproken, dat was al een beetje uit de doeken gedaan de vorige keer.
En in die tijd zal iedereen een soort code krijgen, 666, op rechterhand
of op voorhoofd. En als je die code niet hebt, nou dan kun je morgen
wel naar de supermarkt gaan maar je krijgt geen broodje mee. Bij de
kassa zeggen ze: "Wij kennen u niet, u staat niet in ons systeem,
u bent niet geregistreerd." En u kunt het dus vergeten. En de hele
handel ligt stil voor iemand die dit weigert. Nog sterker, je wort gedwongen
een knieval te maken voor een beeld van een man, dus een man die van
zichzelf zegt dat hij God is, en dat hij groot is, en dat hij eer wil.
Die man die zit ergens op een troon maar er wordt een beeld, een soort,
ja, monument voor hem neer gezet, in Jeruzalem. en iedereen moet een
knieval maken, moet voor dat beeld gaan buigen. Vroeger hadden de vrienden
van Daniël ook al zoiets meegemaakt en toen hebben ze geweigerd.
Drie van die vrienden deden dat niet. Resultaat, een verdrukking, een
vuuroven staat in de bijbel in Dan. hoofdst. 3. IN de toekomst gaat
het echt, echt, heel spannend worden, heel moeilijk. En dat is na onze
tijd zegt dit bijbelboek.
Maar in diezelfde tijd is er ook iets anders. eer zijn dus mensen die
666 op hun voorhoofd hebben of op hun rechterhand. Maar er zijn ook
mensen die iets anders op hun voorhoofd hebben: De Naam van de Vader
en de Naam van de Here Jezus. Dat is het contrast tussen hoofdst. 13
en hoofdst. 14. En dat contrast is, nou ja, vlijmscherp vind ik eigenlijk.
Het is dus ook een teken op je voorhoofd, maar van een hele andere orde.
D mensen die dat teken van de Vader en de Zoon op hun voorhoofden hebben
worden hier genoemd de 144.000. Die hadden we al eerder gezien in onze
studies, in onze overwegingen, want in hoofdst. 7 werden ze al gezien.
12.000 uit die stam, 12.000 uit die stam, 12.000 uit die stam. Uit elke
stam 12.000. 144.000, 12 stammen keer 12, 144.000 verzegelden. En die
worden hier, in die tijd, nu het razend moeilijk is, en iedereen meegaat
in die hele stroom van aanbidding van een soort godsverering, maar dan
voor een mens, iedereen gaat mee met die stroom van godsverering voor
een mens en die 144.000 die doen dat niet. En die lopen risico. Het
is niet zonder gevaar. En die 144.000 worden nu rondom een beest gezien?
Nee, rondom het Lammetje gezien. Het verkleinwoord is gebruikt zei ik
de vorige keer. Het is zo bijzonder dat je in dit boek Openbaring in
die vreselijke druktijd, heel erg moeilijk is het dan, toch een gezelschap
van 144.000 mensen vindt rondom, rondom het Lammetje, op de berg Sion.
En de berg Sion staat in de bijbel altijd voor de Koning die gaat regeren,
de Sionsberg, de Koningsplaats, Jeruzalem, daar zal het gebeuren. 144.000
zijn daar rondom het Lammetje. Niet met een teken 666, dat hebben ze
geweigerd, maar wel met de Naam van God de Vader en God de Zoon op hun
voorhoofd.
En die 144.000 die gaan daar zingen. En daarom heet de toespraak van
vandaag een beetje "De aubade in Jeruzalem". Ze gaan daar
zingen, een nieuw gezang, een nieuw lied. En dat nieuwe lied heeft maar
één onderwerp, dat is de Here Jezus. Als je Hem ziet valt
alles weg. Je weet het nog he, van die knuffel. Als je Hem ziet, laat
je het vanzelf los. Dat nieuwe lied zal worden gezongen. En dit is een
lied, alleen te leren door die 144.000. Mijn vader was muziekleraar
aan het eind van zijn leven, hij was vroeger typograaf geweest, en heeft
later van zijn hobby zijn beroep gemaakt, hij gaf muziektherapie en
hij dirigeerde en hij componeerde, op zijn manier. Het zal waarschijnlijk
nooit een grootheid in deze wereld worden voor zover ik het kan beoordelen.
Maar hij is overleden, en de predikant van zijn kerk deed uiteraard
de rouwdienst. En de tekst voor die rouwdienst vergeet ik niet zo makkelijk
weer, want dat was deze tekst. Niemand kon dat gezang leren dan de 144.000.
