| |
Lezen: Openb.
14:14-20
Het laatste bijbelboek
gaat over de Here Jezus. Het is de onthulling van de Here Jezus, openbaring
van Jezus Christus. God doet een boek open over Zijn Zoon. Dat is kort
door de bocht de kern van het laatste bijbelboek. En het is bedoeld
voor de gelovigen, voor mensen die voor de Here Jezus hebben gekozen
en ook voor de Here Jezus gaan. Het is bedoeld om mensen toe te rusten,
om ook nu te weten wat er na nu geschieden gaat. Deze dingen zijn bedoeld
voor mensen die willen weten wat er na nu gaat gebeuren, na vandaag.
Duidelijk dus met de toekomst in verbinding. een schitterend bijbelboek
als je daar een beetje zicht op krijgt. En ik hoop dat dat gebeurt in
de loop van de diensten die we nu gehad hebben en nog krijgen misschien,
als de Here het vergunt, maar diensten die bedoeld zijn om jullie, om
mijzelf, om ons, gelovigen, toe te rusten. Een stukje verdieping, een
stukje verdere groei, een stukje zicht op de Here Jezus, op het prachtige
plan van God waarin de Here Jezus het centrum is. Nu hebben we al een
hele serie dingen gehad, dat voelt u. we zijn nu bij Openb. 14 het tweede
stukje aangekomen. En dat komt dus niet zomaar. Voor mensen die voor
het eerst zijn is het altijd moeilijk om even te wennen. Nou, u moet
al aan ons wennen, dat is al knap lastig, en dan moet je ook nog wennen
aan het onderwerp, dat is nog lastiger, maar misschien is aan het eind
van de dienst het kwartje, het eurootje, toch wel gevallen en zeg je:
"Ja, ik heb het, ik weet het, ik ben er." Ik hoop ook echt
dat u de Here Jezus kent als Heiland, als Verlosser. En dat u heel zeker
weet: Ik ben een kind van God, mijn schuld is weg, mijn zonde is vergeven
en door het geloof in de Here Jezus heb ik leven, leven tot in eeuwigheid.
Daarover gaat het straks nog meer. Dat kan haast niet anders bij zo'n
stukje als nu, vandaag, aan de beurt is.
Het begint met een hele bijzondere opmerking, u neemt de vorige keren
maar mee, en als u daar interesse in hebt, ik ga geen reclame maken
voor cd-tjes of cassettes of voor techniek, maar broeder en zuster Verschoor
zitten daarachter en nemen alles op, u kunt het echt zo regelen. Dus
vraag even, zij zullen u echt verder helpen en weten precies te vertellen
wat je dan wel en wat je dan niet moet doen. Maar, in elk geval, u kunt,
wat er vooraf ging, ook beluisteren. Het is dus niet een soort geheim
geweest. Heet is niet in een geheime hoek gebeurd. Het is open.
Openb. 14:14 begint dus met een witte wolk. Op die wolk zat Iemand als
een Mensenzoon met een gouden kroon op Zijn hoofd. Nu, we moeten eerst
eens vaststellen: Wie is dan die Mensenzoon en wat is er aan de hand
met die witte wolk en wat gaat die Mensenzoon dan doen. Nou, eerst het
volgende: Toen de Here Jezus voor de hogepriester stond, weet u wel,
indertijd was Hij gearresteerd, ze hadden Hem gepakt in Gethsemane.
En toen hebben ze Hem meegenomen. Ze hebben Hem van Kajafas naar Annas
of van Annas naar Kajafas gesleurd of omgekeerd. En ze hebben Hem later
ook naar Pilatus gebracht en naar Herodes. Maar, nog niet naar Pilatus
en Herodes, daarvoor stond de Here Jezus voor de hogepriester. En die
zitten natuurlijk op getuigen te wachten die precies hetzelfde zouden
zeggen, die eensluidend zouden zijn. Nou, die komen niet, altijd is
er een verschilletje. En dan, bijna paniekerig, zegt de hogepriester:
"Nou, zeg eens wat." Weet je wel, zo ongeveer he, dat is mijn
vertaling, maar daar komt het wel op neer he. Doe eens iets. en dan
zegt de Here Jezus: "Van nu aan zult u de Zoon des mensen",
of de Mensenzoon, "zien zitten op de wolken des hemels." Nou,
die hogepriester die heeft het niet meer, die krijgt ineens een soort
inval en zegt: "Nou, we hebben helemaal geen getuigen meer nodig."
Hij scheurt zijn kleren, of dat die hogepriesterlijke kleren zijn geweest
of niet dat weet ik niet precies. In elk geval hij scheurt zijn kleren
en hij zegt: "Hij heeft Zichzelf God gemaakt. Hij heeft gelasterd,
we hebben helemaal niemand meer nodig, want u hebt het allemaal zelf
gehoord. Hij heeft Zichzelf God gelijk gemaakt." Nou, dat was best
een ontdekking. Had de Here Jezus expliciet gezegd: "Ik ben God."
