| |
Lezen: Openb.
20:7-15
We gaan verder in
onze overdenkingen over dit laatste bijbelboek. En dat het een actueel
boek is, dat is wel helder geworden in de loop van de tijd en eigenlijk
wordt het met de dag actueler. Als je de gebeurtenissen van vandaag
op je af laat komen en alles op een rij zet of probeert te zetten, dan
denk je: Here God wat staat ons te wachten, wat bedoelt u in deze tijd
te zeggen.
Wij waren toegekomen in Openb. 20 aan een duizendjarig vrederijk. Een
toekomstig duizend jaren durend vrederijk. Een rijk waar de Here Jezus
de Koning der koningen is, de Here der heren is. Waarin zegen te vinden
is, blijdschap, vrede, en geen oorlog. De tijd dat alle zwaarden omgesmeed
zijn tot ploegscharen en alle speren tot snoeimessen. Dat is een tekst
uit de bijbel. een tijd van grote vreugde, een tijd van grote blijdschap,
duizend jaren lang. Nu, de discussies daarover zijn natuurlijk legio,
van: Is het echt duizend jaar, is het niet een soort zinnebeeld ergens
van, moet je dit concreet zo duizend jaren noemen, en hoe gaat dat dan.
Nu, we hebben de vorige keer gezegd dat er geen twijfel is over het
getal, en dat het te maken heeft met die zoveelste periode van duizend
jaren. Zes periodes van duizend jaren zijn achter ons. en er komt nog
een periode van duizend jaren en die ligt voor ons. Wij staan op de
grens van die zesde en die zevende periode van duizend jaren. En die
periode zal paradijselijk zijn. Ik zeg dit met opzet nog een keer. Het
paradijs lag vroeger in Irak, Babel ligt in Irak, Chaldeeën, dat
is het rijk van Irak van vandaag. Saddam Hoessein zei vorige week, in
een interview, dat hij vond dat er een soort Arabisch-Palestijnse staat
moest komen met de grens Eufraat en de Middellandse Zee. Of hij dat
bewust zo gezegd heeft weet ik niet, in feite zegt hij het omgekeerde
van wat de bijbel zegt. De bijbel zegt dat er een staat van vrede zal
zijn, een rijk zal zijn, met als hoofdstad Jeruzalem, grens: Middellandse
Zee en de Eufraat. Feit is dus dat wij al deze dingen op ons af horen
komen, voelen komen, en soms niet weten wat we zeggen moeten. Nu, ik
ga ook niet de profeet uithangen, in die zin dat ga zeggen: "Dit
en dit betekent het allemaal." Ik weet het niet. Ik weet alleen
dat Irak wel terdege een rol vervult in de eindtijd. Het is niet voor
niets dat Abraham uit Ur der Chaldeeën, uit Irak werd gehaald en
in het beloofde land werd gebracht. Van Babel naar Jeruzalem. Nebukadnezar
deed het omgekeerde, bracht mensen uit Jeruzalem weer terug naar Babel.
Deze lijnen liggen er. En de bijbel maakt duidelijk, volgens het boek
Daniël, dat Irak in die eindtijd echt een rol gaat vervullen.
Maar nu, Openb. 20, het eerste stuk, is dat duizendjarig vrederijk gekomen,
het is feest. En die grens, Middellandse Zee, Eufraat, is een feit.
En de zegen is alom. Het is vrede, geen oorlog meer, paradijselijke
situaties. Het paradijs is terug en in Jeruzalem is leven, is blijdschap.
Dat komt, dat is het toekomstig duizendjarig vrederijk. Je kunt er nu
al naar hunkeren, je kunt er naar verlangen. Mensen die de Here Jezus
Christus kennen als hun Heiland, als hun Verlosser, weten dat ze leven
uit God hebben. leven uit God betekent eeuwig leven. Het betekent eeuwige
blijdschap. Je zonden zijn vergeven, je schuld is weg, eeuwig leven,
eeuwige vrede, eeuwige blijdschap, bij en met de Here Jezus. Dat is
de inhoud van het geloof. Natuurlijk zijn er velen geweest die daarop
geschoten hebben en die probeerden om dit aan flarden te krijgen. Toch
is dat de taal van de bijbel: Wie de Zoon heeft, heeft het leven. Wie
de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet. Ik hoop dat we allemaal
dat leven uit God hebben. Ik kom daar straks op terug, als het gaat
over die grote witte troon. Leven uit God.
Duizend jaren is de satan gebonden volgens het eerste stuk van Openb.
20. Duizend jaren geen aanvallen meer, geen aanvallen meer van de satan
of van zijn technieken of tactieken. je zou er ook naar verlangen. En
dan komt het moment dat die duizend jaren voorbij zijn. Dat staat hier
in ons tekststukje. Dan vallen we eigenlijk midden in ons onderwerp.
En tot ieders verbazing wordt die duivel weer losgelaten. Staat hier:
Na die duizend jaren wordt hij weer los gelaten. Nog een keer lezen:
Wanneer de duizend jaren voleindigd zijn zal de satan uit zijn gevangenis
worden losgelaten. Nu, natuurlijk zegt iedereen: "Nu, daar snap
ik nu helemaal niets van. Als de Here God een beetje handig was",
sorry hoor voor mijn taal, "dan had Hij die Satan wel aan die ketting
gehouden, of had Hij hem gebonden gelaten." Want waarom laat de
Here God nu die satan weer los. En bovendien blijkt uit dit stukje dat
die satan weer uit gaat en dat hij weer een hele massa mensen tegen
God op de been krijgt. het is alsof die zondeval nog een keer gebeurt.