Hij bedoelde te zeggen, de predikant, hij heeft anderen les gegeven,
hij heeft anderen leren zingen, hij heeft anderen zelfs nieuwe liederen
gegeven he, zij konden ze zingen. Maar er is nu een leid, dat is niet
voor anderen, dat is voor hem bedoeld. Of die toepassing nu juist is
of niet laat ik maar los, maar ik begreep de intentie van de voorganger
, die was heel warm, die was heel liefelijk, heel bijzonder. 144.000
gaan daar zingen. En wie horen dat. Ja, dat is natuurlijk een moeilijke
vraag. Ik zal je antwoord geven. Ik heb een aantal keren in deze studies,
in deze diensten gezegd, dat de Gemeente waartoe jij behoort als je
de Here Jezus kent als Heiland, als Verlosser, dat de Gemeente hier
weg gaat. En ik heb ook gezegd dat dat wel eens heel spoedig zou kunnen
gebeuren. Ik heb ook gezegd dat wat we hier hebben te maken heeft met:
Na nu, met na onze tijd. Dat betekent dat jij, als je gelooft in de
Here Jezus, allang in de hemel bent. In het huis van de Vader zelfs.
Maar dat jij als een soort toehoorder daar zit. En dat die aubade, dat
zanggebeuren daar in Jeruzalem op de berg Sion, voor de Here Jezus,
in elk geval door jou beluisterd wordt. Jij en ik zitten, laat ik maar
zeggen op de tribune, en we horen 144.000 mensen zingen. Nou, het Hollandkoor
is er niets bij. U vindt dit al geweldig, nou dat vind ik ook hoor,
als er zo'n groot koor is, mooie dingen, maar dit is 144.000. En als
de bijbel het heeft over het gezang Gods, dan wordt er gezegd dat ze
daarin volleerd zijn, dat ze behoorlijk geoefend hebben. Nu, we horen
hen daar zingen in de tijd dat bijna iedereen juicht voor die ene koning
die hier op aarde zit en die van zichzelf zegt dat hij een god is, maar
ondertussen alle mensen verdrukt en alle mensen het verderf in helpt.
In de tijd dat het ongelofelijk moeilijk is, de grote verdrukking, is
daar een gezelschap rondom de Here Jezus. En dat gezelschap zingt en
dat heeft het over Hem. Mijn hart trilt van blijde woorden, mijn gedicht
zeg ik de Koning voor, Ps 45:2. Het is alsof er iets opborrelt, alsof
er iets opbruist en jij en ik zitten ademloos te luisteren, o, je houdt
niet van klassiek, nou zeg het dan anders, we zitten ademloos te luisteren
naar wart daar gezegd wordt. En of de klanken klassieke klanken zijn
dan wel wat modernere, dat laat ik nu maar los. Feit is dat het gaat
over de Here Jezus. En wij zitten elkaar een beetje een por te geven
en zeggen: "Zie je wel, die zingen ook al." Want u en ik kwamen
in de hemel, u weet dat nog uit Openb. 5 he. Wat gingen we dar doen
in de hemel. Ja, we zagen op een bepaald moment het Lam staan als geslacht,
ook: het Lammetje. En wat gingen we toen doen. We gingen zingen. Ze
zongen het nieuwe lied in de hemel. Dus we hadden ook al gezongen. Alle
mensen die Hem zien die gaan zingen. Dat is mooi toch, als je Hem ziet
ga je vanzelf zingen. Misschien is de duivel daardoor zo happig op zingen
en gebruikt hij zang vandaag ook voor zich en om zijn teksten de wereld
in te slingeren. En dat gevaar is behoorlijk groot. Zij zingen ter ere
van de Here Jezus, daar op de berg Sion, en jij en ik zitten daar bij.
We horen het aan. Beoordeling? Nou, u kijkt naar die zangers en u kijkt
naar de Here Jezus en u denkt: Het is correct. En waarom doet u dat.
Omdat u weet, ja, zo hoort het, want ik deed het zelf ook al, samen
met de Gemeente-mensen. 144.000 op de berg Sion, in een tijd van grote
nood, in een tijd dat alles, alles de verkeerde kant op gaat, het is
bijna ademloos.
En bovendien worden die mensen ook nog omschreven dat zij, ja, losgekocht
zijn van de aarde. En zij hebben zich niet met vrouwen bevlekt want
zij zijn maagdelijk. Is dat een tekst voor celibaat, is dat de tekst
om te zeggen; "Ja, zie je wel, een beetje zanger zal toch op z'n
minst celibatair moeten leven, zo van nooit getrouwd zijn. Is dat wat
hier staat. Dat is natuurlijk wel gepoogd, dat snapt u. Dat zijn van
die teksten die je dan onmiddellijk eigenlijk gebruikt als je dat dan
toch wilt duidelijk maken. Nu, dat staat er niet. U en ik worden ook
in die zin maagdelijk genoemd. U weet, in 2 Cor. 11: "Ik heb u",
zegt Paulus, van de Gemeente, u en ik die deel uit maken van de Gemeente,
u en ik die geloven in de Here Jezus en de Heilige Geest hebben ontvangen
horen bij de Gemeente. En zij worden gezien als een reine maagd, ze
zijn maagdelijk, aan één man verloofd, die ene Man is
niemand minder dan de Here Jezus, deze zijn maagdelijk. Dat betekent
dat ze alleen voor Hem zijn. Dat ze al hun knuffels loslaten, al hun
lieve dingetjes, moeilijk los te laten dingetjes, echt wegleggen en
zeggen: "Here Jezus, u bent het." Dat gaan ze dan doen. En
deze 144.000, die zullen het Lam volgen waar Hij ook heen gaat. Die
hebben zich niet met vrouwen bevlekt. Ik weet niet of ik dat nog uit
moet leggen eigenlijk. Ik reed gisterenmorgen naar een mannendag in
Gouda en dat ging over geloofwaardig. Ik heb daar een paar keer gesproken.