Nee, dat heeft Hij helemaal niet gezegd. Maar die hogepriester die er
toen was, die had een keer het boek Daniël gelezen. Moet u ook
een keer doen. En in het boek Daniël staat iets bijzonders, in
hoofdst. 7. In het boek Daniël staat dat er en Oude van dagen zit
met heel lang grijs haar, witte wol bijna, ik zou bijna een nare opmerking
maken, maar, nou ja, ik had willen zeggen: "Sinterklaas verbleekt
er bij", maar dat komt niet helemaal over misschien. Maar in elk
geval, daar zit de Oude van dagen. Uit alles blijkt dat dat de Here
is op een hoge en verheven troon. En de vierschaar zette zich, engelen
zijn daarbij. en dan komt er met de wolken des hemels een Mensenzoon.
En die Mensenzoon begeeft Zich naar de Oude van dagen en die Mensenzoon
krijgt uit de hand van de Oude van dagen alle macht, alle gezag, alle
autoriteit die maar denkbaar is. en die Mensenzoon gaat met die autoriteit,
met dat gezag, in Dan. 7 nog, gaat Hij alles, alles oordelen en Hij
gaat alles vullen met Zijn eigen glorie. dat zegt de bijbel. In Dan.
2 is het een steen, die zonder handen losgemaakt, alle machten gaat
verpulveren. Macht van goud, Irak, macht van zilver, Iran, macht van
koper, Macedonië, macht van ijzer, Europa, alles wordt verpulverd,
alles wordt verpletterd. En in Dan. 7 is het een Mensenzoon die uiteindelijk,
uiteindelijk, heerser zal zijn, Koning der koningen zal zijn en Here
der heren zal zijn, Mensenzoon. Maar die hogepriester waar ik het net
over had, die had kennelijk Dan. 7 gelezen en begrepen. Want die Mensenzoon
is niet, laat ik maar zeggen, een soort 3e-rangs Iemand. Uit alles blijkt
dat die Mensenzoon God zelf is. Dat hadden we eigenlijk al een keer
gevonden toen we over Openb. 1 spraken, heel lang geleden. En toen is
daar ook aan de orde geweest, dat Johannes ziet ineens de Here Jezus
daar: Ik ben dood geweest he, dus dat moet de Here Jezus zijn, en alle
kenmerken van de Mensenzoon uit Dan. 7 en alle kenmerken van die Oude
van dagen die worden in één Iemand terug gevonden. Toen
de Here Jezus zei: "Ik ben de Mensenzoon", heeft hij niet
bedoeld: Nou Ik ben ook gewoon een mens. Dat zeg jij ook wel eens misschien:
"Nou ik ben ook maar een mens." Maar Hij bedoelt: Ik ben Degene
over Wie de bijbel spreekt als de Mensenzoon die alle gezag heeft, die
alle macht heeft, die in de troon is en die uiteindelijk Koning der
koningen is en de Here der heren is, Ik ben diegene. Nou de hogepriester
die snapt onmiddellijk: Ja, maar als Hij dat zegt, als Hij dit claimt,
dan is Hij God zelf. Dat snapte hij. Wij hebben misschien nog wat moeite
en zeggen: "Nou, hoe komt hij zo snel aan die conclusie."
Maar daar was het kennelijk heel gewoon, als er iemand zou zijn die
zich zou aandienen als de Mensenzoon, dan moet dat God zelf zijn. Nou,
de Here Jezus is op grond daarvan veroordeeld. Dat is de druppel geweest
die de emmer deed overlopen. En daardoor is de Here Jezus uiteindelijk
naar Pilatus gebracht, die Hem dan maar moest veroordelen tot de dood,
want een andere straf wilden ze niet.
Mensenzoon. Ziet u Hem nu komen. Toen de Here Jezus gereed was met zijn
werk is Hij met Zijn discipelen naar de Olijfberg gegaan. Het kan eigenlijk
niet preciezer. Oostelijk van Jeruzalem ligt de Olijfberg. Daar lag
ook de hof Gethsemane. Daar heeft de Here Jezus vaak met Zijn discipelen
een nacht doorgebracht. Daar heeft Hij ook Zijn glorie laten zien en
Zijn mens zijn laten zien. Die beide aspecten, die beide elementen zijn
op de olijfberg zichtbaar geworden. Glorie toen Hij zei: "Ik ben",
Hij noemde Zijn Naam en iedereen deinsde achteruit. En het tweede toen
zijn zweet werd gelijk grote bloeddroppels die op de aarde vielen. Zijn
pijn, Zijn moeiten, Zijn lijden: Indien het mogelijk is laat deze drinkbeker
aan Mij voorbij gaan. Die beide aspecten op de Olijfberg. Nu, het kruis
is geweest, het werk is volbracht. De Here Jezus is gestorven, Hij is
begraven, Hij is opgewekt, Hij is opgestaan, beide dingen zijn waar.
en Hij is bij de discipelen geweest, een flink aantal dagen. en nu,
nu denk ik aan het moment waarop de Here Jezus, Hand. 1, waarop de Here
Jezus met de discipelen weer naar de Olijfberg gaat en ineens is Hij
weg. Hij gaat zomaar omhoog. En of wij nu zeggen: "Hoe kan dit
nu", of "hoe zou zoiets vandaag kunnen", dat laat ik
helemaal los, het is wel gebeurd. De Here Jezus ging zo naar de hemel.