Ook daarover zijn natuurlijk vele dingen al gezegd. Ik ben echt niet
de eerste die daarover spreekt. Ik wil proberen om een paar gedachten
met jullie te delen. Waarom zou de Here God dat doen. Vandaag de dag
kun je in de krant heel veel lezen over draaideurcriminelen. Nou, ik
zie één meisje zitten met: Waar hebben we het nu over.
Dat betekent: Die mensen die gaan de gevangenis in, en komen op een
bepaalde dag er weer uit, en ze zijn er nog weer uit en die denken,
nou laat ik die auto van Jelle eens pakken. Nou, en die worden weer
gearresteerd hier vlak bij het politiebureau en die gaan er weer in.
Dat betekent dus dat het een soort draaideur, zie dat is het woord,
draaideurcriminaliteit. En het is heel erg vindt men in de kringen van
politie en in de kringen van hulpverlening. Makkelijk is het niet. Hoe
krijg je zo'n crimineel nu eindelijk op het goede pad. Ja, dan moet
je hulp verlenen en je moet op ze in praten en je moet ze heel langdurig
Nu, duizend jaren lang heeft die duivel gevangen gezeten, hij komt er
uit, doet weer precies hetzelfde, een draaideurcrimineel. De Here God
maakt duidelijk dat duizend jaren gevangenschap die duivel niet hebben
veranderd. Hij is nog precies zo, geen draad beter, niets. er komt nog
iets uit de verf. Duizend jaren lang geen probleem van de duivel, geen
last van de duivel. je zou zeggen: "Nou, nu weten de mensen eindelijk
beter. Nu zullen ze nooit meer in die val van Adam en Eva stappen, want
ze hebben nu duizend jaren lang zegen van God gehad en de optimale situatie
mogen beleven van paradijselijke situaties op aarde." Antwoord:
Eén keer een aanval van de duivel en ze doen weer precies hetzelfde.
Duizend jaren zegen hebben die mensen ook niet veranderd. Het is alsof
God aan het eind van de hele geschiedenis nog een keer helder wil hebben:
Kijk eens, die duivel die is onverbeterlijk. En de mens is nog precies
zo. Ook na duizend jaren van zegen. Mensen worden in die tijd duizend
jaren zegt de bijbel. Een jongeling, honderd jaar oud. Ik heb het niet
bedacht, staat in de bijbel. Methusalah was vroeger 969 jaar oud, staat
in het boek van de records. Duizend jaar, gat er over heen. Maar die
duizend jaren van zegen hebben de mens ook niet veranderd. En alle gepraat
van: Als de duivel nu maar gebonden zou zijn, ja, als we geen last van
die satan zouden hebben gehad. Nou ja, dat is altijd hetzelfde verhaal,
het is altijd de schuld van. Als die duivel nu eens niet zou gewerkt
hebben, ja dan waren we natuurlijk heel anders geweest. Is dat zo, is
het afwezig zijn van de duivel een verandering geworden, ook niet. Dat
is best moeilijk. had de Here God dan niet een beetje anders kunnen
scheppen. Had hij dan niet wat andere genen in ons kunnen stoppen dat,
dat we niet zouden zondigen, dat we niet verkeerd zouden gaan. God heeft
jou en mij niet als robotten geschapen. Hij is niet iemand die tot in
de kleinste details voorprogrammeert, waardoor jij gewoon moet doen
wat het programmaatje zegt. Je bent een denkend wezen, naar Gods beeld
geschapen, naar Zijn gelijkenis. je bent heel uniek. Je hebt iets van
alomtegenwoordigheid, nu al. Jij kunt je verplaatsen, zittend hier in
deze zaal, naar je eigen huis of naar vroeger, je kunt je verplaatsen.
Je bent heel bijzonder. Je kunt logische dingen zeggen, je kunt ruiken.
Ik ontmoette een meneer in Eindhoven, bij Philips, Natlab, in het research
gebeuren van Philips, professor doktor huppeldepup, ik zal zijn naam
maar niet noemen. Die was met een heel team ingenieurs al een hele tijd
bezig om reuk in een computer te krijgen, om computers te kunnen laten
ruiken. En uiteindelijk heeft hij het boeltje er bij neer gelegd, ja
hij is nog bij Philips, maar zijn opdracht terug gegeven en gezegd:
"Het kan niet." Conclusie: God bestaat. Zijn conclusie, op
grond daarvan gelovig geworden, de Here Jezus leren kennen daarna. Alleen
al het feit dat je er achter komt wie, ja hoe ingewikkeld en hoe ingenieus
de mens in elkaar zit, was voor hem genoeg. De satan wordt losgelaten.
God heeft dit in de bijbel neer laten schrijven. En we kunnen filosoferen:
Had dat dan wel, had dat dan niet gemoeten. Feit is, het staat er. En
in elk geval is helder dat uit het loslaten en door het loslaten van
die duivel een aantal conclusies kunnen worden getrokken, en die conclusies
heb ik je al aangereikt.