En je komt Gouda binnen en je wordt bekogeld met billboards waar inderdaad
letterlijk billen op staan. Sorry dat ik het een beetje kort door de
bocht zeg. Ja, u hebt er allemaal geen last van. Dat probleem hebt u
allemaal gehad. U snapt het wat ik bedoel. We worden vandaag bekogeld
op alle mogelijke manieren. En het is juist het unieke in de schepping,
het hele bijzondere van Gods schepping wat, ja, onder spervuur ligt
en wat gewoon verknald en verknipt wordt op alle mogelijke manieren
misbruikt wordt. Deze zijn maagdelijk. Ze hebben zich niet met vrouwen
bevlekt. Nog een keer, dat betekent niet dat ze niet getrouwd zijn.
Maar ze hebben iets van Gods ordening, iets van Gods scheppingsorde
begrepen en ze willen zich daar aan houden. En ze volgen het Lam waar
het ook heen gaat. Ze zijn gekocht uit mensen voor God en voor het Lam.
En in hun mond is geen leugen gevonden. En nu wil ik gewoon eerst iets
kwijt. De betekenis is dat er in de tijd van grote nood, in de tijd
van grote verdrukking, in de tijd dat alles op zijn kop staat en alles
verkeerd gaat. Een tijd van een machthebber is die alle aandacht op
zich vestigt en van zich zelf zegt dat hij God is. En een tijd dat de
antichrist te keer gaat en de wonderen en tekenen van de leugen te vinden
zijn. In die tijd is er één klein groepje, relatief klein,
toch, die rondom het Lam staat en dat Lam eert. Waar sta jij vandaag.
Ik zeg niet dat dit onze situatie van vandaag is. Ik wil dus eerst zeggen,
de uitleg is, dat in die tijd, als het zo moeilijk is, dit toch gaat
gebeuren. Maar waar sta jij vandaag dan. Als wij dit nu in onze bijbels
hebben, broeders en zusters, beste vrienden, ik spreek je nu even aan
als gelovige. Ga er eens vanuit dat je de Here Jezus kent als je Heiland
en als je Verlosser. Als dat niet zo is, spreek dan, kom dan, zeg dan
iets, trek aan de bel en doe iets. Maar goed, laten we dus zeggen dat
we als gelovige hier zitten. Waar staan we dan vandaag, in een tijd
dat alles de andere kant op gaat. Ik hoorde gisteren iemand zeggen,
ik ben geen sportvisser, ik heb nooit gevist. Misschien in troebel water
maar verder ook nooit. Maar ik hoorde gisteren iemand zeggen dat een
gezonde vis met vinnen en schubben tegen de stroom op zwemt. Nu, dat
spoort met mij, er valt dan een soort kwartje van Lev. 11, weet je wel
de reine vissen, dat zijn de vissen met vinnen en schubben, Israël
at alleen maar vissen met vinnen en schubben. Dus een paling niet bijvoorbeeld,
want dat is een aaseter, dat hoorde niet bij het heilige. Maar goed,
een vis met vinnen en schubben, als hij gezond is, zwemt hij tegen de
stroom in. Kan dat ook, maar doet het ook. En dat is 5 meter vooruit
en 3 meter achteruit, en weer 5 meter vooruit en 2 meter achteruit en
nou, enfin dat gaat maar heen en weer. Natuurlijk is zo'n vis een keer
moe, kruipt weg achter een dammetje, achter een steen, achter een rotsblok,
en gaat daarna weer verder. een gezonde vis zwemt in de richting van
de bron. Een niet gezonde vis denkt: Ja, kom, ik zal me eventjes zwemmen
zeg, schei me er over uit, dat is veel te moeilijk. Ik ga gewoon met
de stroom mee. Waar komt een niet gezonde vis terecht. Nou, ongeveer
waar die Piranha staat en zegt: "Hap, ik heb je", weet je
wel, of een kleine haai of zo, of, een ander land, een beer, die met
zijn poot.... En bovendien, een niet gezonde vis heeft wit vlees, mooi
vet vlees. En een hele gezonde vis heeft rood vlees. Allemaal spieren,
met bloed doortrokken. Sorry, ik doe net alsof ik verstand van vissen
heb, maar als ik lieg, lieg ik een ander na. Nee, maar ik snap dit beeld
en u snapt het ook., toch, u snapt het he. Een gezonde vis, misschien
met horten en stoten, maar gaat toch in de richting van de bron. En
een niet gezonde vis gaat precies de andere kant op en komt uiteindelijk
daar terecht waar het zoute water komt of waar de haaien zijn of waar
de tegenstanders zijn en die zeggen: "Hap, ik heb je".