En een wolk onttrok Hem aan hun ogen. Duizend keer heb ik misschien
gezegd inmiddels van: Vroeger dacht ik dat het een soort regenachtige
dag was. Een bewolkte dag, zo'n Nederlandse dag. En ja, nou ja, he,
jammer he, weer geen Spaanse zon, weer geen Middellandse Zee achtige....,
Want het was daar toch wel een beetje Middellandse Zee achtig dus. Was
het dat, was het dan ineens: Och, nou kijk je Hem na en zie je Hem naar
boven...., kun je weer niet verder kijken dan 15 meter of zo. Valt dat
even tegen. Is dat bedoeld, toevallig een wolkje ertussen. Nee, dat
is het niet, echt niet. Weet je waarom ik dit weet. Dat is niet eigenwijs
hoor, maar in de bijbel staat iets bijzonders. Daar, in Hand. 1 staat
al dat "Hij zal terugkomen zoals Hij van u is heengegaan"
zegt een engel tegen de discipelen. M.a.w.: "Nou, Hij is weggegaan,
Hij komt ook terug." En nu weet u uit een andere plek uit de bijbel,
Ez. 1, heel precies hoe Hij terug komt. Maar dan moet u wel Ez. 1 koppelen
met Ez. 43. Maar goed, dat is een beetje moeilijk, maar u bestelt toch
het bandje of u gaat even bij de fam. Verschoor langs, maar doe iets.
Ez. 1, Ez. 43 en u weet precies hoe Hij terug komt. Hoe komt Hij terug.
Met een wolk. O, nog steeds die bewolkte dag, nog steeds die Hollandse
regenwolk. Nee, Hij komt, Hij komt met een.... Met een wolk? Staat daar
meer over in de bijbel. Ja, daar staat heel veel over een wolk in het
OT. Als de heerlijkheid, de glorie van God de tabernakel gaat vullen
dan is dat middels een wolk der heerlijkheid. En als dat bij de tempel
gebeurt dan is dat ook de wolk van glorie, de wolk van heerlijkheid.
En die wolk is 40 jaar bij het volk Israël geweest. Ze hebben 40
letterlijk, letterlijk gewoond onder de schaduw van de Almachtige. Letterlijk,
de wolk was er permanent boven. Ze hebben echt genoten. Alleen aan het
eind denk je: Nou, ik wil ook wel een keer een Spaanse kust. Nou ja,
Hollandse zon. Dan ineens is de onvrede er weer, jammer. Maar ze hebben
werkelijk in de schaduw, omdat die wolk er boven was, in de schaduw
van de Almachtige gebivakkeerd. 40 jaar aan één stuk.
Ik kan daar niet over uit weet je dat. Ik ben er geweest, ik heb die
tocht gemaakt. Snik- en snikheet, toen wij er waren 45-46°, een
bus met airco gaat heel aardig, maar als je er uit komt loop je tegen
een muur aan en je snapt niet dat mensen daar kunnen leven. Nou, die
leven dan ook niet overdag, die zitten allemaal onder, nou ja, wat dan
nog maar enige schaduw kan brengen. Maar Israël wandelde door de
woestijn. Ben je moe geworden. Nee. Zijn je voetzolen veranderd, kleren.
Mooi he. Kun je niet een keer blij worden dat je te maken hebt met zo'n
God die zorgde, die zo geweldig was dat ze daar letterlijk 40 jaar onder
die wolk gebivakkeerd hebben. En weet u wat dat s nachts is, als
er een heldere hemel is. Pas maar eens op in onze dagen, het koelt heel
sterk af. Nee hoor, niets hoor, de wolk was er. Ze hebben gewoon die
zegen van God op een prachtige manier ervaren, elke dag opnieuw. De
sjechina, de wolk van heerlijkheid. Hoe ging de Here Jezus naar de hemel.
Precies, zal ik het nog anders zeggen. God kwam met Zijn voertuig, met
Zijn wagen, met zijn hemeltaxi. En de Here Jezus mocht instappen. Waarom
mag ik dat zo zeggen. Omdat Hij zo terug komt. Hij komt met een hemelwagen.