Satan ziet kans om een enorme massa mensen op de been te brengen. Er
komt weer herrie, opnieuw. Dat is niet Irak zozeer, of Amerika. Dit
zijnde legers die hier met Gog en Magog aangeduid worden. Ik las het
u voor, dit stukje. En Gog en Magog kom je nog een keer tegen in bijbel,
in het boek Ezechiël, hoofdst. 38 en hoofdst. 39. Daar gaat het
heel uitvoerig over Gog en Magog. Volgende discussie. U snapt best dat
daar al heel wat over gepraat is van: Is dat nu voor het duizendjarig
vrederijk of is dit na het duizendjarig vrederijk, dat wat in Ezechiël
staat. Nu, ik denk dat het na het, ook daar, duidt op iets wat na het
duizendjarig vrederijk gaat gebeuren. Maar goed, die discussie die willen
we niet ingaan, daar worden we niet echt, laat ik maar zeggen, warm
van van binnen. Daar worden we ook niet blij van. Feit is, dat dat best
de moeite van studeren waard is. Dat is wel zo. Gog en Magog, waar komen
die lui vandaan. Nu, de bijbel zegt het heel precies, uit het verre
noorden. En er zijn heel wat bijbelverklaarders geweest die in de namen
van Gog en Magog, allerlei in, Moskou en in Tobolsk hebben gezien, van
allerlei namen die daar in het noorden, in het Russische gebied te vinden
zijn, alsof ze in de bijbel al genoemd zouden worden. Nu, dat kan, waarschijnlijk
is dat zo. Dat leidt tot de volgende conclusie: In de tijd voor het
duizendjarig vrederijk, zouden alle volkeren, alle natiën optrekken
naar Jeruzalem. En ik heb toen gezegd: "Nederland gaat mee, België
gaat mee, Frankrijk gaat mee, ze gaan allemaal in de richting van Jeruzalem."
Ook Irak gaat mee, ook Iran gaat mee, ook de Balkan gaat mee. Allen
zullen zich daar mengen in een strijd. En dan komt de Here Jezus en
al die tegenstanders worden verslagen. Hij gaat regeren, Hij gaat heersen
en de zegentijd breekt aan. Maar het lijkt er op dat Rusland daar buiten
blijft, dat zij zich afzijdig houden. Nu ook al een beetje, maar misschien
straks helemaal. En zij komen wat later. Zij komen als de satan hen
verleidt, na dat duizendjarig vrederijk. En ze omsingelen de stad en
ze willen de geliefde stad, die stad, Jeruzalem, gaan nemen. De satan
ziet kans om opnieuw een enorme massa mensen op de been te brengen om
die stad te veroveren. Opnieuw die stad. Waarom niet Amsterdam, waarom
niet Berlijn, waarom die stad. Omdat die stad is waar de Here Jezus
regeert. Omdat die stad genoemd wordt, de stad van de grote Koning.
Omdat die stad Jere-sjaloom heet: voorzien in vrede. Omdat dat de stad
is waar het kruis van de Here Jezus heeft gestaan, waar Golgotha is,
een uitloper van Moria, de berg Moria, waarvan vroeger al voorzegd werd:
Op de berg des Heren zal voorzien worden. Die stad, geen alternatieve
locatie. Die stad zal het grote mikpunt zijn van agressie voor het duizendjarig
vrederijk en na het duizendjarig vrederijk. Want alle agressie van de
duivel, van de satan, van de tegenstander, richt zich op de glorie van
de Koning, richt zich op de verhoging van de Here Jezus, richt zich
altijd op de zegen die God gaat geven. Zij willen perse voorkomen dat
de Here Jezus Heer en Meester is en glorie krijgt. Dat is de opzet.
En daarom zal een enorme massa mensen op de been gebracht worden om
die stad te bestoken.
En dan komt er vuur uit de hemel en dat is dan het finale einde. Dat
is ook het einde. Dat noemt men wel eens de jongste dag. Dat wordt wel
eens gezegd, en dan zet God er een punt achter, dan is het echt helemaal
gedaan. Dat is het einde van de wereldgeschiedenis. En wat er dan overblijft
is wat de rest van Openb. 20 ons schetst. De aarde en de hemel die vluchten
weg. Het is alsof die eerste schepping, in den beginne schiep God hemel
en aarde, alsof die eerste schepping in één keer helemaal
weg is. Daarom gaat hoofdst. 21 verder met een nieuwe hemel en een nieuwe
aarde. Het is afgelopen. Het is alsof de dagen van Noach herleven dat
God zegt: "En nu doe ik de deur dicht, nu is het gebeurd. Eindeloos
geduld, prediker op prediker, getuigenis op getuigenis, maar het heeft
niet geholpen." En dan zet God er een punt achter. Ik hoop dat
de beklemming daarvan toch wel een beetje overkomt. Ik wil geen doemdenkerij,
ik wil niet zwaarmoedig zijn, maar het is echt, echt een eindpunt. Dan
is het echt gebeurd. Dan zijn alle, alle bronnen opgedroogd, dan stopt
God er mee. Hij heeft alles geprobeerd om mensen te redden, om mensen
gelukkig te maken, om ze te behouden, om ze bij zich te roepen, en ze
hebben niet gewild. En wat is het dan geweldig als je vandaag al kunt
zeggen: "Ik ken de Here Jezus als mijn Heiland. Ik weet mijn schuld
is weg, ik weet mijn zonden zijn vergeven. Ik weet dat ik een kind van
God ben, ik weet dat ik eeuwig leven heb." Zo is er dan geen veroordeling
voor hen die in Christus Jezus zijn, niets. Waarom is er nu geen veroordeling.
Is er in mij geen verkeerds, jawel. Heb ik na mijn bekering geen verkeerde
gedaan, jawel. kan ik me morgen vergalopperen in mijn woorden, zou kunnen.
Kan ik mij in mijn daden te buiten gaan, niet goed handelen, dat kan.