Tegen de stroom in zwemmen. Nou, dat is best moeilijk vandaag. Ik vraag
je: Waar sta je, bij wie ben je, bij wie hoor je. En sta je ook om de
Here Jezus heen om Hem een lied toe te zingen. Wat is er eigenlijk aan
de hand met een gemeente. Waar twee of drie samen zijn in de Naam van
de Here Jezus, dar is Hij in het midden van hen. Stel dat de Here Jezus
letterlijk in ons midden zou komen. Zou u dan naar een preek van mij
luisteren. Ik vermoed van niet. Is de Here Jezus hier. Jawel, Hij is
aanwezig. Maar stel nu eens dat we dat echt zouden beleven. Wat gaan
we dan doen. Dan gaan we Hem bejubelen, dan gaan we Hem eren, dan gaan
we Hem groot maken, dan gaan we Hem aanbidden, dan gaan we zeggen: "Here
Jezus...", nou ja, niet de handen omhoog in uw kring, goed, dan
maar achter uw rug, doe het niet, u gaat Hem prijzen, gegarandeerd,
u blijft niet achter. U gaat Hem alle eer, alle hulde, alle jubel brengen.
Dat doet u, want u ziet Hem en u laat uw knuffel, ook uw theologische
knuffel, ook uw orthodoxe, u laat ze los en u zegt: "Here Jezus."
U strekt uw handen uit naar Hem. Dat gaat er gebeuren. En ik ben er
diep van overtuigd dat dit stukje, ook al ligt dat in de toekomst, een
enorme omschrijving is van wat wij vandaag zouden moeten doen. We kunnen
heel theoretisch praten over Openb. 14, en we kunnen door gaan met de
oordelen, maar we kunnen ook zeggen: "In de eerste plaats moeten
we de vraag stellen: Here Jezus wie bent U voor mij en wie ben ik voor
U, wat doe ik voor U, hoe ga ik met U om en wat gebeurt er in mijn leven.
En kan ook van mij gezegd worden dat ik alleen voor U ben. Here Jezus,
U bent de enige, U bent de echte, U bent de levende." De 144.000,
u snapt het een beetje. Als ik op de berg Sion sta dan wil ook ik graag
gaan zingen, het nieuwe lied gaan zingen. Ik heb het nieuwe lied niet
en ik weet zeker niet wat deze mensen gezongen hebben. Dat is gewoon
alleen maar voor die mensen, voor die categorie bedoeld. Maar in elk
geval zingen ze voor de Here Jezus. Ik hoop dat jij het ook doet.
Een andere engel in de hemel, in diezelfde tijd, heeft een ander iets
te vertellen. Dat is bij vs 6: In het midden van de hemel. Een eeuwig
evangelie had hij bij zich. Je moet je dus voorstellen dat alles op
scherp staat en dat er eigenlijk niet te leven valt en dat een gelovige
gewoon, ja bijna vogelvrij verklaard is he. Met andere woorden er kunnen
risico's gewoon aan zitten. Dat je gearresteerd wordt, dat je gedood
wordt zelfs. Dat blijkt ook uit dit stukje: Zalig zijn de doden die
in de Here sterven van nu aan. Dat betekent dat er inderdaad risico's
zijn, enorme risico's. En toch is er in die tijd, als mensen misschien
niet meer zo openlijk van de Here Jezus vertellen, of van de komende
Koning vertellen, ik denk dat ik het zo zeggen moet, is er toch een
eeuwig evangelie. Er zijn in elk geval drie verschillende evangeliën.
Ik heb het niet over Mattheus en Markus en Lukas en eventueel Johannes
of een ander, maar ik heb het over inhoudelijke verschillen. Johannes
de doper heeft het evangelie van het koninkrijk verkondigd. En ik heb
al gezegd: "Dat evangelie van de komende Koning wordt ook in die
tijd verkondigd". De Koning komt, de Koning komt er aan. U pakt
maar een lied uit de bundel opwekking, maar het gaat altijd over de
Koning die komt. Dus dat is een evangelie van het koninkrijk. Zo wordt
het ook genoemd. Dit evangelie van het koninkrijk zal worden verkondigd
over de hele aarde. Als u dat wilt lezen: Matt. 24, ik wil de tekst
er straks wel even bij zoeken, 14, evangelie van het koninkrijk. Dat
zal worden verkondigd over de hele aarde, dat evangelie van het koninkrijk.
Zo wordt het ook genoemd: Het evangelie van het koninkrijk. Maar u en
ik hebben te malen met een ander evangelie. En dat wordt in Romeinen,
de brief aan de Romeinen, "Het evangelie van God aangaande Zijn
Zoon" genoemd. Dat hebben wij niet bedacht, dat staat in de bijbel.
Dit evangelie wordt het evangelie van God aangaande Zijn Zoon genoemd.