Echt hoor, Ez. 1 omschrijft het. Het aantal cilinders wordt genoemd,
het geluid van de cilinders, decibel. Nou ja, mijn technische verklaring,
ik ben niet zo technisch. Wielen, raderen, ogen, vuur, laaiend vuur,
de troon, lazuursteen. Schitterende omschrijving, Ez. 1, Ez. 43. En
die wagen van God komt zomaar uit de hemel. Nou, die wagen was er ook
toen de Here Jezus naar de hemel ging. Daarom heeft de dichter van dat
hele oude lied, vroeger, een keer gedicht: Op een lichte wolkenwagen
(daar heb je het), werd de Heer van d'aard gedragen. Nou, dat is heel
terecht. Alleen ja, nu snap ik het niet meer. Ik bedoel, dan denken
we nu aan, nou ja, vul maar in, ik heb een Bora-tje, VW-tje. Is dat
het dan ongeveer, lichtgrijs van kleur. Nou, nee dus. Het is heel wat
anders. Het is echt anders. Het is de wagen van Gods glorie, de wagen
van Gods heerlijkheid, en het wordt aangeduid met een wolk. Nou eventjes
een sprongetje, heeft even met ons onderwerp niet zoveel te maken. Wat
denkt u hoe u naar de hemel gaat. We worden in een oogwenk weggevoerd
in wolken de Here tegemoet. Alsjeblieft, daar heb je het weer. Daar
komen ze weer met hun hemeltaxi, met hun hemelbus. En u mag instappen.
En u gaat zomaar schitterend naar de hemel toe in wolken de Here tegemoet
in de lucht en aldus zullen we altijd met de Here wezen. Vertroost elkaar
met deze woorden. Ja, weet u, die wolk, de glorie van God hoort bij
de Here Jezus, is onlosmakelijk aan Hem verbonden. Zoals de wolkkolom
vroeger onlosmakelijk verbonden was aan die tabernakel, en later aan
de tempel, totdat zij zeiden: "Nee, wij willen het niet."
Maar dit hoort aan elkaar, dit hoort bij elkaar, kun je niet losmaken
van elkaar. Mooi he, voor jou, als je denkt aan de Here Jezus. Ik vind
het gewoon heel erg bemoedigend: En jij die gelooft op dezelfde manier.
En er zijn wel veel meer teksten die daar over spreken. De kracht die
Hij betoond heeft door Jezus uit de doden op te wekken en Hem te zetten
aan Zijn rechterhand, die kracht wordt aan jou verleend. Nou, welke
kracht was dat. Nou, èn dat je uit de doden, of uit het graf,
herrijst he èn de kracht om van hier naar daar te gaan middels
het voertuig van God zelf. Ja, we hebben het niet zo slecht voor. Het
is prachtig als je denkt aan het voortraject, het voorland. Nu gaat
het in Openb. 14 over de wolk waarop Iemand zit als een Mensenzoon.
en nu voelt u de lading van zo'n zinnetje. Ja, dat merk je, want dat
is niet zomaar een termpje van dan komt er een soort wolkje, nou ja,
in de wolken zijn he, die termen kennen we. Nou, een beetje overdreven
misschien, niet helemaal nuchter, niet helemaal normaal, maar het is
veel meer. Het is de glorie van God zelf, de Heerlijkheid, de majesteit
van de Here. Daar komt hij. Daar zit Iemand op. Een gouden kroon op
Zijn hoofd. Dat betekent dat Hij gekroond is met eer en met heerlijkheid.
Dat betekent dat Hij bekleed is met majesteit, met gezag, met macht,
dat Hij bekleed is om gericht te oefenen, want Hij is Mensenzoon. Hij
is het die oordelen mag en ook gaat oordelen.
En Hij wordt uitgenodigd om Zijn sikkel naar deze aarde te sturen om
de aarde te maaien. En nu wil ik graag dat u even met mij naar Matt.
13 gaat, want dan gaat u het snappen denk ik. Matt. 13:24: Nog een gelijkenis
hield Hij (de Here Jezus) hun voor. En Hij zei: "Het koninkrijk
der hemelen komt overeen met iemand die goed zaad gezaaid had in zijn
akker. Doch terwijl de mensen sliepen kwam zijn vijand en zaaide er
onkruid overheen, midden tussen het koren, en ging weg. En toen het
graan opkwam en vrucht zette, toen kwam ook het onkruid te voorschijn.
Daarna kwamen de slaven van de eigenaar en zeiden tot hem: "Heer
hebt gij niet goed zaad in uw akker gezaaid, hoe komt hij dan aan onkruid."
Hij zie tot hen: "Dat heeft een vijandig mens gedaan." De
slaven zeiden tot hem: "Wilt gij dan dat wij het bijeen halen."