En toch, toch ziet God mij in Christus aan. Vanmorgen hadden we een
dienst, niet zover hier vandaan, en we probeerden duidelijk te maken
dat de gelovigen schitterend gezien worden. Zonder vlek of rimpel, zonder
enige blaam. Een gelovige is iemand die door God genoemd wordt een nieuwe
schepping. Straks komt er een nieuwe hemel. Maar een gelovige vandaag,
is al een nieuwe schepping, heeft al dat geweldige en dat zegenrijke
van een nieuwe schepping. Het oude is voorbij, en God ziet je niet meer
in je prut en in je ellende en in je verkeerdheid en in je zonden, God
ziet je alsof je nooit gezondigd had. Hoe kom je daar, hoe krijg je
dat. Geloven in de Here Jezus, en een andere route is er niet. Je kunt
wel zeggen: "Ja, met de rode kruis collectebus lopen, dat is hete."
Nou, probeer het, maar je redt het niet. je kunt zeggen: "Vedi-centra
bezoeken." Nou, ook een optie, zou voor mij ook wel goed zijn,
maar dat is het ook niet. De enige mogelijkheid is geloven in de Here
Jezus. En het merkwaardige is, dat kost nietes. Daar hoef je ook, in
die zin, niets voor te doen. En dan zeg je: "Ja, schei toch uit.
Ja, er zijn wel vijf, zes, zeven, acht soorten geloven in de wereld."
Nu, daar gaat die discussie. Dat is de duivel. Hij laat je geen antwoord
geven. Je geeft ook geen antwoord, je gaat gelijk de discussie weer
in. Is het ook dat God gezegd heeft. Dat is de eerste vraag in de bijbel.
en dat vragen en dat in discussie gaan, dat zit ons bijna in het bloed.
Zou je nu vandaag niet durven zeggen: "Ik ken de Here Jezus, ik
weet het zeker. Ik weet het zeker, ik ken de Here Jezus. Mijn schuld
is weg, mijn zonden zijn vergeven. Ik ben een kind van God." Niet
vanwege je kerkelijke ligging, niet vanwege je visie op Maranatha-achtige
dingen, dus, zal ik maar zeggen, de toekomst of zo. Ik vind wel dat
er blijdschap hiermee annex is, maar de hemel heeft te maken met geloven
in de Here Jezus. Geen andere pleitgrond hebben wij, zingt een lied
van Johannes de Heer. Niets maakt naast Hem ons vrij. Niets, alleen
geloven in de Here Jezus. En dat maakt je blij.
En nu gaat het, en dat spitst zich toe, om een soort finaal oordeel,
een soort eindpunt. En dat eindpunt is die grote witte troon. Kom ik
daar ook, zal ik daar voor staan. Krijg ik daar mijn ticket voor de
hemel. Is het daar dat echt de Here God uiteindelijk de kaartjes of
de stoelreservering voor de hemel gaat uitdelen. Is dat zo, nee. ik
probeerde in de loop van de avonden die voorbij zijn, de samenkomst
die we gehad hebben, te vertellen dat jij en ik al veel eerder naar
de hemel gaan. Niet omdat we sterven, zou kunnen, komt ook voor, natuurlijk
komt dat voor. Maar het is niet wat ik bedoel. De gelovigen worden door
de Here Jezus opgehaald. De Here Jezus zegt: "Ik ga heen om u plaats
te bereiden, in het huis van de Vader zijn vele woningen, en als Ik
plaats bereid heb, kom Ik weer, zal u tot Mij nemen opdat ook jullie
zijn mogen waar Ik ben." Jij en ik, al we geloven in de Here Jezus,
gaan naar. Daarna komen er nog velen tot inkeer: De grote schare die
niemand tellen kan. En die hebben het moeilijk, maar die gaan het duizendjarig
vrederijk in, die genieten. Wij ook, wij genieten met hen. Want we zullen,
hoe raar u dit ook in de oren klinkt, met Christus komen en met Christus
heersen en met Christus regeren, die duizend jaren. Eindelijk, eindelijk
regeringsverantwoordelijkheid. De ene partij zegt ja en de andere partij
zegt nee, maar wij gaan met Christus heersen, wij gaan met Christus
komen, we gaan met Christus regeren die duizend jaren.
En hij wordt losgelaten die duivel. Hebben wij daar nog weer last van.
Wij wonen in het huis van de Vader en wij regeren met de Here Jezus,
wij hebben daar geen last van. Wie hebben daar dan wel last van. Mensen
die op dat moment op aarde leven. En het kan zijn dat mensen zich toch,
ondanks de zegen, en ondanks het afwezig zijn van aanvallen van de satan,
zich toch geveinsdelijk hebben overgegeven. En nu blijkt ineens dat
ze de verkeerde keus maken.
En dan is daar die grote witte troon. Komen alleen die mensen die dan
op aarde zijn daar voor die troon. Nee, daar gaan veel meer mensen komen.
Alle doden komen daar. En nu wordt het moeilijk. Wat is dood eigenlijk.
Dat is een heel moeilijk begrip. Toen God de mens schiep heeft Hij de
levensadem in zijn neus geblazen. En naar Gods beeld is hij geschapen.
En toen kwam de duivel met zijn voorstel om dan toch maar van die vrucht
te eten, want dan zou je als God worden. Eva heeft het gedaan, en Adam
ook. En toen zouden ze de dood sterven. Ten dage als gij daarvan eet
zult gij de dood sterven. Betekent dat dat zij vanaf dat moment ineens
een punt in hun leven kregen waardoor alles in één keer
helemaal over was. Is de dood, wat men vroeger wel eens zei: "Dood
is dood." Is dat de dood. Het blijkt van niet. Ik zal u één
voorbeeld noemen. Als de Here Jezus, geen gelijkenis, een geschiedenis
vertelt, van de arme Lazarus en van een rijke meneer, dan zijn ze beiden
op een bepaald moment overleden. en ze leven beiden nog. Er is wel verschil.