Dat God zover is gegaan dat Hij Zijn eigen Zoon niet spaarde, maar Hem
voor jou overgaf om jou gelukkig te maken. Om je blij te maken, om je
voor altijd in het huis van de Vader te brengen. Daar gaat het over
God de Vader die met God de Zoon een route ging om jou en mij in het
huis van de Vader te brengen met alle, alle zegen daarvan. Dat is ook
een evangelie, het evangelie van God aangaande Zijn Zoon. Dat mag je
vandaag vertellen. Als mensen vandaag horen willen of zouden open zijn
voor, dan mag je zeggen dat de Here Jezus gekomen is om mensen in het
huis van de Vader te brengen. Wie Hem gezien heeft, heeft de vader gezien
enz. Er is een derde evangelie en dat is het eeuwig evangelie. Dat hebben
we hier. Dat is het eeuwig evangelie dat klinkt, ook als mensen zwijgen.
Ik heb hier in het verleden een paar keer iets over Job gezegd. Dat
was omdat ik daar lezingen of studies over hield ergens in ons land
of in het buitenland. Dat evangelie van Job is heel bijzonder he. Dat
heb ik toen misschien al gezegd, maar ik wil nog één keer
daarop terug komen. De Here God zegt, als al die vrienden gesproken
hebben, die eerste drie die hebben het niet goed gedaan, dan komt die
vierde die doet het wel goed, en als die vierde nog eigenlijk bezig
is, neemt de Here de draad daarvan over. De Here gaat daar mee door.
En die vierde begon al over de schepping en dan gaat de Here zeggen:
"Goed, Job we willen het", hij had geen bijbel, en er was
ook geen Johannes de doper of zo in de buurt, en de Here zegt: "Ik
wil het even met je hebben over de schepping. Kun je de dagenraad ontbieden",
dat betekent gewoon s avonds, nou ja, om bijna half zeven, half
acht zeggen: "Nu is het morgen", "Kun jij de sterrenbeelden
eens een andere plek geven", weet je wel, de dierenriem wat veranderen,
gewoon, nou laten we dat daar eens neerzetten en dat eens daar neerzetten,
zo ongeveer. Ja, u zegt: "Dat is natuurlijk acabadabra, dat is
natuurlijk onzin, dat kan helemaal niet". Nou ja, dat is eigenlijk
wel de taal die de Here bezigt. Want Hij zegt: "Maar Ik heb het
allemaal gemaakt en ik heb die hele zaak in Mijn hand. Ik kan dat Job,
maar kun jij dat ook. Kun jij ook iets veranderen in al die sterrenpracht".
Nou Job verbleekt al een beetje. U voelt dat, en als de Here God zo
met je in gesprek gaat, zo van: "Kun je dat eigenlijk wel, kun
je wel bij de schatkamers van de hagel komen en kun jij..." Nou
ja, dat gaat nog een hele tijd zo door. En dan zegt de Here: Moet
je eens luisteren Job, Ik heb ook nog wat schepselen. Niet mensen, Ik
heb dieren geschapen, ook dieren geschapen." Dan worden die dieren
genoemd en dan komt de Here bij een krokodil uit. Dat moet je echt eens
een keer gaan lezen in het boe Job. En dan zegt de Here van een krokodil:
"Moet je eens luisteren. Job, ben je wel eens aan het vissen geweest.
Heb je wel eens een krokodil aan de haak gehad Job." Het is een
beetje spottend bedoeld, zo van: Ja, dat kun je wel willen, maar die
krokodil lacht om jouw haak he Job. Die gaat gewoon met jou en haak
en zo aan de haal. Ik bedoel, daag, daar gaat hij. Misschien zwaait
die stok nog een keer, zo van.... Nou, dat is mijn vertaling. Nee, maar
ik wil graag dat u het snapt, dat het over komt en dat u gaat zien wat
de Here eigenlijk tegen Job zegt: "Job, zou jij, als je een krokodilletje
zou vangen, zou je dat als een speeltje aan jou meisjes geven",
taal uit de bijbel, echt, zo wordt het echt gezegd, "zou je dat
gewoon als een speeltje meenemen voor jouw kindertjes." Nou, iedereen
weet wat het antwoord is. Nee dus. "Job, wie is niet bang voor
een krokodil, durf je in de buurt te komen." Nee dus. "Job,
Ik heb die krokodil gemaakt." En Job verbleekt nog meer en denkt
tjonge, jonge, jonge, dus de Here is nog sterker dan een krokodil, de
Here is nog meer dan dat sterkste beest. De Here is nog meer dan. En
de Here zegt: "Job, moet je eens luisteren. Wie zou dan in Mijn
nabijheid komen en gespaard blijven." Niemand. Als God de Schepper
zulke schepselen kan maken, Wie is God dan. Onze God is een verterend
vuur. Wie kan naderen. Wie kan God zien en leven. Wie kan dan dichterbij
komen. Wij met onze grote mond, Hollandse grote monden. Nee, niemand.
En daarom is God naar ons toe gekomen in de Here Jezus, snapt u. Maar
goed, stel dat u nog niets wist van de Here Jezus, dat dat gewoon nog
nooit gezegd zou zijn, zou u dan niet een beetje respekt voor die God
krijgen. Als u achter de schermen zou kunnen kijken. En de Here zegt:
"Je hoeft niet eens zo ver, je kunt gewoon in de natuur rondkijken.
