| |
Lezen: Openb. 19:6-10
Babel is ineen gestort.
Babylon heet dat in Openb. 18. De stad is gevallen, de stad is gevallen,
zo hebben ze elkaar toegeroepen. Het hele economische bestel is weg,
bestaat niet meer. Daar waar mensen hun hoop en hun vertrouwen op hadden
gesteld, alles is weg. Het is alsof een beurskrach van geweldige omvang
zal plaatsvinden. We hebben inderdaad overwogen wat Openb. 17 en Openb.
18 ons te zeggen hadden. Misschien was u er bij, misschien hebt u de
bandjes beluisterd, misschien hebt u het van anderen gehoord. Maar u
kunt alsnog, als u dat niet hebt meegekregen een bandje bestellen. U
kunt daar achter bij de geluidsopname terecht. Ik kan het u aanbevelen.
Niet om mij, maar voor uzelf. Het is een hele belangrijke situatie,
om vandaag in onze tijd, waarin alles bijna op zijn kop staat, houvast
te hebben in het woord van God. En het begint uiteraard met het kruis
van de Here Jezus. Als je Hem niet hebt, heb je niets. Als je Hem wel
hebt, heb je alles. Hem kennen. Een oud lied zei het al vroeger, ze
zongen het heel graag: Dat ik Hem mag kennen. Als ik Hem maar kenne.
En dat is ook zo. Je moet Hem kennen als je Heiland en als je Verlosser
en je mag Hem leren kennen als de Heer van je leven. Dat is een tweede
fase in je bekering. En vervolgens mag je Hem leren kennen als de Almachtige,
de Schepper, de Hogepriester, de Voorspraak, en er zijn zoveel titels
meer. Ik hoop dus dat je de Here Jezus kent als Heiland en als Verlosser.
En dat je weet dat de schuld die tussen God en ons in stond, dat die
schuld weg is en dat we vergeving hebben en met de vergeving ook eeuwig
leven hebben gekregen, leven uit God. Daar is niets te doen overgebleven.
Alle schuld is weg, voor 100%. Eigenlijk moet ik zeggen met de bijbel
in mijn hand, voor 120%. Dat zeg ik niet zomaar. Ik heb daar vanmorgen
iets over gezegd. Het ging mij vanmorgen over, nou ja, ik wil niet de
preek van vanmorgen herhalen, maar ze hebben de Here Jezus geschat op
30 zilverstukken, weet u wel. Dat is dus de prijs die ze voor Hem over
hadden. Judas heeft 30 zilverstukken voor Hem gekregen. Maar in de bijbel
staat, in Lev. 27, dat een man tussen de 20 en de 50, of tussen de 20
en de 60 zelfs, dat dat een schatting van 50 zilverlingen moest opleveren.
De bijbel zei het. Maar hunnerzijds ben ik geschat op 30, zo van onderwaardering.
Maar als het gaat om mijn zonde, om mijn schuld, stel dat ik 100% schuld
heb, dan heeft God gezegd: "Goed, die 100% moet vergoed, zal ook
vergoed worden, maar daar moet 1/5 aan worden toegevoegd." Dus
niet 100% maar 120% is vergoed geworden. Als het om de zonde gaat heeft
God geen onderwaardering toegepast. Niet gedacht: Nou ja, laat ik het
maar voor een beetje afkopen, het is toch in de opruiming. Ik wil zo
graag helder hebben, lieve broeder en zuster, maar ook beste aanwezige,
dat jouw schuld, jouw zonde, jouw verkeerdheid, dat wat tussen God en
jou in stond, voor altijd weg is. Als je gelooft is dat voor 100%, voor
120% weg. En als ik het nog anders zeg dan klinkt het zo: God heeft
door het offer van de Here Jezus, door de 120%, meer ontvangen dan jij
ooit bedorven hebt. Meer gekregen dan Adam en Eva ooit kwijt zijn geraakt.
Daar is een flink stukje sur plus in het offer van de Here Jezus, waardoor
God jou en mij ook meer kan geven dan Adam en Eva ooit gehad hebben.
Dat maakt je blij en dat zit allemaal in het volbrachte werk van de
Here Jezus. Het zit in Hem, helemaal verankerd in Hem. Niet iets van
ons, wij hebben het niet kunnen doen, de Here Jezus heeft het gedaan.
Als je gelooft ben je een gelukkig mens. En in onze dagen van spanning
en van ja, teloorgang en demonstratie tegen oorlog, miljoenen mensen
op de been gisteren, in ik weet niet hoeveel plaatsen, ik meen 350 plaatsen
in de hele wereld of zo. Ook in ons land. Dreiging van een oorlog, explosie
in het Midden-Oosten. Saddam Hoessein natuurlijk ja, mikpunt van agressie
misschien wel. Maar ja, ook anderen die hiermee schermen om hem uit
het regeringsgebouw in Bagdad te tillen, die zijn ook mikpunt van spot
geworden. Misschien hebt u een eigen mening over de hele kwestie. Misschien
denkt u: Hoe gaat dat. Ik wil u alleen maar zeggen dat Irak een geweldige
rol vervult in de eindtijd. Dat zegt de bijbel. Maar niet alleen Irak,
ook Iran. En niet alleen Irak en Iran, ook Macedonië, de Balkan.