De ene in de schoot van Abraham, genietend, vertroosting krijgend. En
de ander in een plaats waar wroeging is. En het bewustzijn is: ik zit
niet goed, en ik hoop dat mijn broers niet hier komen. En een evangelist
heeft vroeger eens een titel boven zijn preek geplakt: "Bidstond
in de hel." Nou ja, dat is niet helemaal correct, maar hij bedoelde
daarin: Ik bid u vader Abraham, weet u wel. Die rijke man die roept
dan iets van: laten we bidden, of zo, voor mijn broers. Nou, los van
die titel, het besef: ik zit niet goed. Het duidelijke besef: het is
met de dood niet afgelopen. Vroeger riep men dat nogal stellig, een
tijdje. God was ook dood in die tijd. Dat is nu niet meer zo, want God
zit nu inmiddels in de mens. God, nu, dat ben je zelf. God is in jou.
Dus dat: God is dood, is voorbij. Ik wil het niet raar zeggen, maar
dat is wel zo. En ja nee, nee, nee, we geloven wel dat er ook nog wat
hierna komt. Nu, dan krijg je reïncarnatie, was vroeger iets doms
uit India, maar dat is tegenwoordig in bij alle, alle hogeren. wat dat
moet het dan toch ongeveer zijn. Nou, vroeger was je dan A en later
wordt je dan B en dan wordt je misschien nog een keer A en B en C samen
en misschien ook nog een keer Z of zo, weet je wel. Daar is een ontwikkeling
gaande. Maar, het is met de dood niet afgelopen. Dat geloven de mensen
vandaag ook wel weer. De bijbel zegt dat dood een breuk is met God.
En als je gezondigd hebt, door de zonde de dood, dan komt er een breuk
met God. Dat betekent niet dat dat het einde is van je bestaan, je hebt
nog steeds eeuwig leven. je bestaan, misschien is dat geen goede term,
je bestaan is nog steeds doorgaand. Dat is niet gestopt. Wat er ook
met je gebeurt, wie je ook bent, het stopt niet. Je kunt wel denken
dat het met de dood afgelopen is, maar dat is niet waar. De breuk met
God is gekomen door de zonde. Door de zonde de dood, de dood, de dood.
En de dood is doorgegaan tot alle mensen, omdat alle mensen gezondigd
hebben, de brief aan de Romeinen. Een soort doorgaand proces, maar het
is niet afgelopen. Het is niet afgelopen, het gaat door. En het merkwaardige
is dat mensen die in de Here Jezus geloven wel sterven, maar ze leven.
We roepen daarom wel eens dat christenen hele rare lui zijn, die zeggen:
"Als je leeft dan ben je dood in misdaden en zonden en als ze gestorven
zijn dan leven die lui." Niet waar ja, nou ja, misschien komt die
woordspeling niet helemaal over. Maar dat is toch merkwaardig. Hoe ook,
gelovigen, mensen die in de Here Jezus geloven, die zijn tot op het
moment van tot geloof komen, een nieuwe schepping, en hebben eeuwig
leven. En als die sterven, dan leven zij. Dat is ook niet het dodenrijk,
dat is het paradijs, de derde hemel, met Christus te zijn en verreweg
het beste. Dat zijn de prachtige uitdrukkingen in het NT. Want mensen
die geloven die zijn niet in het dodenrijk. Het dodenrijk is ook niet
hetzelfde als het woord hel. Jammer genoeg is in de statenvertaling
dat door elkaar heen geklutseld. er zijn twee Griekse woorden voor.
Dodenrijk is het Griekse woord hades, en hel is het Griekse woord gehenna.
Nu, die mensen die niet geloven, die zijn nog steeds dood, zal ik het
nog anders zeggen, en misschien klinkt dat wat raar en misschien een
beetje verwarrend, maar ik hoop dat je het vastpakt. Jij en ik worden,
volgens de bijbel, in onze natuurlijke situatie, zoals we van onze ouders
hebben meegekregen, gezien als dood in misdaden en in zonden. Ik kan
het niet anders zeggen, want de bijbel zegt het zo. en als je niet gelooft,
dan blijft de toorn van God op je, zegt Joh. 3:36. En als je wel gelooft,
dan heb je eeuwig leven. Wie de Zoon heeft, heeft het leven. Maar als
je de Zoon van God niet hebt, de toorn van God blijft op je. Vindt u
het dan gek dat die mensen gaan naar het dodenrijk. Ze waren al voor
God dood. Ze hadden die breuk met God, ze hadden geen contact met God,
ze hadden geen leven uit God, ze hadden omgang met God, ze hadden geen
band met God, geen relatie met God. God was ver weg. Misschien wel afgezworen.
Breuk met God, dood. En ze zijn nog dood in het dodenrijk, als ze niet
geloofd hebben. en die doden staan hier, staan hier, voor de grote witte
troon. De doden leven dan toch, ja. Dood betekent dus niet dat je er
niet meer bent. je bent er wel. en het dood zijn staat hier heel nadrukkelijk
centraal. Is dat moeilijk, een beetje wel he. Maar aan de andere kant
moeten we het toch kunnen pakken. Wie de Zoon heeft, heeft het leven.
Wat zegt de bijbel over iemand die tot geloof komt: Wederom geboren.
Niet nog een keer geboren, maar op een nieuwe manier, op een nieuwe
wijze geboren. Geboren, en je wordt dan een baby in Christus genoemd.
En als je groeit een jongeling en als je nog groeit een moeder of een
vader in Christus. Gewoon, geestelijke groei, het nieuwe leven. Dat
nieuwe leven wordt nooit dood genoemd. En als je een nieuwe schepping
bent, hoor je niet bij de doden maar bij de levenden. En dat wil niet
zeggen dat de anderen dus niet leven, dat er een soort vernietiging
van de ziel zal zijn, een soort eindpunt zal zijn waarin alles oplost.