Je kunt gewoon eens even kijken wat er allemaal is, door Mij gemaakt.
En als dat dan ziet, wordt je dan niet een beetje bang of een beetje
onder de indruk." Nou, dat is het eeuwig evangelie. Dat is het
eeuwig evangelie. Onder de indruk komen van God die de Schepper is,
God die boven alle dingen staat, God die hoog verheven is. En of u Hem
nu wel of niet kunt benaderen, u krijgt respekt voor God. En dat is
nu precies wat er bij Job gebeurt. In Jobs verhaal is er geen sprake
van de Here Jezus en geen sprake van een verlossing, en toch weet hij,
de Losser is er. Hoe weet hij dat. Omdat God hem niet, niet heeft overgegeven
aan het hele gebeuren daar. Hier staat, dat een evangelie is, met een
inhoud van: Vreest God, geeft Hem eer, want de ure van Zijn oordeel
is gekomen, en aanbidt Hem. En dan komt het, waarom moet je Hem aanbidden.
Die de hemel en de aarde en de zee en de waterbronnen gemaakt heeft.
Precies, de schepping, alleen maar de schepping. En ik vind ook dat
we mensen zullen moeten zeggen, wie ze ook zijn: "Als jij in de
schepping rondkijkt, dan kun je maar één ding ontdekken:
De God over wie wij spreken bestaat." Natuurlijk probeert de duivel
dat om te buigen. Natuurlijk heeft hij een programma: Een miljoen jaren
geleden was er een heel klein celletje, dat heeft zichzelf wat door-ontwikkeld.
Nou, daar gaat hij. En u voelt het. De hele wereld staat op zijn kop.
De leugenaar van den beginne is ook in die zin allang, allang bezig
geweest. Die is niet nu begonnen met iets te zeggen. Hij is allang bezig
om het hele goddelijke van onze Here weg te nemen. En het scheppende
en het krachtigen het niet te benaderen van God, dat heeft hij allang
weggenomen. En hij denkt dat het hem gelukt is. Nou, het is ook al heel
ver heen. Het eeuwig evangelie. Je moet je dus voorstellen, in de tijd
dat alles op scherp staat, en er niets, bijna niet meer veilig is, alles
mee gaat in een aanbiddingsdienst voor mensen, voor de demonische machten
in die tijd en anti-christelijke invloeden, met wonderen en tekenen
van de duivel zelf, in die tijd zijn er op de berg Sion 144.000. En
je zou zeggen: "Ja, nou, die zijn daar aan het zingen, maar o,
die arme mensen dan daarom heen." Er is een engel die zegt: "Het
eeuwig evangelie." En al die mensen die nooit van de Here Jezus
hebben gehoord vandaag. Die zijn dus allemaal verloren. Nee dus, die
hebben ook het eeuwig evangelie. Weet u dat er bij de meest primitieve
volkeren een enorm godsbesef is. Of ze dat zo noemen zoals wij dat noemen,
natuurlijk niet want ze hebben geen bijbel. Maar ze hebben wel heel
diep in hun hart respekt, godsbesef, norm van God. Dat is het eeuwig
evangelie. Moet je vandaag dus zeggen: "Mensen ga maar niet meer
naar kerk, ga maar niet meer naar evangelisatie-avonden, ga maar niet
meer naar evangelisatie-diensten. Loop gewoon in het bos en je ziet
God, je komt God tegen, elke boom elke bloem, daar is God, daar is God."
Is dat niet waar. Nou, dat is wel waar. Maar God zegt: "Het is
nu de tijd van het evangelie van God aangaande Zijn Zoon." Je komt
God tegen bij die bomen, maar je komt de Here Jezus niet tegen. Sorry,
Hij is ook de Schepper, maar er wordt niet van Hem verteld door die
boom. Die bomen spreken niet. Prinses Irene kan wel zeggen dat ze het
wel hoort, maar ik denk dat ze in de war is. Ze moet naar een psychiater
voor zover ik het kan zien. Nee, ik wil gewoon even heldere dingen hebben,
gewoon. Het is nu de tijd van het evangelie van God aangaande Zijn Zoon.
Maar dat wil niet zeggen dat mensen die nooit van de Here Jezus hebben
gehoord dus geen taal van God horen. Ps. 19 zegt zo schitterend: "Het
is geen taal van woorden maar je hoort het wel, het is er wel, het is
wel een sprake. De dag doet sprake toekomen aan de nacht en de nacht
aan de dag." Het is de taal uit de schepping. Ps. 19 het eerste
stuk. "De hemelen vertellen Gods eer en het uitspansel verkondigt
het werk van Zijn handen." Verkondiging, blijde boodschappen. Nu,
het eeuwig evangelie.
Een andere engel zegt, in diezelfde tijd, als de antichrist alle macht
heeft en op het punt staat om door te breken en alle, alle, alle mensen
in een maalstroom komen om dat beeld van het beest te aanbidden en daar
een knieval voor te maken, zegt een andere engel: "En toch, gevallen,
gevallen is het grote Babylon."Nou, het is nog niet gebeurt, maar
het is alsof ineens de hemel zegt: "Denk je dat dit stand houdt.