En niet alleen die drie, maar ook Europa. En niet alleen die vier, ook
Israël. Het plaatje is heel helder uit de bijbel naar boven te
brengen. En al die landen die machtsblokken of elementen zo u wilt,
zullen er zijn in de eindtijd. En wij vandaag, wij kijken met belangstelling.
En misschien ligt Bagdad in no time in puin, dat zou kunnen. Is dan
Irak uitgespeeld, neen, want Babel staat al klaar. De stad is op de
lijst van wereld erfgoederen geplaatst, is bijna gereed, en als Bagdad
in puin ligt, zal Babel geen schade vinden want, ja misschien een scherfje,
maar dan houdt het ook echt op. Ik wil alleen maar zeggen: "Het
is zomaar heel anders." Maar Gods plan met deze wereld gaat door.
AL die mensen die het gemunt hebben op de ondergang van Israël
zullen de Here God zelf tegenkomen. Want Hij zei, dat Hij dat volk ziet
als kroonjuwelen in een land. Hij ziet ze schitteren in de kroon van
de Koning. En de Koning is niemand minder dan onze Here Jezus Christus,
die in dit hoofdstuk, nog niet aan de orde op dit moment, maar die in
dit hoofdst., Openb. 19, de Koning der koningen en de Here der Heren
genoemd wordt.
En nu is er grote vreugde in de hemel, een enorme stem. En jij en ik
luisteren a.h.w. mee. We zeggen tegen elkaar: "Wat horen we nu."
Een stem van vele wateren, een stem van een grote schare, een stem van
zware donderslagen. Zo van: Dit kan je niet ontgaan zijn, je kunt wel
probleempjes hebben gehad met je gehoorapparaat, maar dit is je niet
ontgaan. Dit is zo nadrukkelijk, zo duidelijk geweest, iedereen heeft
het gehoord in de hemel. Wat zeggen ze? Halleluja. He doet mij goed
dat een oude Joodse dichter dat woord halleluja als het begin van zijn
lied heeft gemaakt. Ik weet niet of u weet welke dichter ik bedoel.
U kent in elk geval het gedicht, want u hebt het net gezongen: Halleluja,
lof zij het Lam, van Isaac da Costa, dat is de dichter van dat lied.
Een Messiasbelijdende Jood zouden wij vandaag zeggen. Nou, dat is correct,
dat was hij. Hij beleed dat Jezus de Messias was, en hij heeft gezegd:
"Halleluja, lof zij het Lam." Niet Israël, niet de Gemeente,
maar Hij, de Here Jezus. De lof en de eer gaat in de allereerste plaats
naar de Here Jezus. "Halleluja" roepen ze in de hemel. Nou,
maar dat kan je niet ontgaan, dat moet doordringen. En als je hart vol
is van de Here Jezus, zal ik het anders zeggen, als de Heilige Geest
die in je is gaan wonen nadat je tot bekering kwam, gaat werken, je
kunt het werken niet toestaan, je kunt Hem uitblussen, je kunt Hem uitdoven,
je kunt zeggen: "Ik wil het niet, ik sta dat niet toe", dat
kan. Maar als je de Heilige Geest de ruimte zou geven in je hart: Kom
tot Uw doel Here, alstublieft, laat elke, elke verhindering bij mij
weggaan, laat elk stukje drempel worden weggebroken, elk scherm worden
open gedaan, als dat echt je verlangen is, dan gaat dat gebeuren. Want
God de Heilige Geest woont in je. En God de Heilige Geest gaat werken.
En God de Heilige Geest gaat in je, halleluja bewerken, dat kan niet
uitblijven. Handen omhoog dan, nou wat mij betreft op je knieën,
maar doe iets. De Here gaat bewerken dat je Hem gaat prijzen, dat je
Hem gaat bejubelen, dat je voor Hem a.h.w. uit je dak gaat. Dat gaat
komen, halleluja, de Heilige Geest. Het is alsof je de hele hemel hoort
zeggen: Looft de Here, JHWH, alle, alle lof. Waarom zeggen ze dat. Ze
zeggen dat, nadat de stad Babylon of Babel ineen gestort is, nadat die
vrouw ontmaskerd is, nadat elk vals element weg is. Nadat alles wat,
laat ik maar zeggen, anti was, nadat het allemaal is weg gedaan, zeggen
ze in de hemel
.. En ze zeggen erbij: "Want de Here onze God
de Almachtige heeft het koningschap aanvaardt. Dan is de Here, de Here,
de Here, de Here, de Koning. Vandaag denkt misschien iemand dat meneer
Bush wel ongeveer de koning van de hele aarde is. In Europa zeggen ze:
"Nee, dat is meneer Bush niet, dat zijn wij." Wij, die zeggen
dat dan nog even in het collectief, die voegen dat nog een beetje bij
elkaar, maar ondertussen zijn er ook wel een paar die denken: Nou, binnenkort
ben ik het alleen. En in ander oorden is dat ook zo. Maar hier in de
hemel zeggen ze niet: "Die en die." De Here God Zelf is de
Here, en Hij is Koning. Weet je, jouw hart, gevuld met dat wat de Heilige
Geest wil gaan doen, belijdt dat nu. Temidden van het tumult van 2003,
2004, als we dat nog beleven, zegt je hart door de Heilige Geest: "De
Here is in de troon, Hij regeert, Hij is de Koning." En dat is
zo'n rustgevend iets. Niet meneer Bush, die kan zich vergissen. Meneer
Bush zegt dat hij een gelovige is, maar soms denk je van: Is dat de
route van en gelovige. Meneer Blair zegt, in Engeland, in Londen, dat
hij een gelovige is, maar is dat nu de route van de gelovige. Ik twijfel,
ik twijfel echt. Niet omdat ik niet de dreiging voel die van Irak uitgaat,
ook naar Israël, die voelen we heel goed, en de dreiging die er
is. Nebukanezar heeft vroeger geregeerd in Babel, in de tijd van Daniël
en zijn vrienden. En die Nebukadnezar trok zich van niemand wat aan.