Nee, het is heel helder een breuk met God. En er komt een moment dat
God, wie dan ook, ter verantwoording roept.
Daar staan ze dan, voor de grote witte troon, de doden. De mensen die
op dat moment nog tussen de volkeren waren. De zee gaf de doden, het
dodenrijk gaf de doden. Al die doden staan daar. En daar zit iemand
op de troon. Een paar keer in de bijbel wordt die troon geschetst. In
Ez. 1 bijvoorbeeld, maar ook in de dagen van Salomo. Hoe dan ook, er
komt een moment dat de aarde en de hemel wegvluchten. Je kunt je nergens
meer achter verschuilen. Je hebt geen enkel stukje excuus meer. er is
niets meer over. En daar sta je, oog in oog met Hem die op de troon
zit. Wie zit op die troon. heb je daar uitspraak over te doen, ja. Niemand
minder dan diezelfde Here Jezus. Vroeger zongen een aantal zusters,
dames, meisjes, een lied, dat waren de zingende zusjes, zijn natuurlijk
uit de gratie allang, maar goed, misschien heb je die oude plaatjes
nog wel, krassen er in van die naald, weet u wel. Maar goed, het lied
was ongeveer zo: Is Jezus uw Redder of uw Rechter. En eigenlijk is dat
een hele correcte formulering. Ofwel Hij is je redder, ofwel Hij is
je rechter. en de Here Jezus is hier op aarde, en Hij zegt: "Ik
ben niet gekomen om te oordelen." Hij was gekomen om redden. Hij
was gekomen om gelukkig te maken. Hij was gekomen om mensen het heil,
de zekerheid, de vergeving van hun zonden aan te bieden. Maar toch zegt
de bijbel dat Hij de Mensenzoon is. en alle macht is in de handen van
de Mensenzoon gegeven. Dat is echt voor geen tweeërlei uitleg vatbaar.
De Mensenzoon, Wie is die Mensenzoon, de Here Jezus. En nu kun je je
voorstellen wat daar gebeurt. Ik wil het niet plastischer maken dan
ik kan, ik zou heet wel graag willen eigenlijk, maar moet ik maar niet
doen. Maar stel he, stel he, ik ga er van uit dat Pilatus, weet u wel,
die Romeinse meneer die destijds het vonnis ging uitspreken van: Hij
moet dan toch maar gekruisigd worden, dat Pilatus daar staat voor die
grote witte troon. Want als hij zich niet bekeerd heeft, die Pilatus,
het zou kunnen, maar als hij dat niet gedaan heeft, dan staat hij daar,
ineens oog in oog met de Here Jezus. Dan zijn de rollen omgekeerd. Pilatus
zei toen tegen de Here Jezus: "Weet U niet dat ik macht heb om
u los te laten." en daar staat hij. en ik denk dat hij zijn hoofd
buigt. En de boeken worden geopend. De perfecte boekhouding, de verslaggeving
van de Here God. En Pilatus weet het: Er zijn geen verzachtende omstandigheden
meer, het is gewoon over. En je zou zo graag willen dat Pilatus vrede
heeft. Je zou zo graag willen dat je buren vrede hebben. je zou zo graag
willen dat je familie vrede heeft. Je zou zo graag willen dat je kinderen,
je kleinkinderen vrede hebben. Misschien wel je man, misschien wel je
vrouw. Sommigen zijn zo heel dicht bij. en wat gebeurt er dan als ze
zich niet bekeren, als ze niet geloven, als ze het aanbod van God gewoon
negeren. En ik weet wel, christenen hebben het aanbod van God verpakt
in hun kerk en in raakt niet, smaakt niet, roer niet aan. Ze hebben
er van alles omheen gezet. En dan moet je dit en dan moet je dat. En
dat is niet zo. Het is werkelijk onzin om te veronderstellen dat een
nog te bekeren iemand van alles zou moeten doen. Die kan helemaal niets
doen. Hoeft ook helemaal niets te doen. Het enige wat gevraagd wordt
is: Geloof je dat. En pas als je een nieuw leven hebt, komt er misschien
een moment van: Ik doe het niet meer. Ik heb 12 keer misschien wel 1012
keer geroepen: "Als u tegen mij zegt dat ik mijn oude fiets bij
het grofvuil moet zetten. dan denk ik: ja, je hebt mooi praten, maar
ik heb geen andere." Dat is toch zo, dan ga ik die toch niet bij
de vuilnis zetten, ik heb geen andere. Maar als u mij een nieuwe fiets
geeft en u zegt: "Dato, dat oude karretje van jou, dat moet je
bij het grofvuil zetten Dato", denk ik: nou ja, dat kan ik wel
doen. Geen probleem. Maar zo is het toch. God geeft je niet, laat ik
maar zeggen, opdrachten die je niet kunt vervullen, die je niet kunt
uitvoeren. De Her Jezus zegt: "Kom maar bij mij. Als je vermoeid
en belast bent, kom dan toch. Kom dan toch, Ik wil je redden, Ik wil
je helpen, Ik wil je gelukkig maken en Ik wil je voor altijd in de hemel
brengen. Ik wil het zo graag. Ja, ja, maar dan moet je 's zondags zoveel
kilometer fietsen en, nou ja, weet ik veel wat je aan oefeningen allemaal
zou kunnen bedenken. gekkigheid, weet je wel, dan moet je dit en dan
moet je dat, dan moet je een zwart pak hebben en dan moet je een hoed
op hebben en dan moet je
. Waar staat dat. Dat staat nergens. Toen
de Here Jezus op aarde was hebben de farizeeërs ook geprobeerd
om harnassen te creëren, iedere keer. Je mocht niet eten, je mocht
niet een beetje aren stukwrijven, je mocht dit niet en je mocht zus
niet. En ze hebben het gewoon verknoeid. Ik ben me bewust dat de kerk
ook veel verknoeid heeft. het zo, zo getrakteerd heeft dat iemand zegt:
"Ja, maar dat wil ik niet." En ik kan me dat wel een beetje
voorstellen. Maar de Here geeft je. En op het moment dat je iets nieuws,
iets beters krijgt, dus laat ik zeggen met mijn eigen beeld, vanaf het
moment dat je die nieuwe fiets van Hem hebt, sorry dat ik het daarmee
vergelijk, dan ineens heb je geen moeite meer om nee te zeggen tegen.