Ik ga je nu zeggen dat daar een einde aan komt." De verdeling,
de details van het gevallen, gevallen is het grote Babylon komen veel
later in dit boek. Maar het is alsof op dat moment geproclameerd wordt:
En het eeuwig evangelie klinkt, hoe die beestenboel ook zich gaat roeren,
het evangelie klinkt, en er blijft geen spetter heel van de antichrist
en al zijn anti-christelijke plannetjes en van zijn hele aanbiddingscultus
voor een beeld van het beest. In die tijd is dat zo, maar er zal niets
van overblijven. eigenlijk is het heel wijs he, dat de Here God dat
zo zegt tegen ons. Sommige mensen hebben het misschien een beetje benauwd
vandaag. Het is ook niet zo makkelijk, het is spannend. Vorige week
had ik het al over virussen in een computer en het kraken van pincodes,
het dupliceren van pasjes. Je bent gewoon bang, mensen worden bang.
Worden bang op straat, er kan zomaar iets gebeuren. Worden bang voor
van alles en nog wat, het is onrustig. Er is enorm veel stress vandaag,
angst onzekerheid. En toch: Gevallen, gevallen is het grote Babylon.
betekent dat dat een gelovige geen moeite zal kennen. Nu, in de eerste
plaats wordt de moeite getekend die de mensen zullen ontvangen, mensen
zullen krijgen die de Here Jezus niet kennen. en eigenlijk moet je dit
heel scherp eens een keer gaan lezen. Wat gebeurt er met iemand die
de Here Jezus niet kent. Misschien heb jij je een verwijt gemaakt van:
Ik heb mijn buurman nooit verteld van de Here Jezus. Er is een oud gedicht
he. Mijn buurman is vannacht gestorven en ik heb hem niet verteld van
Jezus. En dat vreet aan je, dat vreet echt aan je. En soms wordt dat
een soort motief van: Ik moet vertellen, ik moet getuigen, ik moet,
ik moet, ik moet en ik durf niet en ik durf niet en je komt in een kramp,
en ik moet, en ik moet, en ik moet. Ik denk ook dat we hier zijn om
te getuigen. Ieder op zij eigen manier. En als jij dat met een bloem
kunt of met het helpen van de buurman om een spijker in de muur te slaan
of hem misschien op weg te helpen in zijn computerprogramma, wat het
dan ook is, doe het. Maar die buurman heeft, ook al zou jij nog niets
gezegd hebben, geen excuus, want er stond in zijn tuin ook een boompje.
Begrijp je wat ik bedoel. Dat neemt de spanning bij mij een beetje weg.
Ik mag niet falen, ik wil ook niet falen, ik wil vertellen van de Here
Jezus. Maar stel dat je het niet gedaan hebt. Hij heeft wel een boom
of een bloem of hij heeft misschien een keer naar sterren gekeken, of,
of. Dat is het eeuwig evangelie, dat klinkt nu ook, in die zin. Dat
is geen, laat ik maar zeggen, gemakzuchtig alibi'tje voor de gelovige
die nooit wat zegt, want dat vind ik niet eerlijk. Dat klopt ook niet.
Dat kan niet. Je zult vandaag aan de Here moeten zeggen: "Here,
U zei: Gij zult Mijn getuige zijn te Jeruzalem en in heel Judea en tot
aan de einden van de aarde." En dan moeten we dat ook doen. En
ons Jeruzalem ligt niet daar ergens in het Midden-Oosten, ons Jeruzalem
ligt toevallig hier, bij ons. En we roepen al duizend keer dat het ongelofelijk
makkelijk is om ver weg te vertellen van de Here Jezus. Niemand kent
je, niemand lacht je uit. En als ze dart al doen dan zeg je: "Nou
ja, het zal me wat, ik ga weer weg." Maar wij moeten vertellen
van de Here Jezus. Maar stel dat je dat niet deed, dan is er toch nog
een eeuwig evangelie. Maar mensen die de Here Jezus niet kennen, die
meegaan in die stroom van enorme aanbidding voor demonische, occulte
machten, die het merkteken op hun rechterhand hebben, die ontvangen
het oordeel van God. En ik zou zo graag willen zeggen: "Beste mensen,
je moet vandaag een keus maken of je de Here Jezus wilt aannemen, ja
of nee. Daar moet je geen gras over laten groeien." Niemand weet
of het morgen nog kan. Die meneer die in die auto zat vlak bij Veenendaal
en onder een trein kwam, misschien een gelovige misschien niet, ik weet
het niet, ik ken de naam niet, ik weet van niets, ik heb het alleen
maar gehoord, die rijdt misschien naar iets, en het is in één
luttel secondetje gebeurd. En jij dan, stel dat het jou zou zij overkomen.