En hij zei: "Nee, want bij het bijeen halen van het onkruid zoudt
gij tevens het koren kunnen uittrekken. Laat beiden samen opgroeien
tot de oogst" (en u voelt nu het verband met Openb. 14) "Laat
beiden opgroeien tot de oogst en in de oogsttijd zal ik tot de maaiers
zeggen: Haalt eerst het onkruid bijeen en bindt het in bossen om het
te verbranden maar brengt het koren bijeen in mijn schuur." Nou
dat is nu precies wat in Openb. 14 gebeurt, heel precies. De Here Jezus
heeft vertelt van een koninkrijk der hemelen, maar nu gelijk geworden
aan goed zaad, en, wat de betere vertaling is, dolik. Dolik lijkt op
tarwe, echt uiterlijk ook, stengel en vorm, blad, alles. Maar er komt
geen aar in. dat is het verschil. En dat kun je niet zien als het zo
is of zo, weet je wel. Als het een beetje opkomt kun je niet het verschil
zien tussen wat echt tarwe is en wat onkruid is, wat
dolik is. Dat lijkt echt als twee druppels water op elkaar. En wie zou
dat kunnen onderscheiden. Wie zou dat onkruid er uit kunnen gaan halen.
Niemand. Niemand is in staat om dat te doen. En dus wordt er gewacht
tot de dag van de oogst die hier in relatie tot het koninkrijk, koninkrijk
is gegeven. Nu, ik zal u uit de droom helpen en moeilijk is het ook
niet. De Here Jezus zendt Zijn sikkel en maait het koren. Er vindt een
selectie plaats tussen wat koren is en wat op koren lijkt. En dat is
best pijnlijk vind ik. Want je kunt uiterlijk hele vrome dingen doen
en van alles, maar er komt een moment dat vroomheid wegvalt. Dat uiterlijk
gedrag, ook al lijkt het op christelijk gedrag, niet meer telt, dat
gewoon over is. Er komt een moment dat de scherpte van een sikkel er
in geslagen wordt. En wie doet dat. De Here Jezus zelf, de Mensenzoon,
brengt het koren bijeen in Zijn schuur. En ik denk dat ik moet zeggen
"De schuur is dan het duizendjarig vrederijk", maar misschien
komt dat nog later wel. Maar dat is hier bedoeld. Dat is bedoeld wat
waarde heeft, wat waardevol is, wat vrucht draagt, wat echt is, dat
gaat het duizendjarig vrederijk binnen met alle schittering en alle
glorie daar omheen. Maar uiterlijk christelijk gedrag is niet genoeg
om in die dag staande te blijven. Want de tweede categorie van oogst
is dat er nog iemand komt met een scherpe sikkel, die gaat ook oogsten.
En dat is een oogst om verbrand te worden, hij komt met vuur, maar dat
spoort met Matt. 13: In bossen en dat wordt in het vuur geworpen. En
ten tweede heeft het te maken met een stuk van een druivenoogst en dat
heeft alle vreugde, alle lol, alle blijdschap die de wereld heeft wordt
uiteindelijk in die persbak getreden.
Wat wil ik nu zeggen. Wil ik u bang maken van: Ja, dat moet je dan maar
afwachten of je aan de en kant terecht komt ofwel aan de andere kant.
heb ik dat bedoeld te zeggen. Nee, ik ben begonnen met te zeggen dat
ik hoop dat u de Here Jezus kent als Heiland en als Verlosser. Dat u
weet: schuld weg, zonde vergeven. Door het geloof in de Here Jezus bent
u een kin van God. Ik heb u gezegd, ook de vorige keren, dat u dan de
Heilige Geest van God als een onderpand krijgt van uw toekomstige erfenis,
uw toekomstige erfenis, de Heilige Geest, toekomstige erfenis. En dat
wij op een wolk naar de Here gaan. Is dat dan niet hetzelfde als wat
hier staat. Nee, dat is niet hetzelfde. Ik probeerde elke keer nog een
beetje duidelijk te maken dat de Gemeente, jij en ik die samen geloven
in de Here Jezus vormen immers de Gemeente, door een Geest die in ons
is zijn we ook aan elkaar gegeven, in dat ene lichaam gekomen, maar
die Gemeente gaat van hier vandaan, die gaat weg. Wanneer dan. Nou,
op die wolk. Zomaar, zoals de Here Jezus zomaar uit hun midden wegtrok,
rechtstreeks omhoog, weg. Zo gaan we. Dat is de opname van de Gemeente.