Wij moeten voorzichtig zijn met allerlei lijsten van geboden en verboden.
We ontmoetten een oude dame, een gelovige, en die was zoveel jaar in
die en die kerk geweest. En we schrokken. Ze zei: "Ik heb ander
niets dan gebod en verbod gehoord, en nooit iets van bevrijdende blijdschap,
van liefde van God."
En toch, toch komt die grote witte troon er. Toch komt het uiteindelijke
oordeel er. En er zit Eén op die troon, en dat is Niemand minder
dan de Here Jezus. Nog een keer, de boeken worden geopend. Dat betekent
dat de verslaggeving van God heel punctueel blijkt te zijn. En er is
een ander boek, het boek des levens. Staat jouw naam daar in. Ik durf
te zeggen dat mijn naam daar in staat. Waarom durf ik dat ik dat te
zeggen. Omdat ik beter ben dan jij. Nee, ik ben niet beter, maar ik
weet het zeker. De Here Jezus heeft voor mij en voor mijn schuld betaald.
Het is goed tussen God en mij. En ik ben een nieuwe schepping. Ik heb
leven uit God. Het oude is voorbij. En de Here Jezus, die daar de Rechter
is, die daar het finale oordeel moet uitspreken, is dezelfde die aan
het kruis voor mijn schuld en voor mijn zonden wilde boeten. dat is
Dezelfde. Ik ben zo blij dat dat Dezelfde is. Stel je voor dat er een
fout in de verslaggeving of een fout in de boekhouding komen, maar het
is Dezelfde. Dezelfde die mijn schuld, die mijn zonden op zich nam zit
daar in die troon en spreekt vrij. Nog een keer die tekst uit Rom. 8:
Zo is er dan geen veroordeling voor wie in Christus Jezus zijn. He,
vrijspraak. Rechtens vrij van de zonde. Voor eeuwig vrij. Maar wordt
het dan op hetzelfde moment niet heel erg ernstig dat je zegt: "Ja,
maar dit is dan toch wel waar, ja dit gaat gebeuren. Hier kom je een
keer uit. Dit zal een keer een eindpunt zijn." En wat moeten wij
dan doen beste mensen, met het boek Openbaring in onze handen. Wat moeten
wij dan doen met de opstand van de duivel die nog een keer te keer gaat
en nog een keer een enorme massa op de been brengt en nog een keer een
omsingeling van Jeruzalem wil en nog een keer aanvallen wil. Wat moeten
we dan doen. We moeten vandaag die mensen vertellen. Ja, maar die duivel.
Ja, moet u eens luisteren, als die duivel duizend jaar gebonden is,
dan verander je nog niet. De enige mogelijkheid om te veranderen is
niet de duivel gebonden, de enige mogelijkheid is, jij moet veranderen.
Jij moet opnieuw geboren worden, je moet opeen nieuwe wijze geboren
worden. Niet nog een keer, dat helpt geen zier. Dan kom je er net zo
weer uit. Voor mijn part met een andere neus. Maar goed, dat is ook
het enige verschil. Nee maar, een beetje plat gezegd, maar dat is het
enige. Iets andere vorm misschien, maar je komt er net zo uit. Je moet
op een nieuwe wijze geboren worden. van God uit geboren worden. leven
uit God. Wil je dat, zou je dat niet de mensen moeten aanpraten. Ja,
maar ja, het is zo druk he, op de straat. En Irak he, en journaal en
ja, Nederland 1/1 tegen Tsjechië, ook weer niets. Nou, ik weet
niet, misschien heb je nooit gekeken, maar bij wijze van. er is altijd
wel iets. Wij moeten de mensen vertellen van de Here Jezus. Niet in
onze kerkelijke jargons duwen. Ja, dan moet je de tale kanaäns
leren. O, hoe werkt dat. Nou, heel moeilijk, en bepaalde termen die
kun je niet eens meer vertellen, dat is heel moeilijk. Als je alleen
al
., nou ja, ik zal maar geen voorbeelden noemen, maar
.,
nou ja, toch voor alle helderheid. Als je het woord, in de bijbel, gemeenschap
hebt, met God, en je zou dat in de straat gaan ventileren, dan bedoelen
ze daar hele andere dingen mee dan wij. Gemeenschap, iets gemeenschappelijks
hebben met de Here, iets samen delen, iets samen genieten, geweldige
dingen. Ja, dat kun je al niet meer vertellen. En zo zijn er zoveel
dingen die al moeilijk zijn, los van taal. Wij zullen moeten vertellen
van de Here Jezus. En we moeten zeggen, dat de duivel, ook al is hij
duizend jaar gebonden, niets veranderd is. En de mens, ook al is hij
duizend jaar onder de bijzondere gunst en de bron van zegen van God
gekomen, is ook niet veranderd. Hij heeft ook geen zin. De enige mogelijkheid
om een mens t4e veranderen is opnieuw geboren worden± wedergeboorte.