En niemand van ons weet of we echt weer thuis komen. Is dat een soort
bangmakerij, nee. De Here zegt: "Kom nou alsjeblieft, nu het nog
de tijd is, nu je nog kunt, nu het nog de dag van Gods genade, van Gods
Liefde is." Geloven in de Here Jezus. Want als je dat niet doet,
dan sta je uiteindelijk in die maalstroom mee te doen met de hele goegemeente.
Want God zend je een geest van de dwaling om de leugen te geloven, 2
Tess. 2, en dan gaat er echt van alles mis.
Oordeel van God. Die oordelen worden nog aangestipt. Die komen helemaal
aan de orde. Openb. 16 gaat daar heel duidelijk over door, de oordelen
van God. Maar de heiligen, de mensen die voor de Here Jezus getuigen
die mogen volharding in de Here Jezus en het geloof in de Here Jezus
bewaren. Toch zullen er in die tijd ook mensen sterven. Dat zijn de
martelaren. En die worden hier genoemd: Zalig zijn de doden die in de
Here sterven van nu aan. In Johannes staat dat mensen in hun zonden
kunnen sterven en hier staat dat je in de Here kunt sterven. Weer zo'n
enorm contrast. "Zalig de doden die in de Here sterven van nu aan",
zegt de Geest, "en dat ze rusten van hun moeiten." U hoort
het de Here Jezus zeggen: "Kom maar bij Mij als je vermoeid en
belast bent. Ik zal je rust geven." Ze rusten van hun moeiten.
Alle zorg valt weg. Alle hectiek van hun leven verdwijnt. Het enige
dat overblijft is de Here Jezus. In tijd van grote nood zijn er ook
martelaren. ik weet uit Openb. 11, en we hebben er al een paar gezien,
die echt gestorven zijn in die tijd. Dat zijn die martelaren. En ze
zullen met de Here Jezus regeren, ze zullen met Hem heersen. Zalig de
doden die in de Here sterven. Nou, ik roep het vandaag ook wel eens.
Zalig de doden die in de Here sterven. en ze rusten van hun moeiten
en hun werken volgen hen na. Zelfs dat is ook vandaag gewoon toe te
passen, maar het staat hier in de samenhang van die tijd, de tijd van
grote nood, de tijd van grote spanning. Bijna niet aan te ontkomen.
je zou zeggen: "We komen er nooit en nooit uit, aan zoiets ontsnap
je niet." En toch, blijdschap. Er is vreugde, hemelvreugde. Hemelvreugde
reeds op aard, t weten: Jezus mint ook mij, dat is mij meer dan alles
waard. Zou jij je knuffeltje graag mee willen nemen naar boven, of zou
je hem los willen laten. Soms zeg ik: "Here, ik kan hem niet los
laten." Of het je werk is of je hobby of, nou ja, vul maar wat
in he, ik bedoel, er is altijd iets he. Kun je het loslaten, nee. En
pas als je Hem ziet zeg je: "Och Here." Laat maar los. Dan
ben je zo geboeid door Hem. Het is zo fantastisch als je de Here Jezus
kent. Dan hoef je niet bang te zijn, dan hoef je geen angst te hebben.
Kan het dan niet moeilijk zijn. Ja, het kan best moeilijk zijn, maar
het is echt de moeite waard om Hem te kennen. En mensen die Hem niet
kennen die zullen die vreselijke tijd moeten meemaken en dat gun ik
ze niet. Paulus zei daarom, net als de vorige keer, citaat: "Wij
dan wetende de schrik des Heren, overreden de mensen: Laat u met God
verzoenen." Als je nu weet dat dit gaat komen, ga je dan niet tegen
je buren zeggen: "De Here Jezus komt." En ik hoop dat u het
op uw manier zegt. We hebben een buurvrouw die we niet kunnen bereiken,
buren die Bosniërs zijn, die spreken geen woord Nederlands. Maar
ik denk dat Hennie haar hart heeft gekregen. Dat bleek vanmorgen. er
stond een grote pompoen, weet je wel, "Dat is voor jullie."
Nou, dat duidt ergens op. We hebben haar een NT-tje gegeven in het Bosnisch
en een paar evangelie-boekjes in het Bosnisch en ze hebben ze niet terug
gegeven, ze hebben ze zelfs gelezen. Of ze bekeerd zijn, ik kan het
ze niet eens vragen. Doet u het op uw manier. Doet u het alstublieft.
Vertel van de Here Jezus. Zeg alsjeblieft dat de oordelen kome en dat
je in deze tijd dit stuk uit de bijbel hebt om mensen vandaag te helpen
en te waarschuwen. Maar jij en ik, we mogen ditzelfde plaatje eens een
keer leggen in ons eigen hart, in ons eigen leven en ons dan de vraag
stellen: Waar sta ik dan. Wat heb ik gedaan rondom de Here Jezus. Ga
ik rondom de Here Jezus ineens alle narigheid vertellen die me overkomen
is. Eigenlijk een beetje in debat gaat met de Here want: "We zijn
het eigenlijk niet met u eens Here, dat had U eigenlijk anders moeten
doen, dat had daar of daar anders gemoeten." Of zeggen we: "Here
Jezus, dank u." Amen.
|
|