Wanneer is dat dan. Nou, 24 november, laten we een datum noemen. Half
acht of zo, kan toch. Ja, kan., kan echt. En dat betekent dat we misschien
niet eens onze contactsleuteltjes niet hoeven te gebruiken straks. Nou,
dat is voor de één gewoon jubel, jubel, jubel, jubel,
en voor de ander, ja maar, ho, ho, ho, hoe zit het dan met mijn vleespot,
hoe zit het dan met mijn was... Nou ja, o.k., weet ik ook niet precies,
ik weet ook niet wat ik duiden moet, want er worden pijnlijker vragen
gesteld als het dan gaat: Hoe gaat het met mijn familie, hoe gaat het
met mijn omgeving, hoe gaat het met mijn.... Dat zijn hele pijnlijke
vragen, veel moeilijker nog. Maar ik wil graag kwijt dat jij die gelooft
in de Here Jezus zomaar weg kunt gaan. Niet omdat je levensmoe bent,
maar omdat de Here Jezus zegt: "Kom, het is zover." Met een
bevelend roepen komt hij niet naar hier met een sikkel om eventjes tussen
Veenendaal en Veenendaal te schiften zal ik maar zeggen. Nee, ik bedoel,
laat ik het zo maar even noemen, maar hij komt de gelovigen bevelend
roepend tegemoet. Hij zegt: "Komen jullie?" En dan gaan we,
naar Hem. De Gemeente is weg. Dat is even slikken, want het leven gaat
door. Is er nog leven na de Gemeente. Ja, als de Gemeente weg is gaat
het leven nog door. het wordt zelfs een soort euforische tijd van: he,
he, nou, nu zijn we gelukkig weer onder onszelf, nu zijn we weer onder
elkaar. Nou, zo ongeveer gaat het. Al die lastposten die zeiden van:
"Je moet je bekeren", die zijn allemaal weg, dat zeggen ze
niet meer, het is over. Het leven gaat verder, het wordt volgens de
bijbel een moeilijke tijd, heb ik al geduid, Openb. 8 hebben we al gehad
en 9 enfin, we hebben allerlei duidingen al gehad. En het wordt nog
moeilijker als er een soort systeem komt waarin je mee moet doen. Het
getal van het beest, 666 op je rechterhand of op je voorhoofd. Je kunt
niet meer kopen, niet meer verkopen als je niet mee gaat. Nou dat was
allemaal al achter ons. De duivel die gaat rond hier op aarde, heeft
weinig tijd, gaat geweldig te keer, ziet kans om machtsblokken uit het
niets te doen komen. en iedereen moet buigen, buigen. Dat ging hier
aan vooraf he. U en ik, wij zagen dat vanuit de hemel. want u en ik
zijn niet meer hier op aarde als dit gebeurt. Maar wie zijn er dan wel.
Nou, al die mensen die nog niet gekozen hebben voor de Here Jezus. Al
die mensen die nog niet gehoord hebben van de Here Jezus. Of dat nu
de Moslim-miljoenen zijn of andere miljarden zijn, uit China of waar
dan ook vandaan. Ik laat dat los, ik weet dat niet, maar in elk geval
heel veel, en, Israël, Israël. In die tijd, de tijd van grote
nood, in de tijd dat er politieke machten zijn, in de tijd dat er enorme,
enorme afgodische diensten zijn, in die tijd leven er toch nog heel
veel mensen. en nu zijn er die wel een beetje mee gaan, maar er zijn
er ook die er op lijken. Nou, dat is in die tijd. Nou, dan zeg jij misschien:
"O, wacht eens, dus als ik nu niet mee ga, even goed turven he,
als ik nu niet mee ga, stel dat dat inderdaad gebeurt om half acht vanavond,
we hebben nog een minuut of acht. Als het nu niet gaat. Ja maar dan,
dan, ja, o, dan zorg ik wel dat ik bij die club kom waarvan hier staat
dat Hij zelf, dat de Mensenzoon mij binnen brengt. Daar zorg ik dan
voor, want dan weet ik het zeker, dan hebben die lui die dat altijd
riepen, die hebben dan toch wel een beetje gelijk gehad. Ja, dan bekeer
ik mij. Ik heb nu nog niet zoveel zin, maar dan doe ik het wel."
Ik hoop dat je het kunt maar ik ben niet zo zeker. En ik wil je niet
in de hoek duwen. Ik wil niet naar doen, de bijbel is niet naar, dat
is een heel geweldig boek. Maar de bijbel zegt: "Moet je eens luisteren,
je moet wel voorzichtig zijn met God he." God is niet een soort
speeltje die je even naar je toe kunt trekken en zeggen: "Nou,
nou even weer weg", en dan later dan trek je weer aan het touwtje
en dan komt Hij wel weer wat dichter bij of zo he. Dat is niet waar
he, zo is de Here God niet. Hij zegt: "Moet je eens luisteren,
als je bewust nee gezegd hebt in de tijd dat je ja had kunnen zeggen,
en je komt in deze tijd, dan zend Ik je een geest van de dwaling die
bewerkt dat jij de leugen gaat geloven." Oei, oei, oei, dat kom
je in de sfeer terecht van Farao die aanvankelijk een beetje nee zei,
maar later ontdekken moest dat God zijn hart ging verharden. He, nou,
dus er valt een soort routetje in duigen he, want daar kun je niets
mee he. je kunt nu niet zeggen: "Nou, als die lui dan weg gaan
om half acht en ik zit hier nog alleen, of nog met twee of drie of vier,
weet ik veel wie hier.... Nou ja, ik bedoel het niet te plastisch, maar
dat is het dan natuurlijk wel, dan zit je hier nog met z'n vieren. Nou,
je hebt alle boekjes, je hebt alle bijbels, je hebt mijn tas, er zit
nog een portefeuille in, rijbewijs, sleutel, ik wil hem hier wel neerleggen,
dan kun je die ook gebruiken. Ja, kan toch. Maar als je nee hebt gezegd
terwijl je ja had kunnen zeggen, nu, dan zendt God een geest van de
dwaling, ik citeer de tekst opnieuw, 2 Tess. 2. 2 Tess. 2: God zendt
een geest van de dwaling om de leugen te geloven. Nou, daar zit je dan.