Dat zei Daniël ook tegen hem: 'Wie u wilde verhogen, die verhoogde
u en wie u wilde doden, die doodde u." Punt uit, niks parlement,
niks hooggerechtshof, helemaal niet. Hij was het allemaal zelf, hij
regelde het allemaal alleen. En Saddam Hoessein is precies zo, vindt
het nog een geweldige man ook. Wat er daar aan democratie omheen is,
zogezegd, de adviesraad en zo, nou, of die lui er nu wel of niet zitten,
dat maakt niet uit. Ik begrijp het allemaal wel. En je houd je hart
vast dat zo'n despoot daar nu, vandaag, zo'n macht heeft. En dat hij
nota bene op en knop kan drukken, dat er van alles kan gaan mis lopen.
Dat kan hij, en dat is best beangstigend, dat is waar. En jouw God en
jouw Vader regeert. De Here God zegt, middels de profeet Zacharia, dat
Hij ook in Tyrus is en dat Hij ook in Sidon is en dat Hij ook in Damascus
is en dat Hij ook in Bagdad is. De Here is er gewoon. M.a.w., het ontgaat
Hem niet, het ontsnapt Hem niet. Het is helder, het is alsof Hij zeggen
wil: "Ik heb het allemaal in Mijn hand." Halleluja, de Here
regeert. Nou, eigenlijk kun je elkaar daar geweldig mee bemoedigen in
deze onrust. De Here regeert, het koopt Hem niet uit de hand en Hij
gaat een bepaalde route. Welke route, nou uiteindelijk de route dat
Zijn Gezalfde, de Messias, de Christus, in Jeruzalem zal gaan heersen.
En dat elke knie gaat buigen voor Hem en dat iedereen, van jaar tot
jaar, naar Jeruzalem gaat om daar het loofhuttenfeest te vieren. Om
voor Hem te buigen. Zoals de koningin van Scheba vroeger een keer voor
Salomo boog, met een gevolg, met geschenken, met kadootjes, zo gaan
ze komen. Als Saddam Hoessein nog aan het bewind is, nou dan gaat hij.
Hoe hij vliegt dat weet ik niet, maar hij gaat. Ze gaan allemaal, stuk
voor stuk, ieder jaar naar Jeruzalem om het loofhuttenfeest te vieren.
Dat gaat komen.
Goed, nu is daar een verklaring in de hemel: Halleluja, want het koningschap
is aan onze God. Nou, dat stukje halleluja en dat stukje belijdenis
zouden we over moeten nemen. Maar ze zeggen nog meer. Ze zeggen ook:
"Laten we blij zijn en vreugde bedrijven en Hem de eer geven, want
."
Laten we blij zijn en vreugde bedrijven. Feest in de hemel. Laten we
blij zijn vreugde bedrijven. Je zou zeggen: "Nou, we hebben wel
andere dingen aan ons hoofd. Het is allemaal spannend, het is allemaal
moeilijk." Laten we blij zijn. Nog een keer he, jij luistert mee,
die stem van halleluja, dat kon je niet ontgaan. Nou, diezelfde stem,
diezelfde luide, luide opsomming geldt ook: Laten we blij zijn en vreugde
bedr
. Had je net last van je oren, moet er een ander batterijtje
in of zo. Laten we blij zijn en vreugde bedrijven. En laten we Hem de
eer geven. Alsof ze zeggen: "Laten we een praisedienst houden daar
in de hemel." Nou, je bent eigenlijk toeschouwer, dit is allang
opgetekend en je bent er nog niet. Heet wordt je wel meegedeeld, het
is alsof je even mee mag luisteren, alsof je even in de hemel mee mag
luisteren wat ze daar aan het zeggen zijn. Nou, wat zeggen ze. "Halleluja",
in goed Nederlands. Daar zeggen ze: "Laten we blij zijn en vreugde
bedrijven en laten we Hem de eer geven." Waarom zijn ze blij. Waarom
willen ze vreugde bedrijven. Waarom willen ze Hem de eer geven. Want
de bruiloft van het Lam is gekomen. En Zijn vrouw heeft zich gereed
gemaakt.