Nu, dan weet u het. Daarom zei de Here Jezus tegen Nicodemus, Joh. 3,
tenzij een mens opnieuw geboren wordt, kan hij het koninkrijk van God
niet zien en tenzij hij opnieuw geboren is kan hij het koninkrijk van
God niet binnen gaan. daar heb je het, het kan niet anders. en dus is
er geen andere weg, geen andere Naam, geen andere pleitgrond. er is
geen andere mogelijkheid, alleen de Here Jezus.
Het laatste stukje van Openb. 20 laat zien dat de duivel uiteindelijk
in de poel van vuur terecht komt. Dat is de tweede dood. De eerste dood,
dat zouden wij allemaal nog kunnen meemaken. We zouden kunnen sterven
he, dat zou kunnen he, ik hoop het niet voor u, maar het zou kunnen.
Maar de tweede dood, nee, die maak ik niet mee. Waarom niet, omdat ik
met Christus gestorven ben. God ziet mij al als met Christus gestorven.
Met Christus gekruisigd, met Christus gestorven, met Christus begraven
en met Christus opgestaan om in nieuwheid des levens te wandelen. Ik
ben, in die zin, van het oordeel bevrijd. Die tweede dood, en dat is
de hel, de tweede dood, de poel van vuur, de hel, die tweede dood, ondervindt
ik niet. De duivel komt daar, het beest en de valse profeet zijn daar
en allen die niet geloofd hebben komen daar ook. en de tweede dood is
ook niet± Nou ja, dan los je vanzelf op in het vuur, dan zit
je boven op de gaspitten van Slochteren of zo, dat is het ook niet.
De hel, ik probeerde dat al eerder te zeggen: is de breuk met God is
compleet. en wat betekent dat. Nu, God is licht. En als er nu een breuk
met God is, wat betekent dan de hel, dat het daar hartstikke donker
is. Buitenste duisternis wordt die plaats genoemd. Mijnwerkers hebben,
ik dacht, 21 dagen opgesloten gezeten in een mijnschacht. Komen er uiteindelijk
toch nog uit, levend. Vraag is: Wat was nu het ergste. Afwezigheid van
voedsel, afwezigheid van water. Hun antwoord: Afwezigheid van licht.
Dat was hun reactie. Heel merkwaardig. Als God er niet is, als er een
totale breuk met God is, de hel, dan is het heel donker, buitenste duisternis.
Totale breuk met God. God is liefde. Daar, nu, Titus 3 zegt al tegen
ons: Van huis uit zijn jullie hatelijk en elkaar hatend. Nu, daar heb
je die bijters, weet je wel, die elkaar bijna opeten. Elkaar bijten
en elkaar vereten. Dat is daar. Geen barmhartigheid, geen lankmoedigheid,
geen genade, geen liefde, geen welwillendheid, geen vriendelijkheid.
Al die dingen zijn daar niet. Nu dat is sowieso een hel, want als je
in je eigen omgeving geen stukje vriendschap en geen stukje welwillendheid
ontmoet, dan zeggen wij ook: "Dat is een hel man, dat is vreselijk."
Nu, de tweede dood is een totale breuk met God. En de Here Jezus is
gekomen om je daarvan te bevrijden. Dat is die brug die Hij slaat, om
die breuk met God te helen. Nu, nu kun je doordrammen, het is eigenlijk
heel eenvoudig. Misschien ben je [bij] bijna een evangelisatiedienst
vanavond, maar ik bedoel het niet, ik wil graag dit stukje uitleggen,
want dit is het, wat hier staat. Zo staat het er. ga je dan niet zeggen:
"Dank U wel Here Jezus. Dank U Here Jezus." We zijn in die
lijdensweken terecht gekomen en we willen graag denken aan dat wat daar
op Golgotha is gebeurd he, over drie weken is het Pasen, maar Goede
Vrijdag gaat daar aan vooraf. Dan willen we toch graag denken aan het
lijden van de Here Jezus. Nu: Here Jezus dank U wel dat U gekomen bent
om mij leven te geven. U stierf, en ik heb het leven. U redde mij, ik
ben gelukkig. Ik kom niet in de hel, ik kom niet met de tweede dood
in aanraking, omdat ik met U gestorven ben. en het is heel merkwaardig
dat mensen die nu hier op hun stoel zitten kunnen zeggen: "Ik ben
al gestorven." Ja, ja dat is natuurlijk vreemd. Ja, als die mensen
echt sterven, dus laat ik maar zeggen, de geest geven, zoals dat zou
kunnen, dan zeg ik: "Ja, hij leeft." Nog een keer, heel merkwaardig
gezelschap zit hier dan he. Die mensen die zeggen: Ja, nu we hier op
die stoel zitten en nog leven, ja, nu zijn we gestorven. We zijn met
Christus gestorven." En stel dat we vanavond nog zouden moeten
sterven op de een of andere manier, dan zeg ik: "Ja, hij leeft."
Nou, dat is precies de waarheid. Het is echt de waarheid. U bent heel
bijzonder. Dat wist u al, vanwege uw neusvorm. Maar de bijbel zegt dat
u heel bijzonder bent. Sorry hoor voor mijn neus, want u mag naar andere
dingen kijken. Fijn is het om de Here Jezus te kennen. Fijn is het om
zo blij te zijn met die nieuwe geboorte. U komt niet in het oordeel.
U bent uit de dood over gegaan in het leven. U bent gezegend.
|
|