Dan wordt het op aarde niet zo leuk. Het gaat niet goed hier. En dan
komt de Here Jezus uiteindelijk toch om te regeren. Dan brengt Hij wat
van Hem is bijeen in Zijn schuur. Wie, nou ik weet sowieso een groot
aantal mensen te noemen. Een schare die niemand tellen kan, Israël
die op dat moment weer getuige van God op aarde is en vele anderen die
geloven, die geloven wat die 144.000 predikers in die tijd gaan vertellen.
En de rest, de rest heeft het heel moeilijk. Die zullen als een wijnoogst,
en dat wordt niet met tarwe meer vergeleken, maar dan ook ineens met
een wijnoogst, want die wordt getreden, en daar loopt sap uit, bloed
uit, dat beeld wordt gebruikt, die worden als een wijnoogst getreden.
En dat betekent dat het niet zo best is.
De oogst is er. De Here heeft feesten gegeven in Israël, 7 gezette
hoogtijden, en dat zijn allemaal oogstfeesten. Dat is een beetje zoeken,
maar het is wel zo. Maar de vijand is ook altijd uit geweest op oogst.
Als u het richterenboek zou lezen, dan zult u ontdekken dat er heel
veel vijanden kwamen. Iedere keer kwamen ze weer opzetten in benden
en in groepen. En dan was het die club en dan was het een andere groep.
En die gingen altijd de oogst binnen halen. Ik heb, vorige week geloof
ik, in een conferentie gezegd: Als Israël ging zaaien zei de vijand:
"Laat maar mooi, laat ze maar zaaien" en als ze onkruid gingen
wieden zeiden ze: "O.k., laat ze maar onkruid wieden" maar
op het moment dat de oogst rijp was zeiden ze "Ah, nu is het onze
beurt, heb, ik heb je", het ging altijd om de oogst, dat was de
zegen, en die pikten ze." De vijand is ook op die oogst gemunt.
Daar gaat het hem om. en dus is in deze tijd de oogst een heel belangrijk
moment. Als die oogst er is, dan is het de Here Jezus zelf, die dat
wat van Hem is, die dat wat bij Hem hoort, in veiligheid brengt. En
dan komt er een andere engel die macht heeft over het vuur. Dan heb
je dat onuitblusbaar vuur, dan heb je dat vuur uit Matt. 13 om het te
verbranden. Maar het wordt vergeleken met trossen die in een wijnpersbak
getreden worden buiten de stad. Ik heb er heel lang over gepiekerd de
laatste dagen. Nog niet zolang geleden heb ik een keer het voorbeeld
gebruikt uit Deuteronomium, van een schopje in je uitrusting hebben,
dat was op een Maranatha-dag. Elke Israëliet moest een schopje,
om zijn uitwerpselen te begraven, in zijn uitrusting bij zich dragen,
moest hij bij zich hebben. En dat schopje moest je dan gebruiken als
je, ja, naar het toilet moest, een beetje raar verhaal, maar het staat
wel in de bijbel hoor, het is echt heel bijbels. En dan moest je buiten
de legerplaats gaan. Daar had de Here God een plekje aangewezen. Wij
zouden vandaag zeggen: een latrine. Daar kon je dan terecht en dan moest
je je uitwerpselen met een schopje dus bedekken, daar moest je zand
over heen gooien. Ik weet niet wie er toen was, maar een aantal van
u zijn er absoluut geweest. Er was een plekje waar je met je prut naar
toe kon. Nu zeg ik het bewust even zo. Als de Here God zei: "Ik
heb een brandoffer, in het OT, dan mocht het op het altaar, op het brandoffer
altaar de Here geofferd worden." Dat was een liefelijke reuk voor
God. Hij rook dat graag, vond Hij prachtig. Spijsoffer weren altijd
bij het brandoffer gevoegd. Vredeoffers, op het altaar, delen mocht
je eten, maar goed, het was toch voor de Here, op het altaar. Maar zond-
en schuldoffers, waar kwamen die terecht. Alleen het vet van de zondoffers
en de schuldoffers kwamen op het altaar terecht, de energie waarmee
het gebeurd was. Maar het schuld- en het zondoffer zelf werd buiten
de legerplaats verbrand. Ja, waar jij met je prut naar toe kunt, daarvan
heeft God gezegd: "Dat snap Ik, Ik heb zo'n plek waar jij met je,
nou ja, waar jij met dat wat weg moet terecht kunt. Daar heb Ik een
plekje voor georganiseerd, gegenereerd zelfs. Buiten de legerplaats."