Over deze regel, de bruiloft van het Lam is gekomen en Zijn vrouw heeft
zich gereed gemaakt, is ongelofelijk veel gepraat. Daar zijn hele pillen
over geschreven. En de meest voor de hand liggende discussie is natuurlijk:
Wie is dan die vrouw. Het merkwaardige is dat over de bruidegom hier
niets gezegd wordt. Hier staat wel hoe die vrouw gekleed is. Daar hebt
u waarschijnlijk vandaan, na een bruiloft: Hoe zag ze er uit. Hoe die
man er uit zag dat interesseert helemaal niemand, maar hoe zag ze er
uit. Dat is nog zo, nou hier, hoe ziet ze er uit. Die man die komt gewoon
niet aan bod. Toch is het de bruiloft van het Lam. En wie is dan die
vrouw. De meest simpele oplossing is: Israël. Want Israël
wordt in de bijbel, bijvoorbeeld in Hosea, genoemd vrouw van God. En
bovendien, we hebben het boek Hooglied in onze bijbel, en daar gaat
het over een bruid en een bruidegom, dat moet toch iets met Jeruzalem
zijn. Dat klopt. De Gemeente is het lichaam van Christus zegt men dan.
Hij het hoofd, wij de leden. En, nee, Israël is de bruid. En we
hebben die discussie al eerder gehad, en ik wil hem toch nog even neerzetten,
want ik geloof daar niet in. De gemeente wordt inderdaad voorgesteld
als een lichaam. Hoofd en leden, door de Geest tot één
lichaam gedoopt, 1 Kor. 12:13. Maar de Gemeente is ook een huis waarin
God woont en waarin jij een taak mag vervullen. De Gemeente is ook een
kudde, waarvan de Here Jezus de grote Herder der schapen is, en jij
hoort misschien wel bij de onderherders of bij de schapen, maar ergens,
ergens zit je. De Gemeente is ook een koninkrijk, strijders aan het
front gezet. Ze moeten getuigen en ze lopen risico's. En de Gemeente
wordt ook als een bruid voorgesteld: Ik heb u als een reine maagd aan
ene Man verloofd, ik citeerde dat al de vorige keer, of de keer daarvoor,
2 Kor. 12 of 11, nou ja 11 of 12. En Ef. hoofdst. 5, man - vrouw, Christus
- Gemeente: Deze verborgenheid is groot, maar ik zeg dit met het oog
op Christus en de Gemeente. Ja, maar Isr
.. Ho, ho, wacht eens
even. Dit zijn de vijf openbaringsvormen van de Gemeente. Nog een keer,
lichaam, huis, een kudde, een koninkrijk en een bruid. Israël.
Israël wordt voorgesteld als een, schrik niet, als een lichaam,
Ezechiël. Dal van dorre doodsbeenderen, komen aan elkaar, er komen
spieren op, er komt vlees op en er komt een huid overheen, er komt zelfs
geest in. He, ook Israël wordt voorgesteld als een lichaam. Ook
Israël wordt voorgesteld als een huis. Ook Israël wordt voorgesteld
als een kudde. Ook Israël wordt voorgesteld als een koninkrijk.
En ook Israël wordt voorgesteld als een bruid. U moet dus niet
naar de beelden kijken, u moet naar Hem kijken. Alle vijf de beelden
die op de Gemeente betrekking hebben, worden ook op Israël gelegd.
Dus je kunt niet zeggen of, of. Als de Gemeente het lichaam is, ja dan
is Israël dat niet, en als Israël de bruid is, dan is de Gemeente
dat dus niet. Niet of, of, en, en, heel nadrukkelijk. En dat betekent
dat wij hier de vraag moeten stellen: Welke categorie is op dat moment
in de hemel. Is Israël dan in de hemel. Antwoord, nee, die zitten
dan nog in de moeiten hier op aarde. Dat hadden we, althans ik heb geprobeerd
om dat vast te stellen, om dat te vertellen, om u te tonen dat Israël
op dit moment nog hier op aarde is. De enige categorie in de hemel dat
is de Gemeente. Ik probeerde je te vertellen, dat na hoofdst. 4, alles
dingen zijn die na dezen geschieden moeten. Zo begon dat derde deel
van dit laatste bijbelboek. En dat laatste deel van deze prachtige,
prachtige opsomming laat zien dat jij en ik in de hemel zijn. Ik weet
wel, je zit hier nog, je zit nog op je stoel. En je hebt misschien nog
ideeën van morgen ga ik dit doen of overmorgen moet ik dat. Maar
ondertussen wordt je hier eventjes in het oor gefluisterd: Weet je,
straks, ja, je luistert nu even mee he, wat er allemaal al ontvouwd
wordt wat er allemaal verteld wordt en hoe dat ook gaat en wie daar
in betrokken zijn. Maar jij, jij die gelooft in het volbracht werk van
de Here Jezus, jij, jij bent dan in de hemel als een verheerlijkte.
En er komt een moment dat de Here Jezus de Bruidegom zal zijn die Zich
verbindt aan die bruid. En dit is zo'n gigantisch moment dat de hemel
juicht: Laten we blij zijn en ons verheugen en God eer geven. En jij
zegt: "Nou, ja, mag wel zo, hu, ja, nou ja." Weet je dat het
moeilijk is om christenen een beetje in beweging te krijgen. Ik wou
dat ik een pil had, echt, ja nou, ik moet een keer met Organon gaan
praten of zo, maar die je gewoon in de koffie kon doen, nou en dan allen
verplicht koffie drinken natuurlijk, en dan was je enthousiast weet
je wel, dan zeg je: "Tjonge, tjonge, ik hoor bij de bruid man.
Ja, gelukkig bij de bruid. Ik mag er bij horen, echt er bij horen. Ik
hoor er bij. Ik heb het gehoord man. Ik heb Openb. 19 gelezen en het
was alsof ik met mijn oren in de hemel zat en of ik daar een enorme
stem hoorde, een enorm geluid en blijdschap en vreugde en God eer en
de bruid. En de Bruidegom is er ook." En die Bruidegom, ja dat
is de Here Jezus. Ik kan een paar dingen vertellen over een bruidegom.
Ik weet niet of u de beelden kent van Ps. 19 bijvoorbeeld. Als in Ps.
19 staat: De hemelen vertellen Gods eer en het uitspansel verkondigt
het werk van Zijn handen, weet je wel die prachtige opsomming over de
schepping en over de werken van de Here. En daarin, daar heeft in die
schepping, heeft God een tent opgeslagen voor de zon, en dan komt het,
die als een bruidegom uit zijn bruidsvertrek treedt, jubelend als een
held om het pad te lopen. Elke keer, elke keer als je iets van de zon
ziet, vandaag kon het he, ja, dan zie je wel iets van: Daar heb je hem
weer. Zo zegt de Here dat. Daar heb je hem, daar komt hij. Daar komt
hij uit zijn bruidsvertrek. U zegt: "Ja, stom. De aarde draait
toch bij de zon langs, hij blijft gewoon." Nou, o.k., hij blijft
in zijn
.., maar er zijn momenten dat je het ziet. Er zijn momenten
dat je ineens de schittering ziet van de bruidegom. Nog een tekst. Dat
een bruidegom zich het hoofdsieraad ombindt. Welk hoofdsieraad, Jes.
62. Niets anders dan die gouden diadeem die de hogepriester op zijn
hoed had: De Here heilig. Voor haar, voor haar, alleen voor u, oh, voor
u. De bruidegom. Nog meer, nou lees dan het boek Hooglied in één
adem uit. Doe dat dan eens. En hoor die bruidegom dan zeggen: "Ik
wil je zo graag zien mijn geliefde. En ik wil je stem horen. Want jouw
stem is liefelijkheid. Ik wil je zo graag bij me hebben. Kom toch mijn
geliefde, kom mijn duive in de rotskloof. Ja, ja, zo praat je niet meer
over je vrouw. Mijn duive in de rotskloof. Ja je praat over aardappels
die zijn aangebrand. Ja, heel andere taal, heel vriendelijk. Ik hoop
dat je de Here Jezus is wilt zien, de bruidegom. Er wordt genoeg over
die bruidegom gezegd, als je er naar zou willen zoeken, heel veel. Een
bruidegom Die Zichzelf heeft gegeven, Die zich in de dood gaf, die tot
op de bodem ging en die echt alles, maar dan ook alles over had om haar
te bezitten, de Here Jezus. En nu is het moment gekomen dat die Bruidegom
ineens haar ziet. Salomo is een schitterend voorbeeld van de Here Jezus.
Salomo maakte een prachtig huis voor de Here, een tempel, hij heeft
er 7 jaren over gebouwd. En toen heeft hij voor zichzelf ook nog een
huis gemaakt. Daar heeft hij 13 jaar aan getimmerd. Nou, niet hijzelf
waarschijnlijk, hij heeft een timmerman gehuurd, maar 13 jaar. En hij
heeft daar in dat prachtige paleis van hem een soort troonzaal gemaakt
met een ivoren troon met goud beplaat. Maar hij heeft bovendien ook
nog een ruimte gemaakt voor zichzelf, nou, van gigantische afmeting,
prachtig, mooi bekleed, aardig stofje, goede vloerbedekking van onze
broeder uit Veenendaal, hij zit daar achterin dus ik maak gewoon reclame,
Salomo komt binnenkort. Nee, flauw. Helemaal bekleed . Maar dan staat
er iets bijzonders: En hij maakte precies zo'n ruimte als dat van hem,
voor zijn vrouw. Dat is mooi he. Het was niet zo dat die vrouw er bij
in kwam. Ook wel, maar die ruimte had, die ruimte van hem was ook de
ruimte voor haar. De afmetingen waren precies gelijk. Die bruidegom,
die verbind zich aan een bruid. En die bruid is daar in de hemel. En
die bruid wordt hier genoemd de bruid van het Lam. Ja de Koning heeft
Zijn koninklijke waardigheid ontvangen. Hij heeft Zijn koningschap aanvaardt.
En ineens is daar een bruiloft van het Lam. Het is alsof de Bruidegom
een gedaante krijgt, op dit moment eventjes, van het Lam. Nog preciezer,
het Lammetje. Het is alsof die bruid daar staat in volle glorie, dat
blijkt ook: Haar is gegeven bekleed te zijn met fijn en smetteloos fijn
linnen. En Hij, Hij is het Lammetje. Ik heb zopas getracht even te schetsen
hoe de bijbel de Bruidegom neerzet, zon, groots, verheven, diadeem,
een gouden diadeem op, de Here heilig, een bruidegom die verlangt naar
de stem van de bruid, die haar roept en die haar volmaakt. En hier,
in Openb. 19, staat het Lammetje en ineens staat daarnaast een vrouw.