Daarom heeft ook Jezus buiten de poort geleden. Snap je het. Laten we
dan, Hebr. 13 aan het eind, tot Hem uitgaan, buiten de legerplaats,
en Zijn smaad dragen. Ik hoop dat je het pakt. De wijnpersbak wordt
buiten de legerplaats getreden. Ik zal het nog anders zeggen: "De
Here Jezus heeft in mijn plaats de straf van God willen dragen. De toorn
van God, het vuur van God, is op Hem terecht gekomen. En Hij heeft daar,
buiten de legerplaats, mijn pijn, mijn moeiten, mijn verkeerdheid, mijn
overtreding, dat wat bij mij niet goed was, wat weg moest, dat heeft
Hij, Hij, Hij alleen willen boeten, buiten de legerplaats." En
als je dat niet gelooft, dan zul je kennis maken met een plaats buiten
de legerplaats. Maar dan is er niet Iemand die het voor jou regelt.
Dan zul je het zelf moeten ondergaan. Vreselijk is het te vallen in
de handen van de levende God. Want ook onze God is een verterend vuur.
Snap je het beeld hier een beetje. De oogst in twee etappes. daar is
aan de ene kant een oogst bijeen brengen om in de schuur, om in de glorie,
in de zegen van God terecht te komen. Aan de andere kant zijn er mensen
die het oordeel van God ondergaan. Maar het beeld is dat je vandaag
dubbel blij mag zijn. Niet alleen omdat het misschien toch binnenkort
zover is dat je in een wolk de Here tegemoet gaat in de lucht, maar
omdat je weet: Hij, de Here Jezus, heeft mijn straf, mijn oordeel willend
dragen. En ik vind dat gelovigen zo bijzonder zijn. Zo uniek zijn. Nou
niet vanwege hun huidskleur en ook niet vanwege hun glimlach, want dat
valt soms zwaar en zwaar tegen. Maar omdat we zulke egoïsten zijn.
Iedere keer weer bij onszelf terecht komen en iedere keer weer aan onszelf
denken. Aan eigen belang, aan eigen glorie, eigen plaatsen. Maar we
zijn zo weinig betrokken bij de Here Jezus. Al hier een heel klein stukje
geschetst wordt wat er dan gaat gebeuren. Wat de Here Jezus zelf destijds
had aangegeven, hoe dat zou gaan verlopen. Het ene zal verbrand worden
en het andere zal in de schuur worden gebracht als oogst, Matt 13. En
je ziet de Mensenzoon die alle macht heeft en Die uiteindelijk gaat
regeren en die uiteindelijk gaat heersen, die uiteindelijk de Koning
der koningen, de Here der heren gaat worden. Voor Wie elke knie zich
buigt en ja, elke tong gaat straks zeggen: "Hij is Heer",
dat gaat komen. En als je dat dan ziet, dat God buiten de legerplaats
in het gericht trad. Niet met jou, maar met Hem. het zondoffer en het
schuldoffer: buiten de legerplaats verbrand. het ontzondigingswater:
buiten de legerplaats. Het is altijd de duiding van: Daarom heeft ook
de Here Jezus, buiten Jeruzalem, aan een kruis moeten hangen. Niet in,
maar buiten, heel precies. en als je hier ziet dat uiteindelijk de persbak
getreden wordt, buiten de stad, dan weet je wat dat betekent. Ofwel
Hij deed het voor je of je zult het zelf ondervinden. Nou, dat is weer
zo dwangerig weet je wel, zo van nou, een soort van evangelieprediking,
en nu je mond open, nu wordt het eventjes in je mond geduwd, en er komt
gelijk een soort stamper achteraan, zo van.... Weet je wel, en maar
pompen opdat het maar naar binnen gaat he. Zo van, bijna slikken of
stikken of zo. De bijbel zegt: "Zo bidden wij u dan van Godswege.
Laat u met God verzoenen." Het is een gebed, dat is een bidden.
Dat is een heilig verlangen dat ook anderen de Here Jezus leren kennen.
Openb. 14 gaat over de oogst. En je snapt het nu. Je snapt het Wie daar
boven alles is, op die wolk. En je snapt ook dat Hij de enige is Die
schiften kan, Die scheiden kan. Ofwel: Hij betaalt voor je. Ofwel: Je
staat voor eigen rekening.
De Here zegene ons, amen.
|
|