Ik probeerde toen we Openb. 5 behandelden al te zeggen: "En als
we dan in de hemel komen en we zien goed, goed wat zich daar allemaal
aan ons oog ontrolt, en we zien daar de troon en we zien de engelen
en we zien de cherubijnen en we zien de
enfin, het is allemaal
overweldigend. En in het midden van de troon en midden van de vier dieren,
in het midden van de oudsten, een Lammetje, staande als geslacht. Ineens
sta je gewoon met zijn allen weer op die heuvel Golgotha. Daar sta je
weer. Je bent helemaal terug, helemaal terug bij Golgotha. Daar is het
gebeurd. Daar, daar is zij gekocht. Daar is mijn schuld vereffend, daar
is alles in orde gebracht. Daar heeft de Here Jezus voor mij, en voor
mijn schuld en voor mijn zonden willen betalen. Daar heeft Hij mij verworven.
Een bruid, duur gekocht door het kostbaar bloed van een onberispelijk
en vlekkeloos Lam, dat is de Here Jezus. En ze wordt het in de hemel
ineens zichtbaar. Daar staat het Lam, de bruiloft van het Lam. Israël
wordt nooit de bruid van het Lam genoemd. Als Israël genoemd wordt,
is het de bruid van God, de vrouw van God. En soms een beetje in de
richting van de bruid van de Koning. Nu kunt u zeggen: "Dat is
toch dezelfde." Amen. En Israël staat in een hele bijzondere
liefdesrelatie met die Koning. En de gemeente staat in een hele bijzondere
liefdesrelatie met het Lam, die ook Koning is. Want uit de rest van
hoofdst. 19 blijkt dat dat Lammetje ineens ook heersen gaat, ineens
ook koninklijke macht heeft. En toch ligt de nadruk op het Lam. Stel
nu eens dat alle mannen, als zij hun vrouw zouden verwerven, daarvoor
zouden gaan sterven. Dan kun je duizend keer zeggen: "Nou, dan
waren er niet zoveel mannen meer over." Nee, dat klopt. Dat is
ook precies de reden waarom Ef. 5 zegt dat de mannen verplicht zijn
om zich voor die vrouw in de dood te geven. Dat doen ze niet hoor, sorry
mannen, zouden ze wel moeten doen. En stel nu eens dat al die mannenbroeders
die hier zitten zichzelf voor die vrouwen in de dood zouden geven. En
hen, de vrouwen, zouden voeden en zouden koesteren, zou er dan een emancipatietoestand
zijn hierzo? Welnee, die mannen die bestaan helemaal niet meer. Die
vrouwen zijn allang super. Heet probleem is dat die mannen niet doen
wat God zegt. En dus hebben die vrouwen een probleem en denken: Nou
daar moeten we wat aan doen. Niet via de hemel, maar via de aarde. Dat
is ook jammer, maar goed, ik snap het wel. En dat is nu precies wat
er gebeurd, omdat de mannen niet meer zien wat ze hadden moeten doen
en wat ze hadden moeten tonen, gaan de vrouwen andere dingen zoeken.
Maar hier in de hemel, je ziet het a.h.w. En je ligt te luisteren en
je hoort die stem. Nou ja, en als je één keer hoort van
iets dan probeer je ook nog een glimp te krijgen van wat zich daar afspeelt.
Nou, ineens zie je dat. En je ziet je zelf staan. Je ziet je zelf in
de glorie van het Lammetje staan. Het Lammetje, vrijkopend, gekocht
met Zijn bloed heeft een vrouw aan Zijn zijde. En haar is gegeven zich
met blinkend smetteloos fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen
zij de rechtvaardige daden van de heiligen. Hoe ziet ze er uit. Ja,
dat is de vraag. Hoe zag ze er uit, hoe ziet ze er uit. Nou, smetteloos
fijn linnen. En dit fijne linnen zijn de rechtvaardige daden van de
heiligen. Dat is een hele moeilijke zin, maar het komt hier op neer.
Zij is gekleed met praktisch geloofsgedrag. Heeft ze dan geen witte
jurk aan. Ja, dat zou kunnen. Linnen, fijn linnen, heeft te maken met
rechtvaardige daden van de heiligen. Jouw en mijn gedrag, jouw en mijn
uitstraling, onze openbaring hier op aarde is straks zichtbaar. En het
is bezongen dat jij op jouw plekje aan het weven bent met het bruiloftskleed.
En als jij fouten maakt, zei dan de dichter, als jij het laat afweten,
nou dan komt op de plek waar jij normaliter had moeten functioneren,
daar zit dus een gat, daar zit dus gewoon niets, want je hebt niets
gedaan. Nou, dan denkt u, dan zal het wel een soort perforatiejurk zijn,
want dat zal wel helemaal vol zitten met gaten. Een broeder bij ons
in de gemeente zei vroeger: "Heb je niets anders dan een jurk met
gaten", zei hij tegen de vrouwen, zo van. U snapt hoe hij dat bedoelde
he, jawel. Maar is dat dan zo. Is het zo dat daar waar Dato zou moeten
functioneren, en hij heft het niet goed gedaan, zijn rechtvaardige daden
die bleven op zijn minst achter. Dus ja, daar waar hij had moeten weven,
daar is gewoon niets gebeurd, daar zit dus niets. Nou dat is dus niet
zo. Al die rechtvaardige daden van jou en van mij worden langzaam maar
zeker opgestapeld. Alleen die rechtvaardige daden worden als materiaal
aan de wever gegeven. Ik weet niet of jij veel geeft of weinig aandraagt,
dat is wat anders, maar ons materiaal leveren we in dragen we bij, en
van dat materiaal door ons aangedragen wordt een jurk geweven, en dat
is van fijn linnen. Nou, nu kunnen we heel lang over dat fijne linnen
gaan praten, waar het vandaan komt, uit de vlasstengels en uit de vlasoogst,
en vlasstengels dat is dan uit het boek Jozua, waar de verspieders verborgen
werden onder de vlasstengels. Ja, de Rachab wist het ook niet zo precies.
Ze loog ook nog alsof het gedrukt stond. Ze zei gewoon dat ze er niet
meer waren, terwijl ze boven op het dak onder een stelletje vlasstengels
verstopt waren. Nou, dat zijn de rechtvaardige daden dan zeker. Ja,
ze wordt ook nog genoemd in Matt. 1, die mevrouw Rachab. Ik wil gewoon
zijn. Mijn gedrag, mijn daden. Kan men aan mij zien dat ik van de Here
Jezus houdt. Ik kan het wel zingen: Mijn Jezus ik hou van U, maar is
het ook zo. Kun je zien dat ik van de Here Jezus hou. Hennie, mijn vrouw,
kwam bij een oude zuster van 90, ze was in het ziekenhuis geweest en
één oog was weggenomen, andere oog zat er nog. En ze zei
tegen Hennie: "Ik wil je iets zeggen: Ik hou van de Here Jezus."
Een soort laatste opsomming. En da komt er een traan over dat wangetje,
een plaatje, vergeet je nooit weer. Een oude zuster die zegt: "Ik
hou van de Here Jezus." En ik ben geneigd om nu te zeggen tegen
jullie: Dat hadden we gezien, dat wisten we. Weten de mensen om je heen
dat je van de Here Jezus houdt. Weten je kinderen, je kleinkinderen
dat je van de Here Jezus houdt. Weten ze dat je voor Hem, voor Hem gaat.
Ik heb u als een reine maagd aan één Man verloofd. Ik
ga voor Hem. Dat is een jurk van rechtvaardige daden. Is dat het rammelen
met de collectebus, kan zijn. Kan er ook wel bij, maar het gaat vooral
om je hart. Het gaat om je gevoel, om je emotie. Want bij lichaam gaat
het om verbinding, om gaven. Bij huis gaat het om ambten. Even bij die
vijf beelden van het Gemeente-zijn terugkomend he. En bij kudde gaat
het om pastoraat, om leiding door de woestijn. En bij koninkrijk gaat
het om discipelschap, strijden, evangelisatie, er voor gaan, naar buiten
toe. En bij de bruid daar gaat het om je hart, om je emotie. Wie is
de Here Jezus voor je. Houdt je van de Here Jezus. En laat je dat zien.
Vanaf het moment dat je dat laat zien hebben ze in de hemel weer wat
te weven. Sorry, een beetje te simpel. Zouden ze vandaag misschien zeggen,
een soort call uit de hemel, een soort e-mail, h-mail, post uit de hemel,
van: We hebben geen weefstof meer, doe eens wat, zeg eens wat, Zing
eens wat. Nou, ik hoop het. Ik hoop dat u aangesproken wordt, dat u
inderdaad gaat zeggen: "Here Jezus, we houden van u." En dat
is nu precies waar om gaat en die opdracht ligt hier. En straks staat
ze daar stralend in een schitterend smetteloos jurkje, jurk van fijn
linnen van rechtvaardige daden van de heiligen. Jouw en mijn liefde,
ons verlangen naar Hem, onze emoties voor Hem, ze worden straks zichtbaar
gemaakt. Nou, daar genieten ze van. Wie geniet daar primair van, de
Bruidegom. Hij, Hij heeft eindeloos geduld met je. En ik wil zo graag
dat jij onverbloemd verklaart voor Wie jij gaat. Ik hoor mijn kleinkinderen
al praten: "Ja ik ben op die." Zo zeggen ze dat, op school,
als ze iets ouder worden dan klinkt dat een beetje anders. Ik vind het
zo prachtig. En ik heb een keer tegen één van die grieten
gezegd: "En ik ben op de Here Jezus", en dat snappen ze. En
ze zeggen ook nog, mijn oudste kleinzoon zei: "Opa, ik hou ook
van de Here Jezus." Snap je, is dat nu moeilijk, om je emotie
..
Ja natuurlijk mocht dat niet vroeger en natuurlijk ben je misschien
wel beschadigd. En misschien zijn er wel mensen geweest die echt aan
de haal gingen met jouw emoties, die misschien wel bijna een soort,
ja, nou ja, iemand bijna vermoord hebben vanwege de emotie. Dat kan
he, je kunt zo beschadigd zijn, door kritiek, door onbegrip, of door
lacherij, of door, ja, je bent belachelijk gemaakt dat je het nooit
meer doet he, dat je gewoon je kiezen op elkaar houdt, dat je het nooit
meer laat merken. Rechtvaardige daden, dat is het wat hier bedoeld is.
Ik wilde dat heel voorzichtig graag uitleggen. Dat ze daar zal staan
in al die uitingen van liefde die ooit een keer gezegd zijn. Zouden
ze in de hemel genoeg weefstof hebben. Ik hoop nu wel.
Johannes komt compleet onder de indruk van deze dingen en hij zegt:
Dit zijn de waarachtige dingen van God, en ik wierp mij neer voor de
voeten die engel die dit allemaal zei en die zei: "doe dit alsjeblieft
niet, nee dit kan niet, doe dit niet, ik ben een mededienstknecht, nee.
Van jou en van je broederen die het getuigenis van Jezus hebben, aanbid
God." God moet alle eer krijgen. Ook in onze uiting. Ook in ons
gevoel. En dan komt die prachtige zin: Want het getuigenis van Jezus
is de Geest van de profetie. Die tekst gebruik ik heel vaak. Als je
hier vaker geweest bent, of op andere plekjes, dan weet je dat ik die
tekst, Openb. 19:10 heel vak citeer. Het getuigenis van Jezus is de
Geest of is de adem van de profetie. Maar snapt u nu waarom in de bijbel
staat: IJvert dat jullie mogen profeteren. Snap je nu waarom in de bijbel
staat: Gij kunt allen, één voor één profeteren.
Och dat het hele volk profeten was, OT. Wat bedoelt de bijbel dan. Nou,
profeet is dus niet per saldo iemand die de toekomst voorspelt, want
de meeste profetieën in de bijbel opgetekend, zeggen helemaal niets
over de toekomst zou je geneigd zijn te zeggen. Die hebben de toenmalige
situatie aan de dag gelegd, hebben niet per saldo nieuwe dingen, onbekende
dingen gezegd, hebben eerder de fouten geëtaleerd. Ik ben er zeker
van dat de taak van een profeet is om van de Here Jezus te vertellen.
Als ik Zacharia lees, dan denk ik: Tjonge, tjonge, wat heb jij wat van
de Here Jezus gezien. Je hebt Hem gezien, als Iemand rijdend op een
ezelinnejong. Je hebt Iemand gezien, verkocht voor 30 zilverstukken.
Je hebt Iemand gezien, die zou komen op de Olijfberg. Je hebt Iemand
gezien, met een kroon. Je hebt Iemand, en ik kan wel doorgaan. Als ik
Ezechiël lees, dan denk ik: Ik wou dat ik zag wat jij hebt gezien
van Hem. Als ik Jesaja lees, dan denk ik: Wat een geweldig stuk vergezicht
heeft Jesaja gehad. Jeremia, maar zelfs die hele onbekenden, van Amos,
weet u wel, ze hebben van Hem verteld. En als de Emmaüsgangers
onderricht krijgen van de Here Jezus, dan begint Hij bij Mozes en al
de profeten en Hij legt uit wat van de Christus, al de profeten, ook
Obadja he, ja ook Obadja, ook Nahum, ja ook Nahum, al de profeten wat
van de Christus geschreven stond. Het ging allemaal over Hem. Wat zouden
de profeten van vandaag moeten doen. Ze zouden moeten vertellen van
de Here Jezus.
En die engel, die zegt: "Ik ga van Hem, vertellen." Johannes
valt voor Hem neer, wil hem aanbidden. "Aanbidt God." Het
getuigenis van Jezus, wijzend op Hem, dat is de adem, dat is de geest
van de profetie. En als de profeet van vandaag het heeft over zichzelf,
of over Bush, primair, of over weet ik veel wie, nou vergeet het dan.
Ik geloof best dat een profeet de situatie in het Midden-Oosten zou
kunnen, zou kunnen neerleggen, maar dan ligt het accent bij de Here
Jezus. En dat is wezensbelang. Er gebeurt zoveel, er wordt zo ongelofelijk
veel gebabbeld, en dat gaat dan niet altijd over de Here Jezus. Laat
ik me maar voorzichtig uitdrukken.
Hier, de bruiloft van het Lam. Hier, het Lam en de bruid. De bruid die
in haar eigen tooi staat bij wijze van, in haar eigen jurk. En de tooi
van de bruid is het getuigenis van Jezus. Welk getuigenis geeft u, vanavond,
op een verjaardagspartijtje, van de Here Jezus. Ik heb nog een verjaardagspartijtje
he, nog een. Ik heb het makkelijk, ik ga naar mijn kinderen, en ik weet
dat ze van de Here Jezus houden. Ik vind het niet moeilijk om daar over
de Here Jezus te spreken. Ze beginnen er waarschijnlijk zelf over. Waar
heb je over gepreekt van daag, pa. Nou ja, over de Here Jezus. "Dacht
ik wel", zeggen ze. Nee, ik bedoel, dat ik makkelijk, maar morgen
dan. Maar als het, laat ik maar zeggen, wat anders ligt, wat moeilijker
ligt, het getuigenis van Jezus. Zou je eens durven zeggen, gewoon, "Ik
hou van de Here Jezus." Ik ben helemaal, nou ja, verliefd, kun
je dat zeggen. Eigenlijk wel. Ik ben helemaal dol op Hem. Kun je dat
zeggen. Eigenlijk wel. Ja, waarom eigenlijk niet. Waarom zou je nu niet,
als ze het dan vroegen, mogen zeggen; "Nou, U, o U Bruidegom, o
U bent een appelboom onder de bomen van het veld." Nou ja, zo zeg
je dat niet meer vandaag, dat komt toch niet over. Dat wil niet meer.
Ja, ik snap het wel. Ik snap het heel goed, maar het komt nier meer
over. Nou, zeg het dan op je eigen manier, maar zeg het wel. Amen.
|
|